Lening van werkgever
Sommige werkgevers geven werknemers de mogelijkheid om geld te lenen waarbij minder rente betaald hoeft te worden dan normaal, of eventueel zelfs helemaal geen rente. Dat is loon in natura en in principe moet het rentevoordeel tot het loon worden gerekend en daarover moet loonheffing worden ingehouden. Daarbij wordt uitgegaan van een “normaal” rentepercentage, dat in de wet is vastgelegd en dat jaarlijks wordt aangepast. Voor het jaar 2009 is dat 4,9% en voor 2010 2,5%. Krijgt u dus een renteloze lening, dan moet uw werkgever aan het einde van het jaar (2010) 2,5% rente bij uw loon tellen en daar loonheffing over afdragen. Betaalt u bijvoorbeeld 2% rente, dan is dat 0,5%, het verschil tussen beiden.
Er zijn enkele uitzonderingen op deze regel. Allereerst de leningen die worden gebruikt voor zaken waarvoor geheel of bijna helemaal een vrije vergoeding of verstrekking mogelijk is. Daarvoor hoeft geen rentevoordeel tot het loon te worden gerekend. Er is sprake van vrije vergoedingen en verstrekkingen als aan een van de volgende eisen wordt voldaan:
· De vergoedingen en verstrekkingen zijn voor de bestrijding van kosten, lasten en afschrijvingen voor een behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking. Met andere woorden: er is sprake van vergoeding van beroepskosten. Een lijst is te vinden op www.belastingdienst.nl.
· De vergoedingen en verstrekkingen worden naar maatschappelijke opvattingen niet als beloningsvoordeel ervaren.
Verder hoeft er geen rentevoordeel tot het loon te worden gerekend als de lening wordt gebruikt voor de aanschaf van een computer die voor 90% of meer voor de dienstbetrekking wordt gebruikt of voor de inrichting van een telewerkplek bij u thuis, die ook voor de dienstbetrekking wordt gebruikt.
Nog een belangrijke uitzondering is de lening die wordt aangemerkt als eigenwoningschuld. Dat is niet bij wet geregeld, maar in een goedkeurend besluit van de staatssecretaris (Besluit van 20 februari 2009, nr. CPP2009/78M). Het moet gaan om een lening waarvan de rente aftrekbaar is. Daarbij kunnen allerlei aftrekbeperkingen (bijleenregeling) een rol spelen. Is de rente in principe wel aftrekbaar, dan behoort de niet-bedongen rente niet tot het loon. Maar dan vervalt voor dit deel ook de renteaftrek bij de eigen woning. Is de rente op de lening niet aftrekbaar, dan moet het rentevoordeel op de personeelslening tot het loon worden gerekend.
|