Wijzigingen in de bijleenregeling

Ieder jaar worden er weer wijzigingen aangebracht in diverse regelingen van de inkomstenbelasting. De bijleenregeling is dit jaar aan de beurt om herzien te worden. De principes blijven hetzelfde, maar toch zijn er drie opvallende wijzigigingen. Ter herinnering in vogelvlucht: volgens de bijleenregeling moet u bij verkoop van uw eigen woning de overwaarde investeren in uw nieuwe woning. Er wordt een eigenwoningreserve gevormd voor deze overwaarde (verkoopprijs min makelaarskosten min schuld voor deze woning). Koopt u een nieuwe woning, dan moet de eigenwoningreserve in mindering worden gebracht op de maximaal te financieren aankoopprijs van de woning.

De eerste wijziging in de bijleenregeling is de termijn waarbinnen een eigenwoningreserve (overwaarde op verkochte woning) moet worden afgeboekt van de maximale eigenwoningschuld voor uw nieuwe woning. Deze termijn was vijf jaar en wordt vanaf 1 januari 2010 drie jaar. Als u drie jaar na de verkoop van uw oude woning geen andere eigen woning koopt, mag u dus weer de hele koopsom van de nieuwe woning met geleend geld financieren.

Nummer twee is wat ingewikkelder. Hij gaat over aftrekbare kosten van geldlening. Deze kosten zijn alleen aftrekbaar als de lening is gebruikt voor aanschaf, verbetering of onderhoud van de eigen woning. Als de lening is gebruikt voor de financiering van aftrekbare kosten (u leent bijvoorbeeld geld om de rente op de eigenwoningschuld te betalen), is de rente daarop niet aftrekbaar.

De staatssecretaris heeft een uitzondering toegestaan voor onder andere de rente op een lening ter financiering van de kosten van een geldlening (taxatiekosten, afsluitprovisie, notariskosten voor de hypotheek). Maar volgens hem gold dat alleen in situaties waarin de bijleenregeling geen rol speelde; voor starters op de woningmarkt dus. Per 1 januari 2010 is de rente op een dergelijke lening in alle gevallen aftrekbaar, ook voor doorstromers. Dus als u geld leent voor het betalen van deze kosten, behoort deze schuld tot de eigenwoningschuld.

De derde wijziging in de bijleenregeling gaat over de goedkoperwonenregeling. Als u uw huis heeft verkocht en een goedkoper huis kocht, hoefde niet de volledige overwaarde te worden gekort op de maximale schuld voor de nieuwe woning.

Voorbeeld

U verkocht uw huis voor €200.000 (na aftrek makelaarskosten). De schuld voor dit huis was €160.000. De eigenwoningreserve bedraagt dus €40.000. U koopt een huis van €170.000. Na aftrek van de eigenwoningreserve zou de maximale schuld voor de nieuwe woning €130.000 zijn (€170.0000 - €40.000). Maar door de goedkoperwonenregeling mocht u toch €160.000 (de schuld voor de oude eigen woning) financieren.

In de per 1 januari 2010 gewijzigde regeling moet altijd de hele eigenwoningreserve worden afgeboekt van de maximale schuld voor de nieuwe woning. In het bovenstaande voorbeeld bedraagt de eigenwoningschuld voor de nieuwe woning dus €130.000. Het kan zelfs zijn dat u door het vervallen van deze goedkoperwonenregeling helemaal geen eigenwoningschuld meer heeft, namelijk als uw eigenwoningreserve groter is dan de aankoopprijs van uw nieuwe woning.

 
Incassokosten beperkt per 1 juli 2012
Consumenten en kleine bedrijven worden per 1 juli 2012 beschermd tegen onredelijke incassokosten.
 
Renteaftrek bij echtscheiding
Het aantal echtscheidingen lag in 2011 iets boven de 30.000. 90% van de echtparen zijn in gemeenschap van goederen gehuwd.
 
Tegelzetter was toch zelfstandige
Vanwege de vele fiscale voordelen voor ondernemers kan iemand er belang bij hebben om als ondernemer te worden aangemerkt en niet als werknemer
 
Meld u aan voor de nieuwsbrief
 
2008 PNR administraties
Alle rechten voorbehouden
Voorwaarden | Privacybeleid
Lid van de Nederlandse Orde van Administratie- en Belastingdeskundigen.   Lid van de verening van Nederlandse salarisadministrateurs