Bancaire lijfrente en overlijden

Veel mensen sluiten tegenwoordig geen lijfrenteverzekering meer bij een verzekeringsmaatschappij, maar storten het geld voor hun oudedagsvoorziening bij een bank op een geblokkeerde lijfrenterekening. Dit heet een bancaire lijfrente. De aftrekregels voor de inleg zijn hetzelfde als bij een echte lijfrente. Maar omdat het geld gewoon op de bank staat, treden er wel verschillen op in de uitkeringsfase, er is namelijk niet echt sprake van een verzekering. Dat is met name het geval bij overlijden. Het geld dat op de bankrekening staat, vererft naar de erfgenamen. Dat kan in verschillende vormen met verschillende fiscale gevolgen.

Als u komt te overlijden nadat de eerste uitkering is ingegaan, gaan de resterende uitkeringen over naar uw erfgenamen. Er komt dan geen verandering in de duur en hoogte van de uitkeringen. U kunt in uw testament regelen aan wie van uw erfgenamen de uitkeringen toekomen. U kunt bijvoorbeeld bepalen dat uw vrouw de gehele uitkering krijgt. Komt zij te overlijden voordat alle uitkeringen zijn gedaan, gaat het restant over naar de erfgenamen van uw vrouw, bijvoorbeeld de kinderen.

Zijn de uitkeringen op het moment van overlijden nog niet ingegaan, dan moeten de uitkeringen aan de volgende voorwaarden voldoen.

· De termijnen moeten direct na het overlijden ingaan en toekomen aan een natuurlijk persoon.

· Een nabestaandenuitkering moet tenminste 5 jaar duren. Voor bloed- of aanverwanten (niet de partner of gewezen partner) in de rechte lijn (kinderen, ouders, kleinkinderen, grootouders) of in de tweede of derde graad van de zijlijn wordt deze termijn verlengd tot minimaal 20 jaar. Als deze bloed- of aanverwant jonger is dan 30 jaar, kan de termijn weer verkort worden tot minimaal 5 jaar, maar nooit meer dan het aantal jaren tot aan het dertigste jaar.

Voorbeeld

U bent gerechtigd tot de lijfrentespaarrekening van uw vader die is overleden. U was op het moment van overlijden van uw vader 28 jaar. U mag nu kiezen of de uitkeringen 2 jaar duren, of 20 jaar.

Als er geen testament is, geldt ingeval van een huwelijk of geregistreerd partnerschap voor de nalatenschap de wettelijke ouderlijke boedelverdeling. Dat houdt in dat de echtgenoot recht heeft op het hele tegoed van de lijfrentspaarrekening en dat de kinderen slechts een niet-opeisbare vordering op de langstlevende echtgenoot hebben voor hun deel van de nalatenschap. De langstlevende heeft dan als enige recht op de uitkeringen.

Een heel verschil met de echte lijfrente, waarin een nabestaandenuitkering kan worden bedongen die vrij in duur is als de echtgenoot als begunstigde staat aangewezen. En bij een echte lijfrente bedraagt de uitkering meestal 70% van de oudedagslijfrente. Bij een bancaire lijfrente bepaalt het saldo op de bankrekening hoe hoog de uitkeringen zijn.
 
Incassokosten beperkt per 1 juli 2012
Consumenten en kleine bedrijven worden per 1 juli 2012 beschermd tegen onredelijke incassokosten.
 
Renteaftrek bij echtscheiding
Het aantal echtscheidingen lag in 2011 iets boven de 30.000. 90% van de echtparen zijn in gemeenschap van goederen gehuwd.
 
Tegelzetter was toch zelfstandige
Vanwege de vele fiscale voordelen voor ondernemers kan iemand er belang bij hebben om als ondernemer te worden aangemerkt en niet als werknemer
 
Meld u aan voor de nieuwsbrief
 
2008 PNR administraties
Alle rechten voorbehouden
Voorwaarden | Privacybeleid
Lid van de Nederlandse Orde van Administratie- en Belastingdeskundigen.   Lid van de verening van Nederlandse salarisadministrateurs