Afsluitprovisie
Bij aankoop van een huis zijn de kosten van geldlening aftrekbaar. Dat geldt ook voor de afsluitprovisie, maar het tijdstip van aftrek daarvan is gereguleerd.U mag €3630 aftrekken in het jaar van betaling en het restant moet u verdelen over de jaren dat de lening loopt, in de meeste gevallen over 20 of 30 jaar. Maar hoe zit dat met fiscale partners, wordt hun maximum verhoogd tot €7260 in het jaar van betaling?
In de vakliteratuur wordt uitgegaan van een bedrag van €3630, over partners wordt niets vermeld. Dus dan maar naar de bron: de wetteksten en het systeem van de wet. Artikel 3.120 lid 7 zegt (verkort weergegeven):
Afsluitprovisies worden niet gerekend tot de vooruitbetaalden rente, voorzover zij niet meer bedragen dan 1,5% van het bedrag van de aangegane schulden en tevens gezamenlijk een bedrag van € 3630 niet te boven gaan.
Dat zegt niks over partners. In de wetteksten van de eigenwoningregeling is daarover helemaal niets te vinden. We moeten dus nog dieper graven en dan komt het zo belangrijke artikel 2.17 aan de orde. Dat artikel handelt over wie nou precies inkomsten geniet en hoe ze aangegeven moet worden (dat zijn twee verschillende dingen). De basisregel voor het hele belastingstelsel staat weergegeven in lid 1 en luidt:
Inkomensbestanddelen van de belastingplichtige en zijn partner worden in aanmerking genomen bij degene door wie de inkomensbestanddelen zijn genoten of op wie deze drukken.
De parlementaire geschiedenis zegt heel uitdrukkelijk:
Het eerste lid geeft het uitgangspunt van de verdeling van inkomsten en aftrekposten tussen partners weer: de belastingheffing wordt zoveel mogelijk geïndividualiseerd.
Dit zou inhouden dat eerst moet worden bepaald op wie van beide partners de afsluitprovisie drukt. Drukt die op een van beiden, dan mag slechts €3630 in het jaar van betaling worden afgetrokken. Drukt hij echter op beiden, dan zou ieder het bedrag van €3630 mogen aftrekken. Omdat alle inkomsten en aftrekposten bij een heel jaar partnerschap bij elkaar mogen worden geteld en verdeeld, komt dat dus neer op een bedrag van €7620 voor de afsluitprovisie. Deze post drukt op beide partners als zij in gemeenschap van goederen zijn gehuwd. Of als zij de lening gezamenlijk zijn aangaan in geval van een huwelijk buiten gemeenschap van goederen.
Is er iets in te brengen tegen dit standpunt? Dat lijkt mij moeilijk. Als de wetgever had gewild dat het maximum bij partners €3630 bedraagt, had dit expliciet en nadrukkelijk geregeld moeten worden.
De bovenstaande redenering komt het meest nadrukkelijke aan de orde in het jaar van huwelijk. In dat jaar kan gekozen worden voor het hele jaar partnerschap, maar dat hoeft niet. Het zou toch wel gek zijn dat bij deze keuze het bedrag wordt beperkt tot €3630 en als er niet wordt gekozen voor het fiscale partnerschap het bedrag €7620 zou zijn. Het wachten is op de eerste rechtelijke uitspraak of een verduidelijking van de staatssecretaris.
|