|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Nogmaals dubbele aftrek giften en alimentatie
In februari 2009 besliste de Hoge Raad in een zeer interessant geval (H.R. 27 februari 2009, nummer 07/12914). In het kort handelde het over de aftrek van giften in de vorm van een periodieke uitkering. Deze zijn aftrekbaar als persoonsgebonden aftrekpost in box 1. Een belastingplichtige trok daarnaast de toekomstige (dus nog niet betaalde termijnen) af als schuld in box 3. De Hoge Raad was het daarmee eens. Er is al veel over gepubliceerd.
De staatssecretaris vindt deze “dubbele” aftrek ongewenst en is van plan om daar zo snel mogelijk een einde aan te maken. Hij gaat een wetswijziging indienen waardoor alle verplichtingen waaruit betalingen voortvloeien die als persoonsgebonden aftrekpost in aanmerking kunnen worden genomen, niet als schuld in box 3 in aanmerking komen. Deze wetswijziging zou dan vóór 31 december door het parlement moeten worden goedgekeurd, zodat per peildatum 31 december geen aftrek van deze schulden in box 3 meer mogelijk is. Blijft nog wel de aftrek per 1 januari 2009. Voor wie de aanslag over 2008 en/of eerdere jaren nog niet definitief is geregeld, is aftrek dan ook nog steeds mogelijk. Een aanslag staat onherroepelijk vast als het gaat om een definitieve aanslag waartegen geen bezwaar meer mogelijk is (de bezwaartermijn is zes weken na dagtekening van de aanslag). Als u in een beroepsprocedure bent verwikkeld, is een aanvulling op de aangifte ook nog mogelijk zolang een uitspraak niet definitief vaststaat (de termijn voor hoger beroep bedraagt 6 weken na uitspraak). Er zijn nog meer persoonsgebonden aftrekposten die voor dubbele aftrek in aanmerking komen, bijvoorbeeld alimentatie. De termijnen zijn aftrekbaar, de verplichting tot het doen van toekomstige uitkeringen zou in box 3 aftrekbaar kunnen zijn. Daarvoor geldt dezelfde redenering als bij de aftrek van periodieke giften. De staatssecretaris is echter van mening dat de redenering van de Hoge Raad niet opgaat voor alimentatieverplichtingen, omdat het hier gaat om een familierechtelijke uitkering. De Hoge Raad heeft in 1926 (!) voor de vermogensbelasting uitgemaakt familierechtelijke uitkeringen geen zaak waren en dat deze dus niet hoefde te worden aangegeven (HR 14 april 1926, B 3799). De staatssecretaris gaat er van uit dat de wetgever bij het invoeren van de wet inkomstenbelasting 2001 van dezelfde gedachtengang is uitgegaan, zij het stilzwijgend en dat dus de toekomstige alimentatieverplichting niet in aftrek komt in box 3. Wie deze toekomstige verplichtingen toch aftrekt, kan rekenen op een procedure. Het is maar dat u het weet.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2008 PNR administraties
Alle rechten voorbehouden
Voorwaarden | Privacybeleid
|
|
|
Lid van de Nederlandse Orde van Administratie- en Belastingdeskundigen.
|
|
|
Lid van de verening van Nederlandse salarisadministrateurs
|
|
|
|
|
|