In 2008 overleden partner
Het is zover: voor de eerste keer moet het vermogen in box 3 worden aangegeven volgens de nieuwe regels. Tot 1 januari 2008 mocht in het jaar van overlijden het hele vermogen worden aangegeven bij de overledene. Vervolgens mocht voor deze persoon het verlaagde rendement worden aangegeven dat behoorde bij een deel van het jaar (binnenlands) belastingplichtig zijn. Dat werd berekend als het aantal volle maanden dat iemand belastingplichtig was, Overleed iemand in januari, dan was zijn inkomen in box 3 0%, bij overlijden in juli 2%. Een lek in de wet. Jawel, en dat moest natuurlijk gedicht worden. De regering bedacht daarvoor een systeem dat rechtvaardig en simpel was, maar in het bombardement van amendementen (voorstellen voor wijziging) werd dat systeem verlaten en kwam er het volgende voor in de plaats.
In het jaar van overlijden mogen bij de keuze voor een heel jaar partnerschap alle gemeenschappelijke inkomsten en aftrekposten nog wel worden verdeeld over beide partners, maar het vermogen in box 3 moet aangegeven worden door de rechthebbende (eigenaar). Voor de overledene per 1 januari en overlijdensdatum en voor de achterblijven per 1 januari en 31 december. Voor de overledene geldt dan het tijdsevenredig verlaagde inkomen. Dat lijkt makkelijk een eerlijk, maar in de praktijk zullen er veel verzuchtingen geslaakt worden. Want het vermogen moet uit elkaar worden getrokken, per 1 januari en per overlijdensdatum. Bij gemeenschap van goederen kan alles door de helft, maar bij huwelijkse voorwaarden moet van iedere bezitting en iedere schuld worden bepaald wie de rechthebbende is. Dat is natuurlijk lang niet altijd duidelijk, want in de praktijk lopen de vermogens toch door elkaar heen, ondanks de huwelijkse voorwaarden.
Hoe loopt dat nou in de aangifte. Gelukkig kan er gezamenlijk elektronisch aangifte worden gedaan. Er zijn twee apart schermen voor het aangeven van box 3, één voor de overledene per 1 januari en overlijdensdatum en één voor de langstlevende. Dan komt de belasting in box 3 er vanzelf goed uitrollen, het programma houdt rekening met het verlaagde rendement dat moet worden berekend over het gemiddelde vermogen van de overledene.
Wat wel raar is, dat het heffingvrije vermogen overgedragen mag worden. Dat is inclusief de ouderentoeslag. Omdat de langstlevende een hoger rendement moet aangeven dan de overledene, is het natuurlijk verstandig om het hele heffingvrije vermogen bij deze langstlevende aan te geven.
En ook de vrijstellingen in box 3 kunnen nog overgedragen worden. Dat kan vooral van belang zijn als de overledene onvoldoende belasting betaalt om alle heffingskortingen in mindering te brengen. Dan moet voor de heffingskorting voor maatschappelijke beleggingen en beleggingen in durfkapitaal de vrijstelling worden overgedragen om hem geldend te maken. De belastingdienst betaalt deze heffingskortingen niet uit bij onvoldoende inkomen.
|