|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Studie op je oudedag
Studiekosten behoren tot de post persoonsgebonden aftrekposten. Zij mogen van het inkomen in box 1 worden afgetrokken voor zover zij hoger zijn dan €500. Voor fiscale partners geldt deze drempel van €500 voor ieder. De studiekosten van beiden mogen na aftrek van deze drempel bij elkaar worden geteld en naar keuze over beide partners worden verdeeld. Deze post heet overigens ‘scholingsuitgaven’.
De wet zegt dat de scholingsuitgaven uitsluitend aftrekbaar zijn als zij zijn gemaakt voor het volgen van een opleiding of studie met het oog op het verwerven van inkomen uit werk en woning. Wél aftrek dus, maar alleen als daar in de toekomst ook inkomsten tegenover staan. Dat houdt in dat een aantal studies niet in aanmerking komen voor fiscale ondersteuning, namelijk alle studies die bedoeld zijn om algemene vaardigheden bij te brengen. Dat geldt bijvoorbeeld voor een mavo-opleiding, maar als deze wordt gevolgd om daarna een studie voor een beroep te kunnen volgen, zijn de kosten weer wél aftrekbaar.
Ook de kosten van studies die worden gevolgd uit persoonlijke interesse of als hobby komen niet voor aftrek in aanmerking. En als belastingplichtige moet ú kunnen aantonen dat het niet gaat om een hobby of persoonlijke interesse. Het beste bewijs daarvoor is natuurlijk het te gelde maken van de kennis die tijdens die studie is opgedaan. Heel veel talencursussen worden van aftrek uitgesloten, omdat de opgedane kennis niet kan worden gebruikt om een beroep uit te oefenen. Dat ligt natuurlijk anders bij een tolkenopleiding.
Wat voor veel ‘studenten’ heel oneerlijk wordt gevonden is het weigeren van de aftrek omdat de leeftijd te hoog is. Dan wordt door de fiscus eigenlijk altijd aangenomen dat er geen mogelijkheid meer is om nog inkomen te genereren met de behaalde opleiding. Blijkbaar worden 50-plusser geacht achter de geraniums te zitten. De tijden veranderen echter en de ‘ouderen’ worden steeds viever en actiever. Dan moet het toch ook mogelijk zijn om nog een studie te volgen en daar nog lekker geld mee te verdienen. De bewijslast blijft echter op de belastingplichtige rusten en die moet dus aantonen dat er redelijkerwijs vooruitzicht is op inkomsten. En hoe ouder iemand is, hoe lastiger het zal zijn om aan die bewijslast te voldoen. Nu de regering zelf alles op alles zet om mensen langer aan het werk te houden (afschaffing VUT, voorgestelde verhoging van de pensioenleeftijd naar 67 jaar, stimuleren van langer aan het werk blijven), zou de leeftijdsgrens voor deze aftrekpost toch wat omhoog moeten schuiven. In ieder geval is dat wél als argument te gebruiken in een eventuele fiscale discussie, al blijven de bijzonderheden van het specifieke geval altijd nog erg belangrijk.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2008 PNR administraties
Alle rechten voorbehouden
Voorwaarden | Privacybeleid
|
|
|
Lid van de Nederlandse Orde van Administratie- en Belastingdeskundigen.
|
|
|
Lid van de verening van Nederlandse salarisadministrateurs
|
|
|
|
|
|