|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
De voorlopige aanslag voor ondernemers
Peter is in 2009 voor zichzelf begonnen met een klussenbedrijf. Bouwbedrijven hebben het moeilijk, maar veel klussenbedrijven floreren. Zo ook dat van Peter. Peter is een zogenaamde ZZP’er (zelfstandige zonder personeel). Tot 2009 was Peter in loondienst bij een aannemer en kreeg hij maandelijks zijn loon uitbetaald onder inhouding van loonbelasting. Voor ondernemerswinst bestaat geen loonbelasting. Daarom moeten ondernemers reserveren voor belastingheffing. Peter verdiende in 2009 zo’n € 60.000 waarover hij circa € 15.000 belasting was verschuldigd. De neiging van sommige ondernemers is om de liquiditeit te gebruiken voor investeringen of een leuke auto. Als dan de belastingaanslag op de deurmat valt, is er een probleem. Banken staan bepaald niet te springen om belastingachterstanden te financieren. Te meer omdat de aanwezigheid daarvan wordt gezien als een gebrek aan financiële discipline.
Mede om dergelijke problemen te voorkomen legt de Belastingdienst voorlopige aanslagen op. Meestal ontvangt u deze in februari van het jaar. U mag de aanslag in termijnen betalen. De aanslag is gebaseerd op een schatting waar de Belastingdienst u om heeft gevraagd. Als de aangifte is ingediend en deze afwijkt van het inkomen waarop de voorlopige aanslag was gebaseerd, wordt een aanvullende voorlopige aanslag opgelegd. De Belastingdienst neemt wat tijd om de aangifte te beoordelen. Na enige tijd wordt de definitieve aanslag opgelegd. Deze is nul als geen correcties op de aangifte worden aangebracht.
Als u weet dat uw winst hoger zal uitvallen dan de schatting, kunt u de fiscus verzoeken om een nadere voorlopige aanslag op te leggen. Veel ondernemers doen dat niet. Zij weten wel raad met de euro’s die zij voorlopig kunnen behouden. Het beperken van heffingsrente kan een motief zijn om toch een nadere voorlopige aanslag te vragen. Sinds 2010 wordt de heffingsrente berekend vanaf 1 januari van het volgende jaar in plaats van 1 juli van het belastingjaar. Hierdoor is het in minder gevallen zinvol een nadere voorlopige aanslag te vragen.
Wel moet hier met beleid mee worden omgegaan. In de jaren negen van de vorige eeuw, toen de aandelenkoersen een sterke stijging lieten zien, besloten veel ondernemers de liquiditeit te gebruiken voor het pakken van een snelle winst. Maar toen de beurs instortte, verdween het geld waarmee de fiscus moest worden betaald als sneeuw voor de zon.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2008 PNR administraties
Alle rechten voorbehouden
Voorwaarden | Privacybeleid
|
|
|
Lid van de Nederlandse Orde van Administratie- en Belastingdeskundigen.
|
|
|
Lid van de verening van Nederlandse salarisadministrateurs
|
|
|
|
|
|