Uitkeringen oude lijfrente naar partner

Er zijn veel mensen die voor 1 januari 1992 een lijfrente hebben aangekocht als aanvulling op hun pensioen. Deze lijfrentes vallen onder het “oude regime”. De premies waren aftrekbaar bij de meestverdiener. Het zou natuurlijk aantrekkelijk zijn om de uitkeringen bij de minstverdiener te laten vallen, zodat er minder belasting betaald hoeft te worden. Onder de oude wet was die mogelijkheid uitgesloten voor echtgenoten en geregistreerde partners. De uitkeringen blijven belast bij de meestverdiener als die de premies had afgetrokken. Bij de invoering van de nieuwe wet inkomstenbelasting in 2001 bleven de regels van de oude wet van toepassing op deze uitkeringen. Inclusief deze anti-misbruikbepaling? Daarover is veel strijd omdat in de nieuwe wet het begrip meestverdiener niet meer bestaan en ook de onderdelen van het inkomen die bepalend zijn voor dit begrip inmiddels veranderd zijn.

De belastingdienst zal ongetwijfeld van mening zijn geweest dat de antimisbruikbepaling ook na 2001 geldt. Maar theoretisch zou dat wel eens discutabel kunnen zijn en al die tijd heerste er onzekerheid over de belastbaarheid van deze uitkeringen. Maar nu is er een scheurtje in het bolwerk gekomen. Op vragen van het bureau vaktechniek van Nationale Nederlanden is een antwoord gekomen waarbij onder omstandigheden belastingheffing plaatsvindt bij de minstverdiener als die de gerechtigde tot de uitkering is. Helaas is dit standpunt nog niet officieel gepubliceerd, maar vermoedelijk zal dat binnenkort wel gebeuren. Het werkt als volgt.

Stel dat u als man de verzekering heeft gesloten en als meestverdiener de premie heeft afgetrokken. U moet dan uw vrouw als begunstigde aanwijzen vóórdat de uitkeringen ingaan. Uw vrouw heeft dan recht op het lijfrentekapitaal waarvan de lijfrente moet worden aangekocht. De uitkeringen zijn bij haar belast als zij voldoen aan de eisen van het nieuwe lijfrenteregime zoals dat na 1 januari 2001 geldt. Zij kan dus óf een levenslange oudedagsuitkering bedingen, óf een tijdelijke oudedagslijfrente die uitkeert vanaf haar 65ste jaar en waarvan de uitkeringen niet hoger zijn dan €20.602 (bedrag 2011) per jaar. Als u het zó regelt, weet u zeker dat de belastingdienst de uitkeringen bij uw vrouw zal belasten. Wijkt u hiervan af, dan blijft de oude vraag bestaan of de overgangsregel inderdaad belastingheffing bij de meestverdiener voorschrijft. U kunt er op rekenen dat de belastingdienst zich op het standpunt zal stellen dat belastingheffing bij u hoort plaats te vinden. U kunt daarover dan een procedure voeren, waarbij de uitkomst interessant, maar onzeker is. Omdat niet veel mensen zin hebben in een procedure, zal men zich wel aan de regels van de belastingdienst houden, hoe onjuist ze eventueel ook moge zijn. Waarmee de macht van (vrijblijvende) uitspraken van de belastingdienst maar weer eens aangetoond wordt.

 
Incassokosten beperkt per 1 juli 2012
Consumenten en kleine bedrijven worden per 1 juli 2012 beschermd tegen onredelijke incassokosten.
 
Renteaftrek bij echtscheiding
Het aantal echtscheidingen lag in 2011 iets boven de 30.000. 90% van de echtparen zijn in gemeenschap van goederen gehuwd.
 
Tegelzetter was toch zelfstandige
Vanwege de vele fiscale voordelen voor ondernemers kan iemand er belang bij hebben om als ondernemer te worden aangemerkt en niet als werknemer
 
Meld u aan voor de nieuwsbrief
 
2008 PNR administraties
Alle rechten voorbehouden
Voorwaarden | Privacybeleid
Lid van de Nederlandse Orde van Administratie- en Belastingdeskundigen.   Lid van de verening van Nederlandse salarisadministrateurs