|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Ziektekosten: kunst en hulpmiddelen
Er zijn heel veel mensen met lichamelijke beperkingen. Soms hebben die hulpmiddelen nodig om enigszins normaal te kunnen funktioneren. De fiscale wetgever kent in bepaalde gevallen een aftrekpost toe om de financiele gevolgen daarvan te matigen. Deze aftrekpost maakt een onderdeel uit van de uitgaven wegens specifieke zorgkosten. Deze kosten zijn aftrekbaar in de aangifte inkomstenbelasting voor zover ze uitkomen boven de drempel. Deze bedraagt voor 2010 1,65% van het drempelinkomen (het verzamelinkomen vóór aftrek van persoonsgebonden aftrekposten) tot een inkomen van €38.722 en 5,75% van het drempelinkomen daarboven.
Er zijn in hoofdzaak twee soorten hulpmiddelen te onderscheiden. De eerste groep bestaat uit zaken die een bijzondere hoedanigheid bezitten die meebrengt dat ze alleen door zieke of invalide personen worden gebruikt. Voorbeelden hiervan zijn een rolstoel, een gehoorapparaat en dergelijke. Kosten van brillen en contactlenzen ter ondersteuning van het gezichtsvermogen zijn expliciet uitgezonderd.
De tweede groep levert veel problemen en duscussies op tussen belastingplichtigen en inspecteurs. Dit zijn zaken die u in staat stellen uw normale lichaamsfunkties te vervullen waartoe u zonder dat hulpmiddel niet in staat bent. Deze zaken hoeven niet een bijzondere hoedanigheid te hebben. En dat is natuurlijk direct het probleem. Want in hoeverre stelt een gewoon voorwerp iemand in staat een lichaamsfunktie te vervullen waartoe hij zonder dat voorwerp niet in staat zou zijn. De rechtspraak is zeer divers te noemen. Er zijn strenge rechters en soepele rechters. Dat maakt het uitermate lastig om de grenzen te trekken. Het grote voorbeeld van hoe lastig het kan zijn is de sta-opstoel. Dit is een stoel die kantelt zodat het opstaan uit een zittende positie makkelijker wordt. Maar niet voor iedereen is een sta-opstoel een hulpmiddel. Het is wel handig, maar neemt het een lichaamsfunktie over? In veel gevallen zal dat niet zo zijn. Opstaan zonder sta-opstoel is voor veel mensen wel mogelijk, maar minder comfortabel dan met zo’n stoel. De rechter zal de aftrek in dergelijke gevallen waarschijnlijk weigeren. Nog zo’n voorbeeld is de auto. De auto op zich is geen hulpmiddel, dat is al vele malen uitgemaakt in de rechtspraak. Maar aanpassingen aan de auto kunnen dat wel zijn. Denk aan portierverbreding in verband met rolstoelgebruik. Stuurbekrachtiging wordt niet als hulpmiddel aangemerkt, omdat in bijna alle auto’s tegenwoordig stuurbekrachtiging zit. Handgas (niet te verwarren met cruis-control) is wel een hulpmiddel. Een bed is ook geen hulpmiddel. Alleen een bed zoals gebruikt wordt in ziekehuizen en verpleeghuizen, dus met een bijzondere hoedanigheid, kan tot de hulpmiddelen worden gerekend.
Bij twijfel is het verstandig om de kosten op te nemen in de aangifte en bezwaar te maken als de aftrek wordt geweigerd. Het is de rechter die hierover het laatste woord heeft.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2008 PNR administraties
Alle rechten voorbehouden
Voorwaarden | Privacybeleid
|
|
|
Lid van de Nederlandse Orde van Administratie- en Belastingdeskundigen.
|
|
|
Lid van de verening van Nederlandse salarisadministrateurs
|
|
|
|
|
|