Gedeeltelijke stamrechtvrijstelling

Bij het einde van een dienstbetrekking wordt regelmatig een gouden handdruk toegekend, of een afvloeiingsregeling. Dat is een bedrag ineens dat door de werkgever wordt toegekend. Vaak zijn er verschillende componenten te onderscheiden in een gouden handdruk. Het kan gaan om nog uit te betalen vakantiedagen/-geld, pensioenrechten, overwerkbeloning, maar vaak zit er ook een component in wegens te derven inkomsten. Deze laatste component kan ook anders worden toegekend dan als een bedrag ineens, namelijk als “stamrecht”. In plaats van een bedrag ineens krijgt de werknemer dan een recht op een periodieke uitkering. Deze uitkeringen kunnen gebruikt worden in tijden met minder inkomen, zoals bij een sociale uitkering. Een kenmerk van een dergelijk stamrecht is, dat het toekennen ervan belastingvrij is en dat de uitkeringen belast zijn als inkomsten uit vroegere arbeid.

Wordt een gouden handdruk toegekend, dan is het mogelijk om voor een deel ervan een stamrecht te bedingen en een deel te laten uitbetalen na inhouding van loonbelasting. Dat kan handig zijn in een financiële planning. Het stamrecht mag worden ondergebracht bij de ex-werkgever (wordt waarschijnlijk nooit gedaan), bij een verzekeringsmaatschappij of bij een eigen BV, die dan als verzekeraar fungeert.

Iemand stortte zijn hele gouden handdruk in zijn stamrecht-BV. Achteraf bleek echter dat een deel van het bedrag geen betrekking had op te derven inkomen, maar op belastbare componenten. De inspecteur stelde dat de hele gouden handdruk nu belast was, dus inclusief het deel voor te derven inkomen. Dat zou een dure fout zijn geweest. Het ware beter geweest om alleen het “echte” stamrechtdeel te storten in de BV. Gelukkig was de rechter het niet eens met de inspecteur. Een dergelijke opvatting is niet terug te vinden in de wetsgeschiedenis en is ook niet in overeenstemming met het doel van de wet. Aldus de rechter. En dat is natuurlijk ook logisch. Want waarom zou het stamrechtdeel nu ineens belast zijn? Er wordt immers voldaan aan de voorwaarden, namelijk dat er een periodieke uitkering wordt bedongen die wordt ondergebracht bij een toegestane verzekeraar (namelijk de eigen BV). Het overtollige deel is dan óf een kapitaalstorting, óf een storting voor een saldolijfrente, óf een lening. Wel moet de loonheffing over het niet-stamrechtdeel natuurlijk nog betaald worden. De werkgever krijgt daarvoor een naheffingsaanslag (met boete), die hij zal verhalen op de werknemer.

 
Incassokosten beperkt per 1 juli 2012
Consumenten en kleine bedrijven worden per 1 juli 2012 beschermd tegen onredelijke incassokosten.
 
Renteaftrek bij echtscheiding
Het aantal echtscheidingen lag in 2011 iets boven de 30.000. 90% van de echtparen zijn in gemeenschap van goederen gehuwd.
 
Tegelzetter was toch zelfstandige
Vanwege de vele fiscale voordelen voor ondernemers kan iemand er belang bij hebben om als ondernemer te worden aangemerkt en niet als werknemer
 
Meld u aan voor de nieuwsbrief
 
2008 PNR administraties
Alle rechten voorbehouden
Voorwaarden | Privacybeleid
Lid van de Nederlandse Orde van Administratie- en Belastingdeskundigen.   Lid van de verening van Nederlandse salarisadministrateurs