|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Ondernemer en beleggingsverliezen
De fiscale rechtspraak kent vele voorbeelden van ondernemers die hebben geprobeerd beleggingsverliezen met de fiscus te verrekenen. Dat ging bijvoorbeeld als volgt. Een ondernemer werd op een kwade dag gebeld door een firma uit Zwitserland die bemiddelde in termijntransacties. De ondernemer werd verleid om € 10.000 in te leggen. En jawel de belegging resulteerde binnen twee weken in een winst van € 5.000. Dat smaakte naar meer en de ondernemer besloot een gokje te wagen met € 25.000. Volgens de man aan de telefoon was het overigens geen gokje maar een bijna zekerheidje. Helaas bleek het toch een gokje en verloor de ondernemer zijn volledige inleg. Per saldo was zijn verlies € 20.000. Omdat de ondernemer de inleg had gefinancierd uit de kas van de zaak, leek het hem redelijk om de strop als ondernemingsverlies te boeken. Maar als de transacties winst hadden opgeleverd, had hij deze als onbelast privé-voordeel verantwoord. In dergelijke gevallen pleegt de fiscus met de rechter aan zijn zijde de aftrekpost te schrappen. Positieve en negatieve resultaten op speculatieve activiteiten die niets met de onderneming te maken hebben, vallen buiten de fiscale winst.
Dit speelt ook als wordt belegd bij personen die naar achteraf blijkt fraudeurs zijn. Een voorbeeld betreft oud-valutahandelaar en tennismecenas René van den Berg. De procedure die leidde tot de uitspraak van Rechtbank Haarlem 18 mei 2010, nr. 09/02157 ging over een tandarts die hem € 50.000 had geleend. Hiervan was een schriftelijke overeenkomst opgemaakt. De lening had een opzegtermijn van een maand en het rentepercentage bedroeg 1% per maand. Omdat de opzegtermijn één maand bedroeg, konden de middelen op korte termijn weer beschikbaar zijn. De tandarts had de middelen te zijner tijd weer nodig voor de financiering van de praktijk. Accountants speken dan van “tijdelijk overtollige liquiditeiten.” Deze ondernemer mocht het verlies van zijn fiscale winst aftrekken.
De hoofdregel is dat liquiditeiten die niet nodig zijn voor de bedrijfsvoering, tot het privé-vermogen moeten worden gerekend (box 3). Als een ondernemer tijdelijk overtollige middelen belegt in liquide vorm, mag hij deze tot het ondernemingsvermogen rekenen. De rente is dan belast,de waardestijging is belast en waardedaling aftrekbaar. Van tijdelijk overtollige middelen kan sprake zijn als de ondernemer van plan is binnen afzienbare tijd investeringen te doen.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2008 PNR administraties
Alle rechten voorbehouden
Voorwaarden | Privacybeleid
|
|
|
Lid van de Nederlandse Orde van Administratie- en Belastingdeskundigen.
|
|
|
Lid van de verening van Nederlandse salarisadministrateurs
|
|
|
|
|
|