Niet-aftrekbare lijfrentepremies

Het wordt er allemaal niet makkelijker op in belastingland. De wetgever voert allerlei regelingen in om het eenvoudiger te maken, maar zelfs de professionals begrijpen soms niet waar het over gaat. En het uitleggen aan leken is al helemaal een probleem. Neem de lijfrentepremies. In principe sluit u natuurlijk een lijfrentecontract om belastingaftrek voor de premies te krijgen. De inkomsten later zijn dan belast, maar vaak tegen een lager tarief. Bovendien is het een goede manier om te sparen voor de oude dag, want geld dat eenmaal in een lijfrente is gestopt, is er niet meer uit te halen zonder zeer nadelige gevolgen.

Ondanks de bedoeling om de premie af te trekken, kan dat wel eens misgaan. Bijvoorbeeld omdat u volgens de wetgever al voldoende pensioenopbouw heeft (jaarruimte en reserveringsruimte). En soms wilt u de premies niet aftrekken. En wat er dan gebeurt is erg ingewikkeld. Daarbij golden tot 1 januari 2009 andere regels dan daarna.

Tot 1 januari 2009 was de lijfrente voor het deel dat stond tegenover de niet-aftrekbare premies belast in box 3. De lijfrente moest dus worden gesplitst in een box 1 gedeelte (waarvan de premie aftrekbaar was) en een box 3 gedeelte (voor de niet-aftrekbare premie). De uitkeringen uit het box 1 gedeelte waren volledig belast en die uit het box 3 gedeelte waren onbelast (er werd tijdens de looptijd immers al belasting betaald in box 3). Dat was lastig. Deze splitsingsproblematiek is voor de wetgever aanleiding geweest om de regels te veranderen. Vanaf 1 januari 2009 vallen lijfrentes die voldoen aan de wettelijke voorwaarden wat betreft lijfrentevorm, volledig in box 1. Als de premie niet aftrekbaar is, blijft de lijfrente toch in box 1 vallen. De uitkeringen volgen dan de saldomethode. Dat wil zeggen dat de uitkeringen pas belast zijn als ze hoger worden dan de niet-aftrekbare premie. Als de premies zijn betaald na 1 januari 2010, geldt de beperkte saldomethode. Per premiejaar mag dan niet meer dan €2269 aan niet-aftrekbare premie op de uitkeringen in mindering worden gebracht. Is in een jaar de niet-aftrekbare premie hoger dan deze €2269, dan is dat meerdere bij latere uitkering dus belast. Geen aftrek: toch belast bij uitkeren. Dat is heel nadelig en daar kunt u beter rekening mee houden door de premie die niet aftrekbaar is, beneden de grens van €2269 te houden.

Voor lijfrentes die zijn afgesloten voor 1 januari 1992 en waar u nu nog premies over betaald (deze zijn per definitie niet aftrekbaar omdat de lijfrente qua vorm niet voldoet aan de eisen van de wet), gaat hetzelfde gelden. Dus voor premies die betaald zijn voor 1 januari 2010 geldt de volledige saldomethode en voor premies die daarna zijn betaald, geldt de beperkte saldomethode.

 
Incassokosten beperkt per 1 juli 2012
Consumenten en kleine bedrijven worden per 1 juli 2012 beschermd tegen onredelijke incassokosten.
 
Renteaftrek bij echtscheiding
Het aantal echtscheidingen lag in 2011 iets boven de 30.000. 90% van de echtparen zijn in gemeenschap van goederen gehuwd.
 
Tegelzetter was toch zelfstandige
Vanwege de vele fiscale voordelen voor ondernemers kan iemand er belang bij hebben om als ondernemer te worden aangemerkt en niet als werknemer
 
Meld u aan voor de nieuwsbrief
 
2008 PNR administraties
Alle rechten voorbehouden
Voorwaarden | Privacybeleid
Lid van de Nederlandse Orde van Administratie- en Belastingdeskundigen.   Lid van de verening van Nederlandse salarisadministrateurs