De Belastingdienst voldoet pas over een jaar aan privacywet

De Belastingdienst denkt pas over een jaar aan de nieuwe privacywet te kunnen voldoen. Dat schrijft staatssecretaris Menno Snel... Lees meer >

De Belastingdienst denkt pas over een jaar aan de nieuwe privacywet te kunnen voldoen. Dat schrijft staatssecretaris Menno Snel (D66) in antwoord op Kamervragen van Pieter Omtzigt. De CDA’er stelde vragen nadat bleek dat de deadline voor de overheidsinstantie niet zou worden gehaald.

De nieuwe privacywet ging 25 mei van kracht. De Europese verordening kwam niet als een duveltje uit een doosje. Het voorstel stamt al uit 2012. Na jaren onderhandelen werden de regels begin 2016 aangenomen. Daarop volgde nog een implementatieperiode van ruim twee jaar.

Naast de fiscus, komen meer overheidsorganenen er niet best vanaf wat hun voorbereiding betreft. Uit een rondgang van RTL bleek dat op de deadline van eind mei tien van de twaalf ministeries nog niet klaar zijn voor de wet. Alleen de ministeries van Defensie en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap hadden hun zaakjes op orde. De toezichthouder zelf, de Autoriteit Persoonsgegevens, maakt zich nog zorgen over z’n budget.

Verwerkingsregister

Uit de antwoorden van Snel blijkt dat de Belastingdienst wel al een verwerkingsregister heeft gemaakt – een vereiste uit de wet. In zo’n register staat welke gegevens allemaal worden verwerkt en op welke wettelijke grondslag dat gebeurt. Ook is “extra capaciteit” voor verzoeken tot inzage en correctie.

In de privacywet staat dat mensen kunnen opvragen welke gegevens een organisatie precies over ze heeft. Ze krijgen daar dan een overzicht van per mail of post. Dit stond al in de vorige privacywet uit 2000: de wet bescherming persoonsgegevens. Maar toen een advocaat van het Amsterdamse kantoor Boekx de proef op de som nam, bleek de fiscus niet in staat om hem een overzicht van zijn gegevens te sturen. Pas nadat de rechtbank de advocaat gelijk gaf, viel er in januari van dit jaar een dikke envelop met zijn gegevens op z’n deurmat.

EU stelt vanaf juli extra tarieven in op Amerikaanse producten

De Europese Unie zal vanaf juli extra importbelasting heffen op producten uit de VS als vergelding voor de Amerikaanse... Lees meer >

De Europese Unie zal vanaf juli extra importbelasting heffen op producten uit de VS als vergelding voor de Amerikaanse importheffingen op staal en aluminium.

Er is binnen de EU brede steun voor het plan, meldt de Europese Commissie woensdag. Voor het einde van juni zou de procedure bij de Wereldhandelsorganisatie (WTO) moeten zijn afgerond, zodat de heffingen in juli kunnen ingaan.

Het gaat om 2,8 miljard euro aan import vanuit de Verenigde Staten. Onder meer op pindakaas, motorboten, motoren en rijst uit de VS gaat een extra tarief van 25 procent gelden. De volledige lijst is op de site van de Europese Commissie te vinden. 

Volgens de EU raken de Amerikaanse importheffingen 6,4 miljard euro aan Europese export. Het verschil van 3,6 miljard euro wordt mogelijk op een later moment geschikt via de WTO, aldus de commissie.

Illegale beslissing

Eurocommissaris Cecilia Malmström (Handel) noemt de maatregelen van de EU een proportioneel antwoord op de eenzijdige en illegale beslissing van de VS. “Verder is de reactie van de EU volledig in overeenstemming met internationale handelswetten. Het spijt ons dat de Verenigde Staten ons geen andere optie heeft gegeven dan de EU-belangen te bewaken.”

Op 31 mei liet de Amerikaanse president Donald Trump na een tijdelijke vrijstelling van twee maanden alsnog importheffingen ingaan op staal en aluminium uit de Europese Unie, Canada en Mexico. Om staal en aluminium te importeren, wordt nu respectievelijk 25 procent en 10 procent importbelasting betaald.

Volgens de Amerikaanse regering vormt geïmporteerd staal een veiligheidsrisico, maar analisten twijfelen hieraan.

Organisaties starten petitie tegen afschaffing dividendbelasting

Organisaties als FNV, Milieudefensie en Oxfam Novib houden een petitie tegen het afschaffen van de dividendbelasting en willen daarover... Lees meer >

Organisaties als FNV, Milieudefensie en Oxfam Novib houden een petitie tegen het afschaffen van de dividendbelasting en willen daarover een wetsvoorstel indienen.

Het samenwerkingsverband heet Tax Justice Nederland en is donderdag begonnen met een campagne rondom de petitie.

“1,5 miljard euro weggeven aan buitenlandse aandeelhouders en buitenlandse belastingdiensten, jaar in, jaar uit. Niemand heeft daarom gevraagd, behalve de lobbyisten van Shell, Unilever en VNO-NCW”, aldus Arnold Merkies van Tax Justice. “Nu blijkt de onderbouwing bovendien te zijn gebaseerd op een rapport dat achter de schermen door deze partijen is gefinancierd.”

De organisaties denken ook niet dat het besluit tot meer banen leidt en dat afschaffing de belastingconcurrentie tussen landen versterkt. “Nederland heeft internationaal al een slecht imago als belastingparadijs.”

Het dividend is het gedeelte van de winst dat een bedrijf uitbetaalt aan zijn aandeelhouders. Op die uitkering wordt een belasting geheven van 15 procent. Buitenlandse beleggers kunnen de heffing niet verrekenen, althans niet met de Nederlandse fiscus. Afschaffing kan het dus aantrekkelijker voor hen maken om in Nederlandse beursgenoteerde bedrijven te beleggen.

Oppositie wil nieuw debat over dividendbelasting na opduiken gesponsord onderzoek

De oppositie in de Tweede Kamer wil een nieuw debat over de door het kabinet voorgenomen afschaffing van de... Lees meer >

De oppositie in de Tweede Kamer wil een nieuw debat over de door het kabinet voorgenomen afschaffing van de dividendbelasting. Oppositiepartij GroenLinks vraagt nogmaals om een onderzoek naar dat besluit door de Algemene Rekenkamer. 

Aanleiding is een publicatie van Follow The Money. Volgens het journalistiek platform is het besluit om de belasting af te schaffen dat jaarlijks 1,4 miljard, mogelijk 1,6 miljard euro kost, genomen op basis van wetenschappelijk onderzoek in opdracht van Shell, Unilever, AkzoNobel, DSM, Philips en werkgeversorganisatie VNO-NCW.

Deze organisaties hebben belang bij het verdwijnen van de belasting op aandeelhoudersdividend. De auteur van het onderzoek zegt echter dat de opdrachtgevers ‘geen enkele invloed’ op de onderzoekscriteria hebben gehad.

Het debat, waar de coalitiepartijen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie niet mee instemmen, komt waarschijnlijk na de zomer. CDA en D66 willen wel een brief van het kabinet met opheldering over de ontdekking van Follow The Money.

Het onderzoek waar het om gaat, uit 2009, is gedaan door de Erasmus Universiteit Rotterdam en is getiteld: Wederzijds profijt: de strategische waarde van de top-100 concernhoofdkantoren voor Nederland én van Nederland voor deze top-100. In april onthulde het kabinet, na een beroep op de Wet openbaarheid bestuur, de documenten die een rol speelden bij het besluit om het afschaffen van de dividendbelasting in het regeerakkoord op te nemen. Een maatregel die in geen enkel verkiezingsprogramma stond.

Een van die documenten is het zogenoemde Partijstuk belastingontwijking en vestigingsklimaat dat de VVD inbracht tijdens de formatie van Rutte III. In de bijlage daarvan staat de terloopse verwijzing naar het onderzoek van de Erasmus Universiteit van 2009. Die bijlage gaat over het strategische belang van hoofdkantoren voor de Nederlandse economie. Het Erasmus-onderzoek wordt aangehaald bij de stelling dat dat belang er is. Een verband met dividendbelasting wordt niet gelegd.

GroenLinks-Kamerlid Bart Snels kondigde een maand geleden aan de Algemene Rekenkamer onafhankelijk onderzoek te laten doen naar de effecten van de dividendbelasting en wie van de afschaffing ervan profiteert. Dit omdat het kabinet volgens Snels weigert openheid van zaken te geven. De Rekenkamer kan niet gedwongen worden het verzoek in te willigen.

De coalitiepartijen hebben nimmer met wetenschappelijk onderzoek geschermd bij de verdediging van de afschaffing. VVD-fractievoorzitter Dijkhoff gaf toe dat afschaffing ‘een gok’ was, CDA-leider Buma sprak van een ‘inschatting’ en premier Rutte ‘voelde in al zijn vezels’ dat het een goed besluit is. Juist het niet aanvoeren van onderbouwing voor de juistheid van het besluit, was tot nu toe voor de oppositie de grote steen des aanstoots. 

Kamer wil opheldering over ‘door Shell betaald onderzoek’ dividendbelasting

De Tweede Kamer wil opheldering van het kabinet over een artikel van Follow the Money over de dividendbelasting. Volgens... Lees meer >

De Tweede Kamer wil opheldering van het kabinet over een artikel van Follow the Money over de dividendbelasting. Volgens het journalistieke platform is het onderzoek dat aan de basis lag van het afschaffen van de dividendbelasting betaald door Shell.

Premier Rutte sprak in april in de Kamer onder meer over een ‘partijstuk’ van de VVD, waarin de afschaffing werd onderbouwd. Dat stuk, dat het kabinet toen zelf openbaar heeft gemaakt, is deels gebaseerd op een onderzoek uit 2009 van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Follow the Money meldt dat dat onderzoek is gefinancierd door de oliemaatschappij en dat die er 300.000 euro voor heeft betaald.

Motie van afkeuring

Het platform publiceert een document waaruit naar voren komt dat behalve Shell ook VNO-NCW, Unilever, AkzoNobel, DSM en Philips de opdrachtgevers waren van het onderzoek. Een van de conclusies is dat de dividendbelasting een gezond vestigingsklimaat in de weg staat. De oliemaatschappij is zelf voorstander van het afschaffen van de dividendbelasting.

Over de maatregel zijn al veel debatten in de Tweede Kamer gevoerd. Behalve over de inhoud van het plan is een groot deel van de Kamer ook zeer kritisch over de manier waarop het kabinet het parlement heeft geïnformeerd over de achtergronden van de maatregel. Anderhalve maand geleden steunde bijna de hele oppositie een motie van afkeuring tegen Rutte over de gebrekkige informatie.

In een reactie op het artikel van Follow the Money zegt Shell Nederland dat VNO-NCW de opdrachtgever was van het onderzoek. “Shell verzorgde destijds de administratieve afhandeling. De rekening is in eerste instantie voldaan door Shell, vervolgens zijn de kosten evenredig doorbelast aan de VNO-NCW-leden Unilever, Philips, DSM en AkzoNobel.”

Geen apart debat

SP-leider Marijnissen zei in de Kamer dat er een nieuw debat moet komen over de vraag wiens belang het kabinet met de afschaffing eigenlijk dient. Bijna de hele rest van de oppositie viel haar bij. GroenLinks pleit bovendien voor een onderzoek door de Algemene Rekenkamer.

De regeringspartijen willen geen afzonderlijk nieuw debat, maar de meerderheid vindt wel dat het artikel in Follow the Money betrokken kan worden bij een ander al gepland debat. Ook Kamerlid Omtzigt van regeringspartij CDA zei dat het artikel aanleiding geeft voor nadere vragen en D66-woordvoerder Van Weijenberg sloot zich daarbij aan.

Bezwaar Box 3-heffing 2017 valt niet onder procedure massaal bezwaar 2013-2016

Wilt u bezwaar maken tegen de berekening van Box 3 op uw definitieve aanslag inkomstenbelasting 2017? Dan moet u... Lees meer >

Wilt u bezwaar maken tegen de berekening van Box 3 op uw definitieve aanslag inkomstenbelasting 2017? Dan moet u dat binnen 6 weken doen na de datum op uw definitieve aanslag. Want voor de aanslagen 2017 geldt niet de procedure massaal bezwaar die geldt voor de aanslagen over 2013 tot en met 2016.

Hebt u een definitieve aanslag 2017 vóór 31 mei 2018 gehad maar nog geen bezwaar gemaakt?

Doe dit dan vóór 15 juli 2018. Uw bezwaar is dan op tijd bij ons binnen.

Op dit moment is nog niet bekend of er ook een procedure massaal bezwaar komt voor 2017

Maar ook als die procedure er wel komt, moet u nog steeds zelf bezwaar hebben gemaakt. Anders doet u niet mee met de massale bezwaarprocedure.

Tientallen organisaties komen op voor belastingvoordeel expats

De regering moet de looptijd van een belastingvoordeel voor expats niet verkorten voor mensen die al gebruikmaken van de... Lees meer >

De regering moet de looptijd van een belastingvoordeel voor expats niet verkorten voor mensen die al gebruikmaken van de regeling. 

Dat stellen tientallen organisaties en bedrijven, waaronder VNO-NCW, de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten en de KNAW, in een pamflet dat dinsdag aan leden van de Tweede Kamer wordt aangeboden.

Op dit moment hoeven buitenlandse werknemers in Nederland onder bepaalde voorwaarden geen belasting te betalen over 30 procent van hun salaris, ter compensatie van extra kosten die werken in het buitenland met zich meebrengen. Het kabinet wil de termijn van die regeling terugbrengen van acht naar vijf jaar, ook voor expats die nu al gebruikmaken van de regeling.

‘Onbetrouwbaar partner’

Die ”onverwachte” wijziging zou voor zo’n zestigduizend mensen een flinke hap uit hun inkomsten betekenen. De overheid toont zich volgens de ondertekenaars dan ook een ”onbetrouwbare partner”.

”Rechtszekerheid in ons land wordt doorgaans met hoofdletters geschreven en beleefd. Dat gaat verloren”, stellen ook bedrijven als Philips, ASML en Heineken. De wijziging maakt het volgens de ondertekenaars ook moeilijk buitenlands talent aan te trekken.

Bezwaren vanwege weinig privé-gebruik bedrijfsauto allemaal afgewezen

Bijna 2000 ondernemers die vorig jaar bezwaar aantekenden bij de Belastingdienst omdat ze veel minder privé-kilometers hadden gereden met... Lees meer >

Bijna 2000 ondernemers die vorig jaar bezwaar aantekenden bij de Belastingdienst omdat ze veel minder privé-kilometers hadden gereden met hun bedrijfsauto, zijn afgewezen. De gegevens die ze hebben aangeleverd, vindt de Belastingdienst niet overtuigend.

De ondernemers kregen de kans om bezwaar te maken na een lange juridische strijd. De Hoge Raad oordeelde vorig jaar dat ze beroep mochten aantekenen, mits ze goed konden onderbouwen hoeveel kilometers ze privé hadden gereden.

Sinds 2011 wordt het btw-bedrag dat over het privégebruik van een zakenauto moet worden betaald anders berekend. Wie geen kilometerregistratie bijhield, kon kiezen voor een vast percentage. De Belastingdienst ging daarbij uit van 2,7 procent van de cataloguswaarde van de auto, maar veel ondernemers vonden dat bedrag te hoog.

‘Individueel gewogen’

Door de jaren heen zijn er twee miljoen bezwaren van ondernemers binnengekomen bij de fiscus. Van deze groep heeft dus maar een fractie, 1874 om precies te zijn, uiteindelijk alsnog bezwaar ingediend, vaak om bedragen terug te krijgen van een paar honderd tot duizend euro per jaar.

“Allemaal zijn ze individueel afgewogen en afgewezen”, laat een woordvoerder van het ministerie van Financiën weten. Deze ondernemers konden niet aantonen dat het btw-bedrag op basis van het aantal werkelijk gereden privékilometers lager zou uitvallen dan bij het percentage waarmee de Belastingdienst rekent.

Hartje zomer

Dat er relatief weinig ondernemers een bezwaarschrift indienden, heeft er mogelijk mee te maken dat ze daar maar zeven weken de tijd voor hadden. En het was in hartje zomer, zegt Tom Kleinpenning van advieskantoor Flynth. “Daardoor zijn veel ondernemers er niet aan toegekomen. Ook waren er weinig accountantskantoren open om te helpen.”

Volgens Kleinpenning was het invullen van het bezwaarformulier veel werk. Velen zouden er om die reden van hebben afgezien. “Het kost veel tijd om alle administratie op te zoeken.”

Belastingdienst aast ook op je bitcoins

De Belastingdienst beschouwt bitcoins – en alle andere 1.600 cryptovaluta – als onderdeel van iemands vermogen. Die moet je... Lees meer >

De Belastingdienst beschouwt bitcoins – en alle andere 1.600 cryptovaluta – als onderdeel van iemands vermogen. Die moet je dus opgeven bij je aangifte. Daarin worden ze tegenwoordig ook expliciet genoemd onder het kopje ‘overige bezittingen’.

Maar belasting betalen, dat hoeft alleen als je vermogen boven de 25.000 euro uitkomt (bij stellen boven de 50.000 euro). Wie vergat zijn cryp- tovaluta op te geven, kan dit nog twee jaar met terugwerkende kracht doen zonder een boete te krijgen.

De Belastingdienst wil de koerswaarde van je crypto’s op 1 januari 2017 rond middernacht weten. Had jij toen het vuurwerk afging nog geen bitcoins of andere bezittingen (aandelen, obligaties, et cetera) boven de heffingsvrije drempel, dan hoef je er dus geen belasting over te betalen.

Maar stel, je beleggingen zijn 85.000 euro waard, inclusief 10.000 euro aan bitcoins. Dan moet je belasting betalen over de 60.000 euro (of 35.000 euro bij stellen) die overblijft na aftrek van het heffingsvrije bedrag. In Belastingdienst-jargon heet dit ‘de grondslag sparen en beleggen’.

Hoeveel belasting moet iemand betalen over die 60.000 euro? Vanaf dit jaar gelden nieuwe regels. Hoe hoger je vermogen, des te zwaarder de fiscus je aanslaat. Voor kleine (crypto)beleggers, met een grondslag onder de 75.000 euro, is dat gunstig. Dan gaat de Belastingdienst namelijk uit van een fictief rendement van 2,87 procent. Over 60.000 euro is dat 1.722 euro. Daarover moet je 30 procent belasting betalen: 516,60 euro.

Ter vergelijking: vorig jaar moest dezelfde belegger nog 726,76 euro afrekenen. Toen ging de fiscus namelijk nog uit van een fictief rendement van 4 procent voor iedere belegger, onafhankelijk van de omvang van zijn vermogen. Het belastingtarief bleef wel hetzelfde: 30 procent over je rendement. De heffingsvrije drempel werd dit jaar ietsje verhoogd, van 24.437 naar 25.000 euro (en bij stellen dus 50.000).

Net als bij de inkomstenbelasting zijn er nu drie belastingschijven voor vermogen, inclusief crypto’s. Voor de eerste schijf (tot 75.000 euro) gaat de fiscus zoals gezegd uit van een fictief rendement van 2,87 procent. Ligt die grondslag tussen de 75.000 en 975.000 euro, dan is dat 4,60 procent. En daarboven zelfs 5,39 procent.

Concreet betekent dit dat mensen met een grondslag onder de 216.100 euro gunstiger af zijn dan voorheen, zo blijkt uit de Belastinggids van de Consumentenbond. Dit omdat de eerste 75.000 euro in de eerste schijf wordt belast. Daar geldt een lager tarief dan vroeger (die 2,87 in plaats van 4 procent). Het kantelpunt ligt bij een grondslag van 216.100 euro.

Géén aangifte doen van je cryp- tovermogen lijkt misschien een aantrekkelijk idee. Sommige beleggers doen dat, verwijzend naar de beperkte capaciteit en opsporingsmogelijkheden voor cryptobeleggingen van de Belastingdienst en de FIOD. Maar dat is geen slim plan, vinden Roger van de Berg en Boris de Best, beiden fiscalist bij Baker McKenzie. „De Amerikaanse belastingdienst vraagt bij cryptohandelsplatformen al de namen van ‘rekeninghouders’ of deelnemers op. Wij verwachten dat het niet lang meer zal duren voor onze Belastingdienst dat ook gaat doen.”

Belastingdienst kan plannen niet uitvoeren door aanhoudende ict-malaise

Nog altijd zijn de ict-problemen bij de Belastingdienst niet opgelost. Vanwege deze problemen worden plannen om terugbetalingsregelingen voor bijvoorbeeld... Lees meer >

Nog altijd zijn de ict-problemen bij de Belastingdienst niet opgelost. Vanwege deze problemen worden plannen om terugbetalingsregelingen voor bijvoorbeeld zorg- of huurtoeslag te vereenvoudigen, verder uitgesteld. Dat blijkt uit de halfjaarrapportage over de Belastingdienst die vandaag naar de Tweede Kamer is gestuurd.

Als je nu geld moet terugbetalen aan de Belastingdienst voor bijvoorbeeld te veel ontvangen huur- of zorgtoeslag zijn er voor elke toeslag nog aparte terugbetalingsregelingen en voorwaarden. Omdat mensen door de bomen het bos niet meer zien, besloot de Belastingdienst die regelingen te stroomlijnen.

In eerste instantie zou dit allemaal voor 2019 geregeld zijn, maar het gaat uiteindelijk nog zeker tot 2021 duren voor de vereenvoudiging is doorgevoerd. De Belastingdienst moet namelijk alle zeilen bijzetten om het ict-systeem te vernieuwen. Ook de geplande extra heffing op dieselauto’s is om die reden een jaar uitgesteld.

De Belastingdienst kampt al tijden met ict-problemen. Zo werd vorig jaar augustus bekend dat hierdoor het innen van belasting in gevaar kan komen. Afgelopen december werd al duidelijk dat door de ict-perikelen problemen en enorme vertragingen zijn ontstaan bij het innen van de schenk- en erfbelasting.

ga naar actueelarchief >