Per 1 juli 2019 wordt het wettelijk minimumloon verhoogd met 1,23 procent

Per 1 juli 2019 wordt het wettelijk minimumloon verhoogd met 1,23 procent... Lees meer >

Daarnaast is het wettelijk minimumloon vanaf 1 juli a.s. van toepassing voor werknemers van 21 jaar en ouder (wasvoor 22 jaar en ouder). Bovendien zijn de afgeleide percentages voor het minimum jeugdloon voor 18 t/m 20 jarigen verhoogd.

Een overzicht van alle bedragen per leeftijd en tijdvak vindt u op onze website
Het bruto minimumloon en de minimumjeugdlonen bij een volledig dienstverband per 1 juli 2019

Het bruto minimumloon en de minimumjeugdlonen bij een volledig dienstverband per 1 juli 2019:

Leeftijd % van het
minimumloon
per maand per week per dag
21 jaar en ouder 100 % 1.635,60 377,45 75,49
20 jaar 80 % 1.308,50 301,95 60,39
19 jaar 60 % 981,35 226,45 45,29
18 jaar 50 % 817,80 188,75 37,75
17 jaar 39,5 % 646,05 149,10 29,82
16 jaar 34,5 % 564,30 130,20 26,04
15 jaar 30 % 490,70 113,25 22,65

Het bruto minimumloon per 1 juli 2019, per gewerkt uur bij een 36-, 38- en 40-urige werkweek:

Leeftijd

 

36 uur per week

minimumloon per uur:

38 uur per week

minimumloon per uur:

40 uur per week

minimumloon per uur:

21 jaar en ouder 10,49 9,94 9,44
20 jaar 8,39 7,95 7,55
19 jaar 6,30 5,96 5,67
18 jaar 5,25 4,97 4,72
17 jaar 4,15 3,93 3,73
16 jaar 3,62 3,43 3,26
15 jaar 3,15 2,99 2,84

Voor werknemers die werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst op basis van de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) in de leeftijd van 18 t/m 20 jaar gelden per 1 juli 2019 de volgende afwijkende bedragen. 

Leeftijd % van het
minimumloon
per maand per week per dag
20 jaar 61,5 % 1.005,90 232,15 46,43
19 jaar 52,5 % 858,70 198,15 39,63
18 jaar 45,5 % 744,20 171,75 34,35

Leeftijd

 

36 uur per week

minimumloon per uur:

38 uur per week

minimumloon per uur:

40 uur per week

minimumloon per uur:

20 jaar 6,45 6,11 5,81
19 jaar 5,51 5,22 4,96
18 jaar 4,78 4,52 4,30

Gevolgen van Brexit voor de rechten van Britten in Nederland

De Europese Unie (EU) en het Verenigd Koninkijk (VK) hebben een voorlopig akkoord over de rechten van Britse burgers... Lees meer >

De Europese Unie (EU) en het Verenigd Koninkijk (VK) hebben een voorlopig akkoord over de rechten van Britse burgers in de EU. Dus ook voor Britten in Nederland. Hun rechten blijven na de Brexit grotendeels zoals ze nu zijn.

De Europese Commissie heeft vragen en antwoorden over de Brexit gepubliceerd over de rechten van Britse burgers in de EU na de Brexit. Deze afspraken zijn verwerkt in het akkoord dat de EU en het VK willen sluiten. De Britse regering en de 27 EU-landen hebben ingestemd met dit akkoord. Nu moeten het Europees Parlement en het Britse parlement het akkoord nog goedkeuren. Daarna zijn de afspraken pas geldig.

Als er geen akkoord wordt gesloten (no-deal)

Als de EU en het VK toch niet tot een akkoord komen, stelt de Nederlandse regering een overgangsperiode in van 15 maanden. De Britten die voor de Brexit rechtmatig in Nederland verblijven houden dan hun rechten op verblijf, studie en werk in Nederland. Dit geldt ook voor familieleden van Britse burgers die zelf geen EU-nationaliteit hebben.

De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) nodigt Britse burgers en hun familieleden uit om een aanvraag voor een definitieve verblijfsvergunning in te dienen. Dit doet de IND verspreid over de overgangsperiode. Voor afgifte van deze verblijfsvergunning gelden dezelfde verblijfsvoorwaarden als voor EU-burgers. Daarmee kunnen alle Britten die rechtmatig verblijven in Nederland hier blijven wonen, studeren en werken.

Huidige mogelijkheden voor regelen verblijf

Kijk op de site van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) wat de voorlopige overeenkomst voor u als Brits burger in Nederland na de Brexit betekent. En welke mogelijkheden u nu hebt om uw verblijf te regelen.

Nederland breidt zwarte lijst tegen belastingontwijking uit

Nederland breidt zwarte lijst tegen belastingontwijking uit Er komen meer landen op de zwarte lijst die belastingontwijking moet tegengaan.... Lees meer >

Nederland breidt zwarte lijst tegen belastingontwijking uit
Er komen meer landen op de zwarte lijst die belastingontwijking moet tegengaan. Het ministerie van Financiën heeft vandaag bekendgemaakt dat Nederland die lijst met zestien landen uitbreidt. Onder meer bekende belastingparadijzen als Guernsey, Jersey en Belize zijn nu toegevoegd, evenals Saudi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten. Bij elkaar gaat het nu om 21 landen. Daarmee gaat Nederland verder dan de Europese Unie, die nu nog maar vijf landen op de lijst heeft staan.

Ontwijking via Nederland
Met de maatregel wil het ministerie belastingontwijking harder kunnen aanpakken. Op dit moment stroomt veel geld via ons land naar landen met lage belastingtarieven, die daarom bestempeld worden als belastingparadijzen. De regering wil daar een stokje voor steken. Om onderscheid te kunnen maken tussen gewenste en ongewenste internationale constructies helpt het om een lijst op te stellen van notoire belastingontwijklanden.

Wat gaat er veranderen
Deze lijst kan de overheid gebruiken voor drie verschillende maatregelen. Zo gaat er op 1 januari een regel in die moet voorkomen dat bedrijven belasting ontwijken door delen van hun vermogen te verschuiven naar landen waar de belasting laag is: de landen op de lijst.

Ook moeten bedrijven in de genoemde landen vanaf 2021 ruim 20 procent belasting gaan betalen over de rente en royalty’s die ze uit Nederland ontvangen. Het doorschuiven van rente en royalty’s vanuit ons land naar het buitenland is namelijk een andere beproefde methode om belasting te ontlopen.

Tot slot kunnen bedrijven in landen op de lijst geen speciale afspraken meer maken met de Nederlandse Belastingdienst, de zogeheten rulings. Dat zijn overeenkomsten waarin Nederland bedrijven die internationaal opereren vooraf duidelijkheid kan geven over hoeveel belasting ze uiteindelijk zullen moeten betalen over internationale transacties die via Nederland lopen.

Ministerie tevreden
Staatssecretaris Snel van Financiën is tevreden over de stap. “Door als Nederland zelf een eigen en strenge zwarte lijst op te stellen, laten we opnieuw zien dat het ons menens is met onze strijd tegen belastingontwijking.”

Met deze maatregelen hoopt het kabinet 22 miljard euro aan belastingontwijking aan te pakken. Volgens een berekening van SEO Economisch Onderzoek, stroomde er in 2016 zo’n 22 miljard euro via Nederland weg naar landen met een laag belastingtarief.

Fiscale overgangsregeling voor Nederlanders bij No-Deal-Brexit

Als Groot-Brittannië eind maart zonder deal de Europese Unie verlaat, komt er voor Nederlandse burgers en bedrijven die hierdoor... Lees meer >

Als Groot-Brittannië eind maart zonder deal de Europese Unie verlaat, komt er voor Nederlandse burgers en bedrijven die hierdoor belastingtechnisch worden getroffen een overgangsregeling. Staatssecretaris Snel wil mensen zo de gelegenheid geven zich op de nieuwe situatie voor te bereiden.

In een Kamerbrief benadrukt hij dat fiscale gevolgen door een no-deal-brexit niet voorkomen kunnen worden. “En het kabinet wil dit ook niet”, schrijft Snel. “Aan de andere kant is het voor burgers als gevolg van de onduidelijkheid waarschijnlijk moeilijk om zich een voorstelling te maken van wat er op hen afkomt in een no-deal-scenario.”

Volgens Snel verliezen bijvoorbeeld Nederlanders die in Groot-Brittannië wonen en in Nederland belasting betalen bij een no-deal-brexit het recht op de hypotheekrenteaftrek.

Goed begin
In de regeling, die nu wordt voorbereid, zal worden gedaan alsof Groot-Brittannië de Europese Unie nog niet heeft verlaten. In eerste instantie geldt de regeling alleen dit jaar.

Werkgeversorganisatie VNO-NCW reageert tevreden op het plan van Snel. “Het overgangsrecht is een goede manier om eventuele acute problemen voor burgers en bedrijven voor te zijn”, zegt een woordvoerder. “Of de periode lang genoeg is, moet de praktijk uitwijzen. Maar het is in elk geval een goed begin.”

Een nieuw BTW nummer voor de eenmanszaak

Er is al veel te doen geweest over het feit dat het burgerservicenummer (BSN) van degene die de eenmanszaak... Lees meer >

Er is al veel te doen geweest over het feit dat het burgerservicenummer (BSN) van degene die de eenmanszaak drijft gebruikt wordt bij de BTW-facturering.

Probleem van het hanteren van het BSN is dat dit een vertrouwelijk nummer is waar iedere burger zorgvuldig mee moet omgaan. Het is namelijk een van de elementen nodig bij de communicatie tussen overheid en burger.

Privacy ligt gevoelig
Dit punt lig gevoelig bij de privacy wetgeving. De toezichthouder hierop, de autoriteit persoonsgegevens heeft nu kenbaar gemaakt dat voor 1 januari aanstaande (2020!) de Belastingdienst met een alternatief BTW nummer moet komen voor het doen van BTW aangifte.

Nieuw btw nummer op komst
Daarop is nu een reactie van de Staatssecretaris gekomen. Eind 2019 zullen de ondernemers die het betreft een nieuw BTW-nummer ontvangen. Dat houdt dus in dat de administratie, briefpapier, website en dergelijke aangepast moeten worden met dit nieuw te ontvangen nummer. Dit nieuwe nummer zal intern bij de Belastingdienst wel gekoppeld blijven aan het BSN nummer van betreffende ondernemer. Intern zou daardoor bij de belastingdienst na deze koppeling e.e.a. eenvoudig door moeten kunnen blijven lopen.

Iets dus om rekening mee te houden als u briefpapier moet van bestellen, uw website wilt gaan aanpassen, nieuwe administratiesoftware gaat kopen (kan die dit nieuwe nummer hanteren) etc…

Hoogste prijsstijging in 5 jaar

Door belastingverhogingen zijn de prijzen van eten, drinken, gas en elektriciteit in januari verder opgelopen. De prijzen van goederen... Lees meer >

Door belastingverhogingen zijn de prijzen van eten, drinken, gas en elektriciteit in januari verder opgelopen. De prijzen van goederen en diensten stegen gemiddeld met 2,2 procent vergeleken met een jaar eerder. Dat is het hoogste inflatiecijfer in ruim vijf jaar, meldt het CBS.

Een maand eerder was de inflatie nog 2 procent. In januari gingen er allerlei belastingverhogingen in. Het lage btw-tarief ging van 6 naar 9 procent, en ook de belasting op gas en elektra ging omhoog.

Veel supermarkten hebben begin januari hun prijzen aangepast op het nieuwe btw-tarief. Voedingsmiddelen stegen in januari gemiddeld 3,3 procent in prijs, een maand eerder was dat nog 1,2 procent. Thuiszorg werd daarentegen goedkoper, onder meer doordat de eigen bijdrage is verlaagd.

Rente
De Europese Centrale Bank heeft als doel om de inflatie in de eurozone rond de 2 procent te krijgen. Ondanks allerlei steunmaatregelen is dat nog niet gelukt. In januari kwam de inflatie voor de eurozone uit op 1,4 procent en dat is een daling ten opzichte van december.

Vrije ruimte WKR naar 1,7% in 2020

Op dit moment mogen werkgevers tot 1,2 procent van het totale fiscale loon ... Lees meer >

Op dit moment mogen werkgevers tot 1,2 procent van het totale fiscale loon (de loonsom van alle werknemers samen) onbelast vergoeden of verstrekken: de vrije ruimte. Vooral mkb-ondernemingen met lage lonen en/of veel parttimers vinden de huidige beperking van de vrije ruimte een knelpunt.

Er komt een tweeschijvenstelsel in de berekening van de vrije ruimte. De vrije ruimte wordt berekend als 1,7 procent van de loonsom tot 400.000 euro plus 1,2 procent van de resterende loonsom. Vooral midden-en kleinbedrijven (mkb) hebben hier voordeel van.

Dit betekent bij een loonsom van 400.000 euro dat werkgevers in de nieuwe situatie 6.800 euro onbelast beschikbaar kunnen stellen in plaats van 4.800 euro nu. Voor het bedrag boven 400.000 euro blijft het percentage van 1,2 procent gelden.

Vrijstelling VOG
Naast de verhoging van de vrije ruimte wordt ook de vergoeding die de werkgever aan de werknemer geeft voor het aanvragen van een verklaring omtrent gedrag (VOG) toegevoegd aan de lijst van vrijstellingen.

Deponeer uw jaarrekening op tijd

Deponeer je jaarrekening uiterlijk 8 dagen na vaststelling bij KVK. Wanneer deze niet op tijd is vastgesteld, deponeer je... Lees meer >

Wat is de uiterste termijn?
Deponeer je jaarrekening uiterlijk 8 dagen na vaststelling bij KVK. Wanneer deze niet op tijd is vastgesteld, deponeer je de voorlopige jaarrekening.
De uiterste termijn voor vaststelling verschilt per rechtspersoon, maar de jaarrekening moet in ieder geval binnen 12 maanden na afloop van het boekjaar gedeponeerd zijn. Op deze pagina vind je de belangrijkste punten op een rij.


Deponeertermijnen
De specifieke termijnen voor deponeren zijn afhankelijk van de soort rechtspersoon. Voor de bv – als de meest voorkomende rechtspersoon – gelden de volgende regels:
• Binnen 5 maanden na afloop van het boekjaar maakt het bestuur de jaarrekening op en legt deze voor aan de aandeelhouders.
• De aandeelhouders verlenen het bestuur maximaal 5 maanden uitstel in geval van bijzondere omstandigheden.
• De aandeelhouders hebben vervolgens 2 maanden de tijd voor het vaststellen van de jaarrekening.
• Is het boekjaar gelijk aan het kalenderjaar, dan is de uiterste deponeerdatum dus 31 juli (5 + 2 maanden). Bij maximaal uitstel is dit 31 december (5 + 5 + 2 maanden).

Uitzondering
Als alle aandeelhouders ook bestuurder of commissaris zijn, leidt ondertekening van de jaarrekening meteen tot vaststelling. In dit geval vervallen de 2 maanden tijd voor vaststelling. Voor een bv betekent dit dat je deponeert binnen 10 maanden en 8 dagen na afloop van het boekjaar. Is het boekjaar gelijk aan het kalenderjaar, dan is de uiterste deponeerdatum dus 8 november (10 maanden + 8 dagen).

Niet tijdig vastgesteld
Hebben de aandeelhouders de jaarrekening niet op tijd vastgesteld? Dan deponeer je de voorlopige jaarrekening. Voor een bv deponeer je deze binnen 7 maanden na einde van het boekjaar. Heb je een maximale uitstel van 5 maanden, dan deponeer je de voorlopige jaarrekening dus binnen 12 maanden (7 + 5 maanden) na het einde van het boekjaar.
Deponeer op tijd
Het niet (op tijd) deponeren is strafbaar als economisch delict. Het Bureau Economische Handhaving van de Belastingdienst kan een proces-verbaal opmaken op basis waarvan het Openbaar Ministerie een geldboete kan opleggen of de zaak aanhangig kan maken bij de rechter.
Bovendien kun je persoonlijk aansprakelijk gesteld worden als je niet (op tijd) deponeert en je onderneming gaat failliet. Zorg er dus voor dat je binnen de termijn deponeert. De deponeringsplicht geldt tot de datum van opheffing.
Het is wettelijk niet mogelijk om uitstel te verkrijgen voor het deponeren van de jaarrekening.

Advies nodig?
Twijfel je over de regels die voor je bedrijf of rechtspersoon van toepassing zijn? Neem dan contact op met een vakinhoudelijk specialist zoals een accountant, administrateur of belastingconsulent. Deze kan je meer vertellen over de specifieke termijnen en voorwaarden in je situatie.
Zie ook
wel of niet deponeren?

meer info

WAB: werkgever moet oproepkracht vaste arbeidsomvang geven

Als de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) per 1 januari 2020 ingaat, moeten werkgevers binnen een maand een aanbod... Lees meer >

Als de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) per 1 januari 2020 ingaat, moeten werkgevers binnen een maand een aanbod doen voor een vaste arbeidsomvang aan een oproepkracht die langer dan 12 maanden een oproepcontract heeft. Werkgevers moeten daar in 2019 dus al over nadenken. 

Het voorstel voor de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) – die onlangs naar de Tweede Kamer is gestuurd – bevat een aantal belangrijke wijzigingen voor oproepkrachten:

Een werkgever moet een oproepkracht straks uiterlijk vier dagen van tevoren schriftelijk of elektronisch laten weten wanneer hij moet werken. Trekt de werkgever de oproep binnen vier dagen voor aanvang van de werkzaamheden in of wijzigt hij de tijdstippen voor de oproep, dan heeft de werknemer toch recht op loonbetaling over de periode waarvoor hij in eerste instantie was opgeroepen. In de cao kan een kortere termijn dan vier dagen worden afgesproken, maar de termijn mag nooit korter dan 24 uur zijn. Het recht op loon bij een afzegging van de oproep kan niet worden uitgesloten in de cao.

Een werkgever moet straks jaarlijks in de 13e maand een aanbod doen aan een oproepkracht voor een vaste arbeidsomvang (vast aantal uren). Deze arbeidsomvang moet de werkgever baseren op de gemiddelde arbeidsomvang in de voorgaande 12 maanden. Doet hij dit aanbod niet, dan heeft de oproepkracht alsnog recht op loon over die gemiddelde arbeidsomvang.

Een werknemer met een nulurencontract mag straks een opzegtermijn van vier dagen aanhouden (tenzij in de cao een kortere termijn is afgesproken).

Als de Tweede en Eerste Kamer instemmen met de WAB, treedt de wet per 1 januari 2020 in werking. Er geldt een overgangsbepaling voor werknemers die op dat moment al langer dan 12 maanden op basis van een oproepcontract werken. Zij moeten binnen een maand na de inwerkingtreding van de WAB (tools) een aanbod krijgen voor een vaste arbeidsomvang.

Werkgever moet in 2019 al nadenken over inzet oproepkrachten Dit betekent dat werkgevers zich in 2019 al bewust moeten zijn van hoe vaak zij een oproepkracht willen inzetten en of zij dat in 2020 zo willen voortzetten. Overigens is een werkgever straks niet verplicht om een oproepkracht ook een contractverlenging of een vast contract te geven. Het gaat alleen om het aanbieden van een vaste arbeidsomvang. Een werkgever kan er dus ook voor kiezen om het contract met een tijdelijke oproepkracht te beëindigen.

Veranderingen in voorlopige aanslag vennootschapsbelasting

Vanaf 1 januari 2019 is het aanslagbiljet voor de voorlopige aanslag vennootschapsbelasting gewijzigd... Lees meer >

Vanaf 1 januari 2019 is het aanslagbiljet voor de voorlopige aanslag vennootschapsbelasting gewijzigd.
De rubrieken ‘Aftrek elders belast’, ‘Verrekende deelnemingsverrekening’ en ‘Verrekende belasting buitenlandse ondernemingswinst’ vervallen. In plaats daarvan komt 1 nieuwe rubriek: ‘Totaal belastingverminderingen’.
De wijziging betreft alleen voorlopige aanslagen over het boekjaar 2019 en later.

ga naar nieuwsarchief >