Voor u door het vuur

9 tot 5 mentaliteit? Niet bij PNR. Wij gaan voor u door het vuur en bieden u dienstverlening op maat.

Belastingadviseurs: heffing op hoge bv-schulden herzien

Het kabinet moet terug naar de tekentafel met de aangekondigde heffing op hoge schulden van directeuren-grootaandeelhouders (dga’s) bij hun eigen bv. Dat vindt de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs. De organisatie vindt dat de maatregel de belastingwetgeving alleen maar ingewikkelder maakt.

Op Prinsjesdag kondigde het kabinet aan dat er een extra heffing komt op ‘excessieve’ leningen van dga’s bij hun eigen bv. Schulden boven de € 500.000 worden vanaf 2022 aangemerkt als inkomen uit aanmerkelijk belang en belast in box 2 van de inkomstenbelasting. Nu het schrappen van de dividendbelasting niet doorgaat, heeft het kabinet de extra heffing wel enigszins verzacht. Er komt namelijk een uitzondering voor leningen die zijn gebruikt om een woning te kopen. De drempel van € 500.000 gaat dus gelden voor de overige schulden.

Dga kan geld niet zomaar vrijmaken

Op de extra heffing is al sinds de aankondiging volop kritiek, mede omdat die in veel ogen nogal uit de lucht komt vallen. Ook kunnen veel dga’s het geld niet zomaar vrijmaken, omdat het geïnvesteerd is. Verder vragen critici zich af of de Belastingdienst niet al voldoende middelen heeft om excessieve bv-schulden aan te pakken.
Naast ondernemersorganisaties morren ook de belastingadviseurs. Zo wijst het Register Belastingadviseurs (RB) erop dat er geen onderscheid wordt gemaakt in soorten schulden. Als een dga geld leent voor de investering in waardevolle goederen, zoals onroerend goed of beleggingen, is dat een schuld die later terugbetaald moet worden. In zo’n geval is de schuld dus géén inkomen, aldus het RB, en moet dit dus ook niet zo belast worden.

‘Maatregel werkt ontwijkingsgedrag in de hand’

Ondanks de kritiek heeft de ‘heroverweging’ van het belastingpakket er in elk geval niet toe geleid dat de bv-heffing in de prullenbak is verdwenen. De Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB) vindt de maatregel ook na de aanpassingen niet in de haak. De beroepsvereniging roept het kabinet daarom nogmaals op om de heffing te heroverwegen.
De harde grens van € 500.000 en de ‘grote mate van overkill’ van de maatregel werken ontwijkingsgedrag in de hand, voorspelt de NOB. Het kabinet komt waarschijnlijk met maatregelen om een stokje te steken voor zulk ontwijkingsgedrag. Die maken de belastingwetgeving er alweer niet eenvoudiger op, zo benadrukt de NOB. Ook zou de organisatie graag zien dat er een heffing komt die rekening houdt met de actuele financiële situatie van een dga, in plaats van deze ‘one size fits all’-heffing.

Besluit uitfasering pensioen in eigen beheer directeur-grootaandeelhouders: verlenging termijn insturen informatieformulier

Bij afkoop of omzetting van pensioenrechten hebben directeur-grootaandeelhouders voortaan een jaar de tijd om het informatieformulier in te sturen. Dit staat in het besluit dat op 31 oktober 2018 is gepubliceerd in de Staatscourant. Het besluit maakt het ook mogelijk om (ex-)partners het informatieformulier alsnog te laten ondertekenen. De belastingdienst verlengt de termijn voor het insturen van het ‘informatieformulier Afkoop of omzetting van pensioen in eigen beheer’ tot een jaar. Directeur-grootaandeelhouders die vóór 13 december 2017 hun pensioenvoorziening in eigen beheer hebben afgekocht of omgezet, kunnen het informatieformulier ook nog insturen. Het moet dan uiterlijk op 12 december 2018 binnen zijn. Ondertekening door (ex-)partner Als het informatieformulier ten onrechte niet door de (ex-)partner is ondertekend, dan ontvangt u een verzoek van ons. In dit verzoek stelt de inspecteur de (ex-)partner alsnog in de gelegenheid dit formulier te ondertekenen. De inspecteur stelt hiervoor een termijn van tenminste 6 weken. Einde aan onzekerheid Tot en met 2019 geldt een regeling waarbij directeur-grootaandeelhouders de mogelijkheid hebben om hun pensioenvoorziening in eigen beheer met een fiscale korting af te kopen. Veel informatieformulieren kwamen te laat of zonder handtekening van de (ex-)partner binnen. Het besluit maakt een einde aan de onzekerheid bij directeur-grootaandeelhouders of ze dan nog wel recht hebben op deze regeling. Is het informatieformulier – juist en volledig ingevuld – binnen de verlengde termijn aangeleverd, dan komt de afkoop of omzetting van het pensioen in eigen beheer (toch) in aanmerking voor de fiscale korting. Voorwaarde is wel dat de aangifte loonheffingen op tijd en volledig is ingediend en dat de loonheffingen op het afkoopbedrag zijn betaald.

EDO BODHA

“Duidelijk aanwezig bij de klant.”

FRANS JANSEN

“Uw BTW-aangifte niet op tijd is verleden tijd.”

GEETHA GADJRADJ

“Hoe moeilijker, hoe beter.”

JOOP HOFMAN

“Rust in de cijfers: uw jaarrekening in goede handen.”

Maximale transitievergoeding bedraagt volgend jaar € 81.000

Het maximale bedrag dat een werknemer in 2019 als transitievergoeding kan ontvangen, is € 81.000. Alleen grootverdieners kunnen recht hebben op een transitievergoeding die hoger is.

Per 1 januari 2019 bedraagt de maximale transitievergoeding € 81.000, zo heeft minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) bekendgemaakt in de Staatscourant. Daarmee stijgt de maximale transitievergoeding met € 2.000 ten opzichte van dit jaar, want in 2018 is het maximum € 79.000. Een werknemer kan alleen een hogere transitievergoeding dan dit maximum ontvangen als zijn jaarsalaris meer bedraagt dan het maximum. In dat geval is zijn loon over 12 maanden het maximum. Of een werknemer de maximale transitievergoeding krijgt, hangt af van het aantal jaren dat hij daarvoor in dienst moet zijn geweest (tool) en de hoogte van het maandsalaris.

Stijging transitievergoeding vanwege ontwikkeling contractlonen

Elk jaar past de minister van SZW de hoogte van de maximale transitievergoeding aan op de ontwikkeling van de contractlonen (de lonen die de werkgevers(organisaties) en werknemersorganisaties overeenkomen). De ontwikkeling van deze contractlonen wordt in de Macro-Economische Verkenningen geraamd op 2,9%. Verhoging van het bedrag van € 79.000 met 2,9% resulteert in € 81.291 en dat bedrag wordt afgerond op het naaste veelvoud van € 1.000: in dit geval € 81.000. Dit nieuwe maximum is van toepassing voor alle situaties waarin de arbeidsovereenkomst op of na 1 januari 2019 eindigt.

Recht op transitievergoeding straks vanaf indiensttreding

Een werknemer heeft recht op de transitievergoeding als hij minimaal 24 maanden in dienst is en zijn contract niet wordt verlengd door de werkgever, wordt opgezegd door de werkgever of op verzoek van de werkgever wordt ontbonden. Daarnaast heeft de werknemer recht op de transitievergoeding als hij zelf de samenwerking beëindigt omdat de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld of nagelaten. De minimale termijn van 24 maanden gaat mogelijk wel veranderen: het kabinet wil het recht op de transitievergoeding direct na indiensttreding laten ontstaan.

MIKE STROP

“Voor elke vraag de juiste oplossing.”

RAWI GADJRADJ

RAWI GADJRADJ

RAWI GADJRADJ

“Mensen en bedrijven vooruit helpen.”

SANJAY GADJRADJ

“Ook intern bij PNR alles op orde.”

SISSY PETERS NOOIJ

“Orde op zaken voor iedere klant.”