Zo spaart u voordelig voor uw kleinkind

Een mooi cadeau: open een eigen spaarrekening voor uw kleinkind. Maar wat levert het op? En hoe zit het met de kleine lettertjes? U leest het hier.

Bijna alle banken bieden speciale (klein)kinder­spaarrekeningen aan. Overweegt u zo’n rekening te openen? Vraag dan om te beginnen ­toestemming aan de ouders van het kind. 

Toeslagen
Het spaargeld van uw kleinkind wordt namelijk, totdat hij of zij 18 is, door de fiscus opgeteld bij het vermogen van de ouders. Dit kan gevolgen hebben voor de vermogensbelasting die de ouders moeten betalen (Box 3). Als de ouders meer dan €21.139 per ­persoon aan spaargeld of ander vermogen bezitten, moeten zij over het meerdere jaarlijks 1,2 procent vermogens­belasting ­betalen. De kinderspaarrekening kan daarnaast ook eventuele toeslagen of uitkeringen van de ouders in gevaar brengen. Sommige uitkeringen (zoals de bijstand) en toeslagen zijn namelijk afhankelijk van het vermogen. De ouders krijgen mogelijk minder of helemaal niets als de spaarrekening van hun kinderen goed gevuld is.

Overigens: de kinderen tellen voor het Depositogarantiestelsel wél als aparte rekeninghouders. Mocht de bank failliet gaan, dan is het tegoed van het kind dus afzonderlijk gegarandeerd tot €100.000.

Vrijstelling belasting
Hebt u groen licht, dan moeten er een paar knopen worden doorgehakt. Ten eerste: hoeveel wilt u aan uw kleinkind geven? In 2013 is de vrijstelling voor schenkbelasting per kleinkind €2057. Schenken grootouders in een jaar méér dan dat bedrag, dan moet het kleinkind daar 18 procent schenkbelasting over betalen. Gaat het om een schenking van meer dan €118.254, dan bedraagt de schenkbelasting over het meerdere 36 procent.

Verder: welke spaarrekening kiest u? De rente op een kinderspaarrekening is vaak ietsje hoger dan de rente op een gewone spaarrekening, met de nadruk op ietsje: hooguit enkele tienden van procenten meer. Welke bank de hoogste rente biedt, ziet u in het overzicht op de volgende pagina. 

Slot erop tegen de ouders
Goed om te weten: bij de meeste kinderspaarrekeningen kunnen de ouders geld opnemen zónder toestemming van hun minderjarige kind. Stel dat de ouders in geldnood zitten, dan zouden zij in de verleiding kunnen komen om de spaarrekening van hun kind aan te spreken. Ook als de ouders zijn gescheiden en een van hen wil geld opnemen van de kinderspaarrekening zonder toestemming van de andere ouder, kan het misgaan. Om dit te voorkomen, kunt u bij de meeste banken een BEM-clausule aanvragen. De afkorting staat voor ‘Beheer Eigen vermogen Minderjarigen’. Het houdt in dat de rekening voor iedereen is geblokkeerd tot het kind 18 jaar wordt. Willen de ouders vóór die tijd toch geld opnemen van de rekening, dan moeten zij toestemming vragen aan de rechter. Als er een BEM-clausule is, hangt het van de gemeente af of de kinderspaarrekening meetelt voor de vermogenstoets die aangeeft of ouders bepaalde uitkeringen of toeslagen krijgen. Triodos Bank en ASN Bank sluiten sowieso uit dat iemand aan het geld komt voordat het kind 18 is, tenzij het geld aantoonbaar wordt gebruikt voor een studie of opleiding. 

Veilig alternatief: deposito
Vindt u de rente op kinderspaarrekeningen aan de magere kant? Dan kunt u ook denken aan een spaardeposito. Hierbij zet u het geld een bepaalde periode vast ­tegen een bepaalde rente. ­Voordeel is dat depositorente 
vaak hoger is dan spaarrente, ­zeker als u het geld voor langere tijd vastzet (minstens vijf jaar). Door een lange looptijd te kiezen, kunt u er tegelijkertijd voor zorgen dat uw kleinkind niet voor zijn 18de of 21ste verjaardag (of wanneer u maar wilt) aan het geld kan komen. In principe mag geld op een depositorekening namelijk niet voortijdig worden opgenomen, of hooguit tegen een flinke boete.

Er kleeft ook een nadeel aan een deposito: als de rente omhoog gaat, stijgt de rente op het deposito niet mee. De rentes op een 10-jaarsdeposito liggen bij het ter perse gaan van dit nummer tussen 2,4 procent en 3,5 procent. Dat is meer dan op bijna alle kinderspaarrekeningen. Maar over een paar jaar kunnen de verhoudingen best omgekeerd zijn en loopt u met een deposito een eventuele rentestijging mis. Veel economen denken dat de rente de komende jaren zal stijgen.

Risicovol alternatief: beleggen
Beleggen voor uw kleinkind kan met de huidige lage rente een interessant alternatief zijn. U loopt wel een zeker risico. In het allerslechtste geval verdampt de spaarpot voor uw nageslacht op de beurs. Aan de andere kant: vaak kunt u over een langere periode opbouwen, bijvoorbeeld 18 of 20 jaar. Bij gespreide en gevarieerde aankoop kunt u de risico’s spreiden. Beleggen vergt wel meer ­‘onderhoud’ dan gewoon sparen. 

Als-ie het geld straks maar niet verbrast
Het bedrag dat u voor uw kleinkind bij elkaar spaart, is ‘veilig’ tot het kind de 18-jarige leeftijd bereikt. Daarna kan hij of zij het geld opnemen en desgewenst verbrassen. Maar misschien had u een andere bestemming in gedachten, zoals het mogelijk maken van een studie of andere serieuze zaken. Om gedoe te voorkomen, bieden ABN Amro en Rabobank een kinderspaarrekening aan waarbij de schenkende grootouder bepaalt op welk moment het kind aan het geld mag komen. Bijvoorbeeld pas als het 21 jaar wordt. Of als een studie is afgerond. Vraag naar de ABN Amro Royaal Rekening of de Rabo GeneratieSparen Plus.