Langere proeftijd maakt vast contract tijdelijk contract?

Eén van de opvallende maatregelen uit de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) is de verruiming van de mogelijkheden voor een langere proeftijd. De Raad van State en vakbonden willen dat het kabinet deze wijziging schrapt.

Het kabinet heeft het plan om via de WAB de regels voor de proeftijd in een arbeidsovereenkomst op een paar punten aan te passen. Meest ingrijpend is de maatregel voor vaste contracten: geeft een werkgever op of na 1 januari 2020 een nieuwe werknemer direct een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, dan mag de proeftijd maximaal vijf maanden duren. Nu is dat nog twee maanden. Dit moet het voor werkgevers aantrekkelijker maken om (sneller) een vast contract aan te bieden.

Ook langere proeftijd voor lange tijdelijke contracten

Voor een tijdelijk contract van twee jaar of langer gaat de maximale duur van de proeftijd naar drie maanden, een maand langer dan het huidige maximum. Voor andere tijdelijke contracten blijft de wettelijke proeftijd onveranderd:

  • Projectovereenkomst: hoogstens een maand.
  • Contract van langer dan zes maanden maar korter dan twee jaar: hoogstens een maand.
  • Contract van zes maanden of korter: géén proeftijd.

Daarnaast wordt in de wet opgenomen dat de werkgever een proeftijd van maximaal twee maanden mag opnemen in een arbeidsovereenkomst die een eerdere arbeidsovereenkomst opvolgt, maar waarbij andere vaardigheden en verantwoordelijkheden horen. Als dit opvolgende contract voor onbepaalde tijd is, mag het dus geen langere proeftijd van vijf maanden bevatten.

Lange proeftijd misbruiken voor tijdelijke werkzaamheden

Tijdens de proeftijd kunnen zowel de werkgever als de werknemer zomaar de arbeidsovereenkomst beëindigen. Een proeftijd van vijf maanden brengt dan ook veel onzekerheid met zich mee. Het is één van de kritiekpunten van de vakbonden, maar ook van de Raad van State, die adviseert de nieuwe proeftijdregels te schrappen in de WAB. Er is niet verduidelijkt voor welk probleem de regels een oplossing bieden. Als werkgevers en werknemers een langere ‘testperiode’ willen, kunnen zij hiervoor een kort tijdelijk contract overeenkomen. De Raad van State waarschuwt dat de langere proeftijd naast onzekerheid ook kan zorgen voor een nieuwe variant van flexibele arbeid: een vast contract dat gebruikt wordt als (vrijwel rechteloos) tijdelijk contract.
Wel wordt in de WAB geregeld dat bij ontslag in de proeftijd van een vast contract het contract meetelt in de ketenbepaling en de werknemer dan recht heeft op een transitievergoeding.