Lening van onderneming blijkt dure misser dga

Een directeur-grootaandeelhouder (dga) en zijn onderneming kunnen onderling afspraken maken over leningen. Maar een ellenlange reeks rechtszaken toont aan dat een belastingaanslag altijd op de loer ligt. Onlangs nog werd een dga flink aangeslagen, omdat het gerechtshof een lening aanmerkte als winstuitkering.

Het ging in deze zaak om behoorlijke bedragen. Een dga van een nv kreeg een navorderingsaanslag aan de broek voor inkomen uit aanmerkelijk belang van dik € 12,2 miljoen. Volgens de inspecteur stond vast dat een miljoenenlening tussen de dga en de nv niet meer afgelost zou worden. Het vermogen was verschoven naar de dga en de inspecteur telde het daarom als inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2 van de inkomstenbelasting).

Verkoopopbrengst landgoed moest naar aflossing

De schuld in rekening-courant aan de nv was in eerdere jaren flink opgelopen. Die schuld werd in 2007 omgezet naar een lening. Daarbij leende de nv € 11 miljoen aan de dga. In de overeenkomst  werd vermeld dat de dga onder meer een landgoed in Frankrijk bezat, plus een ‘uitgebreide collectie moderne kunst’ ter waarde van pakweg € 1 miljoen. De lening kreeg een looptijd van vijf jaar. En een voorwaarde was ook dat als de dga haar Franse landgoed verkocht zou worden, de opbrengst naar de aflossing van de lening zou gaan.
In 2010 verkocht de dga het landgoed inderdaad, en de verkoopopbrengst van ruim € 4,4 miljoen maakte zij over naar de nv. Maar dat ging niet naar de aflossing van de lening, zo stelde het gerechtshof vast. In plaats daarvan leende de nv een nog iets hoger bedrag weer uit aan de dga, en die leende dat weer uit aan een andere nv. Er stond eind 2010 nog ruim € 1,2 miljoen open aan schuld in rekening-courant.

Onderneming eist geld niet op

Nu de verkoopopbrengst niet was gebruikt om af te lossen op de lening, had de dga de voorwaarden van die lening geschonden.. Dit betekende dat de nv het bedrag direct mocht opeisen. Maar dat gebeurde niet, stelde het hof. De nv deed geen enkele poging om het geld terug te krijgen, en leende zelfs nog een bedrag uit aan de dga. Daarmee was wel vast komen te staan dat de lening niet meer afgelost zou worden. En in het verlengde daarvan lag het ook niet voor de hand dat de schuld in rekening-courant nog terugbetaald zou worden.
Volgens het hof was voldoende aangetoond dat in 2010 een som van € 12,2 miljoen (€ 11 miljoen aan lening plus € 1,2 miljoen in rekening-courant) het vermogen van de nv ‘definitief had verlaten’. De inspecteur had dit vermogen daarom terecht meegenomen voor de navordering.
Gerechtshof Amsterdam, 4 oktober 2018, ECLI (verkort): 3711