Oudedagsverplichting (ODV) en testament

Vorig jaar is bij menig directeur grootaandeelhouder (DAG) de beslissing genomen over hoe verder te gaan met het pensioen in eigen beheer. Zoals uit de kranten blijkt hebben meer van hen dan werd verwacht het pensioen afgekocht met gebruikmaking van de voor 2017 geldende vrijstelling van 34,5% van de fiscale waarde per 31-12-2015.

Sommige hebben de keuze nog even voor zich uit geschoven en anderen hebben reeds gekozen om de pensioenvoorziening om te zetten in een zogenaamde oudedagsverplichting, de ODV.
Bij deze laatste optie dienen een aantal zaken goed geregeld te zijn en dient men zich van de “spelregels” bewust te zijn. In navolgende zoemen we in op de erfgenamen van de DGA in combinatie met de ODV.

Termijn van de ODV
De ODV dient in 20 jaarlijkse termijnen uitgekeerd te worden ingaand binnen de bandbreedte van niet eerder dan 5 jaar vóór de AOW-gerechtigde leeftijd ( die jaren dienen bij de 20 uitkeringsjaren te worden bijgeteld) dan wel uiterlijk  binnen 2 maanden ná het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd. Is de ODV nog niet ingegaan bij overlijden van de DAG dan dient de uitkering binnen 12 maanden ná diens overlijden in te gaan dan wel kunnen de erfgenamen kiezen de ODV af te storten bij een verzekeringsmaatschappij.

Uitkering resterende termijnen
Volgens de wet dienen te resterende uitkeringstermijnen uitgekeerd te worden aan de erfgenamen. Om te voorkomen dat de uitkeringen deels ook toekomen aan de erfgenaam-kinderen dient de uitkering testamentair gelegateerd te worden aan de langstlevende/erfgenaam. Over dit laatste zijn de meningen nog verdeeld of dit testamentair moet worden vastgelegd. Echter tot dat daar meer duidelijkheid over is, is het raadzaam hierover wel nader met uw notaris van gedachten te wisselen en daar waar nodig een en ander vast te leggen.

Bron: Actuele Artikelen