Kritiek op schrappen jaarlijkse BTW-aangifte

De regeling die in 2020 de huidige kleineondernemersregeling moet gaan vervangen, wordt over het algemeen redelijk positief ontvangen. Maar uit de reacties op de internetconsultatie over het voorstel klinkt ook kritiek. Bijvoorbeeld op het schrappen van de mogelijkheid om één keer per jaar BTW-aangifte te doen.

De kleineondernemersregeling (KOR) is een lastenverlichting voor ondernemers die jaarlijks minder dan € 1.883 aan BTW hoeven af te dragen. Als zij de KOR gebruiken hoeven zij geen of minder BTW af te dragen. En ze kunnen onder voorwaarden de BTW-administratie achterwege laten.

Nieuwe regeling gekoppeld aan omzet

De KOR is dus gekoppeld aan het bedrag aan BTW dat een ondernemer jaarlijks moet afdragen. Het kabinet wil de regeling vervangen door een regeling die uitgaat van de omzet van een ondernemer: de OVOB. Dat zou het voor ondernemers én de Belastingdienst veel minder bewerkelijk maken. Bovendien gaat de regeling gelden voor alle rechtsvormen in plaats van alleen de IB-ondernemer.
Uit de reacties op de internetconsultatie blijkt dat de OVOB in het algemeen redelijk positief wordt ontvangen. Onder meer de versimpeling van de regels die het oplevert en het feit dat ondernemers nog steeds kunnen kiezen of ze de regeling gebruiken vallen in de smaak. Maar er ontbreekt ook nog een belangrijke pijler van de regeling. Want waar komt de omzetgrens te liggen? Dat vertelt het wetsvoorstel nog niet, want daarvoor moet er eerst goedkeuring zijn uit Europa. Uit de reacties spreekt de wens om de grens in elk geval in lijn te laten zijn met buurlanden en misschien zelfs Europees te regelen.

Jaarlijkse BTW-aangifte vervalt

Verder vervalt in het wetsvoorstel de mogelijkheid om jaarlijks BTW-aangifte te doen in plaats van per kwartaal. Ondernemersorganisaties VNO-NCW, MKB-Nederland, PZO en LTO Nederland willen die mogelijkheid graag behouden, omdat de administratieve lasten voor ondernemers anders juist weer groeien. VNO-NCW en MKB-Nederland hebben de indruk dat dit vooral is ingegeven vanuit ‘het uitvoeringsbelang van de Belastingdienst’.
Dat geldt volgens de organisaties ook voor de zogenoemde bezinningsperiode van drie jaar in het voorstel. Ondernemers die hebben gekozen voor de OVOB moeten minstens drie jaar in de regeling blijven. En als ze eruit stappen, kunnen ze pas na drie jaar weer een aanvraag indienen.
De beroepsvereniging van belastingadviseurs NOB vraagt in zijn reactie onder meer aandacht voor de overgang tussen de regelingen. Zo kunnen ondernemers in de situatie komen dat zij de BTW op investeringen uit het verleden willen herzien. Vraag is hoe dat moet als er helemaal geen BTW-administratie is. Ook vraagt de NOB om meer duidelijkheid over welke BTW-vrijgestelde activiteiten er nu precies meetellen voor de omzetgrens.