Waarom is mijn netto vakantiegeld zo laag?

Het zijn niet alleen de vele vrije dagen in de maand mei waar iedereen naar uitkijkt. Het is ook de maand van het vakantiegeld. En met het vakantiegeld komt ook elk jaar de vraag waarom daar zo weinig van overblijft. “Het wordt veel zwaarder belast dan de rest van mijn salaris”, is de meest gehoorde opmerking. Dit is een legitieme vraag.

Maar hoe leg je dit uit aan iemand die niet zo thuis is in de loonheffing. Uitkeringen die doorgaans eenmaal per jaar worden betaald worden belast volgens de tabel bijzondere beloningen. In deze tabel wordt geen rekening gehouden met schijventarieven of loonheffingskorting. Een werknemer die zijn vakantiegeld elke maand – of per 4 weken – gewoon bij het salaris krijgt uitgekeerd, zult u de opmerking hier ook niet over horen maken.

De gedachte achter de tabel bijzondere beloningen is nobel. Door af te wijken van de standaard berekeningssystematiek, sluit de berekende loonheffing beter aan bij de uiteindelijk af te rekenen inkomstenbelasting. Zo beschermt de tabel de werknemer tegen een onverwachte nabetaling bij de jaarlijkse eindafrekening in de inkomstenbelasting. Dat is een prima opmerking om de vraag te beantwoorden, maar dat wil de werknemer allemaal niet weten. Die wil weten waarom hij niet 2x zoveel nettoloon heeft als in april of juni.

Verklaren dat het vakantiegeld vaak maar 8% (let op dit kan per CAO ook verschillen) is van het jaarloon – en dus minder dan een heel maandsalaris – dekt de lading onvoldoende. Dat er gewerkt wordt met een progressief belastingsysteem wordt ook niet begrepen. (Uitleggen dat 2e en de 3e schijf hetzelfde inhoudingspercentage hebben maar toch verschillend zijn, is al geen sinecure).

In het hoofd van de werknemer werkt het anders. Die neemt het verschil tussen bruto en netto en berekent welk percentage dat is van het loon. Hij verwacht dat ditzelfde percentage ook wordt gebruikt bij de berekening van de belasting over het vakantiegeld.

Het berekende percentage klopt wel, maar het is natuurlijk samengesteld uit de verschillende percentages van alle schijven die bij het jaarsalaris passen. En dat dan weer gedeeld door 12 (of 13 bij een 4-wekelijkse verloning) en verminderd met een deeltje loonheffingskorting. (U weet dat we normaal niet zo kort door de bocht gaan.) Maar hier ligt misschien wel de basis voor een begrijpelijke, eenvoudige uitleg. De lagere tarieven zijn al verbruikt. Alles wat extra komt, valt altijd onder het hoogste tarief.

Misschien helpt dit bericht u bij de beantwoording van vragen over het tegenvallende vakantiegeld