Geen hoger percentage minimumloon voor BBL’er

Per 1 juli hebben jongeren vanaf 18 jaar recht op een hoger percentage van het volledige wettelijk minimumloon. Voor werknemers die bij uw organisatie in dienst zijn in het kader van een beroepsbegeleidende leerweg (BBL) geldt dit echter niet.

Waar werknemers vanaf 18 jaar per juli 2017 een hoger percentage van het wettelijk minimumloon moeten verdienen, geldt dat niet voor werknemers van 18 tot en met 20 jaar met een dienstverband in het kader van de BBL. In het besluit minimumjeugdloon per 1 juli 2017 zijn voor deze BBL’ers lagere minimumbedragen opgenomen. Hierbij zijn de oude pe­­rcentages van het wettelijk minimumloon het uitgangspunt:

Minimumjeugdloon voor BBL per 1 juli 2017

 Loonkosten voor leer-werkplekken beperkt houden

De regering maakt hiermee gebruik van de uitzonderingsbepaling die voor BBL’ers kan worden opgenomen volgens de wetswijziging die het verhogen van het minimumjeugdloon (tool) regelt. De uitzondering moet voorkomen dat voor werkgevers die leer-werkplekken aanbieden de loonkosten te zeer stijgen. Dat zou er namelijk voor kunnen zorgen dat werkgevers afzien van het aanbieden van zo’n praktijkleerovereenkomst.
Dat vindt de regering niet wenselijk, want het aantal leer-werkplekken staat toch al onder druk. De mogelijkheid om BBL’ers minder loon te betalen dan andere werknemers van dezelfde leeftijd, kan het aanbieden van leer-werkplekken een nieuwe impuls geven. Scholieren die een opleiding in de BBL van het mbo hebben afgerond, vinden gemiddeld al binnen een maand een baan.

Vergelijkbare uitzonderingen in buurlanden

Het maken van een uitzondering voor bepaalde leer-werkplekken is niet nieuw. In Frankrijk en Duitsland bestaan bijvoorbeeld vergelijkbare oplossingen.