Contract 6 maanden en 1 dag: proeftijd nietig

Omdat een proeftijd in contracten voor een half jaar of korter niet is toegestaan, kan een werkgever een contract voor zes maanden en één dag opstellen. Maar ook dan is de proeftijd mogelijk nietig.

Een proeftijd is nietig in een arbeidsovereenkomst met een duur van zes maanden of korter. Deze regel kan een werkgever makkelijk omzeilen door een arbeidsovereenkomst voor zes maanden en één dag aan te gaan. Voorwaarde is dan wel dat de werkgever het contract zo formuleert dat voor de werknemer duidelijk is dat het niet om een halfjaarcontract gaat. In een zaak bij het hof Den Bosch was een organisatie hierbij de mist ingegaan.

Werkgever zegt op tijdens proeftijd

De werkgever had de volgende bepaling in een contract opgenomen: ‘1.1 Werknemer treedt met ingang van 11 februari 2016 in dienst voor bepaalde tijd van 6 maanden bij werkgever in de functie van Recruitment Consultant. De arbeidsovereenkomst eindigt derhalve van rechtswege, zonder dat opzegging is vereist, op 11 augustus 2016.’ Het contract bevatte ook een proeftijd. Op 10 maart 2016 maakte de werkgever hier gebruik van door het contract met directe ingang op te zeggen.

Proeftijd volgens werknemer nietig

Volgens de werknemer was dit niet mogelijk: in een halfjaarcontract is een proeftijdbeding nietig. De werkgever zou zodoende een tijdelijk contract zonder tussentijds opzegbeding onregelmatig hebben opgezegd en daarvoor een schadevergoeding moeten betalen. Volgens het hof bleek uit de hiervoor genoemde contractbepaling niet dat de werkgever zes maanden en één dag had bedoeld. Zo was het niet helder of het contract ‘tot’ of ‘tot en met’ 11 augustus 2016 liep.

Taalkundige uitleg van het hof

Het hof oordeelde dat de werknemer ervan uit mocht gaan dat het contract voor een half jaar was aangegaan. In de eerste zin van de bepaling stond expliciet ‘6 maanden’ en in de tweede zin stond dat ‘derhalve’ het contract op 11 augustus 2016 eindigde. De werkgever had duidelijker moeten formuleren en communiceren. De schadevergoeding bedroeg drie maandsalarissen.
Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, 16 februari 2017, ECLI (verkort): 537