Reis met auto van zaak terecht als privérit aangemerkt

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de autoreis naar Oostenrijk van belanghebbende een gemengd karakter had. Het hoofddoel was een ruim van tevoren geplande skivakantie, waarbij ook een zakelijke doel werd bezocht. De naheffingsaanslag voor het privégebruik van de auto is terecht opgelegd.

Een BV (X) heeft aan de directeur-grootaandeelhouder (DGA) een auto ter beschikking gesteld. Aan de DGA is een verklaring geen privégebruik verstrekt. X is in verschillende Europese landen actief.

De DGA is aan het begin van de krokusvakantie 2009 met zijn gezin naar Oostenrijk gereden en heeft zijn echtgenote en kinderen afgezet bij een hotel voor een skivakantie. Hij is zelf doorgereden naar een verderop gelegen plaats en heeft daar een zakenrelatie bezocht. Hij is ’s avonds teruggereden naar zijn gezin en heeft gedurende een week een skivakantie gehad.

De inspecteur legde een naheffingsaanslag loonheffingen op aan X, omdat er met een bijtelling rekening had moeten worden gehouden. De DGA had volgens de inspecteur meer dan 500 kilometer privé met de auto gereden. De rit naar Oostenrijk merkt de inspecteur aan als een privérit. X stelt in bezwaar en beroep dat de rit naar Oostenrijk zakelijke kilometers waren.

Het hof oordeelt dat doorslaggevend is wat het doel van de rit was. De reis naar Oostenrijk had een gemengd karakter. Dat wil zeggen dat de rit zowel een zakelijk doel als een privédoel diende. X had niet aangetoond dat het hoofddoel van de reis zakelijk was.
Hof Arnhem-Leeuwarden, 25 oktober 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:8773