Wijziging Ontslagregeling door afschaffing VAR

Per 1 juli 2016 is de Ontslagregeling die UWV hanteert bij het beoordelen van ontslagaanvragen gewijzigd. De wijziging heeft te maken met de afschaffing van de Verklaring arbeidsrelatie (VAR).

Een werkgever kan een werknemer ontslaan en vervolgens het werk uitbesteden aan een zelfstandige zonder personeel (zzp’er). Voorwaarde is wel dat het om een echte zzp’er gaat en dat er dus geen sprake is van schijnzelfstandigheid. Er zijn hiervoor regels vastgelegd in de Ontslagregeling. Sinds 1 mei 2016 is de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) ingevoerd en is de VAR vervallen. Hierdoor zijn er wijzigingen aangebracht in de Ontslagregeling.

Uitbesteed werk mag geen dienstverband zijn

Na het ontslag van een werknemer moet een werkgever kunnen aantonen dat hij het werk uitbesteedt aan iemand die niet op basis van een arbeidsovereenkomst werkt. Dit kan door een (model)overeenkomst  te laten zien die door de Belastingdienst is goedgekeurd. Ontbreekt deze overeenkomst, dan zal de werkgever op een andere manier moeten bewijzen dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst, bijvoorbeeld door middel van jaarstukken die een opdrachtnemer opmaakt voor de Belastingdienst, het in aanmerking komen of gebruikmaken van de opdrachtnemer van de fiscale zelfstandigenaftrek of het hebben van meerdere opdrachtgevers. Daarnaast moet de zzp’er zijn ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.

Beroep op wederindiensttredingsvoorwaarde

Als de werkgever een werknemer heeft ontslagen en vervolgens de werkzaamheden laat uitvoeren door iemand die niet een echte zzp’er blijkt te zijn, kan een werknemer binnen 26 weken na de opzegging of ontbinding van de arbeidsovereenkomst een beroep doen op de wederindiensttredingsvoorwaarde. De ontslagen werknemer kan dan de kantonrechter verzoeken de opzegging te vernietigen of ontbinding te herstellen, óf een billijke vergoeding eisen.