Wat blijft er straks over bij loonbeslag?

Als de beslagvrije voet bij loonbeslag straks op een nieuwe manier vastgesteld wordt, hoeveel houdt een werknemer dan eigenlijk precies over? Dat is afhankelijk van zijn leefsituatie en inkomen.

De berekening van de beslagvrije voet bij loonbeslag gaat waarschijnlijk op de schop. Het wetsvoorstel dat dit regelt, is onlangs opengesteld voor internetconsultatie. Hierdoor is het mogelijk om precies uit te rekenen hoeveel werknemers met loonbeslag in de toekomst precies overhouden. De beslagvrije voet is in ieder geval maximaal:

  • voor een alleenstaande zonder kinderen: € 1.486,37 bruto per maand;
  • voor een alleenstaande ouder: € 1.623,45 bruto per maand;
  • voor echtgenoten of geregistreerde partners zonder kinderen: € 1.956,90 bruto per maand;
  • voor echtgenoten of geregistreerde partners met een of meerdere kinderen: € 2.093,48 bruto per maand.

Berekening nodig voor precies bedrag

Deze maximumbedragen gelden niet zomaar. Hoeveel de werknemer overhoudt, blijft namelijk afhankelijk van de situatie van de werknemer. Wat is zijn inkomen en komt hij bijvoorbeeld in aanmerking voor zorgtoeslag, huurtoeslag of een kindgebonden budget?  In totaal zijn er elf factoren van invloed.

Verbetering ondanks ingewikkelde berekening

De berekening voor de beslagvrije voet voor een alleenstaande werknemer zonder kinderen ziet er bijvoorbeeld straks zo uit: (95% * A) + (((C -/- (S/12)) * T) + ((U*C² + V * C) -/- Y)). De berekening wordt er dus niet echt eenvoudiger op.
Toch heeft de nieuwe manier om de beslagvrije voet vast te stellen een groot voordeel. Alle gegevens die ervoor nodig zijn, zijn namelijk al bekend bij UWV. Daardoor hoeven werknemers niet langer zelf allerlei gegevens aan te leveren. De berekening wordt dus in ieder geval minder foutgevoelig.