Belastingdienst mag (vooralsnog) geen inkomensinformatie verstrekken aan verhuurders

De huidige huurwetgeving geeft verhuurders van sociale huurwoningen de mogelijkheid de huurprijzen te verhogen op de grond dat het inkomen van huurders boven een bepaald niveau ligt.

Het doel hiervan is deze huurders te stimuleren deze huisvesting te verruilen voor een andere huisvesting die meer bij hun inkomensniveau past. Aldus komen deze sociale huurwoningen beschikbaar voor de woningzoekenden met lagere inkomens. Een dergelijk huurprijswijzigingsvoorstel moet vergezeld gaan van een verklaring van de inspecteur van de Belastingdienst (op te vragen door de verhuurder) waarin informatie wordt gegeven over het inkomen van die huurder (zie art. 7:252a lid 3 Burgerlijk Wetboek). Over de al dan niet plicht van de inspecteur om een dergelijke verklaring te verstrekken ging de zaak waarover de Raad van State op 3 februari 2016 een uitspraak deed.

De huurder in kwestie had op grond van de Wet Bescherming Persoonsgegevens verzet aangetekend bij de Belastingdienst tegen de verstrekking van zijn inkomensgegevens door de Belastingdienst aan zijn verhuurder. De Raad van State overweegt, net als de rechtbank dat deed op 22 juli 2015, dat de huurwetgeving geen verplichting inhoudt voor de Belastingdienst om een dergelijke inkomensverklaring te verstrekken. De Raad van State bepaalt dan ook dat de Belastingdienst geen gegevens betreffende het inkomen van de huurder mag verstrekken aan de verhuurder, zolang de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (artikel 67) daarvoor geen grondslag biedt.

In het – in de vorige snelrechtbijdrage al genoemde – wetsvoorstel ‘Wet doorstroming huurmarkt 2015’ (EK 34 373) is een voorziening getroffen om deze wettelijke verplichting in de wetgeving te verankeren. Het ‘wetsvoorstel gegevensverstrekking’ (EK 34 374) bevat ook een dergelijke reparatiebepaling en is ingediend (op 21 december jl.) om versneld deze wettelijke verplichting bij wet vastgelegd te krijgen (voor zover de wet doorstroming huurmarkt 2015 niet zo snel wordt behandeld), zodat de Belastingdienst nog voor de eerstkomende huurprijswijzigingsronde (die gebruikelijk per 1 juli plaatsvindt) deze verklaringen mag verstrekken.

De minister heeft bij de inwerkingtredingsbepaling van deze twee wetsvoorstellen bepaald dat bij de inwerkingtreding van de hier bedoelde reparatiebepalingen gebruik mag worden gemaakt van artikel 12 van de Wet raadgevend referendum. (Zodat versneld deze wet(sartikelen) in werking kunnen treden.)

Het wetsvoorstel doorstroming huurmarkt 2015 ligt inmiddels in een enigszins gewijzigde variant in de Eerste Kamer. Enkele wijzigingen: de proefperiode voor zelfstandige woonruimtes wordt twee jaar in plaats van één jaar en toegelaten instellingen ex art. 19 Woningwet (woningcorporaties) mogen (naar het zich nu laat aanzien) enkel beperkt van deze proefperiodemogelijkheid gebruik maken (niet korter dan één jaar). Verder geldt bij de proefperiode huurovereenkomst dat de verhuurder voor het einde van de huurovereenkomst de plicht heeft te melden dat deze huurovereenkomst eindigt bij gebreke waarvan de huurovereenkomst niet van rechtswege eindigt.