De nieuw voorgestelde vermogensrendementsheffing smoort kritische geluiden niet (helemaal)

De huidige vermogensrendementsheffing was al langere tijd onderwerp van felle kritiek. Met name het fictieve rendement van 4% was vanwege de zwaar tegenvallende werkelijke rendementen van afgelopen jaren een doorn in het oog van velen. Het kabinet heeft nu werk gemaakt van die kritische geluiden en een ‘makeover’ voorgesteld aan het parlement.

Het voorstel gaat uit van (toch weer) een forfaitair rendement en een tarief van 30%. Het verschil met de huidige regeling is dat er drie schijven komen met ieder een eigen forfaitair rendement, gebaseerd op een gemiddelde verdeling van het box 3-vermogen over spaargeld en beleggingen in combinatie met een (in het verleden) in de markt gerealiseerd rendement op sparen en beleggen. Deze verdeling is gebaseerd op gegevens uit belastingaangiften. De rendementsdata worden jaarlijks aangepast aan de hand van de meest actuele gegevens.

De schijven kennen de volgende indeling: € 0 tot € 100.000 (2,9% forfaitair rendement), € 100.000 tot € 1 miljoen (4,7% forfaitair rendement) en meer dan € 1 miljoen (5,5% forfaitair rendement).  De gedachte achter de schijven is dat er bij de belastingheffing rekening dient te worden gehouden met het gegeven dat vermogende mensen relatief meer aandelen (en daarmee meer verondersteld rendement) hebben dan de kleinere vermogens. Deze gedachtegang sluit overigens niet geheel toevallig aan bij de visie van de Franse econoom Piketty,  die afgelopen tijd veel aandacht kreeg. Ook passend in zijn gedachtegoed is de verhoging van het heffingvrije vermogen naar € 25.000 per persoon (bedrag 2015: € 21.330), die de kleine spaarder helpt.

Het kabinet heeft met dit voorstel een belangrijke nuancering aangebracht in de fel bekritiseerde vlaktaks van nu. Maar is dit voorstel helemaal eerlijk? Nee. Uitgaan van gemiddelden en gegevens uit het verleden zal toch resulteren in een gunstigere belastingheffing voor de één en ongunstigere voor de ander. Blijkbaar was men toch van mening dat uitgaan van de werkelijke rendementen te veel administratief gedoe zou opleveren.

En zo is de nieuw voorgestelde vermogensrendementsheffing weliswaar eerlijker dan haar voorganger, maar zal zij de kritieken niet (helemaal) kunnen smoren. Maar ach, welke democratisch tot stand gekomen regeling kan dat wel?

Bron: Actuele artikelen