Helft woonlasten ex-vrouw aftrekbaar van belasting

Een man die in afwachting van definitieve echtscheiding alle woonlasten van de echtelijke woning betaalde, mocht die voor de helft – namelijk het deel van zijn aanstaande ex – aftrekken van zijn inkomstenbelasting.

De man en vrouw scheidden in 2008 van elkaar, maar leefden al vanaf mei 2006 niet meer samen. Tot eind juli 2012 bleef de vrouw in de echtelijke woning wonen. De man draaide op voor alle woonlasten van zijn aanstaande ex-vrouw.

Deze lasten wilde hij aftrekken bij zijn aangifte inkomstenbelasting 2009 als partneralimentatie. Toen de belastinginspecteur dat weigerde, stapte de man naar de rechter. De rechtbank was eens met de inspecteur dat er geen sprake was van een onderhoudsverplichting, waarna de zaak bij het gerechtshof Den Bosch terecht kwam.

Gezamenlijk eigenaar

Het Hof was van oordeel dat de man, in aanloop naar de definitieve scheiding van zijn vrouw, de helft van de woonlasten mocht aftrekken bij zijn aangifte inkomstenbelasting. Het stel was immers gezamenlijk eigenaar van de woning en deelde ook de hypotheekschuld.

Het Hof redeneerde dat de man met de helft van zijn maandelijkse bijdrage aan de woonlasten eigenlijk de schuld van zijn vrouw voldeed. Zo’n betaling kan aangemerkt worden als een onderhoudsverplichting, die aftrekbaar is. De andere helft van de woonlasten komt voor rekening van de man zelf, en zijn dus niet aftrekbaar.

Levensonderhoud

‘Voor de aftrek van uitgaven als onderhoudsverplichting is niet alleen vereist dat sprake is van een familierechtelijke betrekking en van betalingen, maar ook dat de betalingen zijn verricht op grond van een verplichting om bij te dragen in het levensonderhoud van de ex-partner’, legt fiscalist Ria Rutten van Fiscaal up to Date uit.

‘Blijkbaar geloofde het Hof de verklaring van de man dat hij een mondelinge afspraak met zijn ex-echtgenote had gemaakt en het Hof leidde dit ook af uit de echtscheidingsbeschikking. Dat laatste is wel opmerkelijk,’ vindt Rutten. ‘Want de rechtbank kwam op basis van diezelfde echtscheidingsbeschikking tot de tegengestelde conclusie dat de man de onderhoudsverplichting niet aannemelijk had gemaakt. Bovendien had de ex-echtgenote bij de rechtbank verklaard dat volgens haar geen sprake was van alimentatie. Wellicht is dit voor de Belastingdienst een reden om in cassatie te gaan bij de Hoge Raad.’

Bron: De Telegraaf