Belastingtips voor bezitters eigen woning

Hebt u een eigen woning? Hoewel daar een boel kosten mee gepaard kunnen gaan, kan een eigen huis ook geld opleveren. DFT Geld zet voor uw op een rijtje waar u op moet letten bij uw belastingaangifte.

1. Hypotheekrente-aftrek

De bekendste tip is natuurlijk dat u, bij de aangifte inkomstenbelasting, de hypotheekrente kunt aftrekken. Fiscale partners kunnen zelf bepalen bij wie deze post komt te staan. Het pakt over het algemeen het voordeligst uit bij degene met het inkomen in het hoogste belastingtarief. U kunt de aftrek (hypotheekrente) en de inkomensbijtelling (eigenwoningforfait) niet van elkaar losweken om strategisch te schuiven.

Verder is het zo dat voor huiseigenaren die met hun inkomen in de hoogste belastingschijf vallen, het percentage hypotheekrenteaftrek per 1 januari 2015 verder is verlaagd: van 51,5 % in 2014 naar 51 %. Voor elke €10.000 betaalde hypotheekrente krijgen zij in 2015 in totaal ongeveer €25 minder belasting terug. Het maximale aftrekpercentage daalt elk jaar met 0,5 %, tot 38 % in 2041.

2. Eenmalige aftrekposten

Wie in 2014 een huis heeft gekocht, kan eenmalig een aantal kosten aftrekken. Hieronder vallen afsluitprovisie en andere bemiddelingskosten voor de lening, notariskosten en kadastrale rechten voor de hypotheekakte, inclusief btw. Verder kunnen taxatiekosten (alleen om een lening te krijgen), kosten van de aanvraag van een Nationale Hypotheek Garantie, de bouwrente over de periode na het sluiten van de voorlopige koopovereenkomst, betaalde boeterente of oversluitkosten en de kosten van een nieuwbouwdepot of verbouwingsdepot (onder voorwaarden) worden afgetrokken.

3. Woning verkocht

Hebt u uw woning verkocht? En was de opbrengst hoger dan de eigenwoningschuld? In dat geval houdt de Belastingdienst rekening met deze overwaarde. Voor de nieuwe woning mag u alleen de rente aftrekken over de aankoopprijs van de nieuwe woning minus de overwaarde.

4. Restschuld

Hebt u uw woning met verlies verkocht en heeft u een restschuld? De rente op restschulden is per 1 januari 2015 vijftien jaar aftrekbaar. Dat was voorheen tien jaar. Deze verlenging geldt voor restschulden die zijn ontstaan in de periode vanaf 29 oktober 2012 tot en met 2017. Door de verlenging dalen de extra hypotheeklasten bij een restschuld van € 40.000 met ruim € 100 bruto per maand, mits de geldverstrekker akkoord gaat met een langere periode van aflossing.

5. Tijdelijk twee woningen?

Heeft een gedurende een bepaalde tijd twee woningen? En staat uw vorige woning leeg te koop? Dan kunt u de (hypotheek)rente voor deze woning maximaal 3 jaar aftrekken. Wie een woning heeft gekocht die in aanbouw is of nog leegstaat, mag eveneens de (hypotheek)rente nog 3 jaar aftrekken. Gaat u in een verzorging- of verpleeghuis wonen? En blijft uw fiscale partner in de woning wonen? Dan blijft de woning uw eigen woning en kunt u de kosten aftrekken.

Wie de woning die te koop staat verhuurt, heeft geen recht op (hypotheek)renteaftrek. Is de verhuurperiode afgelopen? Dan kunt u weer (hypotheek)rente aftrekken.

6. Kleine hypotheek

Bij kleine hypotheken kan het verstandig zijn deze verder af te lossen. Als gevolg van het eigenwoningforfait, de inkomensbijtelling voor het hebben van een eigen woning, geniet u in zo’n geval namelijk nauwelijks van de hypotheekrenteaftrek. Het eigenwoningforfait komt namelijk in mindering op de hypotheekrente, voordat u die mag aftrekken. De wetgever heeft er echter voor gezorgd dat die bijtelling nooit hoger is dan iemand aan hypotheekrente kan aftrekken. Als u minder aan hypotheekrente kunt aftrekken dan dat u aan eigenwoningforfait moet bijtellen, dan mag u fiscaal gezien beide geheel tegen elkaar wegstrepen.