Wijziging gebruikelijk loon

Een van de nadelen van de BV-vorm is de regeling dat een directeur-groot-aandeelhouder (de DGA) zich een salaris van een bepaalde omvang in zijn BV moet toekennen. Een salaris wordt vaak tegen 52% belast terwijl de aftrek in de BV plaatsvindt tegen slechts maximaal 25%. De neiging bestaat daarom om fiscale redenen het salaris zo laag mogelijk vast te stellen. De wetgever zag dat als misbruik en heeft toen de zogenaamde gebruikelijk-loonregeling in de wet opgenomen. Het salaris van de DGA moet conform deze regeling op een bepaald niveau worden vastgesteld. Gebeurt dat niet, dan kan de belastingdienst ingrijpen en voor de afgelopen vijf of zes jaren belasting naheffen met rente en al dan niet met boete.

Als of het er om gaat het de DGA nog lastiger te maken, is in het Belastingplan 2015 nu aangekondigd, dat de gebruikelijk-loonregeling volgend jaar strenger wordt. Tenminste als de Tweede en Eerste Kamer met het plan instemmen.

Als hoofdregel geldt dat het jaarloon ten minste € 44.000,- (2014) moet bedragen. Het mag minder, maar dan moet de DGA aantonen dat het mindere loon gebruikelijk is. Indien het loon meer moet zijn (volgens de belastingdienst) dan moet de belastingdienst dat aantonen.

Tot nu toe mocht je 30% van de vast te stellen norm afwijken, als je daarmee tenminste niet lager uitkwam dan € 44.000,-. Vanaf 2015 is de toegestane afwijking nog maar 25%. Dit heet de doelmatigheidsmarge. Nieuw in de regeling is de toets aan het salaris van de “meest vergelijkbare dienstbetrekking”.

Doelmatigheidsmarge
Stel dat vastgesteld wordt dat het gebruikelijke loon voor een DGA 100.000,- is. In de huidige regeling mag het loon van de DGA dan vastgesteld worden op 70.000, dus 30% lager. Als de doelmatigheidsmarge wordt verlaagd naar 25%, dan zal het salaris vastgesteld moeten gaan worden op tenminste 75.000,-.

Meest vergelijkbare dienstbetrekking
Werkt een DGA voor zijn eigen BV (eigenlijk moet je toetsen of een aandeelhouder direct of indirect 5% of meer van de aandelen in een BV bezit èn werkzaamheden voor die BV verricht), dan moet zijn salaris voortaan getoetst worden aan het salaris van een medewerker met de “meest vergelijkbare dienstbetrekking”. Tot nu toe moest vergeleken worden met het salaris in een  “soortgelijke dienstbetrekking”. Gebleken is dat de Belastingdienst met die vergelijking problemen had, omdat de functie van een DGA moeilijk te vergelijken is met andere functies. Ook bleek soms een soortgelijke dienstbetrekking moeilijk te vinden. Een “meest vergelijkbare dienstbetrekking” kan de Belastingdienst altijd wel, en in elk geval veel gemakkelijker dan de DGA, vinden in haar bestanden.

Overgangsrecht loon DGA 2015
Een DGA kan ervoor kiezen om de hoogte van zijn gebruikelijke loon vooraf af te stemmen met de Belastingdienst. Hiermee voorkomt hij discussies achteraf met de belastingdienst en mogelijke correcties. In het verleden zij veel van dergelijke afspraken gemaakt.

Afspraken waarbij een gebruikelijk loon gelijk aan of lager dan het normbedrag (€ 44.000) is afgesproken, blijven gelden. Voor de overige afspraken mag men, zolang de inspecteur de inhoudingsplichtige niet zelf heeft benaderd, blijven uitgaan van het afgesproken bedrag, mits dit wordt verhoogd met de breuk 75/70. Deze regel is geen garantie en geldt echter weer niet als het door gewijzigde omstandigheden aannemelijk is, dat het loon in 2015 op grond van de gebruikelijk-loonregeling op een hoger of lager bedrag moet worden gesteld.

 

bron: De Rijksoverheid