VAR nieuwe stijl

Er zijn in Nederland ongeveer 800.000 zzp’ers. De afkorting staat voor zelfstandige zonder personeel. Het is zeer twijfelachtig of al die neringzoekenden ook echt zelfstandig zijn. Het vermoeden bestaat dat een groot deel van hen in werkelijkheid in loondienst is. Of er sprake is van loondienst is trouwens afhankelijk van de omstandigheden. Hoe men de arbeidsverhouding contractueel heeft ingekleed, is niet doorslaggevend. Het is voor een opdrachtgever natuurlijk uitermate vervelend om achteraf met naheffingen van loonbelasting en premies werknemersverzekeringen te worden geconfronteerd. Om een opdrachtgever de nodige rechtszekerheid te verschaffen is het instituut VAR in het leven geroepen (verklaring arbeidsrelatie).

De gang van zaken is dat een zzp’er deze verklaring aanvraagt bij de Belastingdienst. Om de verklaring te krijgen, moet hij een aantal vragen beantwoorden waarmee zijn ondernemerschap wordt getoetst. Zo wordt er gevraagd naar het aantal opdrachtgevers en de verrichte investeringen. De VAR kent een aantal varianten. De belangrijkste is de VAR-wuo (winst uit onderneming). Deze biedt de opdrachtgever de zekerheid dat hij geen inhoudingen hoeft te doen. Hij is alleen aansprakelijk voor de heffingen als overduidelijk is dat in werkelijkheid sprake is van een dienstbetrekking. In andere gevallen ligt de aansprakelijkheid bij de zzp’er.

Omdat de VAR niet goed werkt, komt er een ander systeem: de ‘beschikking geen loonheffingen’ (BGL). Van de VAR werd op grote schaal misbruik gemaakt. De zzp’ers weten precies hoe ze de vragen moeten beantwoorden, om de verklaring te krijgen. Opdrachtgevers dwingen zzp’ers een VAR aan te vragen, anders krijgen ze geen werk. Hierdoor zien veel zzp’ers zich gedwongen om bij het aanvragen van de VAR enige creativiteit aan de dag te leggen.

Bij de BGL wordt ook de opdrachtnemer verantwoordelijk voor de aanvraag. Hij krijgt een overzicht van de antwoorden die de zzp’ers op de gestelde vragen heeft gegeven. Hij moet beoordelen of de antwoorden kloppen. Alleen dan ontkomt hij aan aansprakelijkheid. Op deze wijze zal een opdrachtgever in de toekomst geen gebruik meer kunnen maken van zzp’ers die in werkelijkheid in loondienst zijn. De kans bestaat dat hierdoor een groot aantal zzp’ers hun werk kwijtraken, omdat opdrachtgevers geen zin hebben om ze in loondienst te nemen. Toch zal al dat werk moeten worden gedaan. Hoe dit zal uitpakken, is op dit moment nog volstrekt onzeker. Duidelijk is wel dat het spannende tijden zijn voor de zzp’er.

Bron: Brief staat secretaris en Belastingdienst