Nieuw besluit over de margeregeling in de btw

Op 25 juli is een nieuw besluit over de margeregeling gepubliceerd in de Staatscourant. In het besluit is nieuwe jurisprudentie verwerkt en zijn wijzigingen in wetgeving opgenomen. Ook zijn enkele beleidsbesluiten ingetrokken. Het nieuwe besluit is op 26 juli 2014 in werking getreden.
De margeregeling voorkomt cumulatie van btw als goederen, die al eerder zijn geleverd aan een niet-aftrekgerechtigde afnemer, terugkeren in het handelscircuit. De margeregeling houdt in dat bij de levering van deze goederen alleen btw verschuldigd is over de winstmarge van de wederverkoper.
Veranderingen.

Ten opzichte van het besluit van 4 juli 2007 is het volgende veranderd:

– De herziening van de keuze om al dan niet de margeregeling toe te passen is onder voorwaarden versoepeld. Indien een wederverkoper de toepassing van de margeregeling op zijn levering ongedaan wil maken kon dit voorheen alleen zolang de termijn voor de belastingaangifte van die levering nog niet was verstreken. In het nieuwe besluit kan de wederverkoper ook na het verstrijken van de aangiftetermijn een herstelmogelijkheid worden geboden indien:

* De naheffingstermijn (art. 20, derde lid, van de AWR) nog niet is verstreken; en
* Vaststaat dat de afnemer ter zake van de levering volledig recht op aftrek zou hebben gehad; en
* Ook overigens vaststaat dat er geen enkel risico bestaat op verlies van belastinginkomsten; en
* De wederverkoper een herstelfactuur uitreikt waarbij hij onder creditering van de eerdere factuur alsnog de btw in rekening brengt.

– De verrekeningsmogelijkheid van negatieve marges per tijdvak is ook van toepassing in de situatie dat de koper en verkoper beiden de globalisatieregeling toepassen (vaststelling winstmarge per belastingtijdvak) bij bedrijfsbeëindiging en uittreding of beëindiging fiscale eenheid.

– Ter verduidelijking is een nieuwe paragraaf opgenomen over de samenloop van de autodemontagregeling en de margeregeling.

– De paragrafen over intracommunautaire transacties met kav-goederen (bepaalde goederen waarvoor een vergunning is afgegeven dat de margeregeling daarop mag worden toegepast) zijn verduidelijkt.

– De wederverkoper die gebruik maakt van een kav-vergunning mag de btw op de (binnenlandse) aankoop en invoer van kav-goederen niet aftrekken. De belasting die de wederverkoper voor de ingangsdatum van de vergunning in aftrek heeft gebracht terzake van de aankoop of invoer van de kav-goederen , is de wederverkoper alsnog verschuldigd in het eerste belastingtijdvak waarin de vergunning van toepassing is. In het besluit is nu opgenomen dat wanneer de wederverkoper de verschuldigde belasting niet aangeeft, de wederverkoper bij de levering van de betreffende goederen toch de kav-vergunning kan toepassen.

– Een wederverkoper is verplicht bij de aankoop van een margegoed een inkoopverklaring uit te reiken aan zijn leverancier. De grens voor afgifte van een inkoopverklaring is verhoogd van € 227 naar € 500.

– Wederverkopers die de margeregeling toepassen moeten hier voortaan op de factuur een aanduiding van opnemen. Afhankelijk van de regeling die wordt toegepast, moet op de factuur vermeld worden:

* ‘bijzondere regeling – gebruikte goederen’; of
* ‘bijzondere regeling – kunstvoorwerpen’; of
* ‘bijzondere regeling – voorwerpen voor verzameling of antiquiteiten’.

– Ter verduidelijking is opgenomen dat de margeregeling voor veilinghouders bij executoriale verkoop niet kan worden toegepast als de veilinghouder weet dat de pandgever de btw heeft afgetrokken.

Een volledig overzicht van de wijzigingen, leest u in het Besluit van 17 juli 2014, nr. BLKB 2014/546M.

Meer informatie: Rijksoverheid en Belastindienst