De mobiele telefoon van de ondernemer

De mobiele telefoon heeft zich ontwikkeld tot een onmisbaar sociaal hulpmiddel. Je kunt er onder andere mee bellen, berichten versturen, whatsappen, zoeken op internet, muziek luisteren en films kijken. De meeste ondernemers hebben het mobieltje op de zaak staan. Zij trekken de kosten af en verrekenen ook de btw. Maar hoe zit het eigenlijk met de privé zaken die met het mobieltje worden gedaan?

De belastingwet kent een aftrekbeperking voor de kosten van telefoonabonnementen in de woning. Maar dit geldt alleen voor de vaste telefoon. Voor de mobiele telefoon is in principe de algemene regel van toepassing dat bij gemengd privé en zakelijk gebruik alleen de kosten van het zakelijk deel aftrekbaar zijn. Een praktisch probleem hierbij is dat dit nauwelijks te bepalen is. Er kan natuurlijk een schatting worden gemaakt. Als het gebruik nauwkeurig zou worden geanalyseerd, zou het percentage zakelijk gebruik weleens tegen kunnen vallen.

Voor werknemers geldt dat het gebruik van de door de werkgever verstrekte mobiele telefoon fiscaal vrij is als deze voor meer dan 10% zakelijk wordt gebruikt. Dit is een genereuze regeling. In de praktijk wordt er gemakshalve vanuit gegaan dat aan de norm wordt voldaan. De fiscus pleegt aan de controle daarvan geen tijd te verspillen.

Voor ondernemers geldt deze soepele regeling niet. Toch is het de algemene indruk dat ook bij ondernemers voor het privégebruik van het mobieltje geen bijtelling plaatsvindt en dat de fiscus dit oogluikend toestaan. Dit is terecht, want waarom zou een ondernemer op dit punt worden gediscrimineerd.

Tot slot nog dit. Er heerste in de praktijk onduidelijkheid over de vraag of iets een telefoon is of een computer. Tien jaar geleden moest een telefoon zo klein mogelijk zijn. Tegenwoordig zijn juist grote telefoons hip. Een I-pad of andere tablet is een computer en geen telefoon, ofschoon het in het gebruik in veel opzichten op een mobiele telefoon lijkt. De Belastingdienst heeft in een besluit aangegeven dat communicatiemiddelen met een beeldscherm van niet meer dan 7 inch (17,78 centimeter), diagonaal gemeten, geacht worden een telefoon te zijn. Het onderscheid is van belang vanwege de soepele norm voor het privégebruik voor mobiele telefoons.

Bron: Actuele artikelen