Hoge Raad: Verhuur werkkamer in woonhuis dga is economische activiteit

De Hoge Raad heeft op 6 mei beslist dat het duurzaam tegen vergoeding aan een vennootschap ter beschikking stellen van een werkkamer, in een aan de dga van die vennootschap toebehorend woonhuis, een economische activiteit in de zin van de btw-richtlijn is.

Een maatschap is een samenwerkingsverband tussen twee echtelieden. De maatschap bouwt een woning en verhuurt daarin een werkkamer belast met btw aan een bv waarvan één van de echtelieden de dga is. De werkkamer bevindt zich in de kelder,  beschikt niet over eigen sanitaire voorzieningen of een keuken en is uitsluitend bereikbaar via de voordeur en de hal van de woning. De maatschap stelt dat sprake is van verhuur van de werkkamer aan de bv en zij kiest voor belaste verhuur. Bij haar aangiften omzetbelasting verzoekt de maatschap om teruggaaf van de omzetbelasting die haar vanwege de bouw van de woning in rekening is gebracht. In geschil is de naheffingsaanslag omzetbelasting voor het tweede kwartaal 2010 waarbij de inspecteur de eerder verleende teruggaaf terugvordert. 

Hof Arnhem-Leeuwarden is van mening dat de verhuuractiviteit geen economisch karakter heeft waardoor geen recht op aftrek bestaat. Het hoger beroep is ongegrond. De maatschap komt in cassatie. Volgens de Hoge Raad staat vast dat de maatschap een ruimte voor ten minste vijf jaar aan de bv ter beschikking stelt als werkkamer voor haar dga en dat de maatschap daarvoor een vergoeding ontvangt. De maatschap verricht deze activiteit zelfstandig.

De Hoge Raad is van mening dat een en ander geen andere conclusie toelaat dan dat deze door de maatschap jegens een derde verleende dienst moet worden aangemerkt als een economische activiteit in de zin van artikel 9, lid 1, tweede alinea, van btw-richtlijn 2006. Niet van belang is of de voorwaarden en omstandigheden waaronder de maatschap de werkkamer ter beschikking stelt, kunnen worden aangemerkt als verhuur in de zin van de Wet of btw-richtlijn 2006, of vergelijkbaar zijn met verhuur van ruimten aan studenten of toeristen.  De omstandigheid dat de maatschap enkel bereid is de woning (gedeeltelijk) duurzaam tegen vergoeding ter beschikking te stellen aan één bepaalde (rechts)persoon doet ook niet aan deze conclusie af. Het beroep in cassatie is gegrond. De Hoge Raad doet de zaak zelf af.