Tijdelijke korting box 2

Grootaandeelhouders van bv’s hebben te maken met dubbele belastingheffing. Allereerst betaalt de bv 20% of 25% vennootschapsbelasting over de gemaakte winst. De resterende winst kunnen zij desgewenst als dividend laten uitkeren. Daarover zijn zij dan 25% inkomstenbelasting (box 2-heffing) verschuldigd. In 2014 is de box 2-heffing tijdelijk verlaagd tot 22%. Het kan de moeite lonen om te bekijken of het mogelijk en voordelig is hiervan gebruik te maken.

Maar met de dubbele heffing voor grootaandeelhouders zijn we er nog niet. In werkelijkheid is het nog wat ingewikkelder, omdat de directeur-grootaandeelhouder (dga) ook een salaris moet nemen. Het salaris verlaagt de winst van de bv en is direct belastbaar met loonbelasting. Stel een dga genereert met zijn bv een winst van € 250.000. Stel zijn salaris bedraagt € 100.000. Belastbaar voor de vennootschapsbelasting is dan €150.000. Hiervoor geldt het tarief van 20%: € 30.000. De resterende € 120.000 kan hij desgewenst als dividend uitkeren. Normaliter is dat belast tegen 25%, maar in 2014 tegen 22%. Dat scheelt netto € 3.600. De regering hoopt op deze manier de dga’s tot extra consumptie aan te zetten om zo de economie een impuls te geven.

De dga zou kunnen besluiten tot uitkering van een superdividend. Te denken valt aan winsten die de aflopen jaren in de bv zijn opgepot. De tijdelijk verlaagde box 2-heffing is beperkt tot € 250.000. Als de dga een partner heeft, is het maximum € 500.000. Bij dit maximum is de besparing €15.000. De dga zou het dividend kunnen gebruiken om zijn consumptieve schuld bij de bv weg te werken. Het verlaagde box 2-tarief bestond ook in 2007. Toen hebben veel dga’s hoge bedragen aan dividend uitgekeerd.

Als gevolg van de economische crisis zijn bij veel bv’s nu geen middelen aanwezig voor uitkering van dividend. Een probleem is verder dat veel dga’s in hun bv pensioen in eigen beheer opbouwen. Hiervoor gelden fiscale waarderingsregels die tot een lagere waarde van de verplichting leiden dan de werkelijke waarde. Maar om te beoordelen of de bv ruimte heeft voor de uitkering van dividend, moet de pensioenverplichting op werkelijke waarde worden gesteld. Hierdoor kan de situatie zich voordoen dat er weliswaar een aardig kapitaal in de bv aanwezig is, maar dat dit kapitaal niet voor dividend kan worden gebruikt.

Bron: Belastingdienst