Hof: Vermogensrendementsheffing niet in strijd met Europees recht

De vermogensrendementsheffing is niet in strijd met het Europese recht, zo heeft gerechtshof Den Bosch geoordeeld. Het hof verwijst hierbij naar de jurisprudentie van de Hoge Raad.

Een man woont in België en is eigenaar van een woning in Den Haag. Hij houdt de woning aan voor de verhuur. Omdat de man, ook na aanmaning, geen IB-aangifte doet, legt de inspecteur ambtshalve een aanslag over 2008 op. De man is het hier niet mee eens. Hij stelt dat de vermogensrendementsheffing onder andere in strijd is met de Grondwet en het Europees recht. Hij stelt hierbij dat de vermogensrendementsheffing uitgaat van niet genoten inkomsten en dat de heffing moet zijn gebaseerd op werkelijk ontvangen inkomsten na aftrek van kosten. Verder stelt hij dat hij recht heeft op verrekening van een verlies.

Hof Den Bosch oordeelt dat de vermogensrendementsheffing niet in strijd is met het Europese recht. Het hof verwijst hierbij naar de jurisprudentie van de Hoge Raad. Verder merkt het hof op dat toetsing van de Wet IB 2001 aan de Grondwet in het Nederlandse rechtsstelsel niet mogelijk is. Ten aanzien van het verlies merkt het hof op dat dit verlies stamt van vóór de invoering van de Wet IB 2001, en is ontstaan in verband met onderhoudskosten van de woning. Volgens het hof blijkt uit de jurisprudentie van de Hoge Raad dat het niet in strijd met het Europees recht is dat dit verlies niet is te verrekenen met het box 3-inkomen.