VAR-winst uit onderneming geen garantie voor fiscale voordelen

Iemand die met zijn arbeid inkomen verwerft, kan dat doen als werknemer, ondernemer of resultaatgenieter. Bij een resultaatgenieter moet u denken aan bijverdiensten. Het is in fiscaal opzicht zeer voordelig om ondernemer te zijn. Ondernemers betalen namelijk tot zo’n  20.000 euro geen belasting dankzij allerlei aftrekposten. Ook bij hogere winsten is de belastingdruk voor ondernemers aanmerkelijk lager dan voor werknemers.

Werkgevers moeten loonbelasting en sociale premies inhouden op het salaris van hun werknemers. Daarom is het voor hen van belang om te weten of iemand in dienst is of dat hij of zij de werkzaamheden als zzp-er verricht. Met het oog op de nodige rechtszekerheid kan een zzp-ers bij de Belastingdienst een Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) aanvragen. Daartoe moet men een aantal vragen beantwoorden: onder meer over het aantal cliënten en de investeringen. Op basis van de antwoorden beoordeelt de Belastingdienst of de aanvrager zich naar zijn opdrachtgevers toe als ondernemer mag presenteren. Deze procedure dient om de opdrachtgevers te beschermen. Als zij te goeder trouw zijn, mogen zij op basis van de VAR inhouding van loonbelasting en premies achterwege laten. Zzp-ers mogen er ook op vertrouwen, maar als achteraf blijkt dat bij de aanvraag een onjuiste voorstelling van zaken is gegeven, zal de fiscus bij het regelen van de belastingaangifte geen ondernemersvoordelen toekennen. Dit ondervond een masseuse bij een welness-centrum.

De fiscus had haar een VAR-winst uit onderneming toegekend. De vrouw was met het welness-centrum overeengekomen dat zij haar werkzaamheden als zelfstandige zou verrichten tegen een vaste vergoeding per uur. Zij werkte daar gemiddeld 20 uren per week. De inspecteur stelt naar aanleiding van een fiscale controle echter dat zij in werkelijkheid in dienstbetrekking werkzaam was en heeft de inkomsten als loon uit dienstbetrekking aangemerkt, waardoor de vrouw fors moest bijbetalen. Rechtbank Den Haag oordeelt dat de vrouw bij haar aanvraag van de VAR niet de juiste gegevens heeft verstrekt. De omzet van eigen klanten was minimaal: in 2009 233 euro, in 2010 863euro en in 2011 nihil. Deze klanten waren kennissen, vrienden en familieleden. De rechtbank bekrachtigt het oordeel van de inspecteur.

De fiscus beoordeelt tegenwoordig systematisch het ondernemerschap van zzp-ers. In veel gevallen delen zij het droevige lot van de masseuse.

Bron: Actuele artikelen