Nieuws

Kerstpakketten in de werkkostenregeling

De komende tijd ontvangen veel werknemers een kerstpakket. De werkgever kan het kerstpakket aanwijzen als eindheffingsloon in de werkkostenregeling.... Lees meer >

De komende tijd ontvangen veel werknemers een kerstpakket. De werkgever kan het kerstpakket aanwijzen als eindheffingsloon in de werkkostenregeling. De waarde van het kerstpakket komt dan ten laste van de vrije ruimte.

Waarom wordt een kerstpakket gezien als loon?

Loon is alles wat een werknemer krijgt uit zijn dienstbetrekking, dus dit geldt ook voor het kerstpakket. Het kerstpakket is loon in natura. De werkgever kan kiezen of hij het kerstpakket behandelt als loon voor de werknemer of dat hij het aanwijst als eindheffingsloon in de werkkostenregeling.

Als de werkgever het kerstpakket aanwijst als eindheffingsloon doet hij dit uiterlijk op het moment van verstrekken van het pakket. Hij houdt hierbij rekening met de gebruikelijkheidstoets. Hoe de werkgever de aanwijzing regelt is vormvrij, maar uit de loonadministratie moet blijken welke keuze hij heeft gemaakt.

Voor het kerstpakket geldt geen gerichte vrijstelling of nihilwaardering. De waarde komt ten laste van de vrije ruimte. Als geen vrije ruimte meer beschikbaar is, moet de werkgever 80% eindheffing betalen over het deel dat boven de vrije ruimte uitkomt.

Geef ons daarom tijdig door als u kerstpakket wenst te geven aan aan uw personeel

Kennisdocumenten en factsheets over de WAB gepubliceerd

Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft 8 nieuwe factsheets en 2 nieuwe kennisdocumenten gepubliceerd over de Wet... Lees meer >

Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft 8 nieuwe factsheets en 2 nieuwe kennisdocumenten gepubliceerd over de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB). Deze wet gaat in per 1 januari 2020 en heeft gevolgen voor werknemer en werkgevers. In de factsheets en kennisdocumenten leest u wat dit voor hen betekent.

WAB: Ontslag en cumulatiegrond – informatie voor werkgevers

WAB: Ontslag en cumulatiegrond – informatie voor werknemers

WAB: oproepmaatregelen – informatie voor werkgevers

WAB: oproepmaatregelen – informatie voor werknemers –

WAB: payrolling – informatie voor inleners

WAB: payrolling – informatie voor werknemers

WAB: de transitievergoeding – informatie voor werkgevers en werknemers

WAB: de ketenbepaling – informatie voor werkgevers en werknemers

Nog profiteren van het lage-inkomensvoordeel? Controleer uw administratie!

Sinds 1 januari 2017 kunnen werkgevers een vergoeding krijgen voor werknemers met een laag inkomen. Dit heet lage-inkomensvoordeel (LIV).... Lees meer >

Sinds 1 januari 2017 kunnen werkgevers een vergoeding krijgen voor werknemers met een laag inkomen. Dit heet lage-inkomensvoordeel (LIV). De Belastingdienst keert de vergoeding automatisch uit. Dit verlaagt de loonkosten van deze werknemers en stimuleert bedrijven om hen in dienst te houden of te nemen.

Het LIV kan oplopen tot € 2.000 per werknemer per jaar. Daarvoor moet wel aan voorwaarden voldaan zijn. Valt een werknemer nét buiten die voorwaarden, dan kan zijn werkgever nu nog actie ondernemen om ervoor te zorgen dat hij er binnen gaat vallen.

De voorwaarden voor het LIV zijn:

• De werknemer heeft de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet bereikt.

• De werknemer is verzekerd voor één of meerdere werknemersverzekeringen.

• De werknemer heeft per kalenderjaar minimaal 1.248 verloonde uren bij uw organisatie.

• Het gemiddelde uurloon van de werknemer over het hele kalenderjaar is minimaal 100% en maximaal 125% van het wettelijk minimumloon.

Tip: spelen met de verloonde uren Een werknemer die per week net iets minder werkt dan 24 uur, komt over een heel kalenderjaar net niet aan 1.248 verloonde uren. Om dat op te lossen, kan de werkgever hem – in goed overleg natuurlijk – in de laatste maanden van dit jaar wat extra uren laten werken. Hierdoor profiteert de werkgever alsnog van het volledige bedrag.

Percentages AWF 2020 definitief

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de premiepercentages voor de werknemers- en volksverzekeringen en het maximumpremieloon voor... Lees meer >

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de premiepercentages voor de werknemers- en volksverzekeringen en het maximumpremieloon voor de werknemersverzekeringen voor 2020 gepubliceerd.

De lage premie is vastgesteld op 2,94%. De werkgever betaalt de lage WW-premie voor werknemers met een vaste arbeidsovereenkomst. Daarvan is sprake als er een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is die geen oproepovereenkomst is.

De werkgever mag ook de lage WW-premie betalen als:

• De werknemer onder de 21 jaar is en maximaal 48 uur (per aangiftetijdvak van vier weken) of 52 uur (per aangiftetijdvak van een kalendermaand) verloond heeft gekregen.

• Hij een leerling in dienst heeft die de Beroeps Begeleidende Leerweg (BBL) volgt. De overeenkomst met de BBL-leerling moet voorzien zijn van een dagtekening en zijn opgenomen in de administratie van de werkgever; • De werkgever een uitkering werknemersverzekeringen (WW, ZW, WIA, WAO, WAZO) betaalt als werkgeversbetaling of als eigenrisicodrager. Over dit deel van de betaling aan de werknemer is de werkgever dan de lage WW-premie verschuldigd.

De hoge premie van 7,94% is van toepassing op loon uit overige dienstbetrekkingen, en ingeval van herziening van de lage AWF-premie naar de hoge AWF-premie met terugwerkende kracht

Derhalve het verzoek om ons tijdig door te geven als arbeidsovereenkomsten worden aangepast

De werkkostenregeling: benut de vrije ruimte

Binnen de werkkostenregeling (WKR) zijn aangewezen vergoedingen en verstrekkingen niet belast tot 1,2% van de totale fiscale loonsom (de... Lees meer >

Binnen de werkkostenregeling (WKR) zijn aangewezen vergoedingen en verstrekkingen niet belast tot 1,2% van de totale fiscale loonsom (de vrije ruimte). Benut deze ruimte geheel in 2019, want in 2020 kun je er niets meer mee. Houd wel rekening met het gebruikelijkheidscriterium van maximaal € 2.400 per persoon. Als DGA ben je uiteraard ook werknemer. De belastingdienst wordt steeds kritischer. Naast de bovengenoemde marge kijkt de belastingdienst ook naar wat er gebruikelijk is in bijvoorbeeld de branche en in vergelijkbare functies en dat is een lastig te meten criterium. Let op! Voorkom verrassingen In januari 2020moet je beoordelen of je in 2019 de vrije ruimte hebt overschreden. Blijft het totale eindheffingsloon binnen de vrije ruimte, dan hoef je geen eindheffing aan te geven en te betalen. Wordt de vrije ruimte overschreden, dan betaal je 80% eindheffing over het verschil tussen de vrije ruimte en het totale eindheffingsloon. De eindheffing wordt aangegeven in de eerste loonaangifte van 2020. Je kunt de eindheffing voorkomen door tussentijds te controleren of je de vrije ruimte niet overschrijdt. Hebt je al in 2018 eindheffing betaald? Je kunt dan achteraf te veel of te weinig eindheffing hebben betaald. Je kunt dit corrigeren met de loonaangifte over het eerste tijdvak van 2020. Vergeet niet aan te wijzen dat dit geldt over 2019. Je komt alleen voor een vrijstelling binnen de vrije ruimte in aanmerking als je de vergoeding of verstrekking aanwijst als eindheffingsbestanddeel. In de loonaangifte over het eerste tijdvak in 2019 kun je in de vrije ruimte alleen de vergoedingen en verstrekkingen opnemen die je in 2018 als eindheffingsloon hebt aangewezen. De Belastingdienst neemt gedurende het kalenderjaar aan dat zo’n aanwijzing heeft plaatsgevonden als de vergoeding of verstrekking niet tot het loon van de werknemer is gerekend. Ontdekt de Belastingdienst de aanwijzing buiten het kalenderjaar, dan zal de vergoeding of verstrekking worden beschouwd als belast loon van de werknemer. De vrije ruimte is dan niet alsnog van toepassing. Overleg wel eerst met ons voordat u overgaat tot actie Geef aub ons op tijd door wat u wilt doen zodat wij hier meer rekening kunnen houden

Overzicht met wijzigingen WAB 2020

Vanaf 1 januari 2020 veranderen de regels in het arbeidsrecht en socialezekerheidsrecht als gevolg van de Wet arbeidsmarkt in... Lees meer >

Vanaf 1 januari 2020 veranderen de regels in het arbeidsrecht en socialezekerheidsrecht als gevolg van de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB). Op de internetsite van Rijksoverheid vindt u een overzicht met alle wijzigingen. Dit kan u helpen bij de voorbereidingen op de WAB.

De belangrijkste wijzigingen in 2020

– Vast contract: lage WW-premie, flexibel contract: hoge WW-premie
De werkgever betaalt vanaf 1 januari 2020 een lage WW-premie voor werknemers die een schriftelijke arbeidsovereenkomst hebben voor onbepaalde tijd en als geen sprake is van een oproepovereenkomst. Voldoet het contract niet aan de voorwaarden dan betaalt hij een hoge premie.

Oproepkrachten: aanbod voor vaste uren na 12 maanden
Vanaf 1 januari moet de werkgever oproepkrachten die dan 12 maanden in dienst zijn, een aanbod doen voor een vast aantal uren.
-Oproepkrachten: oproeptermijn 4 dagen
Vanaf 2020 moeten werkgevers oproepkrachten minstens 4 dagen van tevoren oproepen voor werk. Als de werkgever een oproep binnen 4 dagen afzegt, heeft de oproepwerknemer recht op loon over de uren waarop hij was opgeroepen.
Payrollwerkgevers: arbeidsvoorwaarden worden gelijk
De payrollwerkgever moet de payrollwerknemers vanaf 1 januari dezelfde arbeidsvoorwaarden geven als medewerkers die werken bij het bedrijf waar de payrollwerknemer werkt. Huurt een werkgever medewerkers in via een uitzend- of payrollbedrijf? Dan moet hij dat bedrijf informeren over welke arbeidsvoorwaarden hij heeft voor zijn eigen medewerkers.
Transitievergoeding vanaf de 1e werkdag
Vanaf 1 januari moet de werkgever bij een ontslag of het niet verlengen van een tijdelijk contract vanaf de 1e werkdag een transitievergoeding
betalen. Het maakt dan niet meer uit hoe lang de arbeidsovereenkomst heeft geduurd. De opbouw wordt gelijk voor alle werknemers, ongeacht hun leeftijd en de duur van het dienstverband. De verhoogde opbouw voor werknemers die langer dan 10 jaar in dienst zijn vervalt.
Nieuwe mogelijkheid voor ontslag: cumulatiegrond
Vanaf 1 januari 2020 wordt ontslag via de kantonrechter ook mogelijk wanneer omstandigheden uit meerdere ontslaggronden voldoende aanleiding daarvoor geven. Bij ontslag op basis van de cumulatiegrond kan de rechter een extra vergoeding toekennen aan de werknemer.
Ketenregeling: 3 tijdelijke contracten in maximaal 3 jaar
Vanaf 2020 kunnen werkgever en werknemer 3 tijdelijke contracten in maximaal 3 jaar aangaan. Het 4e contract is dan automatisch een vast contract. De termijn van 6 maanden tussen contracten kan bij cao worden verkort tot 3 maanden bij tijdelijk terugkerend werk (niet beperkt tot seizoensarbeid) dat de werknemer maximaal 9 maanden per jaar verricht.
Meer informatie leest u op rijksoverheid.nl/wab.

 

 

Schriftelijk addendum voldoende voor lage WW-premie

Voor werknemers van wie de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is overgegaan naar onbepaalde tijd, mag u onder voorwaarden de... Lees meer >

Voor werknemers van wie de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is overgegaan naar onbepaalde tijd, mag u onder voorwaarden de lage WW-premie toepassen in 2020. In de loonadministratie kunt u een schriftelijk addendum opnemen dat is ondertekend door werkgever en werknemer.

Het kan zijn dat u werknemers in dienst hebt die oorspronkelijk een arbeidsovereenkomst hadden voor bepaalde tijd, maar welke van rechtswege is overgegaan naar onbepaalde tijd. Voor deze werknemers is niet altijd een schriftelijke overeenkomst voor onbepaalde tijd aanwezig. Het is belangrijk dat u dit alsnog vastlegt in een addendum.

Is de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd nog niet verstreken, maar wilt u deze al omzetten in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd? Of wordt een contract voor bepaalde tijd opgevolgd door een contract voor onbepaalde tijd? Dan mag u dit ook vastleggen in een addendum.

Voorwaarden addendum
U mag voor deze werknemers in 2020 de lage WW-premie gebruiken als u voldoet aan de volgende voorwaarden:
– Werknemer en werkgever hebben een schriftelijk addendum ondertekend.
– Uit dit addendum blijkt dat sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd die geen oproepovereenkomst is.
– U bewaart dit addendum bij de loonadministratie.

Wettelijk minimumloon voor 2020 1,1% hoger

Het wettelijk minimumloon wordt ieder jaar op1 januari en 1 juli aangepast aan de ontwikkeling van de cao-lonen.... Lees meer >

Uw organisatie moet in de 1e helft van 2020 aan werknemers van 21 jaar en ouder bij een fulltime dienstverband minimaal € 1.653,60 bruto per maand betalen. Jongeren onder de 21 jaar hebben recht op een percentage van dit bedrag.

Het wettelijk minimumloon wordt ieder jaar op 1 januari en 1 juli aangepast aan de ontwikkeling van de cao-lonen. De minimumbedragen die in de 1e helft van 2020 gaan gelden, zijn onlangs gepubliceerd in de Staatscourant. Er zijn standaardbedragen per maand, per week en per dag. Er is geen vast minimumloon per uur. U deelt daarvoor het minimumloon per week door het aantal uur dat in uw organisatie een fulltime werkweek is (meestal 36 of 40 uur).

Percentage van wettelijk minimumloon voor jongeren
Jongeren onder de 21 jaar hebben recht op een percentage van het wettelijk minimumloon. Deze percentages zijn per 1 juli 2019 flink gestegen. Voor werknemers van 18, 19 of 20 jaar die een arbeidsovereenkomst hebben in verband met een beroepsbegeleidende leerweg (BBL) gelden lagere minimumbedragen. Hieronder staan alle bedragen voor de 1e helft van 2020 op een rijtje.

De minimum(jeugd)lonen bedragen per 1 januari 2020 bruto per maand, per week en per dag in euro’s, exclusief vakantietoeslag:

Maand Week Dag
vanaf 21 jaar € 1.653,60 € 381,60 € 76,32
20 jaar € 1.322,90 € 305,30 € 61,06
19 jaar € 992,15 € 228,95 € 45,79
18 jaar € 826,80 € 190,80 € 38,16
17 jaar € 653,15 € 150,75 € 30,15
16 jaar € 570,50 € 131,65 € 26,33
15 jaar € 496,10 € 114,50 € 22,90

(Bron: Staatscourant, nr 56680, 18 oktober 2019)

Voor werknemers die werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst die is aangegaan in verband met een beroepsbegeleidende leerweg (bbl) gelden alternatieve staffels, die zijn vastgesteld in het Besluit minimumjeugdloon.
Voor leerlingen in de bbl in de leeftijd van 15 tot en met 17 jaar en 21 jaar gelden bovenstaande bedragen. In afwijking van bovenstaande gelden voor leerlingen in de bbl in de leeftijd van 18 tot en met 20 jaar de hiermee corresponderende wettelijke minimumjeugdlonen.

leeftijd staffeling BBL per maand per dag
20 jaar 61,50 procent 1.106,95 234,70 46,94
19 jaar 52,50 procent 868,15 200,35 40,07
18 jaar 45,50 procent 752,40 173,65 34,73

Transitievergoeding berekenen bij kort dienstverband

Onder de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) heeft een werknemer zelfs bij ontslag binnen een maand na indiensttreding recht... Lees meer >

Onder de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) heeft een werknemer zelfs bij ontslag binnen een maand na indiensttreding recht op de transitievergoeding. Hoe werkt de berekening van de vergoeding in zo’n situatie?

Vanaf 1 januari 2020 ontstaat het recht op de transitievergoeding vanaf de eerste dag van de arbeidsovereenkomst. Een werknemer hoeft hiervoor dus niet meer minstens 24 maanden in dienst te zijn. Bovendien wordt de transitievergoeding niet meer op halve dienstjaren afgerond. Deze wijzigingen uit de WAB betekenen dat een werkgever ook een transitievergoeding moet betalen als hij al snel na indiensttreding de samenwerking weer beëindigt, bijvoorbeeld in de proeftijd. Voor de berekening van de vergoeding bij een arbeidsovereenkomst die minder dan een maand duurde, wijzigt per 1 januari 2020 het Besluit loonbegrip vergoeding aanzegtermijn en transitievergoeding.

Transitievergoeding over totale bedrag aan loon
Als er geen vaste arbeidsduur per maand is overeengekomen, geldt momenteel dat de werkgever voor de hoogte van de transitievergoeding het gemiddelde aantal gewerkte uren per maand moet berekenen. Dit doet hij over de twaalf maanden die voorafgaan aan het einde van de arbeidsovereenkomst.

Over een contract dat korter dan een maand heeft geduurd, kan de werkgever geen gemiddelde arbeidsduur per maand berekenen. Daarom wordt in het Besluit opgenomen dat als de duur van het dienstverband korter dan een maand is, de werkgever de vergoeding moet berekenen over het totale bedrag aan brutoloon en looncomponenten dat hij aan de werknemer tijdens de arbeidsovereenkomst heeft betaald. Aangezien hij de looncomponenten al vaststelt voor de eindafrekening, hoeft hij geen ingewikkelde extra berekening te maken voor de transitievergoeding.

Voorbeeld van berekening transitievergoeding
In de toelichting op de wijziging van het Besluit is een eenvoudig rekenvoorbeeld opgenomen van een uitzendkracht die drie dagen (24 uur in totaal) als invaller heeft gewerkt, voor € 20 per uur en een vakantiebijslag van 8%. Het totale brutoloon bedraagt (24 x 20 =) € 480. Daar komt de vakantiebijslag (0,08 x 480 =) € 38,40 bij. Het totale bedrag aan brutoloon en looncomponenten is dan € 518,40. Voor de transitievergoeding berekent de werkgever een derde van het loon per maand (1/3 x 518,40 = 172,80). Daarna deelt hij dit bedrag door twaalf maanden (172,80 / 12) = € 14,40. Hoewel de uitkomst geen hoog bedrag is, zal de werkgever dit wel als transitievergoeding moeten uitbetalen.

Oud BTW-nummer niet wegdoen! Nodig bij contact fiscus

De komende tijd krijgen eigenaren van eenmanszaken een nieuw BTW-identificatienummer toegestuurd. Dit wil echter niet zeggen dat ze hun... Lees meer >

De komende tijd krijgen eigenaren van eenmanszaken een nieuw BTW-identificatienummer toegestuurd. Dit wil echter niet zeggen dat ze hun oude BTW-nummer kunnen weggooien. Dit oude nummer moet de ondernemer namelijk nog wel blijven gebruiken voor de communicatie met de Belastingdienst zoals het indienen van de BTW-aangifte.

De toekenning van dit nieuwe BTW-nummer was nodig omdat het oude nummer het burgerservicenummer (BSN) bevatte van ondernemers met een eenmanszaak. Dit is in strijd met de privacywet en zou ook (kunnen) leiden tot fraude. De BTW-ondernemer moet het nieuwe nummer vanaf 1 januari 2020 gaan gebruiken voor zijn zakelijke contacten. Hij zal dus factuurpapieren, internetsite en andere communicatiemiddelen voor die tijd moeten aanpassen.

Oude nummer niet in prullenbak
De toekenning van dit nieuwe nummer wil niet zeggen dat het oude nummer de prullenbak in kan. Dit nummer moet hij nog wel blijven gebruiken voor zijn communicatie met de fiscus, dus voor het doen van de aangifte BTW (tool). De ondernemer moet dus twee nummers naast elkaar blijven gebruiken.

Wetsvoorstel minimumbeloning zzp’ers gepubliceer

et kabinet is al jaren op zoek naar de juiste wet- en regelgeving voor zzp’ers... Lees meer >

Vanaf 2021 moeten alle zzp’ers recht hebben op een beloning van minimaal € 16 per uur. Daarnaast wordt er voor duurdere zelfstandigen een zelfstandigenverklaring geïntroduceerd. Hiervoor zijn twee conceptwetteksten opgesteld.

Het kabinet is al jaren op zoek naar de juiste wet- en regelgeving voor zzp’ers. Er is nu een volgende stap genomen met de publicatie van twee wettelijke maatregelen op internetconsultatie.nl: de invoering van een minimumtarief voor zzp’ers en de mogelijkheid om een zelfstandigenverklaring te gebruiken voor werkenden met een tarief van minstens € 75 per uur. De maatregelen zijn – net als bijvoorbeeld de Wet arbeidsmarkt in balans – onderdeel van het beleid waarmee het kabinet de werking van de arbeidsmarkt hoopt te verbeteren.

Minimumtarief moet armoede onder zzp’ers voorkomen
Eerder was al aangekondigd dat een minimumtarief van € 16 per uur ervoor moet gaan zorgen dat zzp’ers verzekerd zijn van een bestaansminimum en organisaties geen schijnzelfstandigen inzetten. Deze wijziging is nu opgenomen in het wetsvoorstel Minimumbeloning zelfstandigen (WMZ). Het minimumtarief is zonder de omzetbelasting en omvat geen directe kosten – zoals kosten voor materiaal – van een zzp’er. Die kosten komen bovenop het minimumtarief. Jaarlijks wordt het minimumtarief aangepast op basis van de ontwikkeling van het minimumloon.

Zekerheid over loonheffingen door zelfstandigenverklaring
De zelfstandigenverklaring wordt geregeld via het wetsvoorstel Zelfstandigenverklaring. Deze verklaring geeft aan ‘werkenden en werkverstrekkers’ de zekerheid dat de arbeidsrelatie voor de loonheffing en de werknemersverzekeringen niet kwalificeert als dienstbetrekking. Ook moet de verklaring zo veel mogelijk zekerheid geven over de arbeidsrechtelijke gevolgen. De werkenden (met een tarief van minstens € 75 per uur) en werkverstrekkers kunnen de verklaring toevoegen aan een schriftelijke overeenkomst waarin zij vóór de start van de werkzaamheden afspraken maken. Eén van de voorwaarden is dat het gaat om werkzaamheden voor de duur van maximaal één jaar.

Minimumtarief zzp’ers en zelfstandigenverklaring vanaf 2021
Iedereen is vrij om tot en met 9 december 2019 via internetconsultatie.nl een reactie te geven op de maatregelen. De twee conceptwetteksten worden daarna samengevoegd tot één wetsvoorstel. Doel is om het voorstel in 2020 door de Tweede en Eerste Kamer te loodsen, zodat de maatregelen voor het minimumtarief en de zelfstandigenverklaring per 1 januari 2021 in werking kunnen treden.