Nieuws

Voorkom een boete en werk mee aan de CBS-enquête

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) verzamelt cijfers. Voor een deel komen die cijfers binnen via ingevulde enquêtes.... Lees meer >

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) verzamelt cijfers. Voor een deel komen die cijfers binnen via ingevulde enquêtes. Krijgt uw organisatie een enquête van het CBS, vul deze dan altijd in, anders kan dat uw organisatie duur komen te staan.

Hoewel het CBS strikt genomen geen overheidsinstelling is, zijn de taken en bevoegdheden vastgelegd in de Wet op het Centraal Bureau voor de Statistiek. Uit deze wet blijkt dat het voor het CBS belangrijk is dat uw organisatie de enquêtes invult. Het CBS selecteert uw organisatie op basis van een steekproef. De resultaten gebruikt het CBS voor statistieken over bijvoorbeeld economische groei en werkgelegenheid. Veel input is belangrijk, want uit de al beschikbare gegevens – bijvoorbeeld wat is ondergebracht in het Handelsregister – is niet altijd alle benodigde informatie te halen. Met inbreng vanuit organisaties kan het CBS zijn taak dus beter vervullen.

Invullen CBS-enquête is niet verplicht voor natuurlijke personen
Niet voor alle rechtsvormen (tool) is meedoen aan de CBS-enquête verplicht. Om te voorkomen dat de enquêtes leiden tot een te lage respons zijn ondernemingen en zzp’ers, in tegenstelling tot natuurlijke personen, in elk geval verplicht om mee te werken. Het CBS laat dit weten in de begeleidende brief die met de enquête naar organisaties verstuurd wordt. Als een organisatie de vragenlijst liever door een accountant laat invullen, dan stuurt het CBS een machtigingsformulier. Mocht uw organisatie toch niet in staat zijn om de enquête in te vullen, dan is via de website van het CBS te vragen of het invullen van de enquête later mag. Maar dit uitstel is er niet voor alle soorten enquêtes krijgen. Er is bijvoorbeeld geen uitstelmogelijkheid voor de enquête Internationale Handel in Goederen.

Wie niet meewerkt aan de CBS-enquête kan een boete krijgen
Als uw organisatie binnen de gevraagde termijn niet meewerkt aan een onderzoek herhaalt het CBS het verzoek om mee te werken. Uw organisatie krijgt dan veertien dagen de tijd om de enquête alsnog in te vullen. Dit is de zogenoemde begunstigingstermijn. Daarna kan het CBS een dwangsom opleggen. De hoogte van de last onder dwangsom is afhankelijk van de omvang van uw organisatie, de duur van de periode waarvoor de gegevens zijn gevraagd en het responsgedrag. De grootte van uw organisatie wordt berekend aan de hand van het aantal werknemers. Het CBS kan om gegevens vragen voor een periode van een maand, een kwartaal of een jaar. Het responsgedrag is onderverdeeld in niet meewerken op incidentele, regelmatige en structurele basis. In de tarieventabel zijn de boetebedragen terug te vinden. De boete bedraagt ten hoogste € 5.000 (artikel 43, CBS-wet).

Indien wij u hiermee moeten bijstaan informeer ons dan tijdig over de uitnodiging.

Wat gaat het Belastingplan 2019 allemaal brengen

Over een paar weken is het alweer Prinsjesdag. Dan zal ook het Belastingplan 2019 worden gepresenteerd. Wat gaat er... Lees meer >

Over een paar weken is het alweer Prinsjesdag. Dan zal ook het Belastingplan 2019 worden gepresenteerd. Wat gaat er op fiscaal gebied allemaal veranderen de komende jaren?

Op de derde dinsdag van september vindt altijd Prinsjesdag plaats. Op deze dag worden door het kabinet de plannen voor 2019 en verdere jaren bekendgemaakt. Op fiscaal gebied staat er naar verwachting een boel op stapel. Wat is er te verwachten?

Inkomstenbelasting (IB)

De meeste aftrekposten in de IB worden beperkt. Met ingang van 1 januari 2019 zijn aftrekposten in de tweede schijf aftrekbaar tegen een tarief van 49,5% (door invoering vlaktax). Vanaf 1 januari 2020 wordt de aftrek van een groot aantal aftrekposten afgebouwd in jaarlijkse stappen van 3%-punt. Dit wil zeggen dat vanaf 2023 de aftrekposten nog maar aftrekbaar zijn tegen het tarief van de eerste schijf van 36,93%.
Verhoging algemene heffingskorting en arbeidskorting.
Het tarief van box 2 wordt verhoogd naar 27,3% in 2020 en 28,5% in 2021.
Afschaffing aftrek voor monumentenpanden.
Afschaffing aftrek scholingsuitgaven.
Afschaffing heffingskorting voor uitkeringsgerechtigden voor de Ziektewet.

Vennootschapsbelasting (VPB)

Het tarief van de VPB gaat voor winsten tot € 200.000 omlaag van 20% naar 19%, voor winsten boven de € 200.000 wordt het tarief 24% (is nu 25%).
In de VPB geldt vanaf 1 januari 2019 dat ook voor gebouwen in eigen gebruik de afschrijving beperkt wordt tot 100% (is nu 50%) van de WOZ-waarde.
In de VPB kunnen verliezen vanaf 2019 nog maar zes jaar (is nu negen jaar) voorwaarts worden verrekend met winsten.
Herziening fiscale eenheid in de VPB door spoedmaatregel die terugwerkende kracht heeft tot 25 oktober 2017, 11.00. De spoedreparatiemaatregel wordt later vervangen door een nieuwe concernregeling die medio 2020 middels een conceptwetsvoorstel voor internetconsultatie wordt aangeboden.
De dividendbelasting wordt per 1 januari 2020 afgeschaft.
Per 1 januari 2020 komt er een bronbelasting op rente en royalty’s op uitgaande geldstromen naar landen met zeer lage belastingen.
Fiscale beleggingsinstellingen mogen niet meer investeren in vastgoed als zij voor het 0%-VPB-tarief in aanmerking willen blijven komen.

BTW

Het lage BTW-tarief van 6% wordt per 2019 verhoogd naar 9%.
De kleineondernemersregeling in de BTW wordt aangepast. Hiervoor zal een apart wetsvoorstel in het Belastingplan 2019 worden opgenomen.
De BTW e-commercerichtlijn wordt geïmplementeerd (zal een apart wetsvoorstel worden).

Loonbelasting

Het verlaagde bijtellingspercentage van 4% voor elektrisch aangedreven nulemissie-auto’s gaat gelden tot en met een catalogusprijs van € 50.000. Boven de € 50.000 gaat een bijtelling van 22% gelden per 2019.

Toezichtsplan Arbeidsrelaties Belastingdienst

De Belastingdienst houdt toezicht op de juiste toepassing van de loonheffingen in het licht van de kwalificatie van de... Lees meer >

De Belastingdienst houdt toezicht op de juiste toepassing van de loonheffingen in het licht van de kwalificatie van de arbeidsrelatie. Gedurende het handhavingsmoratorium dat geldt tot 1 januari 2020 kan de Belastingdienst alleen handhaven bij kwaadwillenden. Dat zijn opdrachtgevers die opzettelijk een situatie van schijnzelfstandigheid laten ontstaan of voortbestaan. Sinds 1 juli richt de handhaving zich niet langer alleen op de ernstige gevallen, maar ook op de andere kwaadwillenden.

Voor meer informatie, raadpleeg het gepubliceerde toezichtsplan HIER.

Ik heb een naheffingsaanslag voor de btw gekregen – wat moet ik nu doen?

U hebt een naheffingsaanslag BTW ontvangen. De aanleiding kan zijn dat de aangifte niet of te laat aangifte is... Lees meer >

U hebt een naheffingsaanslag BTW ontvangen. De aanleiding kan zijn dat de aangifte niet of te laat aangifte is gedaan of dat u deze niet (volledig) of te laat heeft betaald. Het kan ook zijn dat er een suppletie aangifte is ingediend. Of dat u een startende ondernemer bent en u op papier btw-aangifte heeft gedaan.

Als er geen btw-aangifte is gedaan, zal de Belastingdienst zelf een schatting doen van hoeveel btw u moet betalen. Dan kan het bedrag van de naheffingsaanslag behoorlijk hoog zijn.

Er zijn mogelijkheden om de naheffingsaanslag zelf te checken. Klik voor meer informatie daarover HIER

Forse belastingverhoging nodig om van aardgas af te komen

Er is een belastingverhoging van ongeveer 75 procent nodig om particulieren, bedrijven en woningcorporaties zo ver te krijgen dat... Lees meer >

Er is een belastingverhoging van ongeveer 75 procent nodig om particulieren, bedrijven en woningcorporaties zo ver te krijgen dat ze hun woning en bedrijfsgebouwen van het aardgas afkoppelen. Om de aanschaf van elektrische warmtepompen financieel aantrekkelijk te maken, moet de belasting op stroom juist met meer dan 50 procent omlaag.

Aanpassing tarieven energiebelasting
Het Klimaatakkoord moet ervoor zorgen dat de Nederlandse uitstoot van broeikasgassen in 2030 met 49 procent gedaald is. Kleinverbruikers betalen sinds de invoering van de energiebelasting 26 cent per kubieke meter aardgas en 10,5 cent voor elk kilowattuur stroom. In het voorstel van Samsom gaat de gasbelasting de komende jaren met 20 cent omhoog en de stroomheffing met 6,5 cent omlaag. De klimaattafel wil dat de energiebelasting voor grootverbruikers procentueel evenveel stijgt als die voor kleinverbruikers. Grootverbruikers hebben nu een belastingtarief van 1 tot 6 cent per kubieke meter.

Warmtepompinstallatie
De overstap van aardgas naar een warmtepompinstallatie is duur, omdat bestaande woningen hiervoor verbouwd moeten worden. De onderhandelaars verwachten dat de kosten voor een warmtepomp snel zullen dalen naarmate de warmtepomp massaal op de markt wordt gebracht.

Nederlandse klimaatakkoord
Samsom is door Minister Eric Wiebes van Economische Zaken en Klimaat aangewezen als onderhandelaar voor het Nederlandse klimaatakkoord. Het adviesorgaan bestaat uit onder meer gemeenten, milieuorganisaties, woningcorporaties, huiseigenaren, energie-, bouw- en installatiebedrijven, vakbonden en banken. Uiteindelijk is het aan de Tweede Kamer of de voorstellen van Samson en andere onderdelen uit het Klimaatakkoord ook echt wordt uitgevoerd.

Geen enkele boete voor nep-zzp’ers uitgedeeld

Het vorige kabinet, Rutte II, bedacht de Wet DBA om een einde te maken aan ‘schijnzelfstandigheid’, maar er is... Lees meer >

Het vorige kabinet, Rutte II, bedacht de Wet DBA om een einde te maken aan ‘schijnzelfstandigheid’, maar er is de afgelopen twee jaar geen enkel bedrijf beboet voor het inhuren van zogenoemde ‘schijnzelfstandigen’. In mei 2016 kwam er een wet om de inhuur van nep-zzp’ers beter en vaker te kunnen bestraffen.

Bedrijven vonden de wet onduidelijk en waren bang dat er veel boetes zouden worden uitgedeeld. Daarom besloot het vorige kabinet om nog niet voluit te handhaven. Wel zouden „evident kwaadwillende” bedrijven beboet worden. Het huidige kabinet zette die lijn voort.

Onderzoeken belastingdienst
De Belastingdienst zegt dat het sindsdien 49 onderzoeken heeft ingesteld naar „mogelijke evident kwaadwillenden”. In 38 gevallen kon de fiscus het bewijs niet leveren en werd het onderzoek gestaakt. Elf onderzoeken lopen nog. De Belastingdienst is van plan om op korte termijn meer controles uit te voeren. De fiscus moet van het kabinet straks niet alleen „evidente” maar ook „opzettelijke” schijnzelfstandigheid kunnen bewijzen.

Voordelen zzp-er voor opdrachtgever
Voor bedrijven is het goedkoop om zzp’ers in te huren omdat ze voor hen geen premies voor pensioen of sociale lasten hoeven te betalen. Ook hebben ze dan niet te maken met de relatief strenge ontslagregels in Nederland. Volgens onderzoek van Oeso, de club van rijke landen, voldoet zo’n 15 procent van de Nederlandse zzp’ers aan de kenmerken van een schijnzelfstandige. Bijvoorbeeld omdat ze maar één opdrachtgever hebben en niet vrij zijn in hun bedrijfsvoering.

Steeds meer schenkers sluiten zich aan bij het Cultuurfonds

Het Prins Bernhard Cultuurfonds, dat al bijna tachtig jaar de motor van cultureel Nederland draaiende houdt met de ondersteuning... Lees meer >

Het Prins Bernhard Cultuurfonds, dat al bijna tachtig jaar de motor van cultureel Nederland draaiende houdt met de ondersteuning van duizenden mooie en bijzondere projecten per jaar, is adviseur in filantropie voor particulieren, ondernemers en bedrijven.

Mecenaat op Maat 
Speciaal voor cliënten die nauwer betrokken willen zijn bij hun schenking en de besteding daarvan, heeft het Cultuurfonds het zogenoemde Mecenaat op Maat ontwikkeld. “Dan is de schenker nog nadrukkelijker betrokken bij de besteding van zijn geld. Als Cultuurfonds doen we dan een bestedingsvoorstel voor een of meer projecten. De mecenas denkt actief mee welk project het beste past bij zijn ideeën en op welke manier hij betrokken wil worden.” Ook als de mecenas er niet meer is, blijft de administratieve ondersteuning beschikbaar.

Regeling onderhoud monumentenpanden gaat veranderen

Den Haag erkent het belang van de financiële ondersteuning voor onderhoud aan rijksmonumenten; “dit erfgoed is een onmisbare bouwsteen... Lees meer >

Den Haag erkent het belang van de financiële ondersteuning voor onderhoud aan rijksmonumenten; “dit erfgoed is een onmisbare bouwsteen voor de samenleving”. Bij afschaffing van de fiscale aftrek voor onderhoud aan rijksmonumenten dient er dus een andere maatregel in de plaats te komen teneinde onderhoud aan aan ons erfgoed aantrekkelijk te houden en mogelijk te maken. Het erfgoed moet immers in stand blijven.

Subsidieregeling
Het idee is nu om de fiscale aftrek om te vormen naar een subsidieregeling. Hierbij zal de focus komen op monumentale elementen enerzijds en anderzijds zal getoetst worden op de kwaliteit van het onderhouden. Dat laatste is nu niet het geval en verder wordt nu ook fiscale aftrek verleend voor onderhoud aan Cv-installaties en dergelijke. De focus gaat gericht worden op puur behoud van de historische waarden en dus de historische elementen.

Fiscale aftrek verdwijnt per 2019
Deze subsidieregeling wordt gezien als beter en meer gericht op het doel: behoud van het erfgoed. Daarom komt de fiscale aftrek voor onderhoud aan monumenten per 1 januari 2019 te vervallen en wordt deze door een subsidieregeling vervangen.

Nieuwe regeling
Er komt dan één nieuwe regeling voor onderhoud. Deze geldt voor zowel alle huidige als toekomstige eigenaren van rijksmonumenten. Ten behoeve van de instandhouding van het monumentale pand kunnen de eigenaren een beroep doen op de subsidie. Deze zal dan maximaal 35% van de instandhoudingskosten bedragen die worden gemaakt. Dit zou gelijkwaardig zijn aan de huidige tegemoetkoming via de fiscale aftrek.
Dus is er nog onderhoud dat niet onder de “instandhoudingseis” zal vallen dan is het goed daar dit jaar nog werk van te maken.

Per 1 november 2018 eHerkenning gebruiken voor UWV

Het werkgeversportaal van UWV is per 1 november 2018 te gebruiken met eHerkenning... Lees meer >

Het werkgeversportaal van UWV is per 1 november 2018 te gebruiken met eHerkenning. Per 1 november 2019 wordt deze inlogmethode zelfs verplicht. Werkgevers kunnen zich nu al voorbereiden op deze verandering.

Per 1 november 2018 kan elke werkgever die het werkgeversportaal van UWV wil gebruiken, daarvoor inloggen met eHerkenning op betrouwbaarheidsniveau 3. Per 1 november 2019 wordt deze inlogmethode zelfs verplicht. Hoewel die datum nog ver weg lijkt, kunnen organisaties zich nu al gaan voorbereiden op deze wijziging. Doen ze dat niet, dan kunnen ze het werkgeversportaal straks niet meer gebruiken, terwijl ze het wel nodig hebben voor:

  • het bekijken, downloaden en opslaan van alle brieven van UWV over uitkeringen op grond van de Ziektewet (ZW) en Wet arbeid en zorg (WAZO);
  • het bekijken van alle bedrijfsspecifieke informatie over eigenrisicodragerschap;
  • het doorgeven van ziek- en hersteldmeldingen;
  • het stellen van vragen aan UWV;
  • het indienen van ontslagaanvragen;
  • het uploaden van re-integratieverslagen.

Niet alleen nodig voor UWV

Hoewel eHerkenning per 1 november 2019 dus verplicht is voor het werkgeversportaal van UWV, zijn er nog meer overheidsorganisaties die er gebruik van maken of dat in de toekomst zullen gaan doen. Denk aan de Belastingdienst, de Rijksdienst Wegverkeer (RDW) en de Kamer van Koophandel. eHerkenning kan ook gebruikt worden voor het aanvragen van een Verklaring omtrent gedrag (VOG). Werkgevers hoeven voor al deze handelingen maar één keer eHerkenning aan te vragen en kunnen daarmee overal veilig inloggen. Op die manier hoeven ze dus geen inloggegevens aan te maken en te onthouden voor elke organisaties apart.

Aanvragen bij erkend leverancier

Als een organisatie nog niet beschikt over eHerkenning, moet zij die aanvragen bij een erkende leverancier, ook wel middelenleverancier genoemd. De organisatie kan daarvoor dus niet terecht bij UWV of een andere overheidsinstantie zelf. Om een leverancier te kiezen, is het verstandig om de verschillende leveranciers, hun diensten en de kosten die zij daarvoor in rekening brengen, met elkaar te vergelijken op eherkenning.nl.

Wij gebruiken momenteel al voor sommige klanten de inlog van het werkgeversportaal. Indien wij nog niet gemachtigd zijn voor u. Indien dan op tijd een verzoek in

Veranderingen loonheffingen per 2019 nu al online

De Belastingdienst heeft de eerste uitgave van de Nieuwsbrief Loonheffingen 2019 gepubliceerd... Lees meer >

De Belastingdienst heeft de eerste uitgave van de Nieuwsbrief Loonheffingen 2019 gepubliceerd. Hierin staan de veranderingen voor de loonheffingen die per 2019 van kracht worden en waarvan nu al duidelijk is dat ze door zullen gaan.

Net als vorig jaar informeert de Belastingdienst werkgevers zo vroeg mogelijk over de veranderingen die voor 2019 in de loonheffingen op stapel staan. Daarom is de eerste uitgave van de Nieuwsbrief Loonheffingen 2019 half juli al online gezet. Hierin staan de wijzigingen op een rijtje die al bekend zijn. De rest van de veranderingen en de tarieven voor 2019 worden pas in november en december verwacht.

Belastingdeel loonheffingskorting alleen nog voor inwoners

In de eerste uitgave van de Nieuwsbrief Loonheffingen 2019 (pdf) komen zes onderwerpen aan de orde. De eerste twee hebben betrekking op de toepassing van de heffingskortingen en de loonbelastingtabellen. Per 2019 hebben alleen inwoners van Nederland namelijk nog recht op het belastingdeel van de loonheffingskorting. Dat betekent dat uw organisatie dan helder op het netvlies moet hebben van welk land elke werknemer inwoner is. Dat heeft immers gevolgen voor de inhouding van de loonbelasting/premie volksverzekeringen.

Twee wijzigingen in bijtelling auto van de zaak

Daarnaast staan in de Nieuwsbrief twee punten die samenhangen met de bijtelling van de auto van de zaak. Per 2019 zijn er geen auto’s meer waarvoor het nultarief van de bijtelling geldt, waardoor in de loonaangifte code 6 van de codes reden geen bijtelling auto komt te vervallen. En voor auto’s zonder CO2-uitstoot die op of na 1 januari 2019 voor het eerst worden toegelaten, geldt het verlaagde bijtellingstarief van 4% nog maar tot en met een aankoopbedrag van € 50.000. Over het meerdere is de algemene bijtelling van 22% verschuldigd.

AOW-leeftijd omhoog, afkoopkorting PEB omlaag

Tot slot bevestigt de eerste uitgave van de Nieuwsbrief dat de AOW-leeftijd in 2019 66 jaar en vier maanden zal bedragen. En dat directeuren-grootaandeelhouders die hun oude pensioen in eigen beheer afkopen hier in 2019 nog 19,5% afkoopkorting over krijgen.

Handboek Loonheffingen: bitcoin is geen loon in geld

In de online versie van het Handboek Loonheffingen 2018 van de Belastingdienst staat sinds kort dat bitcoins en andere... Lees meer >

In de online versie van het Handboek Loonheffingen 2018 van de Belastingdienst staat sinds kort dat bitcoins en andere cryptovaluta die een werkgever aan zijn werknemers uitdeelt, geen loon in geld zijn. Ze vormen wel loon in natura en mogen niet zomaar onbelast blijven.

Deelt een organisatie aan werknemers bitcoins of andere cryptovaluta uit, dan moet hij die op de juiste manier verwerken in de loonadministratie. In het online Handboek Loonheffingen 2018 is onlangs opgenomen hoe de werkgever in dat geval de waarde van de cryptovaluta moet bepalen. De waarde in het economisch verkeer is daarbij doorslaggevend. In de volgende pdf-versie van het Handboek Loonheffingen 2018  – die op 1 oktober verwacht wordt – zal deze wijziging ook doorgevoerd zijn.

Belast loon of eindheffingsloon

In principe zijn alle vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen die een werkgever aan werknemers uitdeelt en die geen geld zijn, loon in natura. De werkgever moet ze bij het belaste loon van de werknemer tellen of als eindheffingsloon onderbrengen in de vrije ruimte (e-learning).Sommige vormen van loon in natura mogen onbelast blijven zonder van de vrije ruimte te snoepen, omdat er een gerichte vrijstelling of nihilwaardering  voor geldt, terwijl andere juist verplicht loon voor de werknemer zijn, zoals de bijtelling voor het privégebruik van de auto van de zaak.

Waarde in economisch verkeer

Om te bepalen hoeveel loon in natura de werkgever bij het loon van de werknemer moet tellen of moet aanwijzen als eindheffingsloon, moet hij weten wat de waarde ervan is. In de meeste gevallen is deze waarde het bedrag inclusief BTW van de inkoopfactuur. Als de werkgever geen factuur heeft of een factuur heeft van een verbonden vennootschap, moet hij echter uitgaan van de waarde in het economisch verkeer. Ook bij cryptovaluta moet de werkgever die waarde in het economisch verkeer gebruiken. Die bepaalt hij door uit te gaan van de waarde in euro’s op het moment waarop hij de cryptovaluta aan de werknemer uitbetaalt.

Vragen over: het beperken van de inlenersaansprakelijkheid

Het voordeel van werken met uitzendkrachten is dat ze niet bij uw organisatie op de payroll staan. Er hoeven... Lees meer >

Het voordeel van werken met uitzendkrachten is dat ze niet bij uw organisatie op de payroll staan. Er hoeven dus geen loonheffingen te worden berekend en afgedragen. Maar dan is het wel zaak om op te passen voor de zogeheten inlenersaansprakelijkheid.

Inlenersaansprakelijkheid speelt als uw organisatie personeel inleent, bijvoorbeeld van een uitzend- of detacheringsbureau.  De Belastingdienst kan uw organisatie dan hoofdelijk aansprakelijk stellen als de uitlener voor de ingeleende krachten niet aan zijn afdrachtverplichtingen rond de loonheffingen en BTW voldoet. Dat geldt ook als uw organisatie hen doorleent aan een andere partij. Deze aansprakelijkheidsvorm is in het leven geroepen om misbruik van inleenconstructies tegen te gaan.

Hoe gaat inlenersaansprakelijkheid in zijn werk?

Als de Belastingdienst uw organisatie als inlener (of doorlener) aansprakelijk stelt voor de loonheffingen van de uitlener, gaat dat via een beschikking .Hiertegen kan uw organisatie bezwaar maken. Dit moet schriftelijk gebeuren binnen zes weken na dagtekening van de beschikking, onder vermelding van het bestreden bedrag en de motivering. Wijst de Belastingdienst het bezwaarschrift af, dan kan uw organisatie vervolgens in beroep bij de rechtbank, in hoger beroep bij het gerechtshof en tot slot in cassatie bij de Hoge Raad.

Wat is het nut van een g-rekening?

Uw organisatie kan het deel van het factuurbedrag van de uitlener dat bestemd is voor de loonheffingen storten op een geblokkeerde rekening De uitlener kan het geld op die g-rekening dan alleen gebruiken om loonheffingen (en BTW) van te betalen aan de fiscus of een bedrag op een andere g-rekening te storten. Voor het op zo’n g-rekening gestorte bedrag is uw organisatie in principe gevrijwaard van aansprakelijkheid.
Als uw organisatie personeel inleent van een uitlener die in het register van de Stichting Normering Arbeid (SNA) is opgenomen, is er onder voorwaarden sprake van volledige vrijwaring van enige inlenersaansprakelijkheid.

Hoe is inleneraansprakelijkheid verder te beperken?

Allereerst is het zaak om altijd goed te kijken met welk bureau uw organisatie in zee gaat. Daarmee is vaak al te voorkomen dat het tot aansprakelijkstelling komt. Uitleners van arbeidskrachten zijn verplicht om zich als zodanig te registreren in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel (KvK). Dit is te controleren door middel van de zogenoemde WAADI-check.
Daarnaast kan uw organisatie de uitlener om een verklaring inzake het betalingsgedrag vragen. Hierin laat de Belastingdienst weten dat de uitlener zijn loonheffingen (en BTW) heeft voldaan zoals bekend op het moment van afgifte van de verklaring.

Geldt de inlenersaansprakelijkheid ook in noodgevallen?

Als het aan geen van de partijen te wijten is dat de loonheffingen (en BTW) niet zijn betaald – zoals bij een calamiteit – kan er een beroep worden gedaan op de zogenoemde disculpatieregeling. De Belastingdienst oordeelt hierover aan de hand van de feitelijke situatie.

 

Meer regels voor waardeoverdracht klein pensioen

Het Besluit waardeoverdracht klein pensioen is onlangs gepubliceerd in het Staatsblad... Lees meer >

Het Besluit waardeoverdracht klein pensioen is onlangs gepubliceerd in het Staatsblad. In dit besluit is de Wet waardeoverdracht klein pensioen verder uitgewerkt. Het treedt 1 januari 2019 in werking.

In de Wet waardeoverdracht klein pensioen is bepaald dat pensioenuitvoerders vanaf 2019 een klein pensioen van een werknemer automatisch mogen overdragen aan een nieuwe pensioenuitvoerder als een werknemer een overstap maakt. Een pensioen geldt in 2018 als klein als het niet boven het bedrag € 474,11 uitkomt. In het Besluit waardeoverdracht klein pensioen zijn diverse regels voor de waardeoverdracht bepaald. Zo zijn er voorschriften opgenomen voor het proces van automatische waardeoverdracht en de communicatie richting pensioendeelnemers.

Pensioenuitvoerders communiceren over waardeoverdracht

Werknemers van wie de deelname bij een pensioenregeling eindigt (bijvoorbeeld omdat ze ontslag nemen), krijgen van de pensioenuitvoerder de zogeheten stopbrief. Hierin leest de werknemer hoe hoog zijn opgebouwde pensioenaanspraak is. In de stopbrief verwerken de pensioenuitvoerders zo nodig informatie over hun beleid voor de automatische waardeoverdracht van kleine pensioenen of het vervallen van heel kleine pensioenen. Neemt de werknemer na zijn ontslag deel aan een nieuwe pensioenregeling, dan communiceert de nieuwe pensioenuitvoerder in laag 2 van de pensioen 1-2-3 over het beleid voor automatische waardeoverdracht en de mini-pensioenaanspraken.

Minimaal jaarlijks controle voor eventuele waardeoverdracht

Voor een eventuele automatische waardeoverdracht hoeft de werknemer zelf geen actie te ondernemen. De pensioenuitvoerder controleert in ieder geval jaarlijks of de (ex-)werknemer een nieuwe pensioenuitvoerder heeft aan wie het klein pensioen kan worden overgedragen. Is dit het geval, dan vindt de overdracht van de pensioenaanspraken binnen tien werkdagen plaats. Als er na vijf controles nog geen nieuwe uitvoerder blijkt te zijn en is er vijf jaar verstreken na de beëindiging van de pensioendeelneming, bestaat toch het recht op afkoop. De pensioenuitvoerder kan het opgebouwde pensioen dan vóór het bereiken van de pensioendatum uitbetalen. Op mijnpensioenoverzicht.nl ziet de werknemer waar hij pensioen opbouwt en heeft opgebouwd.

Nieuwe uitvoeringsregels voor ontslag via UWV

Per 1 augustus gelden er vernieuwde uitvoeringsregels voor ontslag om bedrijfseconomische redenen en ontslag vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid... Lees meer >

Per 1 augustus gelden er vernieuwde uitvoeringsregels voor ontslag om bedrijfseconomische redenen en ontslag vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid. Een werkgever kan deze uitvoeringsregels gebruiken als hij meer duidelijkheid wil over hoe UWV een ontslagaanvraag beoordeelt.

De Uitvoeringsregels ontslag om bedrijfseconomische redenen (pdf) en de Uitvoeringsregels ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid (pdf) zijn een uitwerking van de wettelijke regels bij ontslag via UWV. Voor een werkgever zijn deze uitvoeringsregels handig als hij meer wil weten over de gegevens die hij moet aanleveren bij een ontslagaanvraag (en waarom hij deze gegevens moet aanleveren) of de manier waarop UWV de wettelijke regels toepast en de ontslagaanvraag beoordeelt.
De nieuwe versies van de uitvoeringsregels vervangen de versies van juli 2016. In de vernieuwde versies zijn een aantal wijzigingen in het Burgerlijk Wetboek verwerkt en rechtsvragen die in de tussentijd door de Hoge Raad zijn beantwoord. Ook is op een aantal punten meer toelichting gegeven over hoe werkgevers de regels bij een ontslagaanvraag moeten toepassen.

Regels voor ontslag van payrollwerknemers

In de vernieuwde uitvoeringsregels zijn een aantal paragrafen toegevoegd over het ontslag van payrollwerknemers. Zo komt in de Uitvoeringsregels ontslag om bedrijfseconomische redenen onder meer aan bod hoe de werkgever het afspiegelingsbeginsel moet toepassen op payrollwerknemers. In de Uitvoeringsregels ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid staat onder meer hoe UWV beoordeelt of er een redelijke grond is voor opzegging van de arbeidsovereenkomst van een langdurig arbeidsongeschikte payrollwerknemer.

Nieuw hoofdstuk over collectief ontslag

Verder is aan de Uitvoeringsregels ontslag om bedrijfseconomische redenen een nieuw hoofdstuk toegevoegd waarin de Wet melding collectief ontslag (WMCO) is opgenomen. Door de Wet werk en zekerheid is de WMCO gewijzigd. De vernieuwde uitvoeringsregels zijn hier volledig op aangepast en geactualiseerd.

Fiscale aandachtspunten echtscheidingsconvenant en eigen woning online

Belastingdienst aandacht aan de fiscale gevolgen van afspraken die worden vastgelegd in een echtscheidingsconvenant... Lees meer >

Bij deze de notitie ‘Het echtscheidingsconvenant en de eigen woning – Fiscale aandachtspunten’. In deze notitie besteedt de Belastingdienst aandacht aan de fiscale gevolgen van afspraken die worden vastgelegd in een echtscheidingsconvenant.  

De Belastingdienst in deze notitie de volgende aandachtspunten voor u op een rij:

  •  Apart of samen aangifte doen
  • Onderbedeling en overbedeling
  • Woongenot: ontvangen en betaalde partneralimentatie
  • Eigen woningrente als betaalde partneralimentatie
  • Eigen woningrente als ontvangen partneralimentatie
  • Belang vastleggen in convenant
  • Economische eigendom
  • Nihilbeding

Meer informatie
Meer informatie over dit onderwerp vindt u: