Nieuws

Personeel & Salaris Online

Employee Self Service (ESS) vormt samen met UNIT4 Personeel & Salaris Online één totaaloplossing en biedt uw medewerkers:... Lees meer >

Alleen een goede loonstrook is niet meer voldoende. In uw personeels- en salarisadministratie moeten meer processen en gegevens vastliggen. De trend naar online afhandeling van HR- en salarisadministratieve zaken is volop in beweging. Met Unit4 Personeel & Salaris Online heeft u een gebruiksvriendelijke en complete oplossing. Hierdoor bent u verzekerd van een accurate en snelle verwerking van de salarisadministratie. U heeft overzicht en controle en bepaalt samen met uw vaste contactpersoon binnen PNR administraties welke taken u zelf uitvoert en wat u aan ons overlaat. Compleet, efficiënt en  tijdsbesparend.

Met Unit4 Personeel & Salaris Online kunt u waar en wanneer u wilt, gegevens en informatie over uw personeel  inzien indien mogelijk invoeren en wijzigen.

Employee Self Service

Employee Self Service (ESS) vormt samen met UNIT4 Personeel & Salaris Online één totaaloplossing en biedt uw medewerkers:

  • Toegang tot loonstroken, jaaropgaven en andere documenten.

Meer info Inloggen Salaris online

Fiscus keert kinderopvangtoeslag uit voor recordaantal kinderen

De Belastingdienst heeft vorig jaar voor 882.000 kinderen kinderopvangtoeslag uitgekeerd. Dat is het hoogste aantal ooit. Het aantal kinderen... Lees meer >

De Belastingdienst heeft vorig jaar voor 882.000 kinderen kinderopvangtoeslag uitgekeerd. Dat is het hoogste aantal ooit.

Het aantal kinderen waarvoor de toeslag uitbetaald werd, steeg in 2017 met 64.000 ten opzichte van het voorgaande jaar. Hoewel het aantal kinderen in de dagopvang en op de buitenschoolse opvang (bso) afgelopen jaar steeg, werden er ongeveer evenveel kinderen als in 2016 door erkende gastouders opgevangen.

Ruim 62 procent van de huishoudens die vorig jaar kinderopvangtoeslag ontvingen, heeft een inkomen dat tot de 30 procent hoogste inkomens in Nederland gerekend kan worden. Het gaat dan ook vooral om tweeverdieners. Om de toeslag te krijgen, moeten beide partners werken, een opleiding of een traject naar werk volgen, of aan een inburgeringscursus deelnemen.

In totaal keerde de fiscus in 2017 ruim 2,3 miljard euro aan kinderopvangtoeslag uit aan bijna 583.000 huishoudens. Gemiddeld ging het om een bedrag van 4.000 euro.

Onjuist gebruik btw-identificatie van zzp-ers

De Belastingdienst mag niet langer het bsn-nummer verwerken in het btw-identificatienummer van zzp'ers... Lees meer >

De Belastingdienst mag niet langer het bsn-nummer verwerken in het btw-identificatienummer van zzp’ers. De Autoriteit Persoonsgegevens heeft na een onderzoek vastgesteld dat het in strijd is met de wet, en wil dat de fiscus er per 1 januari mee stopt. Als dat niet gebeurt, dan kan de Belastingdienst een dwangsom krijgen opgelegd.

Zzp’ers moeten hun btw-identificatienummer vermelden op hun facturen en op hun website. Het nummer is toegekend door de Belastingdienst, die het heeft opgebouwd uit het burgerservicenummer (bsn), voorafgegaan door “NL” en de toevoeging “B”, plus een volgnummer.

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) stelt dat het bsn vertrouwelijk is en alleen is bedoeld voor communicatie tussen overheid en burger.

Door het nummer bij zzp’ers openbaar te maken, zadelt de Belastingdienst hen op met het risico van identiteitsfraude. In combinatie met andere persoonsgegevens, zoals woonplaats, geboortedatum en bankrekeningnummer, kunnen fraudeurs op naam van de zzp’er bijvoorbeeld bestellingen doen, een auto huren of goederen te koop aanbieden op internet, zonder die na betaling te leveren.

Overgangsregeling voor afschaffing aftrek rente binnen fiscale eenheid vpb

Met terugwerkende kracht tot 25 oktober 2017, 11.00 uur, wordt de fiscale-eenheidsregeling in de vennootschapsbelasting gewijzigd... Lees meer >

Met terugwerkende kracht tot 25 oktober 2017, 11.00 uur, wordt de fiscale-eenheidsregeling in de vennootschapsbelasting gewijzigd. Hoe de wijzigingen er precies uit gaan zien is nog niet geheel duidelijk maar er zal in ieder geval sprake zijn van rente-aftrekbeperkingen. Voor het mkb mogelijk met relatief grote gevolgen.

De Staatssecretaris van Financiën komt daarom met de overgangsregeling dat op bepaalde groepsleningen tot het eind van dit jaar onder voorwaarden de renteaftrekbeperking niet van toepassing zal zijn. Wat speelt er?

Fiscale eenheid voldoet niet aan EU-regels
Het hoogste hof, het Europese Hof van Justitie heeft in februari van dit jaar beslist dat ons regime van de fiscale eenheid niet voldoet aan de EU-regels. In oktober zag Den Haag dat al aankomen en is op 25 oktober 2017 11.00 uur een spoedreparatie aangekondigd, inhoudende dat we moeten doen alsof er geen sprake is van een fiscale eenheid is voor de als de dividendbelasting. Met name voor wat betreft de aftrekbaarheid van bepaalde rentebetalingen voor groepsleningen kan dit gevolgen hebben!.

Overgangsmaatregel?
Aangekondigd is dat er een overgangsmaatregel gaat gelden. Deze ziet op de renteaftrekbeperking die in de vennootschapsbelasting geldt voor bepaalde groepsleningen. De zogenaamde 10a- leningen of te wel de leningen die verband houden met onder andere een winstuitdeling of een teruggaaf van kapitaal. Blijft de totale rente op dergelijke leningen onder € 100.000 dan blijkt correctie tot en met 31 december 2018 achterwege.

Voorwaardelijke overgangsregeling
Deze overgangsregeling is wel voorwaardelijk:

  • op 25 oktober 2017, 11.00 uur moet de betreffende lening al bestaan
  • bedraagt de de totale rentekosten meer bedragen dan € 100.000, geldt de aftrekbeperking voor alle rente, dus ook voor de eerste € 100.000.

Op deze manier wordt, zoals de Staatssecretaris aangeeft met name aan het mkb tijd gegeven om tot reparatie van de leningen over te gaan.

Wordt mogelijk vervolgd. Zoals nu bekend is geworden zou de uitspraak van het Hof mogelijk gebaseerd zijn op onjuiste feiten en zou de uitspraak zelf ook niet deugdelijk zijn…

Zelfstandigen en Schuldhulp…

Wat te doen als je als zelfstandige met je onderneming in zwaar weer terechtkomt en de schulden je zelfs... Lees meer >

Wat te doen als je als zelfstandige met je onderneming in zwaar weer terechtkomt en de schulden je zelfs boven het hoofd groeien ? Kan je dan aanspraak maken op een vorm van hulpverlening ? Op grond van de individuele omstandigheden kan wel de toegang tot de schuldhulp worden geweigerd, maar het enkele feit dat sprake is van een onderneming is onvoldoende om geen schuldhulpverlening aan te bieden. Gemeenten vinden soms dat zij ondernemers niet hoeven toe te laten tot schuldhulpverlening omdat het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz 2004) passend en toereikend is. Het Bbz 2004 is een bijzondere bijstandsregeling voor startende en gevestigde zelfstandigen bedoeld als tijdelijk sociaal vangnet.

Toets van levensvatbaarheid
Als een zelfstandige met schulden bij de gemeente voor hulp aanklopt, stelt de gemeente in het kader van het Bbz eerst vast of die schulden de continuïteit van het bedrijf bedreigen en of het bedrijf nog levensvatbaar is. Als het bedrijf levensvatbaar is, maar door schulden in de problemen is gekomen, kan de gemeente de Bbz-regeling inzetten, bijvoorbeeld door een lening voor herfinanciering te verstrekken. Kern van de regeling is dat het bedrijf van de gevestigde zelfstandige of het op te starten bedrijf levensvatbaar moet zijn. Als het inzetten van het Bbz niet tot de mogelijkheden behoort, komt de schuldhulpverlening door de gemeente in beeld. Dan bestaan verschillende vormen van dienstverlening, opdat de zelfstandige op termijn zijn financiën weer verantwoord zelf ter hand kan nemen, bijvoorbeeld stabilisatie, budgetadvies/-beheer of het treffen van een schuldregeling met schuldeisers. Als het gaat om het treffen van een schuldregeling mag van de schuldenaar worden verwacht dat hij geen nieuwe schulden maakt en dat hij een (in zekere mate) stabiel inkomen heeft waarmee hij een deel van zijn schulden kan aflossen. Voor mensen met een onderneming kan het lastig zijn aan deze voorwaarden te voldoen.

Cijfers stoppende zelfstandigen en schuldhulp aan ondernemers
De Staatssecretaris heeft geen cijfers beschikbaar omtrent het aantal (voormalige) zelfstandigen dat – om aanspraak te maken op gemeentelijke schuldhulpverlening – is gedwongen te stoppen met zijn of haar bedrijf, en welk deel van hen vervolgens aan de slag kon gaan als werknemer in loondienst. Deze gegevens worden voor de gemeentelijke schuldhulp niet op landelijk niveau geregistreerd. Binnen de wettelijke schuldsaneringsprocedure (het mogelijke vervolgtraject bij de rechtbank) vindt wel registratie plaats van het aantal (ex-) ondernemers. In gemiddeld 20% van de schuldsaneringsprocedures gaat het om een (ex-) ondernemer (circa 1600 gevallen). Het overgrote merendeel hiervan moest de onderneming beëindigen en is als werknemer in loondienst aan de slag gegaan. De mediane schuldenlast bij (ex)ondernemers in 2016 bedroeg: € 97.783.

Gedwongen stopzetting onderneming en arbeidsparticipatie
De gemeentelijke schuldhulpverlening is erop gericht om samen met de schuldenaar een oplossing te vinden, via gezamenlijke inspanningen om de (arbeids)participatie van de schuldenaar te behouden of te verhogen. Iemand verplichten om een onderneming, indien deze rendeert, stop te zetten, staat hier haaks op. Sommige ondernemingen vragen echter om voortdurende investeringen. Het tegelijk maken van schulden, in de vorm van investeringen in het bedrijf, staat op gespannen voet met de belangen van de schuldeisers, die later in een schuldsanering mogelijk een (aanzienlijk) deel van hun vordering zien kwijtgescholden. Als het de aard van de onderneming / de conjunctuur in de branche is (of de schuldenaar als leidinggevende !) die de oorzaak is van de problematische schuldensituatie, dan is een voortzetting ook een continuering van het ontstaan van (meer) schulden. In die situatie kan het redelijk zijn dat de schuldhulp stopzetting van de bedrijfsactiviteiten verlangt, indien de onderneming niet rendeert. Ook budgetcoaching is een vorm van schuldhulp. Het Bbz biedt voor een deel van de  zelfstandigen – bij levensvatbaarheid van de onderneming – dus een passende oplossing. Een ander deel zal meer geholpen zijn met de reguliere dienstverlening in de schuldhulpverlening. Het is in de ogen van de Staatssecretaris aan de gemeenten om hierin een beslissing te nemen.

12 aangekondigde wijzigingen in 2018

Welke belangrijke berichten hebben we het afgelopen half jaar zien langskomen. Wat zit er in de pijplijn, wat gaat... Lees meer >

Het eerste half jaar van 2018 zit er weer op. Het kabinet is met reces. Veel mensen zijn op vakantie. Welke belangrijke berichten hebben we het afgelopen half jaar zien langskomen. Wat zit er in de pijplijn, wat gaat er wijzigen?  

Heeft u eind januari 2018 de eerste uitspraak van het gerechtshof gelezen over de werkkostenregeling en de gebruikelijkheidstoets. De Hoge Raad is nu aan zet. Deze uitspraak kan ook gevolgen hebben voor u. 

Zie Eerste uitspraak Hof over werkkostenregeling en gebruikelijkheidstoets 

Verder bent u waarschijnlijk in de eerste maanden van 2018 druk geweest met de nieuwe Europese privacywetgeving: de AVG die op 25 mei in werking is getreden. 

Zie AVG ook relevant voor salarisprofessionals  

Hierna volgen twaalf relevante berichten die voor u als salarisprofessional de komende periode van belang zijn. Welke wijzigingen zijn aangekondigd? 

Opschorting handhaving Wet DBA tot 2020 – roadmap vervanging DBA 

De opschorting van de handhaving van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) is verlengd tot 1 januari 2020. Opdrachtgevers en opdrachtnemers krijgen tot die tijd geen boetes of naheffingen als achteraf geconstateerd wordt dat er sprake is van een dienstbetrekking. De mogelijkheden voor handhaving van kwaadwillenden zijn sinds 1 juli 2018 wel verruimd.   

Fiets van de zaak eenvoudiger per 2020 

Het wordt een stuk aantrekkelijker gemaakt een fiets van de zaak te krijgen door een vereenvoudiging van de fiscale fietsregeling. Er komt net zoals bij de auto van de zaak een bijtelling voor de fiets. De regeling wordt de komende tijd samen met brancheverenigingen uitgewerkt en moet per 1 januari 2020 ingaan.  

Evaluatie werkkostenregeling – kabinet wil alleen kleine wijzigingen 

De evaluatie van de werkkostenregeling (WKR) is in maart gepubliceerd. De conclusie van het onderzoek is dat werkgevers op dit moment gebaat zijn bij zoveel mogelijk rust rond de WKR en dat er dus hooguit ruimte is voor kleine aanpassingen. Het kabinet ziet kansen om met kleine wijzigingen de WKR op enkele punten te vereenvoudigen maar ziet geen geen aanleiding om de regeling budgettair te verruimen.   

Wetsvoorstel meer balans tussen flexwerk en vast contract 

Het moet voor werkgevers aantrekkelijker worden om werknemers in (vaste) dienst te nemen. Daarom stelt het kabinet voor om premiedifferentiatie tussen vaste contracten en flexcontracten in de WW en een cumulatiegrond in het ontslagrecht te introduceren. Ook het recht en de opbouw van de transitievergoeding wijzigen. De ketenbepaling wordt ruimer. Dit pakket aan maatregelen is opgenomen in de nieuwe Wet arbeidsmarkt in balans (WAB). 

Looptijd 30%-regeling verkort naar vijf jaar per 2019 

De looptijd van de 30%-regeling wordt per 1 januari 2019 voor nieuwe en bestaande gevallen verkort van acht naar vijf jaar.   

WGA-risicoperiode verkort naar vijf jaar in wetsvoorstel 

De periode van eigenrisicodragen voor werkgevers die eigenrisicodrager zijn en de periode van premiedifferentiatie voor publiek verzekerden voor wat betreft de Werkhervattingsregeling gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) wordt verkort van tien naar vijf jaar.  

Vijf dagen betaald geboorteverlof voor partners vanaf 2019 

Het geboorteverlof voor partners gaat per 1 januari 2019 van twee naar vijf dagen betaald verlof. Vanaf juli 2020 kunnen partners in het eerste half jaar na de geboorte van de baby nog eens vijf weken extra geboorteverlof opnemen. Zij hebben dan recht op een uitkering van 70 procent van het loon. 

8 Drie knelpunten uitvoering sectorindeling aangepakt 

Vooruitlopend op de invoering van premiedifferentiatie naar de aard van het contract, is het noodzakelijk om de grootste knelpunten in de uitvoering van de sectorindeling versneld aan te pakken. Daarom heeft de minister de regels betreffende de sectorindeling op drie onderdelen per direct aangepast. De maatregelen werken terug tot 29 juni 2018, 17.00 uur. 

9 Compensatie transitievergoeding bij ontslag na ziekte 

Werkgevers krijgen vanaf 2020 compensatie voor de transitievergoeding die zij moeten betalen bij het ontslag van langdurig zieke werknemers. De Eerste Kamer heeft op 10 juli 2018 ingestemd met het wetsvoorstel hierover. De Tweede Kamer ging op 5 juli 2018 akkoord. 

10 Heel kleine pensioenen vervallen per 1 januari 2019 

Heel kleine pensioenen vervallen vanaf 1 januari 2019. Het gaat hier om pensioenen van € 2 of minder bruto per jaar. Dat mag op grond van nieuwe regels omdat de administratiekosten voor deze heel kleine pensioenen erg hoog zijn. 

11 Hogere kinderopvangtoeslag per 2019 

Bijna alle werkende ouders met kinderen op de crèche, gastouderopvang of buitenschoolse opvang gaan er vanaf 1 januari 2019 op vooruit. Door een hogere kinderopvangtoeslag zijn zij per saldo minder kwijt aan kinderopvang.

12 Loondispensatie in Participatiewet vervangt loonkostensubsidie 

Bij veel mensen zijn er vragen en zorgen over de maatregel uit het Regeerakkoord om loonkostensubsidie in de Participatiewet te vervangen door loondispensatie. Staatssecretaris Van Ark van Sociale Zaken informeert over de contouren van de loondispensatie in de Participatiewet.  

Wijzingen 1 juli 2018

Per 1 juli 2018 gaat er weer het nodige veranderen. Waar moet u als werkgever rekening mee houden?... Lees meer >

Per 1 juli 2018 gaat er weer het nodige veranderen. Waar moet u als werkgever rekening mee houden?
Denk aan bijvoorbeeld aan de deadline voor het tijdig opnemen van vakantiedagen en het wijzigen van het minimumloon, …

Arbowet: overgangsperiode ten einde

Vorig jaar is per 1 juli 2017 een nieuwe Arbowet in werking getreden. Zo heeft bijvoorbeeld iedere werknemer voortaan het recht om anoniem en zonder toestemming van de werkgever de bedrijfsarts te raadplegen, ook als er nog geen sprake is van verzuim of klachten. Er is wel een overgangsperiode van één jaar voor werkgevers, zodat men de bestaande contracten met de arbodienst aan kan passen. Tijdens deze overgangsperiode mogen bestaande contracten dus nog blijven doorlopen of kunnen bestaande contracten voorzien worden van een aanvulling. Deze overgangsperiode loopt op 1 juli 2018 ten einde en vanaf dan moeten alle werkgevers voldoen aan de nieuwe eisen van de Arbowet.

Aanscherping controle ZZP’ers

Als u een derde inhuurt of u zichzelf beschikbaar stelt als onafhankelijk dienstverlener, bestaat het risico dat de fiscus de overeenkomst van opdracht aanmerkt als dienstbetrekking. Dit is met name het geval bij langer lopende opdrachten. U kunt dit voorkomen door te werken met een modelovereenkomst.

Handhaving

De fiscus heeft bekendgemaakt dat voorlopig geen naheffingen en boetes volgen als er ten onrechte geen belastingen en premies worden ingehouden, terwijl er toch sprake is van een dienstbetrekking. Bij kwaadwillenden handhaaft de Belastingdienst wel. Per 1 juli 2018 richt de handhaving zich niet langer alleen op de ernstigste gevallen, maar ook op andere kwaadwillenden.

De Belastingdienst kan handhaven bij kwaadwillenden. Hiervan is sprake als de Belastingdienst de volgende drie criteria kan bewijzen:

  • er is sprake van een (fictieve) dienstbetrekking;
  • er is sprake van evidente schijnzelfstandigheid;
  • er is sprake van opzettelijke schijnzelfstandigheid.

 

Deadline wettelijke vakantiedagen

Hebben uw werknemers nog wettelijke vakantiedagen staan van 2017, dan moeten deze in de regel vóór 1 juli 2018 worden opgenomen. Zo niet, dan komen ze te vervallen, tenzij er een uitzondering geldt. In de volgende gevallen vervallen de niet opgenomen vakantiedagen pas na vijf jaar:

  • Als de werknemer niet in staat was de vakantiedagen op tijd op te nemen. Bijvoorbeeld omdat deze daarvoor te ziek was. Of omdat de werkgever het onmogelijk maakte om (genoeg) vakantie op te nemen.
  • Als de werknemer bovenwettelijke vakantiedagen over heeft. Dit is het geval als de werknemer meer dan het wettelijk aantal vakantiedagen heeft.
Ingaan eigenrisicodragerschap WGA

U kunt eigenrisicodrager worden voor de WGA (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten). Dat betekent datu vanaf de start van de WGA-uitkering maximaal tien jaar zelf het risico draagt voor gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid en tijdelijke volledige arbeidsongeschiktheid van uw (ex)-werknemer, of dat u dit volledig of deels particulier verzekert. u draagt ook het risico voor overlijdensuitkeringen van een maand WGA aan nabestaanden van werknemers met een WGA-uitkering die onder het eigen risico vallen.

Omdat u deze risico’s overneemt als eigenrisicodrager voor de WGA betaal je geen premiecomponent WGA van de sectorpremie (Whk). U moet een verzoek om eigenrisicodrager voor de WGA te worden indienen bij de Belastingdienst. Het eigenrisicodragerschap voor de WGA kun je op 1 januari of op 1 juli laten beginnen. De aanvraag moet uiterlijk 13 weken vóór de ingangsdatum bij de Belastingdienst binnen zijn. Dit betekent dat, wanneer uoverweegt om per januari 2019 eigenrisicodrager te worden, u uiterlijk op 1 oktober een verzoek daarvoor moet indienen. Het is dus raadzaam om van tevoren al te bepalen of deze overstap voor u interessant is en of u aan de voorwaarden kunt voldoen. Uiteraard zijn wij je graag daarbij behulpzaam.

 

Wijzigingen minimumloon

De bedragen van het wettelijk minimumloon gelden voor een volledige werkweek. Meestal is dat 36, 38 of 40 uur per week. Dit hangt af van de sector waarin je werkt en mogelijke cao-afspraken voor die sector. Per 1 juli is het minimumloon 1,03% hoger dan in de eerste helft van 2018. Dat brengt het brutominimumloon op:

€ 1.594,20 per maand
€ 367,90 per week en
€ 73,58 per dag

Voor jongeren geldt een lager minimumloon

Tabel minimumloon per maand, week en dag (bruto bedragen per 1 juli 2018)
Leeftijd Per maand Per week Per dag
22 jaar en ouder € 1.594,20 € 367,90 € 73,58
21 jaar € 1.355,05 € 312,70 € 62,54
20 jaar € 1.115,95 € 257,55 € 51,51
19 jaar €    876,80 € 202,35 € 40,47
18 jaar €    757,25 € 174,75 € 34,95
17 jaar €    629,70 € 145,30 € 29,06
16 jaar €    550,00 € 126,95 € 25,39
15 jaar €    478,25 € 110,35 € 22,07

 

Tabel minimumloon per uur voor fulltime werkweek van 36, 38 en 40 uur (bruto bedragen per 1 juli 2018)
Fulltime werkweekin bedrijf
22 jaar en ouder
21 jaar
20 jaar
19 jaar
18 jaar
17 jaar
16 jaar
15 jaar
36 uur
€ 10,22
€ 8,69
€ 7,16
€ 5,63
€ 4,86
€ 4,04
€ 3,53
€ 3,07
38 uur
€   9,69
€ 8,23
€ 6,78
€ 5,33
€ 4,60
€ 3,83
€ 3,35
€ 2,91
40 uur
€   9,20
€ 7,82
€ 6,44
€ 5,06
€ 4,37
€ 3,64
€ 3,18
€ 2,76

Meer info

Bijtelling duurdere elektrische auto’s per 2019 fors omhoog

Per 1 januari 2019 gaat de bijtelling van 22% gelden voor elektrische auto’s met een catalogusprijs hoger dan €... Lees meer >

Per 1 januari 2019 gaat de bijtelling van 22% gelden voor elektrische auto’s met een catalogusprijs hoger dan € 50.000.

 

Er is dus sprake van een gecombineerd bijtellingspercentage, van 4% tot € 50.000 en daarboven 22%.

 

Er gelden momenteel twee bijtellingscategorieën voor de auto van de zaak. Alle auto’s die 100% elektrisch rijden vallen dit jaar in de bijtellingscategorie van 4%. Alles met 1 of meer gram uitstoot per gereden kilometer valt in de bijtellingscategorie van 22%.

 

Werkgevers kunnen weer subsidie praktijkleren aanvragen

Sinds 2 juni kunnen werkgevers een aanvraag doen voor de subsidie praktijkleren. Deze subsidie voor het aanbieden van praktijk-... Lees meer >

Sinds 2 juni kunnen werkgevers een aanvraag doen voor de subsidie praktijkleren. Deze subsidie voor het aanbieden van praktijk- en werkleerplaatsen is tot en met 17 september 2018 aan te vragen.

De subsidieregeling praktijkleren regelt dat organisaties een tegemoetkoming kunnen krijgen voor kosten die zij maken bij het aanbieden van een praktijk- of werkleerplaats aan een leerling of student. Per gerealiseerde praktijk- of werkleerplaats kan een werkgever maximaal € 2.700 ontvangen. Het aanvraagtijdvak van de subsidie voor het schooljaar 2017/2018 loopt van 2 juni 2018, 09.00 uur, tot en met 17 september 2018, 17.00 uur.

Voor schooljaar 2017/2018 grotere doelgroep

De doelgroep van de subsidieregeling praktijkleren is sinds dit jaar uitgebreid met leerlingen van het voortgezet speciaal onderwijs, praktijkonderwijs en de entree-opleidingen in het vmbo. Voor hen gelden dezelfde voorwaarden als voor vmbo-leerlingen in een leerwerktraject. Organisaties die de subsidie willen aanvragen, zijn hiervoor bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) aan het juiste adres. RVO.nl helpt organisaties op weg met een aantal belangrijke tips. Een aanvraag is mogelijk nadat de begeleiding van de leerling of student is afgelopen. RVO.nl waarschuwt dat werkgevers niet tot het laatste moment moeten wachten met aanvragen, als zij zeker willen zijn van de subsidie. Zo kost de aanvraag van de benodigde eHerkenning twee tot zeven werkdagen.

Toekomst van subsidieregeling nog onduidelijk

Voor 2018 is er binnen de subsidieregeling praktijkleren € 196,5 miljoen beschikbaar. Een groot deel hiervan (€ 188,9 miljoen) is bedoeld voor het mbo. De subsidieregeling praktijkleren loopt in haar huidige vorm tot en met 2018. Wat er met de regeling na 2018 gaat gebeuren, is nog niet duidelijk. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap verwacht in de zomer een besluit te nemen over de voortzetting van de subsidieregeling.

Kleine organisaties weer vaker de dupe van spookfacturen

Bekijk binnenkomende facturen kritisch voordat u een handtekening zet... Lees meer >

Bekijk binnenkomende facturen kritisch voordat u een handtekening zet. Vooral kleine organsiaties zijn steeds vaker doelwit van criminelen die spookfacturen en nepcontracten aanbieden. De Fraudehelpdesk zette de aantallen op een rij: in 2016 waren er 2528 meldingen, in 2017 waren dat er 3575.

Als u zelf een factuur uitreikt, moet u een aantal gegevens verplicht vermelden. Deze verplichting komt voort uit de factuurvereisten voor de BTW.Soms is er sprake van een spookfactuur De makers van spook- of nepfacturen gebruiken vele trucs om u te misleiden. Deze facturen voor nooit geleverde diensten of goederen worden naar veel organisaties gestuurd en leveren de makers miljoenen op.

Maatregelen tegen spookfacturen

U kunt diverse maatregelen nemen om het risico te verkleinen dat u onterecht een factuur betaalt:

  • controleer of de afzender al vaker een levering heeft gedaan;
  • ga na – bijvoorbeeld op de website van de afzender – of de adresgegevens op de factuur kloppen;
  • vraag bij de betreffende afdeling na of de bestelling is gedaan en geleverd;
  • bel naar de afzender.

Stel dat u toch een spookfactuur heeft ontvangen? Dan kunt u deze ‘overeenkomst’ vernietigen door middel van een brief .

Malafide contracten ook gewild bij criminelen

De Fraudehelpdesk signaleerde ook veel fraude rond nepcontracten. Een malafide adverteerder belt bijvoorbeeld naar een organisatie met de vraag of die het (niet bestaande) contract voor advertentieruimte wil verlengen. De organisatie weigert en tekent een schriftelijke opzegging die eigenlijk een contract blijkt te zijn. Of een organisatie betaalt een factuur waarop in de welbekende kleine lettertjes staat dat het om een contract gaat.

Aantal fraudegevallen ligt waarschijnlijk hoger

De Fraudehelpdesk verwacht dat het aantal fraudegevallen in werkelijkheid nog hoger ligt. Niet alle slachtoffers melden zich namelijk. Soms blijft melding ook uit omdat de bewijslast bij de gedupeerde lag. Maar sinds 2016 is die bewijslast omgedraaid: de aanbieder van een product moet nu bewijzen dat de geboden informatie afdoende en transparant is en niet in de kleine lettertjes verstopt. De wet zorg ervoor dat zulke praktijken strafbaar zijn én dat uw organisatie makkelijker onder een overeenkomst uit kan komen als deze op misleidende wijze tot stand is gekomen. Fraudeurs kunnen maximaal twee jaar gevangenisstraf of een boete van maximaal € 81.000 riskeren. Het loont dus de moeite om fraude te melden, bijvoorbeeld bij de Fraudehelpdesk.

Te weinig belasting betaald, maar niet opzettelijk

Als een inspecteur een vergrijpboete wil opleggen zal hij aannemelijk moeten maken dat een onderneming willens en wetens te... Lees meer >

Als een inspecteur een vergrijpboete wil opleggen zal hij aannemelijk moeten maken dat een onderneming willens en wetens te weinig belasting heeft betaald. Dat lukt niet altijd, zo blijkt uit een onlangs gepubliceerde uitspraak van de rechtbank in Groningen.

In deze zaak draaide het om een bv, die in 2015 bezoek kreeg van de inspecteur voor een boekenonderzoek. De conclusie luidde dat de onderneming kosten had afgetrokken van de winst zonder dat daar bonnetjes van waren. Ook had de bv het zakelijke karakter van sommige gemengde kosten niet voldoende aangetoond. De inspecteur turfde uiteindelijk 26 kostenposten die onterecht waren afgetrokken. De bv had dus te weinig vennootschapsbelasting (VPB) afgedragen en kreeg daarvoor navorderingsaanslagen en vergrijpboetes aan de broek.

Te weinig bewijs voor zakelijke kosten

Na wat correspondentie over en weer waren er voor de rechtbank nog 14 aftrekposten over waar de inspecteur en de bv over van mening verschilden. De rechtbank liep ze allemaal na en kwam overal tot de conclusie dat er inderdaad te weinig bewijs was dat de kosten zakelijk waren. Zo waren er onder meer kosten voor schilderwerk aan het huis van de dga van de bv. Om die kosten te mogen aftrekken, moet er in het huis sprake zijn van een ‘zelfstandige werkruimte’, en dat was niet voldoende aangetoond.
Omdat het bewijs te mager was, oordeelde de rechtbank dus dat de navorderingsaanslagen terecht waren opgelegd.

Rechter acht opzet bv niet bewezen

Maar voor de vergrijpboetes was het een ander verhaal. De bewijslast dat die boetes terecht waren opgelegd, lag volledig bij de inspecteur. Die moest onderbouwen dat de kosten die de bv had opgevoerd volledig niet-aftrekbare kosten waren. En bovendien moest de inspecteur aantonen dat de bv opzettelijk te weinig belasting had afgedragen. Ofwel: dat de bv zich bewust was van de fouten en ook bewust had besloten om die fouten niet te herstellen.Daarvoor had de inspecteur te weinig bewijs op tafel gelegd. De rechtbank achtte de gang van zaken weliswaar ‘bijzonder slordig’, maar opzet van de bv was niet bewezen.
Al met al hoefde de bv de vergrijpboetes niet te betalen. Maar de navorderingsaanslagen bleven dus wél in stand.
Rechtbank Noord-Nederland, 23 november 2017 (gepubliceerd 25 juni 2018), ECLI (verkort): 4604

Personeel & Salaris Online

Met Unit4 Personeel & Salaris Online kunt u waar en wanneer u wilt, gegevens en informatie over uw personeel... Lees meer >

Alleen een goede loonstrook is niet meer voldoende. In uw personeels- en salarisadministratie moeten meer processen en gegevens vastliggen. De trend naar online afhandeling van HR- en salarisadministratieve zaken is volop in beweging. Met Unit4 Personeel & Salaris Online heeft u een gebruiksvriendelijke en complete oplossing. Hierdoor bent u verzekerd van een accurate en snelle verwerking van de salarisadministratie. U heeft overzicht en controle en bepaalt samen met uw vaste contactpersoon binnen PNR administraties welke taken u zelf uitvoert en wat u aan ons overlaat. Compleet, efficiënt en  tijdsbesparend.

Met Unit4 Personeel & Salaris Online kunt u waar en wanneer u wilt, gegevens en informatie over uw personeel  inzien indien mogelijk invoeren en wijzigen.

Employee Self Service

Employee Self Service (ESS) vormt samen met UNIT4 Personeel & Salaris Online één totaaloplossing en biedt uw medewerkers:

  • Toegang tot loonstroken, jaaropgaven en andere documenten.

Meer info Inloggen Salaris online

Belastingdienst stuurt brieven over aanpassing 30%-regeling (update)

Op 7 juni ontvangen betrokken werkgevers een brief van de Belastingdienst met informatie over de mogelijke verkorting van de... Lees meer >

Op 7 juni ontvangen betrokken werkgevers een brief van de Belastingdienst met informatie over de mogelijke verkorting van de looptijd van de 30%-regeling. In de brief vindt u een uitleg over de gevolgen van deze wijziging.

Met ingang van 1 januari 2019 wordt de looptijd van de 30%-regeling mogelijk aangepast van 8 naar 5 jaar. Het kabinet wijzigt de looptijd omdat uit de evaluatie van de 30%-regeling blijkt dat 80% van de ingekomen werknemers de regeling niet langer dan 5 jaar gebruikt.

Geen overgangsregeling
Voor werknemers voor wie u de regeling op 1 januari 2019 minimaal 5 jaar hebt toegepast, vervalt de regeling met ingang van 1 januari 2019.

Voor werknemers voor wie u de regeling op 1 januari 2019 korter dan 5 jaar toepast, wordt de datum in de beschikking met 3 jaar vervroegd.

Brief werknemers
De betrokken werknemers ontvangen op 14 juni een brief. Deze brief is als bijlage bij de brief aan werkgevers gevoegd.

Meer informatie
> Voorbeeldbrief werkgever
> Voorbeeldbrief werknemer (inclusief Engelse vertaling)
> De Kamerbrief evaluatie 30%-regeling vindt u op rijksoverheid.nl

Gerelateerd artikel
> Looptijd 30%-regeling wordt 5 jaar in 2019

Bron: Forum Salaris

Kamerbrief over stand van zaken vervanging wet DBA

Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid informeert de Tweede Kamer over de stand van zaken inzake vervanging van... Lees meer >

Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid informeert de Tweede Kamer over de stand van zaken inzake vervanging van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA).

U vindt de kamerbrief op Rijksoverheid.nl.