Nieuws

Alsnog compensatie voor vrouwelijke zelfstandige met kind

Ben je zelfstandige en in de periode van 7 mei 2005 tot en met 3 juni 2008 bevallen?... Lees meer >

Ben je zelfstandige en in de periode van 7 mei 2005 tot en met 3 juni 2008 bevallen? Dan heb je recht op een compensatie van € 5.600 bruto. Naar schatting komen 20.000 vrouwelijke zelfstandigen in aanmerking voor de compensatieregeling. Vraag deze compensatie nu aan!

Waarom wordt er gecompenseerd?

Reden voor deze compensatie is het wegvallen van de zwangerschaps- en bevallingsuitkering voor zelfstandigen in die jaren. Deze uitkering verviel in mei 2005 en werd hervat vanaf 4 juni 2008.

Als je als vrouwelijke zelfstandige die in die tussenliggende periode beviel van een kind, kon je geen beroep doen op een zwangerschaps- en bevallingsuitkering. Nu wordt er alsnog compensatie geboden aan degene die destijds geen aanspraak konden doen op een uitkering. Dat recht is er voor vrouwelijke zelfstandigen, beroepsbeoefenaren en meewerkende echtgenotes, die in de periode van 7 mei 2005 tot en met 3 juni 2008 zijn bevallen.

Hoogte van de compensatie

De compensatie bedraagt 90% van het wettelijk minimumloon 2017 per dag (inclusief vakantiebijslag) en wordt berekend over 80 dagen. Dit komt neer op ongeveer € 5.600 bruto en komt overeen met de gemiddelde zwangerschaps- en bevallingsuitkering die vrouwelijke zelfstandigen in 2017 hebben ontvangen.

Aanvragen compensatie zwangere zelfstandigen

Kortom, werkte je tussen 7 mei 2005 tot en met  3 juni 2008 als zelfstandige en heb je toen een kind gekregen? Dan heb je misschien recht op een compensatie van 5.600 euro bruto. Vraag deze compensatie nu aan bij het UWV.

 

De uitkering

De aanvraag wordt na binnenkomst gecontroleerd door het UWV als blijkt dat je inderdaad recht hebt op compensatie volgt de betaling na 1 januari 2019. De reden hiervan is dat je het te ontvangen bedrag tijdig kunt doorgeven aan de Belastingdienst. Het bedrag van de compensatie kan namelijk het recht op  te ontvangen toeslagen verlagen.

Let op! 

Zorg voor dat je aanvraag uiterlijk 30 september 2018 bij het UWV binnen is. Aanvragen die na deze datum binnenkomen worden niet meer in behandeling genomen.

Waarom is mijn netto vakantiegeld zo laag?

Het zijn niet alleen de vele vrije dagen in de maand mei waar iedereen naar uitkijkt... Lees meer >

Het zijn niet alleen de vele vrije dagen in de maand mei waar iedereen naar uitkijkt. Het is ook de maand van het vakantiegeld. En met het vakantiegeld komt ook elk jaar de vraag waarom daar zo weinig van overblijft. “Het wordt veel zwaarder belast dan de rest van mijn salaris”, is de meest gehoorde opmerking. Dit is een legitieme vraag.

Maar hoe leg je dit uit aan iemand die niet zo thuis is in de loonheffing. Uitkeringen die doorgaans eenmaal per jaar worden betaald worden belast volgens de tabel bijzondere beloningen. In deze tabel wordt geen rekening gehouden met schijventarieven of loonheffingskorting. Een werknemer die zijn vakantiegeld elke maand – of per 4 weken – gewoon bij het salaris krijgt uitgekeerd, zult u de opmerking hier ook niet over horen maken.

De gedachte achter de tabel bijzondere beloningen is nobel. Door af te wijken van de standaard berekeningssystematiek, sluit de berekende loonheffing beter aan bij de uiteindelijk af te rekenen inkomstenbelasting. Zo beschermt de tabel de werknemer tegen een onverwachte nabetaling bij de jaarlijkse eindafrekening in de inkomstenbelasting. Dat is een prima opmerking om de vraag te beantwoorden, maar dat wil de werknemer allemaal niet weten. Die wil weten waarom hij niet 2x zoveel nettoloon heeft als in april of juni.

Verklaren dat het vakantiegeld vaak maar 8% (let op dit kan per CAO ook verschillen) is van het jaarloon – en dus minder dan een heel maandsalaris – dekt de lading onvoldoende. Dat er gewerkt wordt met een progressief belastingsysteem wordt ook niet begrepen. (Uitleggen dat 2e en de 3e schijf hetzelfde inhoudingspercentage hebben maar toch verschillend zijn, is al geen sinecure).

In het hoofd van de werknemer werkt het anders. Die neemt het verschil tussen bruto en netto en berekent welk percentage dat is van het loon. Hij verwacht dat ditzelfde percentage ook wordt gebruikt bij de berekening van de belasting over het vakantiegeld.

Het berekende percentage klopt wel, maar het is natuurlijk samengesteld uit de verschillende percentages van alle schijven die bij het jaarsalaris passen. En dat dan weer gedeeld door 12 (of 13 bij een 4-wekelijkse verloning) en verminderd met een deeltje loonheffingskorting. (U weet dat we normaal niet zo kort door de bocht gaan.) Maar hier ligt misschien wel de basis voor een begrijpelijke, eenvoudige uitleg. De lagere tarieven zijn al verbruikt. Alles wat extra komt, valt altijd onder het hoogste tarief.

Misschien helpt dit bericht u bij de beantwoording van vragen over het tegenvallende vakantiegeld