Nieuws

Afgifte btw-nummer duurt langer dan normaal

Als u zich aanmeldt als nieuwe ondernemer, krijgt u normaal gesproken binnen 5 werkdagen een brief met uw btw-nummer... Lees meer >

Als u zich aanmeldt als nieuwe ondernemer, krijgt u normaal gesproken binnen 5 werkdagen een brief met uw btw-nummer van ons. Op dit moment duurt dat langer. U krijgt hiermee te maken als u zich hebt aangemeld met het formulier ‘Opgaaf zonnepaneelhouders’ of het formulier ‘Opgaaf startende onderneming’, of als u zich hebt ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.

In januari 2018 hebben wij extra veel formulieren ‘Opgaaf zonnepaneelhouders’ ontvangen. Dit is het gevolg van een uitspraak van de Hoge Raad op 15 december 2017. Het lukt ons nu niet binnen de normale termijn van 5 werkdagen te reageren.
Daardoor zal iedereen die zich aanmeldt als ondernemer, langer moeten wachten op een bericht van ons.

Onze excuses voor het ongemak.

Bron: Belastingdienst

Over 2017 te weinig btw aangegeven?

Vorig jaar te weinig btw aangegeven? Herstel dan de gemaakte fout... Lees meer >

Vorig jaar te weinig btw aangegeven? Herstel dan de gemaakte fout. Dan betaalt u geen belastingrente en meestal geen boete. U kunt een correctie op btw-aangifte (‘suppletie’) alleen nog digitaal doorgeven. Dat kan via ‘inloggen voor Ondernemers’ op deze internetsite, of met uw eigen software waarmee u normaal uw btw-aangifte doet.

U kunt de btw-suppletie vanaf januari 2018 alleen nog digitaal doen.

Meer dan € 1.000 verschil

Hebt u over 2017 te weinig btw aangegeven? En is het btw-bedrag dat u niet betaalde meer dan € 1.000?
Doe dan voor 1 april 2018 uw suppletie-aangifte.
En zorg dat uw btw bij ons binnen is voor 1 april 2018.
Dan hoeft u geen belastingrente te betalen.
En u krijgt geen boete als:
– het alsnog te betalen bedrag niet hoger is dan € 20.000, en
– het alsnog te betalen bedrag niet meer is dan 10% van de betaalde btw over 2017

U doet uw suppletie-aangifte via Inloggen voor Ondernemers.

€ 1.000 of minder verschil

Hebt u over 2017 te weinig btw aangegeven? En is het btw-bedrag dat u niet betaalde € 1.000 of minder?
Verwerkt dat uw suppletie in uw eerstvolgende btw-aangifte.

Alleen digitaal

Hebt u dit jaar of de afgelopen 5 jaar te veel of te weinig btw aangegeven?
En wilt u daarom uw btw-aangifte wijzigen met een suppletie?
Dan kunt u dat op de volgende manieren doen:

  • U logt in op onze internetsite bij het onderdeel ‘Inloggen voor ondernemers’, of
  • U gebruikt uw eigen software, of
  • U laat uw adviseur de suppletie digitaal doorgeven

Wijzigingen doorgeven hoeft trouwens niet altijd met een suppletie. Betekenen de wijzigingen dat u € 1.000 of minder terugkrijgt,
of € 1.000 of minder moet bijbetalen? Dan mag u de correctie ook in uw eerstvolgende btw-aangifte verwerken.

Bron: Belastingdienst

De zzp’er: ondernemer of schijnzelfstandige?

Het kabinet maakt zich zorgen over de snelle stijging van het aantal zzp’ers in Nederland. Waar komt die groei... Lees meer >

Het kabinet maakt zich zorgen over de snelle stijging van het aantal zzp’ers in Nederland. Waar komt die groei vandaan? En wat weten we over deze gevarieerde groep?

Het is de timmerman en de ICT-consultant. De managementcoach en de maaltijdbezorger. De kunstenaar en de kapper. In weinig Europese landen groeit het aandeel zzp’ers zo hard als in Nederland. Zo’n 12 procent van alle werkenden is zelfstandige zonder personeel. Er zijn al meer dan een miljoen zzp’ers, tegenover 330.000 in 1996.

Het kabinet-Rutte III is bezorgd over die snelle groei en werkt aan nieuwe regels om ‘schijnzelfstandigheid’ tegen te gaan. Maar waar komt die snelle stijging van zzp’ers in Nederland vandaan? En wat weten we eigenlijk over deze gevarieerde groep?

In politieke discussies worden meestal twee redenen genoemd voor de snelle opkomst van de zzp’ers in Nederland. Vakbonden en economisch linkse partijen zeggen: het is hier extreem goedkoop voor bedrijven om zzp’ers in te huren – logisch dat het dan zo populair wordt. De werkgeverslobby en rechtse partijen wijzen juist naar het ‘onaantrekkelijke’ vaste contract. Bedrijven wíllen mensen wel in dienst nemen, zeggen zij, maar ze zijn daar voorzichtig mee omdat vast personeel te veel bescherming krijgt: ontslag is moeilijk en zieke werknemers moeten twee jaar lang doorbetaald worden.

Zzp’ers zijn goedkoop

Het Centraal Planbureau noemt nog een hele andere, ‘onpolitieke’ oorzaak. Een van de belangrijkste redenen van de snelle groei van het aantal zzp’ers sinds 1996 is de vergrijzing. Dat zit zo: in elke leeftijdsgroep zijn er meer mensen die beginnen als zzp’er dan die ermee stoppen. Dus hoe ouder de bevolking wordt, hoe meer zzp’ers er zijn.

Ook in andere westerse landen groeit het aantal zzp’ers door de vergrijzing. In Nederland wordt dat effect nog versterkt: het is hier voor oudere werklozen moeilijker een baan in loondienst te vinden, omdat zij relatief duur zijn voor werkgevers. In landen als Denenmarken en Zweden stijgen lonen minder mee met de leeftijd.

Toch hebben de vakbonden een punt. Het is voor bedrijven veel goedkoper om zzp’ers in te huren, berekende een ambtelijke werkgroep in 2015 in het rapport IBO Zelfstandigen zonder personeel. Ze vergeleken een zzp’er en een werknemer die allebei hetzelfde, modale, netto-inkomen overhouden. De werkgroep wilde weten: hoeveel extra kosten komen daar bovenop voor een bedrijf?

Voor de werknemers 84 procent, zo bleek. Dat gaat naar inkomstenbelasting en werkgeverspremies voor pensioen, arbeidsongeschiktheid, werkloosheid en zorgverzekeringen.

Voor een zzp’er zijn die extra kosten half zo klein: 41 procent. En dan gaat het nog om iemand die inkomstenbelasting betaalt én geld reserveert voor pensioen en een arbeidsongeschiktheidsverzekering en dat doorberekent aan zijn opdrachtgever. Zzp’ers die dat niet doen, zijn nóg goedkoper.

Een andere reden dat zzp’ers zo goedkoop zijn, is dat zij de afgelopen twintig jaar steeds meer belastingvoordelen kregen, zoals de zelfstandigenaftrek (verruimd in 2005) en de mkb-winstvrijstelling (ingevoerd in 2007). Sommige zelfstandigen gebruiken die voordelen om hun uurtarief laag te houden.

Lees ook: Een minimumtarief voor zzp’ers, werkt dat wel?

Geen baas boven zich

Wat de werkgeverslobby zegt, is óók waar. Veel bedrijven zijn terughoudend met het aannemen van vast personeel. Ook dat verklaart waarom in Nederland zoveel zzp’ers worden ingehuurd.

Er zijn weinig westerse landen die zo’n sterke ontslagbescherming hebben als Nederland. En daarom zien bedrijven een dienstverband als een risico. Wie een werknemer wil ontslaan, moet een stevig dossier tegen hem hebben opgebouwd en een flinke ontslagvergoeding meegeven.

Een land met een sterke ontslagbescherming heeft doorgaans ook meer zzp’ers, volgens internationaal onderzoek.

Maar is het eigenlijk erg dat Nederland zoveel zzp’ers heeft? Veruit de meeste zzp’ers ervaren dat zelf in ieder geval niet als een probleem, blijkt uit enquêtes. Ze hebben bewust voor het zelfstandig ondernemerschap gekozen en voelen zich vrij en flexibel, omdat ze eigen baas zijn. Bijna 81 procent van de zzp’ers is tevreden met zijn werk, tegenover 78 procent van de werknemers met een vast contract. De meesten werkten eerder in loondienst en begonnen voor zichzelf om hun eigen werktijden te kunnen bepalen en omdat ze geen zin meer hadden in een baas boven zich. Veel zzp’ers hebben een goed inkomen.

Maar de kwetsbare zzp’ers die weinig geld verdienen, hebben ook meteen véél minder inkomsten dan de slechtstverdienende werknemers. Dat zie je bijvoorbeeld als je kijkt naar het inkomen van de 10 procent slechtst verdienende zzp’ers en dat vergelijkt met de 10 procent slechtst verdienende werknemers in loondienst. Bij zzp’ers is dat 3.300 euro per jaar en bij de werknemers 16.000 euro. Beide bedragen gaan over hun héle inkomen, inclusief eventuele extra verdiensten.

De zzp’ers met de laagste inkomens werken onder andere in de kunst- en cultuursector, recreatie, horeca en handel.

Sommige zelfstandigen die zo weinig verdienen kunnen terugvallen op de inkomsten van hun partner, maar lang niet allemaal. Want ook de ‘huishoudinkomens’ van de slechtst verdienende zzp’ers – waar het inkomen van een partner wordt meegerekend – zijn fors lager dan die van vergelijkbare werknemers.

Voor deze zelfstandigen is er niet zoiets als een minimumloon. Op zich logisch: het zijn ondernemers, dus ze mogen zelf bepalen hoeveel geld ze vragen voor hun werk. Maar voor zzp’ers aan de onderkant van de arbeidsmarkt gaat dat niet op. Zij kunnen hun tarief helemaal niet zelf bepalen, dat doet hun opdrachtgever. Een kwestie van vraag en aanbod: hun werkzaamheden zijn niet uniek genoeg en daarom hebben ze een slechte onderhandelingspositie.

Als ik één ding heb geleerd in mijn tijd bij de vakbond, is het dat financiële prikkels doorslaggevend zijn voor werkgevers

Meer armoede

Hoe groot deze groep van kwetsbare zzp’ers is, kun je op verschillende manieren meten. Bijvoorbeeld met armoedecijfers. Bijna 12 procent van alle zelfstandig ondernemers (met én zonder personeel) leeft in armoede, volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau. Dat zijn 153.000 mensen. Van de werknemers in loondienst is dat maar 3 procent. Met ‘armoede’ bedoelt het planbureau dat er niet genoeg geld is voor basisbehoeftes en „minimale kosten” voor ontspanning en participatie, zoals een korte vakantie of lidmaatschap van een sport- of hobbyclub.

Een andere manier om te bepalen hoeveel kwetsbare zzp’ers er zijn, is door te kijken naar de hoeveelheid ‘schijnzelfstandigen’: zzp’ers die eigenlijk helemaal geen ondernemer zijn. Bijvoorbeeld omdat ze maar één opdrachtgever hebben en niet vrij zijn in hun bedrijfsvoering. Volgens onderzoek van Oeso, de club van rijke landen, voldoet zo’n 15 procent van de Nederlandse zzp’ers aan de kenmerken van een schijnzelfstandige.

‘Flexwerk moet duurder’

Het kabinet hoopt die kwetsbare groep te verkleinen door tóch een soort minimumloon in te voeren voor zzp’ers. Het minimale uurtarief zal rond de 15 tot 18 euro komen te liggen, staat in het regeerakkoord. Wie minder verdient, wordt door de Belastingdienst automatisch als werknemer gezien. Dat betekent dat de inhuurder alsnog alle werkgeverspremies moet betalen en de werkende geen recht heeft op de belastingvoordelen voor zzp’ers. Het kabinet hoopt die regels in 2020 te kunnen invoeren.

Volgens vakbonden is dat lang niet genoeg om de problemen op te lossen. Al op de dag van de publicatie van het regeerakkoord, in oktober, zei CNV-voorzitter Maurice Limmen dat er wat hem betreft maar één oplossing is: flexwerk, maar ook zzp’ers, moeten duurder worden voor bedrijven. „Als ik één ding heb geleerd in mijn tijd bij de vakbond, is het dat financiële prikkels doorslaggevend zijn voor werkgevers.”

Merle Oude Lashof (24), zelfstandig kapper

„Dat ik kapper wilde worden wist ik al van jongs af aan. Maar eenmaal in de kapsalon, waar ik dag in dag uit haren stond te knippen, verveelde ik me toch al snel. Ik wilde méér uit mijn vak kunnen halen.

„In mijn eerste jaar als zzp’er dacht ik weleens: waar ben ik aan begonnen. Zo veel kappers zijn er hier in Rossum gelukkig niet, maar ik moest natuurlijk helemaal opnieuw vaste klanten werven. Dat was wel even bikkelen.

„Uiteindelijk is het gelukt me te onderscheiden met bruidskapsels en visagie en heb ik mijn eigen salon naast het huis van mijn ouders. In een dorp vinden mensen het fijn als ze in één keer klaar zijn: haar, make-up, en ik maak nu ook foto’s.

„Het resultaat van die metamorfoses postte ik telkens op Facebook en Instagram, zodat ik meer naamsbekendheid kreeg. Dat werkte echt heel goed, ik verdien nu meer dan ik in de kapsalon verdiende.

„Ik ben blij dat ik deze stap genomen heb. Ik ben vrijer in mijn werk en in de cursussen die ik erbij volg. Al werd ik aan het begin wel gek van klanten die ‘s avonds nog belden. Nu heb ik een werktelefoon, die ik om zes uur in een jaszak stop.”

Jaap van Muijen (57), zelfstandig hoogleraar psychologie

„Vijf jaar geleden ben ik volledig als zelfstandige gaan werken. Ik werkte tot die tijd in allerlei leidinggevende adviesfuncties, totdat dat me na twintig jaar ging tegenstaan. Ik was vooral het ‘mensengedoe’ zo zat. Ik wilde dingen aanpakken, zonder veel tijd te besteden aan onnodig gezeur.

„Mijn leerstoel bij de Universiteit Nyenrode kon ik behouden. Daarnaast ben ik organisatieadviseur, ik coach, doceer op verschillende universiteiten en ik doe onderzoek.

„Wat ik leuk vind aan het zelfstandig ondernemerschap is dat ik met mijn hobby geld verdien. Ik maak eigen keuzes, en als iets een keer mislukt heb ik dat alleen aan mijzelf te wijten.

„Omdat ik in 2007 in de directie van een adviesbureau zat, had ik de marktprijzen voor hoogleraren al langs zien komen. Daar heb ik mijn eigen tarieven op gebaseerd. Bij lezingen maak ik een afweging: vind ik het maatschappelijk relevant, dan vraag ik een relatief bescheiden tarief. Vind ik het minder leuk, dan vraag ik meer. En dan nog verbaas ik me weleens over wat ik dan ontvang.

Al doe ik nooit meer iets wat ik echt niet leuk vind. Dat is een regel. Al krijg ik een miljoen.”

Paméla Menzo (42), zelfstandig actrice en productieleider

„Ik ben actrice, ik kom van de theaterschool. Maar inmiddels heb ik ook mijn eigen theatergezelschap, ben ik productieleider en programmeur.

„Die combinatie is ontstaan uit noodzaak. Van mijn negentiende tot mijn eenendertigste acteerde ik fulltime, maar toen ging de markt op slot. De culturele sector werd vrij rigoureus de nek omgedraaid – veel werkplekken verdwenen en door het toegenomen aanbod van werkzoekende acteurs daalden de uurtarieven flink.

„Als productieleider bleek ik gemakkelijk aan de bak te komen. Er waren maar weinig mensen die én de toneelwereld goed kenden én in staat waren mensen aan te sturen. Ik had het allebei, ik ken de toneelvloer op mijn duimpje. Dus werd ik telkens teruggevraagd.

„Waar ik me eerst wel eens een faler voelde, ben ik nu heel gelukkig als zzp’er. Ik heb meer vrijheid en beweeg me in verschillende werelden, waarin altijd iets nieuws kan gebeuren.

„Nee, ik zal nooit een duur huis kopen. Maar ik ben voor mijn werk wél overal geweest. Dat is ook te gek. En die vrijheid is onbetaalbaar.”

Bron: nrc

Beschikking WOZ-waarde

Het is weer de tijd van het jaar dat de nieuwe WOZ- beschikkingen op de deurmat vallen. De tendens... Lees meer >

Het is weer de tijd van het jaar dat de nieuwe WOZ- beschikkingen op de deurmat vallen. De tendens is als we de kranten moeten geloven dat de waarde van de woningen omhoog zullen zijn gegaan. De WOZ beschikking ziet dit jaar op peildatum 1-1-2017.

Deze beschikking dient voor  meerdere wetgevingen als grondslag, zoals:

De Onroerende Zaak Belasting voor zowel de eigenaar als de gebruiker, de Waterschapsbelasting, voor de schenk- en erfbelasting, de energiebelasting en heffing op leidingwater.

In de inkomstenbelasting voor onder meer het eigenwoning forfait in box 1 en de vermogensrendementsheffing van box 3 voor de tweede woningen. Maar ook in de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting voor de afschrijvingen.

Reden te over dus om eens serieus naar de waarde te kijken die op de beschikking staat.

Binnen zes weken na dagtekening kunt u, al dan niet pro-forma ( zodat u tijdig kenbaar maakt bezwaar te hebben maar de motivering nog even voor u uit kunt schuiven), bezwaar maken tegen de beschikking. Kijk daarvoor ook altijd naar de panden die als vergelijking hebben gediend om tot de vaststelling van de waarde van uw woning te komen.

Let wel in kader van het verkrijgen van een financiering kan een hoge(re) WOZ waarde gunstig zijn. Mogelijk namelijk dat u dan in een lagere risicoklasse bij de bank valt wat financiering eenvoudiger maakt.

Bron: Actuele Artikelen

De Wet DBA: van uitstel komt afstel

Het wil maar niet vlotten met de Wet DBA, wat staat voor Wet Deregulering Arbeidsrelaties. Enige achtergrond om het... Lees meer >

Het wil maar niet vlotten met de Wet DBA, wat staat voor Wet Deregulering Arbeidsrelaties. Enige achtergrond om het geheugen op te frissen: opdrachtgevers zijn door de invoering van de wet DBA niet zoals voorheen gevrijwaard van betalingsverplichting van loonheffingen en eventuele naheffingen als de belastingdienst achteraf (met succes) stelt dat een arbeidsrelatie niet die van opdrachtgever en opdrachtnemer is, maar van werkgever en werknemer. De markt is min of meer zelf verantwoordelijk voor de beoordeling van de arbeidsrelatie, maar achteraf kan de Belastingdienst dus nog altijd met de zweep komen. Als de beoordeling simpel zou zijn geweest, dan had deze opzet misschien nog wel kunnen werken. Maar dat is niet het geval. Met name de beoordelingscriteria ‘vrije vervanging’ en ‘gezagsverhouding’ zorgen in de praktijk voor veel onduidelijkheid.

Wat de politieke draagkracht en voortvarendheid betreft, heeft de Wet DBA enigszins de kenmerken van een grootschalig bouwproject: de opleverdatum wordt telkens vooruitgeschoven. Eerst werd de handhaving van de wet uitgesteld tot 1 januari 2018, vervolgens tot 1 juli 2018 en onlangs maakten minister Koolmees van Sociale Zaken en staatssecretaris Snel van Financiën bekend dat het kabinet heeft besloten om de handhaving van de Wet DBA voor zzp’ers en hun opdrachtgevers nog verder uit te stellen tot 1 januari 2020. Tot die tijd krijgen zzp’ers en hun opdrachtgevers in principe geen boetes of naheffingen als de fiscus achteraf stelt dat er sprake is van een dienstbetrekking in plaats van een opdracht uitgevoerd door een zelfstandige.

Toch is er een uitzondering, namelijk in geval van ‘kwaadwillenden’. Daar is kort gezegd sprake van bij uitbuiting of het bewust ontduiken van premies en belastingen aan de onderkant van de arbeidsmarkt. De handhavingshalt geldt niet bij onder meer een zogeheten fictieve dienstbetrekking of  overduidelijke (opzettelijke) schijnzelfstandigheid.

Het huidige kabinet is voornemens om de wet DBA per 1 januari 2020 te vervangen door een systematiek waarbij een webmodule aan te pas komt. Maar zover is het nog niet en tot die tijd is het – mede gezien de uitbreiding van de definitie ‘kwaadwillenden’ – raadzaam om voor arbeidsrelaties met zelfstandigen in ieder geval een DBA contract op te stellen. En dan maar hopen dat uitstel in dit geval inderdaad leidt tot afstel.

Bron: Actuele Artikelen

Nieuwe privacywet Algemene Verordening Persoonsgegevens (AVG)

Vanaf 25 mei 2018 moet iedere organisatie in Nederland zich houden aan de General Data Protection Regulation, de nieuwe... Lees meer >

Vanaf 25 mei 2018 moet iedere organisatie in Nederland zich houden aan de General Data Protection Regulation, de nieuwe Europese privacywet. In Nederland wordt deze regelgeving de Algemene Verordening Persoonsgegevens (AVG) genoemd.

Wij merken dat ook onze klanten met vragen komen hoe zij hun bedrijf AVG-proof kunnen maken. De Autoriteit Persoonsgegevens heeft recent een AVG-regelhulp gemaakt. Voor deze regelhulp klik HIER. Voor informatie over de verwerkersovereenkomst klik HIER.

Vanuit onze branche organisatie NOAB hebben wij een verwerkingsovereenkomst, deze zal medio eind maart beschikbaar komen

De AVG komt eraan. Ook voor u als werkgever!

Per 25 mei 2018 vervangt de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) WetgevingskalenderAlgemene verordening gegevensbescherming (AVG) de huidige... Lees meer >

Per 25 mei 2018 vervangt de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) WetgevingskalenderAlgemene verordening gegevensbescherming (AVG) de huidige Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) en is de AVG in de gehele Europese Unie van toepassing. Dit betekent dat alle organisaties in Nederland vanaf die datum aan de bepalingen in de AVG moeten voldoen

Ook voor HR is de impact van de AVG groot. Zo dient HR bijvoorbeeld sollicitatieprocedures, personeelsdossiers, bewaartermijnen, administratie en uitwisseling van gegevens bij ziekte en re-integratie in overeenstemming met de AVG te brengen. In dit kennisdocument bespreken we zes aandachtspunten over de AVG voor HR.

1. Breng informatiestromen binnen de HR-afdeling in kaart
Als start voor een zorgvuldige verwerking van persoonsgegevens, kan HR de informatiestromen in kaart brengen. Documenteer onder andere welke persoonsgegevens de HR-afdeling verwerkt, van wie persoonsgegevens en met welk doel deze worden verwerkt en met wie de persoonsgegevens worden gedeeld. Al deze informatie vormt de basis voor de voorbereiding op de AVG.

2. Bepaal hoe u omgaat met een datalek

Een datalek is een inbreuk op de beveiliging die leidt tot de vernietiging, het verlies, de wijziging of het vrijkomen van persoonsgegevens zonder dat dit de bedoeling is van de organisatie. Uit deze definitie blijkt dat een datalek verder gaat dan slechts het verlies van persoonsgegevens (bijvoorbeeld wanneer een werknemer een laptop of usb-stick met persoonsgegevens verliest). Het omvat namelijk ook situaties als een verkeerd geadresseerde e-mail verzenden of wanneer bestanden met persoonsgegevens worden versleuteld door ransomware.

Als er sprake is van een datalek, dan is het allereerst belangrijk dat de werknemer die een (mogelijk) datalek constateert dit incident onmiddellijk meldt VoorbeelddocumentenProtocol melden datalek bij de verantwoordelijke. De verantwoordelijke kan dan de afhandeling van het datalek oppakken. Het is daarom van belang dat binnen de organisatie bekend is wie de verantwoordelijke is.

De verantwoordelijke kan vervolgens de aard en de ernst van het datalek in kaart brengen en  beoordelen welke vervolgstappen genomen dienen te worden. Volgens de AVG moeten de volgende acties ondernomen worden:

  • Registratie van het datalek in een register datalekken;
  • Melding van het datalek aan de Autoriteit Persoonsgegevens,  tenzij het niet waarschijnlijk is dat het datalek een risico inhoudt voor de rechten en vrijheden van natuurlijke personen. Gezichtspunten die bij deze beoordeling een rol spelen zijn onder meer de omvang van het datalek, de aard van de gelekte gegevens, het aantal betrokken personen van wie persoonsgegevens zijn gelekt en de positie van de getroffen betrokkenen. De melding aan de Autoriteit Persoonsgegevens moet binnen 72 uur na de ontdekking van het datalek plaatsvinden;
  • Houdt het datalek een hoog risico in voor de rechten en vrijheden van natuurlijke personen, dan moet u het datalek ook melden aan de betrokkene.

Aangezien binnen een kort tijdsbestek verschillende acties ondernomen dienen te worden, raden wij aan een beleid datalekken op te stellen. In dit beleid kunt u op duidelijke wijze vast leggen hoe binnen uw organisatie wordt gehandeld indien er sprake is van een datalek of wanneer een datalek vermoed wordt.

3. De betrokkene heeft recht tot inzage in zijn persoonsgegevens

De betrokkene heeft recht op inzage in en afschrift van de persoonsgegevens die van hem worden verwerkt. Dit betekent bijvoorbeeld dat een werknemer op ieder moment aan de werkgever om inzage in en een kopie van zijn eigen personeelsdossier KennisdocumentenPersoneelsdossier kan verzoeken. Een werknemer hoeft geen reden te geven voor een inzageverzoek.

U moet de werknemer direct en in ieder geval binnen één maand na ontvangst van het verzoek de informatie verstrekken. Bij grote of complexe verzoeken kan die termijn met maximaal twee maanden worden verlengd.

Gelet op het recht van inzage, is het van belang dat de HR-administratie op orde is. Daarnaast moet u er rekening houden dat het ‘’heimelijk’’ opbouwen van een personeelsdossier risicovol is.

Gebruikt een organisatie persoonlijke werkaantekeningen als geheugensteuntje, dan vallen deze aantekeningen niet onder het inzagerecht. Hiervoor is het wel belangrijk dat deze aantekeningen niet worden opgenomen in een dossier, bijvoorbeeld een personeelsdossier, of worden verstrekt aan derden. Worden de aantekeningen wel opgenomen in het personeelsdossier of verstrekt aan derden, dan heeft de werknemer ook recht op inzage in en afschrift van deze aantekeningen.

4. Persoonsgegevens mogen niet tot in oneindigheid worden bewaard

De AVG bepaalt dat persoonsgegevens niet langer bewaard mogen worden dan noodzakelijk is voor de doeleinden waarvoor ze zijn verzameld. Er staat geen concrete bewaartermijn in de AVG. In een aantal andere wetten schrijven wel specifieke bewaartermijnen voor. Een kopie van het ID-bewijs Kennisdocumenten Bewaarplicht van een werknemer bijvoorbeeld, dient de werkgever vijf jaar te bewaren na einde dienstverband.

Ook bestaat er een aantal algemene richtlijnen. Zo mogen persoonsgegevens van sollicitanten in principe tot maximaal vier weken na het einde van de sollicitatieprocedure worden bewaard en de arbeidsovereenkomsten van werknemers mogen in principe tot maximaal twee jaar na het einde van het dienstverband worden bewaard.

5. Informatieplicht

Onder de AVG dient u werknemers, maar ook sollicitanten, heldere informatie te geven over onder andere de persoonsgegevens die u verwerkt, voor welk(e) doel(en) u deze gegevens verwerkt en de rechten die zij hebben. Dit wordt ook wel de informatieplicht genoemd.

Aan deze verplichting kunt u voldoen door een privacyverklaring op te stellen en deze aan uw werknemers en sollicitanten te verstrekken. De privacyverklaring dient u zo opstellen dat deze alle op grond van de AVG verplichte informatie bevat. Daarnaast dient de informatie toegankelijk en begrijpelijk te zijn en de taal die u gebruikt moet duidelijk en eenvoudig zijn.

Tip: plaats de privacyverklaring voor sollicitanten direct bij de vacature op de website en neem de privacyverklaring voor werknemers op in het personeelsreglement of personeelshandboek.
6. De zieke werknemer

Gegevens over de gezondheid worden aangemerkt als bijzondere persoonsgegevens. Deze gegevens mogen verwerkt worden als dit noodzakelijk is voor de uitvoering van een wettelijke verplichting of collectieve arbeidsovereenkomst.

Bij een wettelijke verplichting kunt u denken aan de verplichting van de werkgever om het loon van zieke werknemers twee jaar lang door te betalen en aan de re-integratieverplichtingen van de werkgever ten aanzien van zieke werknemers.

Vooraf ingevulde aangifte (VIA) machtiging 2017 aangevraagd

Onlangs hebben wij voor al onze klanten de VIA machtiging 2017 bij de Belastingdienst aangevraagd.... Lees meer >

Onlangs hebben wij  voor al onze klanten de VIA machtiging 2017 bij de Belastingdienst aangevraagd.
U ontvangt daarom binnenkort een brief met een code. Heb jij deze code al aan ons doorgestuurd? Wij ontvangen deze graag uiterlijk voor 1 mei a.s.! 

De VIA wordt ons gebruikt om te controleren of wij alle gegevens voor de aangifte hebben ontvangen en zo te controleren of de aangifte volledig is ingevuld. Hierdoor kunnen we de kans verkleinen dat de Belastingdienst achteraf vragen stelt over de aangifte of de aangifte corrigeert.

Als reactie op onze aanvraag stuurt de Belastingdienst jou een brief met het formulier “Registratie machtiging intermediair goedkeuren”. Door middel van deze brief geeft de Belastingdienst algemene informatie over de VIA machtiging en wordt uitgelegd hoe de machtiging geactiveerd kan worden (met een machtigingscode).

Wij ontvangen deze machtigingscode graag van u! De activeringscode is beperkt geldig dus wij ontvangen deze graag z.s.m. na ontvangst. U kunt deze doorgeven aan onze collega’s

Alvast bedankt!

Deadline voor controle voorlopige berekening LIV

Rond deze tijd krijgen werkgevers een overzicht van de Belastingdienst waarop staat voor welke werknemers zij lage-inkomensvoordeel (LIV) voor... Lees meer >

Rond deze tijd krijgen werkgevers een overzicht van de Belastingdienst waarop staat voor welke werknemers zij lage-inkomensvoordeel (LIV) voor 2017 krijgen. Het is van belang dat ze deze voorlopige berekening heel goed controleren om te voorkomen dat ze voordeel mislopen.

Op de voorlopige berekening die de werkgevers vóór 14 maart ontvangen, staat precies welke werknemers in 2017 binnen de uurloongrenzen van het LIV vielen, hoeveel verloonde uren (tool) zij vorig jaar hadden en wat hun jaarloon en gemiddelde uurloon was. Ook de categorie van het LIV (tool) waarbinnen de werknemer valt staat vermeld: 100% tot en met 110% of meer dan 110% en maximaal 125% van het wettelijk minimumloon. Onderaan de berekening staat het totale bedrag aan LIV dat een organisatie krijgt voor heel 2017.

Controleren kan geld opleveren

Werkgevers moeten controleren of alle werknemers vermeld zijn die volgens hen voldoen aan de voorwaarden en of alle vermelde gegevens kloppen. Als er namelijk werknemers niet in de berekening zijn opgenomen die volgens de werkgever wel aan de voorwaarden voldoen, loopt de werkgever LIV (e-learning) mis. Is het aantal verloonde uren te laag of te hoog, dan kan het gemiddelde uurloon van de werknemer buiten de uurloongrenzen van het LIV vallen. Hetzelfde geldt als het jaarloon van de werknemer te laag of te hoog is.

Corrigeren vóór 1 mei 2018

Als er gegevens onjuist zijn en dat komt door een fout die de werkgever gemaakt heeft in de aangifte loonheffingen, heeft hij nog tot 1 mei de tijd om de aangiften over de betreffende loontijdvakken te corrigeren. Voert de werkgever de correcties te laat door, dan komen ze natuurlijk nog wel in de polisadministratie, maar hebben ze geen invloed meer op het recht op LIV.
Op basis van de gegevens die bij de Belastingdienst bekend zijn op 1 mei 2018, ontvangen werkgevers uiterlijk 31 augustus de definitieve beschikking van de Belastingdienst. Binnen zes weken volgt dan de uitbetaling van het LIV. Die zes weken zijn ook de periode waarin de werkgever bezwaar kan aantekenen.