Nieuws

Pensioen in eigen beheer afkopen? In 2018 is de afkoopkorting 25%

Sinds 1 juli 2017 kunt u geen pensioen in eigen beheer meer opbouwen. U kunt ervoor kiezen om het... Lees meer >

Sinds 1 juli 2017 kunt u geen pensioen in eigen beheer meer opbouwen. U kunt ervoor kiezen om het pensioen in eigen beheer af te kopen. Doet u dat dit jaar, dan krijgt u een afkoopkorting van 25%.

Afkopen kan nog in 2018 en 2019. De fiscale balanswaarde van het pensioen is op het moment van afkoop belast als loon uit vroegere dienstbetrekking. U krijgt daarop wel een afkoopkorting. Als u afkoopt vóór 1 januari 2019, is de afkoopkorting 25%. En koopt u af in 2019, dan is de korting 19,5%.

Hoe werkt de afkoopkorting?

U berekent de afkoopkorting over de fiscale balanswaarde van het pensioen op het moment van afkoop. Maar als de fiscale balanswaarde van het pensioen op 31 december 2015 lager is, berekent u de afkoopkorting over dat lagere bedrag. Of, bij een gebroken boekjaar, over de lagere balanswaarde op de datum waarop dat boekjaar in 2015 eindigde.

Het kortingsbedrag trekt u af van de fiscale balanswaarde van het pensioen op het moment van afkoop. Over de uitkomst berekent u de loonbelasting/premie volksverzekeringen. U betaalt dus over een lager bedrag loonbelasting/premie volksverzekeringen.

Bron: Belastingdienst

1,6 miljard euro aan belastingvoordeel voor afbetaald huis verrekend

Huisbezitters die hun woning bijna of helemaal afbetaald hebben, kregen in 2016 bij elkaar voor 1,6 miljard euro aan... Lees meer >

Huisbezitters die hun woning bijna of helemaal afbetaald hebben, kregen in 2016 bij elkaar voor 1,6 miljard euro aan belastingvrijstelling. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS.

Het gaat om een flinke groep mensen die hiervan profiteerde. Ruim een vijfde van alle huishoudens maakte gebruik van de zogenoemde vrijstelling van het eigenwoningforfait. Dat bespaarde ze gemiddeld 1470 euro per huishouden.

68-plussers

Maar niet iedereen in Nederland plukt in gelijke mate de vruchten. Vooral voor de ouderen en rijkeren pakt de regeling voordelig uit.

In de helft van de huishoudens die van de vrijstelling gebruikmaakten was de hoofdkostwinnaar 68 jaar of ouder. Dat is logisch, omdat oudere woningeigenaren over het algemeen langer de tijd hebben gehad om hun hypotheek af te betalen, en dan ook eerder in aanmerking komen voor een vrijstelling.

Ook het inkomen en het gemiddelde vermogen van de betreffende huishoudens lag een stuk hoger, op ruim 93.000 euro (daarbij is de waarde van het eigen huis niet meegerekend).

Wet op de schop

Er is de afgelopen tijd veel discussie geweest over de vrijstelling van het eigenwoningforfait, ook bekend als de wet-Hillen. Het nieuwe kabinet heeft besloten de vrijstelling verspreid over dertig jaar af te bouwen.

Voorstanders van de vrijstelling vinden dat ze daardoor straks beboet worden als ze hun hypotheek afbetalen, terwijl de politiek er juist al jaren op aandringt dat mensen hun schulden aflossen. Maar volgens premier Rutte moet het belastingvoordeel uiteindelijk verdwijnen, omdat de maatregel onbetaalbaar wordt.

Bron: NOS

Lage inkomens betalen relatief meer energiebelasting

Door de klimaatmaatregelen van het nieuwe kabinet stijgt de energierekening voor lagere inkomens relatief veel harder dan voor hogere... Lees meer >

Door de klimaatmaatregelen van het nieuwe kabinet stijgt de energierekening voor lagere inkomens relatief veel harder dan voor hogere inkomens. Dat stelt onderzoeksbureau CE Delft in een onderzoek in opdracht van Milieudefensie.

Het kabinet Rutte-3 wil de uitstoot van CO2 duurder maken en gaat daarom de energiebelasting op gas verhogen. Aan energiebelasting zijn de laagste inkomens (max. 17.646 bruto) straks in 2021 6,2 procent van hun besteedbaar inkomen kwijt, 2,2 procentpunt meer dan nu.

Bij huishoudens die meer verdienen, gaat dat percentage veel minder omhoog. Huishoudens die tussen de 71.000 en 89.000 euro verdienen zijn dan bijvoorbeeld 1,5 procent van hun besteedbaar inkomen aan energiebelasting kwijt, een stijging van maar 0,4 procentpunt ten opzichte van nu.

Bedrijfsleven goedkoper uit

CE Delft constateert verder dat de klimaatlasten voor bedrijven veel minder hoog zijn dan voor huishoudens. “Huishoudens betalen in 2021 zo’n 180 euro per ton CO2-uitstoot, meer dan alle sectoren uit het bedrijfsleven.” De lichte industrie betaalt minder dan 100 euro per ton CO2, de land- en tuinbouw minder dan 50 euro en de zware industrie en energiesector zelfs minder dan 25 euro.

“Grootverbruikers van energie, met name de industrie, worden ontzien”, aldus het onderzoeksbureau. “Ze hebben momenteel al lage klimaatlasten en gaan nauwelijks meer betalen ten opzichte van hun netto-omzet.”

‘Breed draagvlak nodig’

GroenLinks wil dat het kabinet hier iets aan doet. “Om de energietransitie te laten slagen hebben we een breed draagvlak nodig”, zegt Tweede Kamerlid Tom van der Lee. “Nu komen de lasten vooral terecht bij de burger met een kleine portemonnee of een kleine zaak en de lusten bij de grote bedrijven. Dat moet anders.”

De cijfers hebben betrekking op wat tot nu toe bekend is over de klimaatplannen van het kabinet. Maar het kabinet wil in de loop van dit jaar een groot Klimaat- en Energieakkoord sluiten met het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Door maatregelen in dat akkoord kan het weer anders uitpakken.

Voor onder meer Milieudefensie en vakbond FNV is de lastenverdeling daarbij een belangrijk punt. “Het wordt voor ons een breekpunt”, zegt Donald Pols van Milieudefensie in de Volkskrant. “Het vorige akkoord ging over petajoules en kilowatturen. In het nieuwe akkoord worden voor ons de arbeidsmarkt en de lastenverdeling heel belangrijk”, zegt Kitty Jong van de FNV in diezelfde krant.

‘Voorbarige conclusie’

De belangenclub van grote industriële energieverbruikers vindt dat het onderzoek van CE Delft te vroeg komt. “Er moet nog een Klimaat- en Energieakkoord gesloten worden”, zegt directeur Hans Grünfeld. “Het is nog helemaal niet duidelijk hoe de doelstelling van 50 procent CO2-reductie in 2030 wordt gerealiseerd, welke kosten daarmee gemoeid zijn en wie dat gaat betalen. Dan lijkt het me voorbarig om te concluderen dat de kosten eenzijdig neerkomen bij huishoudens of degenen met een laag inkomen.”

Volgens Grünfeld zijn er wel vaak grote verschillen tussen huiseigenaren en huurders in wat zij kunnen doen aan hun energiekosten. “Met een eigen woning met plek voor zonnepanelen kun je meer invloed uitoefenen op je kosten dan als huurder in een appartement zonder toegang tot daken. We moeten nadenken over bijvoorbeeld een klimaattoeslag voor lage inkomens die zelf weinig maatregelen kunnen nemen voor energiebesparing.”

Bron: NOS

Aflosboete of ‘al afgelost’ boete?

U heeft het vast meegekregen, de ophef over de ‘aflosboete’. Daarmee wordt gedoeld op het uitfaseren van de aftrekpost... Lees meer >

U heeft het vast meegekregen, de ophef over de ‘aflosboete’. Daarmee wordt gedoeld op het uitfaseren van de aftrekpost wegens ‘geen of geringe eigenwoningschuld’ in 30 jaar. Het kabinet geef als reden voor de uitfasering op dat het budgettaire beslag van deze regeling steeds verder toeneemt nu men sinds 1 januari 2013 verplicht op nieuwe eigenwoningschulden moet aflossen.

Wat betekent dit nu voor een gemiddelde woningbezitter? Dat hangt van de situatie af. Heeft u op dit moment een eigenwoning waarop een schuld rust, dan heeft u nu al te maken met een eigenwoningforfait waarover u inkomstenbelasting betaalt.

Zou u vervolgens uw hele eigenwoningschuld aflossen, dan krijgt u vanaf 2019 te maken met 3,33% bijtelling in verband met het eigenwoningforfait, waarover u inkomstenbelasting verschuldigd bent. Datzelfde percentage komt er jaarlijks bovenop totdat in 30 jaar het hele eigenwoningforfait wordt betrokken. U springt dus terug van 100% bijtelling naar 3,33% bijtelling in 2019. Niet bepaald een boete dus!

Minder leuk wordt het als u nu al uw eigenwoninglening volledig heeft afgelost. Dan heeft u op dit moment geen bijtelling waarover u belasting moet betalen. Vanaf 2019 gaat dat veranderen. Dan krijgt u geleidelijk met deze bijtelling te maken, waarbij zoals gezegd per jaar 3,33% van het volledige eigenwoning forfait bij het inkomen wordt geteld.

De aflosboete had dus eigenlijk beter omgedoopt kunnen worden tot de ‘al afgelost boete’. Maar eerlijk is eerlijk, ‘aflosboete’ beklijft wel beter.

Bron: Actuele Artikelen

Huwelijk en schenking

Vanaf 1 januari 2018 gelden er nieuwe spelregels voor mensen die in het huwelijk treden. Als u tot die... Lees meer >

Vanaf 1 januari 2018 gelden er nieuwe spelregels voor mensen die in het huwelijk treden. Als u tot die tijd in het huwelijk treedt huwt u in algehele gemeenschap van goederen. Vanaf 1-1-2018 is dat niet meer het geval. Dan wordt, als u niets vooraf regelt, alleen hetgeen u opbouwt tijdens het huwelijk, gemeenschappelijk vermogen.

Door het aangaan of wijzigen van huwelijks voorwaarden is het mogelijk om het vermogen onderling tussen partners te verdelen.

Als gevolg van rechtspraak uit 2013 waarbij men met een huwelijk van slechts één dag probeerde belasting te besparen, is er nieuwe wetgeving in aantocht. Voor dit soort “misbruik” van het huwelijk wil men nu een stokje steken. Er is daarom met Prinsjesdag een voorstel gekomen de wet te wijzigen door vast te leggen dat schenkbelasting verschuldigd is als een huwelijk/geregistreerd partnerschap dan wel een samenlevingscontract uitsluitend wordt opgemaakt teneinde belasting te besparen c.q. te voorkomen.

Het gaat echter verder. Zoals het er nu naar uitziet zouden ook wijzigingen van reeds bestaande huwelijksvoorwaarden er onder kunnen komen te vallen.
Hoofdregel wordt dat bij zowel het aangaan van het huwelijk als het wijzigingen van de voorwaarden tijdens het huwelijk schenkbelasting verschuldigd kan zijn indien het aandeel van de minst vermogende groter wordt dan 50% van het totaal vermogen danwel hoger wordt dan het aandeel van de meest vermogende in het totaal vermogen. Dit wordt getoetst bij het aangaan van het huwelijk dan wel op het moment van het wijzigingen van de voorwaarden.

Wilt/moet  u dus nog een wijziging aanbrengen in uw huwelijks voorwaarden dan kan dat het best zo snel mogelijk gebeuren. We weten immers niet of en zo hoe de wijziging zoals omschreven feitelijk ingevoerd zal gaan worden.

Bron: Actuele Artikelen

Handhaving wet DBA verder uitgesteld tot 1 januari 2020

De handhaving van de wet DBA is verder uitgesteld: opdrachtgevers en zzp'ers krijgen tot 1 januari 2020 geen naheffingen... Lees meer >

De handhaving van de wet DBA is verder uitgesteld: opdrachtgevers en zzp’ers krijgen tot 1 januari 2020 geen naheffingen en boetes. Vanaf 1 juli 2018 breiden wij wel de handhaving bij kwaadwillenden uit. Dit staat in de Kamerbrief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de staatssecretaris van Financiën.

Het kabinet streeft naar nieuwe wet- en regelgeving op 1 januari 2020 om de Wet Deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA) te vervangen. Tot die tijd wordt de handhaving van de Wet DBA opgeschort. Dat betekent dat er niets verandert voor opdrachtgevers en opdrachtnemers die niet kwaadwillend zijn.

Handhaving bij kwaadwillenden per 1 juli 2018 uitgebreid

Kwaadwillend bent u volgens onze definitie als u ‘opzettelijk een situatie van evidente schijnzelfstandigheid laat ontstaan of voortbestaan, omdat u weet – of had kunnen weten – dat er feitelijk sprake is van een dienstbetrekking (en daarmee een oneigenlijk financieel voordeel behaalt en/of het speelveld op een oneerlijke manier aantast)’.

Onze handhaving richt zich nu alleen op de ernstigste gevallen van kwaadwillendheid. Tot 1 juli 2018 blijft dat zo. Maar vanaf 1 juli 2018 handhaven wij in alle gevallen van kwaadwillendheid. Wij moeten dan kunnen bewijzen dat er in zo’n situatie sprake is van 3 dingen:

  • een (fictieve) dienstbetrekking
  • evidente schijnzelfstandigheid
  • opzettelijke schijnzelfstandigheid

Meer informatie

Op rijksoverheid.nl vindt u de Kamerbrief en het bijbehorende persbericht.

Wet DBA in 2020 op de schop

Op 15 december jl. heeft minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een brief gestuurd aan de Tweede Kamer... Lees meer >

Op 15 december jl. heeft minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een brief gestuurd aan de Tweede Kamer met als titel ‘Naar een nieuwe balans op de arbeidsmarkt’.

Deze brief gaat over meerdere onderwerpen, waaronder het zzp-kwalificatievraagstuk. Over het zzp-kwalificatievraagstuk schrijft minister Koolmees dat het van belang is dat zzp’ers om de juiste redenen kiezen voor zelfstandig ondernemerschap en dat er niet eigenlijk sprake mag zijn van een arbeidsrelatie. De Wet DBA, zo schrijft minister Koolmees, heeft niet de duidelijkheid en rust gebracht die ermee was beoogd. Dit leidt nu tot onzekerheid bij zzp’ers en opdrachtgevers. Over het nieuwe stelsel schrijft de minister meer concreet:

“Voor opdrachtgevers zal duidelijkheid worden geschapen over de arbeidsrelatie door middel van de invoering van de opdrachtgeversverklaring, die verkregen kan worden na het invullen van een nog te ontwikkelen webmodule. In die webmodule zal het gezagscriterium, als onderdeel van de arbeidsovereenkomst, zo veel mogelijk worden verduidelijkt. Daarmee heeft de opdrachtgever zekerheid over het (niet) verschuldigd zijn van loonbelasting en premies werknemersverzekeringen zolang inderdaad wordt gewerkt conform ingevulde antwoorden in de webmodule.

Het kabinet treft daarnaast maatregelen die er op zien dat schijnzelfstandigheid aan de onderkant van de arbeidsmarkt wordt voorkomen en professionals aan de bovenkant meer ruimte krijgen. Het streven is de specifieke maatregelen, bedoeld voor de onderkant en de bovenkant, alsmede de opdrachtgeversverklaring per 1 januari 2020 in werking te laten treden. Het kabinet acht het daarbij – zoals in het regeerakkoord gesteld- van groot belang om bij de concrete uitwerking hiervan sociale partners en veldpartijen te betrekken.

Naast het verduidelijken van het gezagscriterium ten behoeve van de webmodule zal het kabinet de wet zo aanpassen dat gezag voortaan meer getoetst wordt op basis van materiële in plaats van formele omstandigheden. Dit is complexe materie die potentieel alle werkenden raakt. Om de introductie van de andere maatregelen hiermee niet te belasten, pakt het kabinet dit separaat, maar voortvarend op.”

In de tussentijd

We zullen moeten afwachten waarmee het kabinet uiteindelijk zal komen en wanneer precies. De verwachting, onder andere op basis van het regeerakkoord is, dat totdat er een nieuwe regeling is die de Wet DBA zal vervangen, de Belastingdienst niet zal handhaven op de Wet DBA. De Belastingdienst zal in ieder geval niet handhaven tot 1 juli 2018. Dat betekent concreet dat de Belastingdienst geen boetes, naheffingen of correctieverplichtingen voor de loonheffingen zal opleggen aan opdrachtgevers/opdrachtnemers als achteraf wordt geconstateerd dat toch sprake is (geweest) van een dienstbetrekking tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer. Dat geldt niet voor kwaadwillenden.

Wordt vervolgd.

Doelgroepverklaring LKV oudere werknemer aanvragen bij gemeente

Werkgevers die een oudere werknemer met een uitkering in dienst nemen kunnen in aanmerking komen voor een loonkostenvoordeel (LKV).... Lees meer >

Werkgevers die een oudere werknemer met een uitkering in dienst nemen kunnen in aanmerking komen voor een loonkostenvoordeel (LKV). Daarvoor is een doelgroepverklaring nodig.

Sinds 1 januari 2018 kunnen mensen van 56 jaar of ouder met een uitkering (bijstand, IOAW of IOAZ)  een doelgroepverklaring aanvragen bij de gemeente.  

Uit deze verklaring blijkt dat een werknemer een uitkering had voordat hij in dienst kwam.

Loonkostenvoordeel oudere werknemers 

Werkgevers kunnen sinds 1 januari 2018 gebruikmaken van loonkostenvoordelen. Zij kunnen onder meer een tegemoetkoming krijgen als ze een oudere medewerker in dienst nemen. Deze tegemoetkoming kan oplopen tot € 6000 per jaar. 

Werkgevers dienen het verzoek voor LKV zelf in via de loonaangifte. Hiervoor heeft de werkgever wel een doelgroepverklaring LKV nodig. 

De oudere werknemer die een uitkering van de gemeente krijgt, vraagt de doelgroepverklaring aan bij de gemeente.  

Werknemers die 56 jaar of ouder zijn en een uitkering van UWV ontvangen, moeten de doelgroepverklaring  aanvragen bij UWV. 

Voorwaarden aanvragen doelgroepverklaring bij gemeente 

Een werknemer kan een doelgroepverklaring aanvragen bij de gemeente als hij: 

  • 56 jaar of ouder is, maar de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt; 
  • recht had op bijstand of een IOAW- of IOAZ-uitkering; 
  • hij geen beschut werk doet via de gemeente; 
  • het afgelopen half jaar niet bij deze werkgever heeft gewerkt. 

Doelgroepverklaring binnen 3 maanden aanvragen 

Oudere werknemers moeten de doelgroepverklaring LKV binnen 3 maanden na indiensttreding aanvragen als zij dit willen. Na deze 3 maanden heeft de werknemer geen recht meer op de doelgroepverklaring LKV. 

De werknemer is niet verplicht om een doelgroepverklaring LKV aan te vragen. 

Controle LKV door UWV 

UWV berekent op basis van de loonaangiften door welke werknemer recht geeft op het LKV. Ook controleert UWV of de gemeente een doelgroepverklaring ook echt heeft afgegeven. 

Zonder een doelgroepverklaring komt een werkgever niet in aanmerking voor het LKV. 

Kopie doelgroepverklaring sturen naar UWV 

Gemeenten moeten bij afgeven van een doelgroepverklaring LKV altijd een kopie sturen naar: 

UWV
Postbus 58015
1040 HA Amsterdam 

Infographic en modelteksten

Het ministerie van SZW heeft speciaal voor gemeenten de volgende documenten laten ontwikkelen: 

Zie ook Loonkostenvoordeel oudere werknemers per 2018 

Zie ook Loonkostenvoordelen vervangen premiekortingen per 2018 

 

Checklist Inkomstenbelasting 2017

Voor het opstellen van uw aangifte Inkomstenbelasting zijn veel gegevens nodig. Om uw in staat te stellen uw gegevens... Lees meer >

Voor het opstellen van uw aangifte Inkomstenbelasting zijn veel gegevens nodig. Om uw in staat te stellen uw gegevens overzichtelijk en volledig aan te leveren hebben wij een checklist opgesteld.  Wij verzoeken u- voor zover van toepassing- in te vullen en de gevraagde stukken (bij voorkeur kopieën daarvan) mee te sturen.

Mocht u vragen hebben omtrent uw aangifte Inkomstenbelasting of vragen inzake onze checklist dan staan onze collega’s van de fiscale afdeling u graag ter woord.

Check list IB 2017