Actueel

Maximale transitievergoeding bedraagt volgend jaar € 81.000

Het maximale bedrag dat een werknemer in 2019 als transitievergoeding kan ontvangen, is € 81.000. Alleen grootverdieners kunnen recht... Lees meer >

Het maximale bedrag dat een werknemer in 2019 als transitievergoeding kan ontvangen, is € 81.000. Alleen grootverdieners kunnen recht hebben op een transitievergoeding die hoger is.

Per 1 januari 2019 bedraagt de maximale transitievergoeding € 81.000, zo heeft minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) bekendgemaakt in de Staatscourant. Daarmee stijgt de maximale transitievergoeding met € 2.000 ten opzichte van dit jaar, want in 2018 is het maximum € 79.000. Een werknemer kan alleen een hogere transitievergoeding dan dit maximum ontvangen als zijn jaarsalaris meer bedraagt dan het maximum. In dat geval is zijn loon over 12 maanden het maximum. Of een werknemer de maximale transitievergoeding krijgt, hangt af van het aantal jaren dat hij daarvoor in dienst moet zijn geweest (tool) en de hoogte van het maandsalaris.

Stijging transitievergoeding vanwege ontwikkeling contractlonen

Elk jaar past de minister van SZW de hoogte van de maximale transitievergoeding aan op de ontwikkeling van de contractlonen (de lonen die de werkgevers(organisaties) en werknemersorganisaties overeenkomen). De ontwikkeling van deze contractlonen wordt in de Macro-Economische Verkenningen geraamd op 2,9%. Verhoging van het bedrag van € 79.000 met 2,9% resulteert in € 81.291 en dat bedrag wordt afgerond op het naaste veelvoud van € 1.000: in dit geval € 81.000. Dit nieuwe maximum is van toepassing voor alle situaties waarin de arbeidsovereenkomst op of na 1 januari 2019 eindigt.

Recht op transitievergoeding straks vanaf indiensttreding

Een werknemer heeft recht op de transitievergoeding als hij minimaal 24 maanden in dienst is en zijn contract niet wordt verlengd door de werkgever, wordt opgezegd door de werkgever of op verzoek van de werkgever wordt ontbonden. Daarnaast heeft de werknemer recht op de transitievergoeding als hij zelf de samenwerking beëindigt omdat de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld of nagelaten. De minimale termijn van 24 maanden gaat mogelijk wel veranderen: het kabinet wil het recht op de transitievergoeding direct na indiensttreding laten ontstaan.

Nieuwe belastingtarieven 2019

Staatssecretaris Menno Snel van Financiën heeft tijdens Prinsjesdag het pakket Belastingplan 2019 ingediend bij de Tweede Kamer. Hierin staan... Lees meer >

Staatssecretaris Menno Snel van Financiën heeft tijdens Prinsjesdag het pakket Belastingplan 2019 ingediend bij de Tweede Kamer. Hierin staan diverse voorstellen voor aanpassing van de verschillende tarieven voor de ib en vpb.

Een van de voorstellen is geleidelijke invoering van een tweeschijvenstelsel in box 1 van de inkomstenbelasting. Nu heeft box 1 vier schijven. In 2021 geldt een basistarief van 37,05 procent voor het inkomen tot en met 68.507 euro (schijf 1). Het nieuwe toptarief komt dan uit op 49,5 procent voor het inkomen boven 68.507 euro (schijf 2). De besteedbare inkomens van veel belastingplichtigen nemen hierdoor toe. Een ander voorstel is afschaffing van de dividendbelasting met ingang van 2020.

Tarieven Vpb en IB
Het tarief in de vennootschapsbelasting wordt voor winsten tot en met 200.000 euro in stappen verlaagd van 20 procent naar 16 procent in 2021. Ook voor winsten boven 200.000 euro wordt het tarief (nu 25 procent) geleidelijk verlaagd: naar 22,25 procent in 2021. Verder wordt het tarief in box 2 van de inkomstenbelasting (aanmerkelijk belang) verhoogd van 25 procent naar 26,25 procent in 2020 en 26,9 procent in 2021.

Belastingrente erfbelasting
Voorgesteld wordt om voor de erfbelasting te bepalen dat degene die tijdig een verzoek om een voorlopige aanslag doet of tijdig aangifte doet, geen belastingrente hoeft te betalen wanneer de (voorlopige of definitieve) aanslag erfbelasting wordt vastgesteld overeenkomstig het ingediende verzoek of overeenkomstig de ingediende aangifte.

Aanpak constructies
Constructies die worden opgezet om doelbewust geen belasting te betalen – door geld uit te keren aan aandeelhouders of te schenken aan familieleden – worden aangepakt. Het wordt mogelijk deze belastingschulden te verhalen op bijvoorbeeld aandeelhouders die een winstuitdeling hebben gehad of familieleden die een schenking hebben gekregen. Deze invorderingsmaatregelen werken terug tot en met 18 september 2018.

Zeven wetsvoorstellen 
Het pakket Belastingplan bestaat dit jaar uit zeven wetsvoorstellen: Belastingplan 2019, Overige fiscale maatregelen 2019, Wet bronbelasting 2020, Fiscale vergroeningsmaatregelen 2019, Wet implementatie artikel 1 richtlijn elektronische handel, Wet modernisering kleineondernemersregeling en Wet aanpassing kansspelbelasting voor sportweddenschappen. Het wetsvoorstel Wet implementatie eerste EU-richtlijn antibelastingontwijking is geen onderdeel van het pakket Belastingplan 2019.

Vervolg 
De vaste commissie voor Financiën van de Tweede Kamer gaat het pakket Belastingplan nu schriftelijk behandelen, zodat het half november plenair kan worden besproken. Hierna kan de Eerste Kamer ermee aan de slag.

Ondernemers boos over maatregelen kabinet

Ondernemers zijn boos over een fiscale maatregel die het kabinet op het laatste moment heeft genomen om de begroting... Lees meer >

Ondernemers zijn boos over een fiscale maatregel die het kabinet op het laatste moment heeft genomen om de begroting rond te krijgen. Meerdere belangenverenigingen voor ondernemers hebben zich inmiddels fel tegen de plannen uitgesproken.

Het gaat om het besluit om directeuren-grootaandeelhouders belasting te laten betalen als ze meer dan 500.000 euro van hun eigen bv lenen, bijvoorbeeld om – tegen gunstige voorwaarden – een huis te financieren. Volgens Hans Biesheuvel, de voorzitter van Ondernemend Nederland, komt dat uit de lucht vallen.

Reactie MKB Nederland
Ook MKB-Nederland zag de maatregel niet aankomen. “Die is er, ik zou bijna zeggen, tussengefietst”, zei voorzitter Jacco Vonhof tegen radiozender BNR. “Als je ziet wat dat betekent voor heel veel ondernemers, daar is gewoon niet over nagedacht.”
De organisatie denkt dat het plan ervoor zal zorgen dat er minder geïnvesteerd zal worden in ondernemingen, wat de groei en werkgelegenheid kan remmen.

Ruim 23.000 leningen
In de praktijk moeten 23.000 directeuren-grootaandeelhouders door het besluit van het kabinet belasting gaan betalen, stelt VNO-NCW. Het gaat om leningen die ze bijvoorbeeld gebruiken in aanvulling op hun loon of voor een hypotheek. Inmiddels hebben VNO-NCW en MKB-Nederland een gesprek aangevraagd met de staatssecretaris van Financiën om te praten over het plan en “de negatieve effecten die kunnen optreden in bestaande situaties”. Ze zullen binnenkort om tafel zitten voor overleg.

Forse belastingverhoging nodig om van aardgas af te komen

Er is een belastingverhoging van ongeveer 75 procent nodig om particulieren, bedrijven en woningcorporaties zo ver te krijgen dat... Lees meer >

Er is een belastingverhoging van ongeveer 75 procent nodig om particulieren, bedrijven en woningcorporaties zo ver te krijgen dat ze hun woning en bedrijfsgebouwen van het aardgas afkoppelen. Om de aanschaf van elektrische warmtepompen financieel aantrekkelijk te maken, moet de belasting op stroom juist met meer dan 50 procent omlaag.

Aanpassing tarieven energiebelasting
Het Klimaatakkoord moet ervoor zorgen dat de Nederlandse uitstoot van broeikasgassen in 2030 met 49 procent gedaald is. Kleinverbruikers betalen sinds de invoering van de energiebelasting 26 cent per kubieke meter aardgas en 10,5 cent voor elk kilowattuur stroom. In het voorstel van Samsom gaat de gasbelasting de komende jaren met 20 cent omhoog en de stroomheffing met 6,5 cent omlaag. De klimaattafel wil dat de energiebelasting voor grootverbruikers procentueel evenveel stijgt als die voor kleinverbruikers. Grootverbruikers hebben nu een belastingtarief van 1 tot 6 cent per kubieke meter.

Warmtepompinstallatie
De overstap van aardgas naar een warmtepompinstallatie is duur, omdat bestaande woningen hiervoor verbouwd moeten worden. De onderhandelaars verwachten dat de kosten voor een warmtepomp snel zullen dalen naarmate de warmtepomp massaal op de markt wordt gebracht.

Nederlandse klimaatakkoord
Samsom is door Minister Eric Wiebes van Economische Zaken en Klimaat aangewezen als onderhandelaar voor het Nederlandse klimaatakkoord. Het adviesorgaan bestaat uit onder meer gemeenten, milieuorganisaties, woningcorporaties, huiseigenaren, energie-, bouw- en installatiebedrijven, vakbonden en banken. Uiteindelijk is het aan de Tweede Kamer of de voorstellen van Samson en andere onderdelen uit het Klimaatakkoord ook echt wordt uitgevoerd.

Geen enkele boete voor nep-zzp’ers uitgedeeld

Het vorige kabinet, Rutte II, bedacht de Wet DBA om een einde te maken aan ‘schijnzelfstandigheid’, maar er is... Lees meer >

Het vorige kabinet, Rutte II, bedacht de Wet DBA om een einde te maken aan ‘schijnzelfstandigheid’, maar er is de afgelopen twee jaar geen enkel bedrijf beboet voor het inhuren van zogenoemde ‘schijnzelfstandigen’. In mei 2016 kwam er een wet om de inhuur van nep-zzp’ers beter en vaker te kunnen bestraffen.

Bedrijven vonden de wet onduidelijk en waren bang dat er veel boetes zouden worden uitgedeeld. Daarom besloot het vorige kabinet om nog niet voluit te handhaven. Wel zouden „evident kwaadwillende” bedrijven beboet worden. Het huidige kabinet zette die lijn voort.

Onderzoeken belastingdienst
De Belastingdienst zegt dat het sindsdien 49 onderzoeken heeft ingesteld naar „mogelijke evident kwaadwillenden”. In 38 gevallen kon de fiscus het bewijs niet leveren en werd het onderzoek gestaakt. Elf onderzoeken lopen nog. De Belastingdienst is van plan om op korte termijn meer controles uit te voeren. De fiscus moet van het kabinet straks niet alleen „evidente” maar ook „opzettelijke” schijnzelfstandigheid kunnen bewijzen.

Voordelen zzp-er voor opdrachtgever
Voor bedrijven is het goedkoop om zzp’ers in te huren omdat ze voor hen geen premies voor pensioen of sociale lasten hoeven te betalen. Ook hebben ze dan niet te maken met de relatief strenge ontslagregels in Nederland. Volgens onderzoek van Oeso, de club van rijke landen, voldoet zo’n 15 procent van de Nederlandse zzp’ers aan de kenmerken van een schijnzelfstandige. Bijvoorbeeld omdat ze maar één opdrachtgever hebben en niet vrij zijn in hun bedrijfsvoering.

Steeds meer schenkers sluiten zich aan bij het Cultuurfonds

Het Prins Bernhard Cultuurfonds, dat al bijna tachtig jaar de motor van cultureel Nederland draaiende houdt met de ondersteuning... Lees meer >

Het Prins Bernhard Cultuurfonds, dat al bijna tachtig jaar de motor van cultureel Nederland draaiende houdt met de ondersteuning van duizenden mooie en bijzondere projecten per jaar, is adviseur in filantropie voor particulieren, ondernemers en bedrijven.

Mecenaat op Maat 
Speciaal voor cliënten die nauwer betrokken willen zijn bij hun schenking en de besteding daarvan, heeft het Cultuurfonds het zogenoemde Mecenaat op Maat ontwikkeld. “Dan is de schenker nog nadrukkelijker betrokken bij de besteding van zijn geld. Als Cultuurfonds doen we dan een bestedingsvoorstel voor een of meer projecten. De mecenas denkt actief mee welk project het beste past bij zijn ideeën en op welke manier hij betrokken wil worden.” Ook als de mecenas er niet meer is, blijft de administratieve ondersteuning beschikbaar.

Onjuist gebruik btw-identificatie van zzp-ers

De Belastingdienst mag niet langer het bsn-nummer verwerken in het btw-identificatienummer van zzp’ers. De Autoriteit Persoonsgegevens heeft na een... Lees meer >

De Belastingdienst mag niet langer het bsn-nummer verwerken in het btw-identificatienummer van zzp’ers. De Autoriteit Persoonsgegevens heeft na een onderzoek vastgesteld dat het in strijd is met de wet, en wil dat de fiscus er per 1 januari mee stopt. Als dat niet gebeurt, dan kan de Belastingdienst een dwangsom krijgen opgelegd.

Zzp’ers moeten hun btw-identificatienummer vermelden op hun facturen en op hun website. Het nummer is toegekend door de Belastingdienst, die het heeft opgebouwd uit het burgerservicenummer (bsn), voorafgegaan door “NL” en de toevoeging “B”, plus een volgnummer.

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) stelt dat het bsn vertrouwelijk is en alleen is bedoeld voor communicatie tussen overheid en burger.

Door het nummer bij zzp’ers openbaar te maken, zadelt de Belastingdienst hen op met het risico van identiteitsfraude. In combinatie met andere persoonsgegevens, zoals woonplaats, geboortedatum en bankrekeningnummer, kunnen fraudeurs op naam van de zzp’er bijvoorbeeld bestellingen doen, een auto huren of goederen te koop aanbieden op internet, zonder die na betaling te leveren.

Fiscus keert kinderopvangtoeslag uit voor recordaantal kinderen

De Belastingdienst heeft vorig jaar voor 882.000 kinderen kinderopvangtoeslag uitgekeerd. Dat is het hoogste aantal ooit. Het aantal kinderen... Lees meer >

De Belastingdienst heeft vorig jaar voor 882.000 kinderen kinderopvangtoeslag uitgekeerd. Dat is het hoogste aantal ooit.

Het aantal kinderen waarvoor de toeslag uitbetaald werd, steeg in 2017 met 64.000 ten opzichte van het voorgaande jaar. Hoewel het aantal kinderen in de dagopvang en op de buitenschoolse opvang (bso) afgelopen jaar steeg, werden er ongeveer evenveel kinderen als in 2016 door erkende gastouders opgevangen.

Ruim 62 procent van de huishoudens die vorig jaar kinderopvangtoeslag ontvingen, heeft een inkomen dat tot de 30 procent hoogste inkomens in Nederland gerekend kan worden. Het gaat dan ook vooral om tweeverdieners. Om de toeslag te krijgen, moeten beide partners werken, een opleiding of een traject naar werk volgen, of aan een inburgeringscursus deelnemen.

In totaal keerde de fiscus in 2017 ruim 2,3 miljard euro aan kinderopvangtoeslag uit aan bijna 583.000 huishoudens. Gemiddeld ging het om een bedrag van 4.000 euro.

De Belastingdienst voldoet pas over een jaar aan privacywet

De Belastingdienst denkt pas over een jaar aan de nieuwe privacywet te kunnen voldoen. Dat schrijft staatssecretaris Menno Snel... Lees meer >

De Belastingdienst denkt pas over een jaar aan de nieuwe privacywet te kunnen voldoen. Dat schrijft staatssecretaris Menno Snel (D66) in antwoord op Kamervragen van Pieter Omtzigt. De CDA’er stelde vragen nadat bleek dat de deadline voor de overheidsinstantie niet zou worden gehaald.

De nieuwe privacywet ging 25 mei van kracht. De Europese verordening kwam niet als een duveltje uit een doosje. Het voorstel stamt al uit 2012. Na jaren onderhandelen werden de regels begin 2016 aangenomen. Daarop volgde nog een implementatieperiode van ruim twee jaar.

Naast de fiscus, komen meer overheidsorganenen er niet best vanaf wat hun voorbereiding betreft. Uit een rondgang van RTL bleek dat op de deadline van eind mei tien van de twaalf ministeries nog niet klaar zijn voor de wet. Alleen de ministeries van Defensie en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap hadden hun zaakjes op orde. De toezichthouder zelf, de Autoriteit Persoonsgegevens, maakt zich nog zorgen over z’n budget.

Verwerkingsregister

Uit de antwoorden van Snel blijkt dat de Belastingdienst wel al een verwerkingsregister heeft gemaakt – een vereiste uit de wet. In zo’n register staat welke gegevens allemaal worden verwerkt en op welke wettelijke grondslag dat gebeurt. Ook is “extra capaciteit” voor verzoeken tot inzage en correctie.

In de privacywet staat dat mensen kunnen opvragen welke gegevens een organisatie precies over ze heeft. Ze krijgen daar dan een overzicht van per mail of post. Dit stond al in de vorige privacywet uit 2000: de wet bescherming persoonsgegevens. Maar toen een advocaat van het Amsterdamse kantoor Boekx de proef op de som nam, bleek de fiscus niet in staat om hem een overzicht van zijn gegevens te sturen. Pas nadat de rechtbank de advocaat gelijk gaf, viel er in januari van dit jaar een dikke envelop met zijn gegevens op z’n deurmat.

EU stelt vanaf juli extra tarieven in op Amerikaanse producten

De Europese Unie zal vanaf juli extra importbelasting heffen op producten uit de VS als vergelding voor de Amerikaanse... Lees meer >

De Europese Unie zal vanaf juli extra importbelasting heffen op producten uit de VS als vergelding voor de Amerikaanse importheffingen op staal en aluminium.

Er is binnen de EU brede steun voor het plan, meldt de Europese Commissie woensdag. Voor het einde van juni zou de procedure bij de Wereldhandelsorganisatie (WTO) moeten zijn afgerond, zodat de heffingen in juli kunnen ingaan.

Het gaat om 2,8 miljard euro aan import vanuit de Verenigde Staten. Onder meer op pindakaas, motorboten, motoren en rijst uit de VS gaat een extra tarief van 25 procent gelden. De volledige lijst is op de site van de Europese Commissie te vinden. 

Volgens de EU raken de Amerikaanse importheffingen 6,4 miljard euro aan Europese export. Het verschil van 3,6 miljard euro wordt mogelijk op een later moment geschikt via de WTO, aldus de commissie.

Illegale beslissing

Eurocommissaris Cecilia Malmström (Handel) noemt de maatregelen van de EU een proportioneel antwoord op de eenzijdige en illegale beslissing van de VS. “Verder is de reactie van de EU volledig in overeenstemming met internationale handelswetten. Het spijt ons dat de Verenigde Staten ons geen andere optie heeft gegeven dan de EU-belangen te bewaken.”

Op 31 mei liet de Amerikaanse president Donald Trump na een tijdelijke vrijstelling van twee maanden alsnog importheffingen ingaan op staal en aluminium uit de Europese Unie, Canada en Mexico. Om staal en aluminium te importeren, wordt nu respectievelijk 25 procent en 10 procent importbelasting betaald.

Volgens de Amerikaanse regering vormt geïmporteerd staal een veiligheidsrisico, maar analisten twijfelen hieraan.

Organisaties starten petitie tegen afschaffing dividendbelasting

Organisaties als FNV, Milieudefensie en Oxfam Novib houden een petitie tegen het afschaffen van de dividendbelasting en willen daarover... Lees meer >

Organisaties als FNV, Milieudefensie en Oxfam Novib houden een petitie tegen het afschaffen van de dividendbelasting en willen daarover een wetsvoorstel indienen.

Het samenwerkingsverband heet Tax Justice Nederland en is donderdag begonnen met een campagne rondom de petitie.

“1,5 miljard euro weggeven aan buitenlandse aandeelhouders en buitenlandse belastingdiensten, jaar in, jaar uit. Niemand heeft daarom gevraagd, behalve de lobbyisten van Shell, Unilever en VNO-NCW”, aldus Arnold Merkies van Tax Justice. “Nu blijkt de onderbouwing bovendien te zijn gebaseerd op een rapport dat achter de schermen door deze partijen is gefinancierd.”

De organisaties denken ook niet dat het besluit tot meer banen leidt en dat afschaffing de belastingconcurrentie tussen landen versterkt. “Nederland heeft internationaal al een slecht imago als belastingparadijs.”

Het dividend is het gedeelte van de winst dat een bedrijf uitbetaalt aan zijn aandeelhouders. Op die uitkering wordt een belasting geheven van 15 procent. Buitenlandse beleggers kunnen de heffing niet verrekenen, althans niet met de Nederlandse fiscus. Afschaffing kan het dus aantrekkelijker voor hen maken om in Nederlandse beursgenoteerde bedrijven te beleggen.

Oppositie wil nieuw debat over dividendbelasting na opduiken gesponsord onderzoek

De oppositie in de Tweede Kamer wil een nieuw debat over de door het kabinet voorgenomen afschaffing van de... Lees meer >

De oppositie in de Tweede Kamer wil een nieuw debat over de door het kabinet voorgenomen afschaffing van de dividendbelasting. Oppositiepartij GroenLinks vraagt nogmaals om een onderzoek naar dat besluit door de Algemene Rekenkamer. 

Aanleiding is een publicatie van Follow The Money. Volgens het journalistiek platform is het besluit om de belasting af te schaffen dat jaarlijks 1,4 miljard, mogelijk 1,6 miljard euro kost, genomen op basis van wetenschappelijk onderzoek in opdracht van Shell, Unilever, AkzoNobel, DSM, Philips en werkgeversorganisatie VNO-NCW.

Deze organisaties hebben belang bij het verdwijnen van de belasting op aandeelhoudersdividend. De auteur van het onderzoek zegt echter dat de opdrachtgevers ‘geen enkele invloed’ op de onderzoekscriteria hebben gehad.

Het debat, waar de coalitiepartijen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie niet mee instemmen, komt waarschijnlijk na de zomer. CDA en D66 willen wel een brief van het kabinet met opheldering over de ontdekking van Follow The Money.

Het onderzoek waar het om gaat, uit 2009, is gedaan door de Erasmus Universiteit Rotterdam en is getiteld: Wederzijds profijt: de strategische waarde van de top-100 concernhoofdkantoren voor Nederland én van Nederland voor deze top-100. In april onthulde het kabinet, na een beroep op de Wet openbaarheid bestuur, de documenten die een rol speelden bij het besluit om het afschaffen van de dividendbelasting in het regeerakkoord op te nemen. Een maatregel die in geen enkel verkiezingsprogramma stond.

Een van die documenten is het zogenoemde Partijstuk belastingontwijking en vestigingsklimaat dat de VVD inbracht tijdens de formatie van Rutte III. In de bijlage daarvan staat de terloopse verwijzing naar het onderzoek van de Erasmus Universiteit van 2009. Die bijlage gaat over het strategische belang van hoofdkantoren voor de Nederlandse economie. Het Erasmus-onderzoek wordt aangehaald bij de stelling dat dat belang er is. Een verband met dividendbelasting wordt niet gelegd.

GroenLinks-Kamerlid Bart Snels kondigde een maand geleden aan de Algemene Rekenkamer onafhankelijk onderzoek te laten doen naar de effecten van de dividendbelasting en wie van de afschaffing ervan profiteert. Dit omdat het kabinet volgens Snels weigert openheid van zaken te geven. De Rekenkamer kan niet gedwongen worden het verzoek in te willigen.

De coalitiepartijen hebben nimmer met wetenschappelijk onderzoek geschermd bij de verdediging van de afschaffing. VVD-fractievoorzitter Dijkhoff gaf toe dat afschaffing ‘een gok’ was, CDA-leider Buma sprak van een ‘inschatting’ en premier Rutte ‘voelde in al zijn vezels’ dat het een goed besluit is. Juist het niet aanvoeren van onderbouwing voor de juistheid van het besluit, was tot nu toe voor de oppositie de grote steen des aanstoots. 

Kamer wil opheldering over ‘door Shell betaald onderzoek’ dividendbelasting

De Tweede Kamer wil opheldering van het kabinet over een artikel van Follow the Money over de dividendbelasting. Volgens... Lees meer >

De Tweede Kamer wil opheldering van het kabinet over een artikel van Follow the Money over de dividendbelasting. Volgens het journalistieke platform is het onderzoek dat aan de basis lag van het afschaffen van de dividendbelasting betaald door Shell.

Premier Rutte sprak in april in de Kamer onder meer over een ‘partijstuk’ van de VVD, waarin de afschaffing werd onderbouwd. Dat stuk, dat het kabinet toen zelf openbaar heeft gemaakt, is deels gebaseerd op een onderzoek uit 2009 van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Follow the Money meldt dat dat onderzoek is gefinancierd door de oliemaatschappij en dat die er 300.000 euro voor heeft betaald.

Motie van afkeuring

Het platform publiceert een document waaruit naar voren komt dat behalve Shell ook VNO-NCW, Unilever, AkzoNobel, DSM en Philips de opdrachtgevers waren van het onderzoek. Een van de conclusies is dat de dividendbelasting een gezond vestigingsklimaat in de weg staat. De oliemaatschappij is zelf voorstander van het afschaffen van de dividendbelasting.

Over de maatregel zijn al veel debatten in de Tweede Kamer gevoerd. Behalve over de inhoud van het plan is een groot deel van de Kamer ook zeer kritisch over de manier waarop het kabinet het parlement heeft geïnformeerd over de achtergronden van de maatregel. Anderhalve maand geleden steunde bijna de hele oppositie een motie van afkeuring tegen Rutte over de gebrekkige informatie.

In een reactie op het artikel van Follow the Money zegt Shell Nederland dat VNO-NCW de opdrachtgever was van het onderzoek. “Shell verzorgde destijds de administratieve afhandeling. De rekening is in eerste instantie voldaan door Shell, vervolgens zijn de kosten evenredig doorbelast aan de VNO-NCW-leden Unilever, Philips, DSM en AkzoNobel.”

Geen apart debat

SP-leider Marijnissen zei in de Kamer dat er een nieuw debat moet komen over de vraag wiens belang het kabinet met de afschaffing eigenlijk dient. Bijna de hele rest van de oppositie viel haar bij. GroenLinks pleit bovendien voor een onderzoek door de Algemene Rekenkamer.

De regeringspartijen willen geen afzonderlijk nieuw debat, maar de meerderheid vindt wel dat het artikel in Follow the Money betrokken kan worden bij een ander al gepland debat. Ook Kamerlid Omtzigt van regeringspartij CDA zei dat het artikel aanleiding geeft voor nadere vragen en D66-woordvoerder Van Weijenberg sloot zich daarbij aan.

Bezwaar Box 3-heffing 2017 valt niet onder procedure massaal bezwaar 2013-2016

Wilt u bezwaar maken tegen de berekening van Box 3 op uw definitieve aanslag inkomstenbelasting 2017? Dan moet u... Lees meer >

Wilt u bezwaar maken tegen de berekening van Box 3 op uw definitieve aanslag inkomstenbelasting 2017? Dan moet u dat binnen 6 weken doen na de datum op uw definitieve aanslag. Want voor de aanslagen 2017 geldt niet de procedure massaal bezwaar die geldt voor de aanslagen over 2013 tot en met 2016.

Hebt u een definitieve aanslag 2017 vóór 31 mei 2018 gehad maar nog geen bezwaar gemaakt?

Doe dit dan vóór 15 juli 2018. Uw bezwaar is dan op tijd bij ons binnen.

Op dit moment is nog niet bekend of er ook een procedure massaal bezwaar komt voor 2017

Maar ook als die procedure er wel komt, moet u nog steeds zelf bezwaar hebben gemaakt. Anders doet u niet mee met de massale bezwaarprocedure.

Tientallen organisaties komen op voor belastingvoordeel expats

De regering moet de looptijd van een belastingvoordeel voor expats niet verkorten voor mensen die al gebruikmaken van de... Lees meer >

De regering moet de looptijd van een belastingvoordeel voor expats niet verkorten voor mensen die al gebruikmaken van de regeling. 

Dat stellen tientallen organisaties en bedrijven, waaronder VNO-NCW, de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten en de KNAW, in een pamflet dat dinsdag aan leden van de Tweede Kamer wordt aangeboden.

Op dit moment hoeven buitenlandse werknemers in Nederland onder bepaalde voorwaarden geen belasting te betalen over 30 procent van hun salaris, ter compensatie van extra kosten die werken in het buitenland met zich meebrengen. Het kabinet wil de termijn van die regeling terugbrengen van acht naar vijf jaar, ook voor expats die nu al gebruikmaken van de regeling.

‘Onbetrouwbaar partner’

Die ”onverwachte” wijziging zou voor zo’n zestigduizend mensen een flinke hap uit hun inkomsten betekenen. De overheid toont zich volgens de ondertekenaars dan ook een ”onbetrouwbare partner”.

”Rechtszekerheid in ons land wordt doorgaans met hoofdletters geschreven en beleefd. Dat gaat verloren”, stellen ook bedrijven als Philips, ASML en Heineken. De wijziging maakt het volgens de ondertekenaars ook moeilijk buitenlands talent aan te trekken.

Bezwaren vanwege weinig privé-gebruik bedrijfsauto allemaal afgewezen

Bijna 2000 ondernemers die vorig jaar bezwaar aantekenden bij de Belastingdienst omdat ze veel minder privé-kilometers hadden gereden met... Lees meer >

Bijna 2000 ondernemers die vorig jaar bezwaar aantekenden bij de Belastingdienst omdat ze veel minder privé-kilometers hadden gereden met hun bedrijfsauto, zijn afgewezen. De gegevens die ze hebben aangeleverd, vindt de Belastingdienst niet overtuigend.

De ondernemers kregen de kans om bezwaar te maken na een lange juridische strijd. De Hoge Raad oordeelde vorig jaar dat ze beroep mochten aantekenen, mits ze goed konden onderbouwen hoeveel kilometers ze privé hadden gereden.

Sinds 2011 wordt het btw-bedrag dat over het privégebruik van een zakenauto moet worden betaald anders berekend. Wie geen kilometerregistratie bijhield, kon kiezen voor een vast percentage. De Belastingdienst ging daarbij uit van 2,7 procent van de cataloguswaarde van de auto, maar veel ondernemers vonden dat bedrag te hoog.

‘Individueel gewogen’

Door de jaren heen zijn er twee miljoen bezwaren van ondernemers binnengekomen bij de fiscus. Van deze groep heeft dus maar een fractie, 1874 om precies te zijn, uiteindelijk alsnog bezwaar ingediend, vaak om bedragen terug te krijgen van een paar honderd tot duizend euro per jaar.

“Allemaal zijn ze individueel afgewogen en afgewezen”, laat een woordvoerder van het ministerie van Financiën weten. Deze ondernemers konden niet aantonen dat het btw-bedrag op basis van het aantal werkelijk gereden privékilometers lager zou uitvallen dan bij het percentage waarmee de Belastingdienst rekent.

Hartje zomer

Dat er relatief weinig ondernemers een bezwaarschrift indienden, heeft er mogelijk mee te maken dat ze daar maar zeven weken de tijd voor hadden. En het was in hartje zomer, zegt Tom Kleinpenning van advieskantoor Flynth. “Daardoor zijn veel ondernemers er niet aan toegekomen. Ook waren er weinig accountantskantoren open om te helpen.”

Volgens Kleinpenning was het invullen van het bezwaarformulier veel werk. Velen zouden er om die reden van hebben afgezien. “Het kost veel tijd om alle administratie op te zoeken.”

Belastingdienst aast ook op je bitcoins

De Belastingdienst beschouwt bitcoins – en alle andere 1.600 cryptovaluta – als onderdeel van iemands vermogen. Die moet je... Lees meer >

De Belastingdienst beschouwt bitcoins – en alle andere 1.600 cryptovaluta – als onderdeel van iemands vermogen. Die moet je dus opgeven bij je aangifte. Daarin worden ze tegenwoordig ook expliciet genoemd onder het kopje ‘overige bezittingen’.

Maar belasting betalen, dat hoeft alleen als je vermogen boven de 25.000 euro uitkomt (bij stellen boven de 50.000 euro). Wie vergat zijn cryp- tovaluta op te geven, kan dit nog twee jaar met terugwerkende kracht doen zonder een boete te krijgen.

De Belastingdienst wil de koerswaarde van je crypto’s op 1 januari 2017 rond middernacht weten. Had jij toen het vuurwerk afging nog geen bitcoins of andere bezittingen (aandelen, obligaties, et cetera) boven de heffingsvrije drempel, dan hoef je er dus geen belasting over te betalen.

Maar stel, je beleggingen zijn 85.000 euro waard, inclusief 10.000 euro aan bitcoins. Dan moet je belasting betalen over de 60.000 euro (of 35.000 euro bij stellen) die overblijft na aftrek van het heffingsvrije bedrag. In Belastingdienst-jargon heet dit ‘de grondslag sparen en beleggen’.

Hoeveel belasting moet iemand betalen over die 60.000 euro? Vanaf dit jaar gelden nieuwe regels. Hoe hoger je vermogen, des te zwaarder de fiscus je aanslaat. Voor kleine (crypto)beleggers, met een grondslag onder de 75.000 euro, is dat gunstig. Dan gaat de Belastingdienst namelijk uit van een fictief rendement van 2,87 procent. Over 60.000 euro is dat 1.722 euro. Daarover moet je 30 procent belasting betalen: 516,60 euro.

Ter vergelijking: vorig jaar moest dezelfde belegger nog 726,76 euro afrekenen. Toen ging de fiscus namelijk nog uit van een fictief rendement van 4 procent voor iedere belegger, onafhankelijk van de omvang van zijn vermogen. Het belastingtarief bleef wel hetzelfde: 30 procent over je rendement. De heffingsvrije drempel werd dit jaar ietsje verhoogd, van 24.437 naar 25.000 euro (en bij stellen dus 50.000).

Net als bij de inkomstenbelasting zijn er nu drie belastingschijven voor vermogen, inclusief crypto’s. Voor de eerste schijf (tot 75.000 euro) gaat de fiscus zoals gezegd uit van een fictief rendement van 2,87 procent. Ligt die grondslag tussen de 75.000 en 975.000 euro, dan is dat 4,60 procent. En daarboven zelfs 5,39 procent.

Concreet betekent dit dat mensen met een grondslag onder de 216.100 euro gunstiger af zijn dan voorheen, zo blijkt uit de Belastinggids van de Consumentenbond. Dit omdat de eerste 75.000 euro in de eerste schijf wordt belast. Daar geldt een lager tarief dan vroeger (die 2,87 in plaats van 4 procent). Het kantelpunt ligt bij een grondslag van 216.100 euro.

Géén aangifte doen van je cryp- tovermogen lijkt misschien een aantrekkelijk idee. Sommige beleggers doen dat, verwijzend naar de beperkte capaciteit en opsporingsmogelijkheden voor cryptobeleggingen van de Belastingdienst en de FIOD. Maar dat is geen slim plan, vinden Roger van de Berg en Boris de Best, beiden fiscalist bij Baker McKenzie. „De Amerikaanse belastingdienst vraagt bij cryptohandelsplatformen al de namen van ‘rekeninghouders’ of deelnemers op. Wij verwachten dat het niet lang meer zal duren voor onze Belastingdienst dat ook gaat doen.”

Belastingdienst kan plannen niet uitvoeren door aanhoudende ict-malaise

Nog altijd zijn de ict-problemen bij de Belastingdienst niet opgelost. Vanwege deze problemen worden plannen om terugbetalingsregelingen voor bijvoorbeeld... Lees meer >

Nog altijd zijn de ict-problemen bij de Belastingdienst niet opgelost. Vanwege deze problemen worden plannen om terugbetalingsregelingen voor bijvoorbeeld zorg- of huurtoeslag te vereenvoudigen, verder uitgesteld. Dat blijkt uit de halfjaarrapportage over de Belastingdienst die vandaag naar de Tweede Kamer is gestuurd.

Als je nu geld moet terugbetalen aan de Belastingdienst voor bijvoorbeeld te veel ontvangen huur- of zorgtoeslag zijn er voor elke toeslag nog aparte terugbetalingsregelingen en voorwaarden. Omdat mensen door de bomen het bos niet meer zien, besloot de Belastingdienst die regelingen te stroomlijnen.

In eerste instantie zou dit allemaal voor 2019 geregeld zijn, maar het gaat uiteindelijk nog zeker tot 2021 duren voor de vereenvoudiging is doorgevoerd. De Belastingdienst moet namelijk alle zeilen bijzetten om het ict-systeem te vernieuwen. Ook de geplande extra heffing op dieselauto’s is om die reden een jaar uitgesteld.

De Belastingdienst kampt al tijden met ict-problemen. Zo werd vorig jaar augustus bekend dat hierdoor het innen van belasting in gevaar kan komen. Afgelopen december werd al duidelijk dat door de ict-perikelen problemen en enorme vertragingen zijn ontstaan bij het innen van de schenk- en erfbelasting.

Als particulier nog geen btw teruggevraagd over zonnepanelen? Dat kan alsnog – makkelijker dan eerst

Op 15 december 2017 heeft de Hoge Raad een uitspraak gedaan over de teruggaaf van btw op zonnepanelen. De... Lees meer >

Op 15 december 2017 heeft de Hoge Raad een uitspraak gedaan over de teruggaaf van btw op zonnepanelen. De staatssecretaris van Financiën heeft daarop besloten dat de Belastingdienst zijn werkwijze aanpast. Bent u particulier en wilt u btw terugvragen over zonnepanelen? Door de nieuwe werkwijze hoeft u nog maar 1 keer btw-aangifte te doen. Alleen over het tijdvak waarin u de zonnepanelen hebt gekocht.

Wat het besluit van de staatssecretaris precies voor u betekent, hangt af van uw specifieke situatie. Zoek uw situatie op. En kijk wat u het beste kunt doen. Of wat wij voor u doen.

Wij hebben tijd nodig om de nieuwe werkwijze in te voeren

Maar iedereen die het formulier ‘Opgaaf zonnepaneelhouders’ al heeft opgestuurd, krijgt vóór 1 mei 2018 een reactie van ons.

Inhoudingsvrijstelling dividendbelasting voor vrijgestelde lichamen komt er niet

De inhoudingsvrijstelling dividendbelasting voor vrijgestelde lichamen (zoals pensioenfondsen) komt er niet. De vrijgestelde lichamen kunnen de bestaande teruggaafregeling blijven... Lees meer >

De inhoudingsvrijstelling dividendbelasting voor vrijgestelde lichamen (zoals pensioenfondsen) komt er niet. De vrijgestelde lichamen kunnen de bestaande teruggaafregeling blijven gebruiken.

Vorig jaar is een begin gemaakt met een inhoudingsvrijstelling in de Dividendbelasting voor opbrengstgerechtigde lichamen die niet zijn onderworpen aan de Vennootschapsbelasting. Onder meer pensioenfondsen en overheidslichamen zouden gebruik kunnen maken van deze vrijstelling. De inhoudingsvrijstelling zou dit jaar in werking treden. Maar Staatssecretaris Snel heeft besloten om de regeling niet in te voeren.

Het kabinet heeft het voornemen om de Dividendbelasting in 2020 af te schaffen. Om voor een relatief korte periode nu nog een vrijstellingsregeling in te voeren, zouden er hoge (automatiserings)kosten moeten worden gemaakt. Daarom heeft Staatssecretaris Snel besloten om de technische implementatie stop te zetten en de regeling niet in te voeren.

Opbrengstgerechtigden kunnen gebruik blijven maken van de bestaande teruggaafregeling.

Antwoorden over vertraging erf- en schenkbelasting

De vertraging van de aanslagoplegging van erf- en schenkbelasting hoeft geen belemmering te zijn voor het verdelen en uitkeren... Lees meer >

De vertraging van de aanslagoplegging van erf- en schenkbelasting hoeft geen belemmering te zijn voor het verdelen en uitkeren van een nalatenschap. Dat antwoordt de staatssecretaris van Financiën, Menno Snel, op feitelijke vragen over dit onderwerp. Wel kunnen notarissen een deel achterhouden voor het voldoen van de erfbelasting.

Vanwege problemen met het nieuwe automatiseringssysteem voor de erf- en schenkbelasting is de afhandeling van aangiften uit 2017 vertraagd. Om toch sneller zekerheid te krijgen kunnen belastingplichtigen expliciet verzoeken om een voorlopige aanslag erfbelasting. De KNB en overige intermediairs zijn geïnformeerd (pdf) over een speciale postbus van de Belastingdienst voor complexe situaties. Dat zijn gevallen waarin klanten ernstige hinder ondervinden van de vertraging bij de erfbelasting. Via de postbus kunnen zij vragen om hun aangifte of hun verzoek om een voorlopige aanslag met voorrang te behandelen. 

Voorkeursbehandeling
Tot 1 maart van dit jaar is er 587 aanspraak gemaakt op de voorkeursbehandeling. Twee keer door notarissen, 32 keer door belastingadviseurs en 553 keer door particulieren. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om situaties waarbij de erfenis in afwachting van de vaststelling van de te betalen erfbelasting nog niet is vastgesteld, maar waarbij wel uitgaven moeten worden gedaan met die erfenis. 

Digitale aangifte
Sinds afgelopen zomer kunnen burgers naast een papieren aangifte schenkbelasting ook digitaal aangifte schenkbelasting doen. Vanaf april van dit jaar kan dat ook voor de erfbelasting. Voor professionele dienstverleners ligt dat anders. De Belastingdienst heeft met softwareleveranciers afgesproken dat de software die professionele dienstverleners nodig hebben om digitaal aangifte te kunnen doen voor de schenkbelasting gereed zal zijn voor schenkingen vanaf het belastingjaar 2018 en voor de erfbelasting voor overlijdens vanaf het belastingjaar 2019. Dat houdt in dat professionele dienstverleners voor schenkingen vanaf 1 januari 2018 digitaal aangifte schenkbelasting kunnen doen en voor overlijdens vanaf 1 januari 2019 voor de aangifte erfbelasting.

Beleid schenkbelasting bij huwelijk en huwelijkse voorwaarden

Het aangaan van een huwelijk of het aangaan of wijzigen van huwelijkse voorwaarden leidt in enkele situaties niet tot... Lees meer >

Het aangaan van een huwelijk of het aangaan of wijzigen van huwelijkse voorwaarden leidt in enkele situaties niet tot heffing van schenkbelasting. Dat laat de staatssecretaris van Financiën weten via een beleidsbesluit.

Uitgangspunt voor toepassing van de Successiewet, die de schenkbelasting regelt, is dat het aangaan van een huwelijk zonder het opstellen van huwelijkse voorwaarden geen schenking is. Dit geldt voor huwelijken in de beperkte gemeenschap van goederen die per 1 januari standaard is en gold voor huwelijken in algehele gemeenschap van goederen die voor die datum zijn gesloten.

Huwelijkse voorwaarden
Als echtgenoten er voor kiezen om huwelijkse voorwaarden op te stellen – bij het sluiten van het huwelijk of tijdens het huwelijk – of te wijzigen dan kan er sprake zijn van een schenking. In verschillende situaties is daar geen sprake van. Ten eerste als echtgenoten besluiten om hun huwelijkse voorwaarden om te zetten in een wettelijke gemeenschap van goederen. Ten tweede als echtgenoten voorafgaand aan het huwelijk huwelijkse voorwaarden opstellen waarbij een algehele gemeenschap van goederen wordt aangegaan, waarin echtgenoten voor gelijke delen gerechtigd zijn. Echtgenoten kunnen ook tijdens het huwelijk huwelijkse voorwaarden opstellen of wijzigen waarbij een algehele gemeenschap van goederen ontstaat waarin beide echtgenoten voor gelijke delen gerechtigd zijn. Ook in deze gevallen is voor de toepassing van de Successiewet geen sprake van een schenking tussen de echtgenoten.

Verrekenbeding
Een derde situatie waarbij geen schenkbelasting betaald hoeft te worden is als echtgenoten huwen buiten iedere gemeenschap en in de huwelijkse voorwaarden een wederkerig verplicht finaal verrekenbeding is opgenomen op grond waarvan bij echtscheiding en overlijden – of alleen bij overlijden – de vermogens worden verrekend alsof er sprake is van een gemeenschap van goederen. 

Ongelijke delen
Als één van beide echtgenoten direct voorafgaand aan het aangaan van of het wijzigen in een algehele gemeenschap van goederen meer vermogen bezat dan de andere echtgenoot, leidt een andere verdeelsleutel dan 50-50 niet tot een schenking waarop de Successiewet van toepassing is. Die echtgenoot moet dan wel gerechtigd blijven tot tenminste 50 procent van het tot de algehele gemeenschap van goederen behorende vermogen en ten hoogste tot de gerechtigdheid die hij al had. Dit geldt ook als echtgenoten een huwelijk aangaan onder huwelijkse voorwaarden waarbij iedere gemeenschap is uitgesloten en waarbij zij op hetzelfde moment of tijdens het huwelijk alsnog een wederkerig verplicht finaal verrekenbeding zijn overeenkomen dat hen ertoe verplicht om bij echtscheiding en overlijden – of alleen bij overlijden – hun vermogens te verrekenen alsof zij in algehele gemeenschap van goederen zijn gehuwd.

Handhaving wet DBA verder uitgesteld

De handhaving van de wet DBA is verder uitgesteld: opdrachtgevers en zzp’ers krijgen tot 1 januari 2020 geen naheffingen... Lees meer >

De handhaving van de wet DBA is verder uitgesteld: opdrachtgevers en zzp’ers krijgen tot 1 januari 2020 geen naheffingen en boetes. Vanaf 1 juli 2018 breiden wij wel de handhaving bij kwaadwillenden uit. Dit staat in de Kamerbrief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de staatssecretaris van Financiën.

Het kabinet streeft naar nieuwe wet- en regelgeving op 1 januari 2020 om de Wet Deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA) te vervangen. Tot die tijd wordt de handhaving van de Wet DBA opgeschort. Dat betekent dat er niets verandert voor opdrachtgevers en opdrachtnemers die niet kwaadwillend zijn.

Handhaving bij kwaadwillenden per 1 juli 2018 uitgebreid

Kwaadwillend bent u volgens onze definitie als u ‘opzettelijk een situatie van evidente schijnzelfstandigheid laat ontstaan of voortbestaan, omdat u weet – of had kunnen weten – dat er feitelijk sprake is van een dienstbetrekking (en daarmee een oneigenlijk financieel voordeel behaalt en/of het speelveld op een oneerlijke manier aantast)’.

Onze handhaving richt zich nu alleen op de ernstigste gevallen van kwaadwillendheid. Tot 1 juli 2018 blijft dat zo. Maar vanaf 1 juli 2018 handhaven wij in alle gevallen van kwaadwillendheid. Wij moeten dan kunnen bewijzen dat er in zo’n situatie sprake is van 3 dingen:

  • een (fictieve) dienstbetrekking
  • evidente schijnzelfstandigheid
  • opzettelijke schijnzelfstandigheid

Meer informatie

Op rijksoverheid.nl vindt u de Kamerbrief en het bijbehorende persbericht.

Afgifte btw-nummer duurt langer dan normaal

Als u zich aanmeldt als nieuwe ondernemer, krijgt u normaal gesproken binnen 5 werkdagen een brief met uw btw-nummer... Lees meer >

Als u zich aanmeldt als nieuwe ondernemer, krijgt u normaal gesproken binnen 5 werkdagen een brief met uw btw-nummer van ons. Op dit moment duurt dat langer. U krijgt hiermee te maken als u zich hebt aangemeld met het formulier ‘Opgaaf zonnepaneelhouders’ of het formulier ‘Opgaaf startende onderneming’, of als u zich hebt ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.

In januari 2018 hebben wij extra veel formulieren ‘Opgaaf zonnepaneelhouders’ ontvangen. Dit is het gevolg van een uitspraak van de Hoge Raad op 15 december 2017. Het lukt ons nu niet binnen de normale termijn van 5 werkdagen te reageren. 
Daardoor zal iedereen die zich aanmeldt als ondernemer, langer moeten wachten op een bericht van ons.

Onze excuses voor het ongemak.

Over 2017 te weinig btw aangegeven?

Vorig jaar te weinig btw aangegeven? Herstel dan de gemaakte fout. Dan betaalt u geen belastingrente en meestal geen... Lees meer >

Vorig jaar te weinig btw aangegeven? Herstel dan de gemaakte fout. Dan betaalt u geen belastingrente en meestal geen boete. U kunt een correctie op btw-aangifte (‘suppletie’) alleen nog digitaal doorgeven. Dat kan via ‘inloggen voor Ondernemers’ op deze internetsite, of met uw eigen software waarmee u normaal uw btw-aangifte doet.

U kunt de btw-suppletie vanaf januari 2018 alleen nog digitaal doen.

Meer dan € 1.000 verschil

Hebt u over 2017 te weinig btw aangegeven? En is het btw-bedrag dat u niet betaalde meer dan € 1.000?
Doe dan voor 1 april 2018 uw suppletie-aangifte.
En zorg dat uw btw bij ons binnen is voor 1 april 2018.
Dan hoeft u geen belastingrente te betalen.
En u krijgt geen boete als:
– het alsnog te betalen bedrag niet hoger is dan € 20.000, en
– het alsnog te betalen bedrag niet meer is dan 10% van de betaalde btw over 2017

U doet uw suppletie-aangifte via Inloggen voor Ondernemers.

€ 1.000 of minder verschil

Hebt u over 2017 te weinig btw aangegeven? En is het btw-bedrag dat u niet betaalde € 1.000 of minder?
Verwerkt dat uw suppletie in uw eerstvolgende btw-aangifte.

Alleen digitaal

Hebt u dit jaar of de afgelopen 5 jaar te veel of te weinig btw aangegeven?
En wilt u daarom uw btw-aangifte wijzigen met een suppletie?
Dan kunt u dat op de volgende manieren doen:

  • U logt in op onze internetsite bij het onderdeel ‘Inloggen voor ondernemers’, of
  • U gebruikt uw eigen software, of
  • U laat uw adviseur de suppletie digitaal doorgeven

Wijzigingen doorgeven hoeft trouwens niet altijd met een suppletie. Betekenen de wijzigingen dat u € 1.000 of minder terugkrijgt,
of € 1.000 of minder moet bijbetalen? Dan mag u de correctie ook in uw eerstvolgende btw-aangifte verwerken.

Wie betaalt de boete bij een verkapt dienstverband?

Wie moet de boete betalen als de Belastingdienst er achter komt dat een zzp’er in verkapt dienstverband werkt bij... Lees meer >

Wie moet de boete betalen als de Belastingdienst er achter komt dat een zzp’er in verkapt dienstverband werkt bij een bedrijf? De zzp’er of de opdrachtgever?

Het korte antwoord op deze vraag luidt: niemand. Om de simpele reden dat de Belastingdienst in elk geval tot 1 januari 2020 de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) niet handhaaft. Dat betekent dat opdrachtgevers en opdrachtnemers tot die tijd geen boetes of naheffingen krijgen als geconstateerd wordt dat er eigenlijk sprake is van een dienstbetrekking.

Met de Wet DBA, de opvolger van de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) waarmee zzp’ers tot 1 mei 2016 moesten aantonen dat ze echt ondernemer waren en geen verkapte werknemer, heeft de overheid geprobeerd duidelijkheid te scheppen over de vraag wanneer er sprake is van een dienstbetrekking. Maar de wet zorgde juist voor veel onrust onder zzp’ers en opdrachtgevers. Daarom is het kabinet nog steeds druk aan het sleutelen aan nieuwe wet- en regelgeving die wél duidelijk moet maken wie zzp’er is en wie niet. Volgens de planning moet er op 1 januari 2020 een nieuwe wet zijn en zal er dan weer worden gehandhaafd.

Maar als er nu wel werd gehandhaafd, hoefde ook niemand een boete te betalen, aldus Maarten Post, voorzitter van ZZP Nederland. „Er is namelijk geen wet die spreekt over een boete als een zelfstandige in verkapt dienstverband werkt voor een bedrijf. Onder de VAR kon de Belastingdienst de zelfstandigenaftrek van de zzp’er inhouden als die niet aan de voorwaarden van het ondernemerschap voldeed. En de opdrachtgever c.q. werkgever kon een naheffing krijgen, omdat die loonbelasting en sociale premies had moeten inhouden.

Is het gebrek aan handhaving niet juist een vrijbrief voor schijnconstructies? Volgens ZZP Nederland valt dat mee. „Naar onze inschatting werkt ‘slechts’ 10 procent van de zzp’ers in verkapt dienstverband. Ik heb dus niet de indruk dat er massaal misbruik wordt gemaakt van de huidige situatie.” Dat de overheid „al jaren vaag is” over zzp’ers en er nooit in is geslaagd om duidelijk te maken wie zzp’er of ondernemer is, is slecht voor de werkgelegenheid, aldus Post: „Veel bedrijven durven hierdoor geen zelfstandigen in te huren. In deze goede economische tijd redden de meeste zzp’ers het wel, maar als de crisis langer had geduurd, dan niet.”

Er is één groep die zich wel zorgen moet maken en dat zijn ‘kwaadwillenden’: zzp’ers die willens en wetens ‘in dienst’ zijn. Dat bleek in februari uit een brief van de minister aan de Tweede Kamer. In die gevallen gaat de Belastingdienst wel handhaven, staat in die brief – zonder te zeggen hoe. Het kabinet geeft hiermee naar eigen zeggen gehoor aan de „toenemende onvrede over mogelijke schijnzelfstandigheid bij voornamelijk de onderkant van de arbeidsmarkt”. Bij kwaadwillenden is sprake van een (fictieve) dienstbetrekking, evidente schijnzelfstandigheid en opzettelijke schijnzelfstandigheid. Maarten Post van ZZP Nederland is sceptisch: „Zelfs in die gevallen handhaaft de overheid haar eigen wetten niet. Dat zou wel moeten.”

Er worden op dit moment dus geen sancties opgelegd als blijkt dat een zzp’er in verkapte loondienst is. Zelfs in ‘kwaadwillende’ gevallen gebeurt er nauwelijks iets, volgens ZZP Nederland. En wie vanaf 1 januari 2020 opdraait voor boetes, naheffingen, et cetera hangt geheel af van de nieuwe wet. Als die er dan is tenminste.

De zzp’er: ondernemer of schijnzelfstandige?

Het is de timmerman en de ICT-consultant. De managementcoach en de maaltijdbezorger. De kunstenaar en de kapper. In weinig... Lees meer >

Het is de timmerman en de ICT-consultant. De managementcoach en de maaltijdbezorger. De kunstenaar en de kapper. In weinig Europese landen groeit het aandeel zzp’ers zo hard als in Nederland. Zo’n 12 procent van alle werkenden is zelfstandige zonder personeel. Er zijn al meer dan een miljoen zzp’ers, tegenover 330.000 in 1996.

Het kabinet-Rutte III is bezorgd over die snelle groei en werkt aan nieuwe regels om ‘schijnzelfstandigheid’ tegen te gaan. Maar waar komt die snelle stijging van zzp’ers in Nederland vandaan? En wat weten we eigenlijk over deze gevarieerde groep?

In politieke discussies worden meestal twee redenen genoemd voor de snelle opkomst van de zzp’ers in Nederland. Vakbonden en economisch linkse partijen zeggen: het is hier extreem goedkoop voor bedrijven om zzp’ers in te huren – logisch dat het dan zo populair wordt. De werkgeverslobby en rechtse partijen wijzen juist naar het ‘onaantrekkelijke’ vaste contract. Bedrijven wíllen mensen wel in dienst nemen, zeggen zij, maar ze zijn daar voorzichtig mee omdat vast personeel te veel bescherming krijgt: ontslag is moeilijk en zieke werknemers moeten twee jaar lang doorbetaald worden.

Zzp’ers zijn goedkoop

Het Centraal Planbureau noemt nog een hele andere, ‘onpolitieke’ oorzaak. Een van de belangrijkste redenen van de snelle groei van het aantal zzp’ers sinds 1996 is de vergrijzing. Dat zit zo: in elke leeftijdsgroep zijn er meer mensen die beginnen als zzp’er dan die ermee stoppen. Dus hoe ouder de bevolking wordt, hoe meer zzp’ers er zijn.

Ook in andere westerse landen groeit het aantal zzp’ers door de vergrijzing. In Nederland wordt dat effect nog versterkt: het is hier voor oudere werklozen moeilijker een baan in loondienst te vinden, omdat zij relatief duur zijn voor werkgevers. In landen als Denenmarken en Zweden stijgen lonen minder mee met de leeftijd.

Toch hebben de vakbonden een punt. Het is voor bedrijven veel goedkoper om zzp’ers in te huren, berekende een ambtelijke werkgroep in 2015 in het rapport IBO Zelfstandigen zonder personeel. Ze vergeleken een zzp’er en een werknemer die allebei hetzelfde, modale, netto-inkomen overhouden. De werkgroep wilde weten: hoeveel extra kosten komen daar bovenop voor een bedrijf?

Voor de werknemers 84 procent, zo bleek. Dat gaat naar inkomstenbelasting en werkgeverspremies voor pensioen, arbeidsongeschiktheid, werkloosheid en zorgverzekeringen.

Voor een zzp’er zijn die extra kosten half zo klein: 41 procent. En dan gaat het nog om iemand die inkomstenbelasting betaalt én geld reserveert voor pensioen en een arbeidsongeschiktheidsverzekering en dat doorberekent aan zijn opdrachtgever. Zzp’ers die dat niet doen, zijn nóg goedkoper.

Een andere reden dat zzp’ers zo goedkoop zijn, is dat zij de afgelopen twintig jaar steeds meer belastingvoordelen kregen, zoals de zelfstandigenaftrek (verruimd in 2005) en de mkb-winstvrijstelling (ingevoerd in 2007). Sommige zelfstandigen gebruiken die voordelen om hun uurtarief laag te houden.

Lees ook: Een minimumtarief voor zzp’ers, werkt dat wel?

Geen baas boven zich

Wat de werkgeverslobby zegt, is óók waar. Veel bedrijven zijn terughoudend met het aannemen van vast personeel. Ook dat verklaart waarom in Nederland zoveel zzp’ers worden ingehuurd.

Er zijn weinig westerse landen die zo’n sterke ontslagbescherming hebben als Nederland. En daarom zien bedrijven een dienstverband als een risico. Wie een werknemer wil ontslaan, moet een stevig dossier tegen hem hebben opgebouwd en een flinke ontslagvergoeding meegeven.

Een land met een sterke ontslagbescherming heeft doorgaans ook meer zzp’ers, volgens internationaal onderzoek.

Maar is het eigenlijk erg dat Nederland zoveel zzp’ers heeft? Veruit de meeste zzp’ers ervaren dat zelf in ieder geval niet als een probleem, blijkt uit enquêtes. Ze hebben bewust voor het zelfstandig ondernemerschap gekozen en voelen zich vrij en flexibel, omdat ze eigen baas zijn. Bijna 81 procent van de zzp’ers is tevreden met zijn werk, tegenover 78 procent van de werknemers met een vast contract. De meesten werkten eerder in loondienst en begonnen voor zichzelf om hun eigen werktijden te kunnen bepalen en omdat ze geen zin meer hadden in een baas boven zich. Veel zzp’ers hebben een goed inkomen.

Maar de kwetsbare zzp’ers die weinig geld verdienen, hebben ook meteen véél minder inkomsten dan de slechtstverdienende werknemers. Dat zie je bijvoorbeeld als je kijkt naar het inkomen van de 10 procent slechtst verdienende zzp’ers en dat vergelijkt met de 10 procent slechtst verdienende werknemers in loondienst. Bij zzp’ers is dat 3.300 euro per jaar en bij de werknemers 16.000 euro. Beide bedragen gaan over hun héle inkomen, inclusief eventuele extra verdiensten.

De zzp’ers met de laagste inkomens werken onder andere in de kunst- en cultuursector, recreatie, horeca en handel.

Sommige zelfstandigen die zo weinig verdienen kunnen terugvallen op de inkomsten van hun partner, maar lang niet allemaal. Want ook de ‘huishoudinkomens’ van de slechtst verdienende zzp’ers – waar het inkomen van een partner wordt meegerekend – zijn fors lager dan die van vergelijkbare werknemers.

Voor deze zelfstandigen is er niet zoiets als een minimumloon. Op zich logisch: het zijn ondernemers, dus ze mogen zelf bepalen hoeveel geld ze vragen voor hun werk. Maar voor zzp’ers aan de onderkant van de arbeidsmarkt gaat dat niet op. Zij kunnen hun tarief helemaal niet zelf bepalen, dat doet hun opdrachtgever. Een kwestie van vraag en aanbod: hun werkzaamheden zijn niet uniek genoeg en daarom hebben ze een slechte onderhandelingspositie.

Als ik één ding heb geleerd in mijn tijd bij de vakbond, is het dat financiële prikkels doorslaggevend zijn voor werkgevers

Meer armoede

Hoe groot deze groep van kwetsbare zzp’ers is, kun je op verschillende manieren meten. Bijvoorbeeld met armoedecijfers. Bijna 12 procent van alle zelfstandig ondernemers (met én zonder personeel) leeft in armoede, volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau. Dat zijn 153.000 mensen. Van de werknemers in loondienst is dat maar 3 procent. Met ‘armoede’ bedoelt het planbureau dat er niet genoeg geld is voor basisbehoeftes en „minimale kosten” voor ontspanning en participatie, zoals een korte vakantie of lidmaatschap van een sport- of hobbyclub.

Een andere manier om te bepalen hoeveel kwetsbare zzp’ers er zijn, is door te kijken naar de hoeveelheid ‘schijnzelfstandigen’: zzp’ers die eigenlijk helemaal geen ondernemer zijn. Bijvoorbeeld omdat ze maar één opdrachtgever hebben en niet vrij zijn in hun bedrijfsvoering. Volgens onderzoek van Oeso, de club van rijke landen, voldoet zo’n 15 procent van de Nederlandse zzp’ers aan de kenmerken van een schijnzelfstandige.

‘Flexwerk moet duurder’

Het kabinet hoopt die kwetsbare groep te verkleinen door tóch een soort minimumloon in te voeren voor zzp’ers. Het minimale uurtarief zal rond de 15 tot 18 euro komen te liggen, staat in het regeerakkoord. Wie minder verdient, wordt door de Belastingdienst automatisch als werknemer gezien. Dat betekent dat de inhuurder alsnog alle werkgeverspremies moet betalen en de werkende geen recht heeft op de belastingvoordelen voor zzp’ers. Het kabinet hoopt die regels in 2020 te kunnen invoeren.

Volgens vakbonden is dat lang niet genoeg om de problemen op te lossen. Al op de dag van de publicatie van het regeerakkoord, in oktober, zei CNV-voorzitter Maurice Limmen dat er wat hem betreft maar één oplossing is: flexwerk, maar ook zzp’ers, moeten duurder worden voor bedrijven. „Als ik één ding heb geleerd in mijn tijd bij de vakbond, is het dat financiële prikkels doorslaggevend zijn voor werkgevers.”

Merle Oude Lashof (24), zelfstandig kapper

„Dat ik kapper wilde worden wist ik al van jongs af aan. Maar eenmaal in de kapsalon, waar ik dag in dag uit haren stond te knippen, verveelde ik me toch al snel. Ik wilde méér uit mijn vak kunnen halen.

„In mijn eerste jaar als zzp’er dacht ik weleens: waar ben ik aan begonnen. Zo veel kappers zijn er hier in Rossum gelukkig niet, maar ik moest natuurlijk helemaal opnieuw vaste klanten werven. Dat was wel even bikkelen.

„Uiteindelijk is het gelukt me te onderscheiden met bruidskapsels en visagie en heb ik mijn eigen salon naast het huis van mijn ouders. In een dorp vinden mensen het fijn als ze in één keer klaar zijn: haar, make-up, en ik maak nu ook foto’s.

„Het resultaat van die metamorfoses postte ik telkens op Facebook en Instagram, zodat ik meer naamsbekendheid kreeg. Dat werkte echt heel goed, ik verdien nu meer dan ik in de kapsalon verdiende.

„Ik ben blij dat ik deze stap genomen heb. Ik ben vrijer in mijn werk en in de cursussen die ik erbij volg. Al werd ik aan het begin wel gek van klanten die ‘s avonds nog belden. Nu heb ik een werktelefoon, die ik om zes uur in een jaszak stop.”

Jaap van Muijen (57), zelfstandig hoogleraar psychologie

„Vijf jaar geleden ben ik volledig als zelfstandige gaan werken. Ik werkte tot die tijd in allerlei leidinggevende adviesfuncties, totdat dat me na twintig jaar ging tegenstaan. Ik was vooral het ‘mensengedoe’ zo zat. Ik wilde dingen aanpakken, zonder veel tijd te besteden aan onnodig gezeur.

„Mijn leerstoel bij de Universiteit Nyenrode kon ik behouden. Daarnaast ben ik organisatieadviseur, ik coach, doceer op verschillende universiteiten en ik doe onderzoek.

„Wat ik leuk vind aan het zelfstandig ondernemerschap is dat ik met mijn hobby geld verdien. Ik maak eigen keuzes, en als iets een keer mislukt heb ik dat alleen aan mijzelf te wijten.

„Omdat ik in 2007 in de directie van een adviesbureau zat, had ik de marktprijzen voor hoogleraren al langs zien komen. Daar heb ik mijn eigen tarieven op gebaseerd. Bij lezingen maak ik een afweging: vind ik het maatschappelijk relevant, dan vraag ik een relatief bescheiden tarief. Vind ik het minder leuk, dan vraag ik meer. En dan nog verbaas ik me weleens over wat ik dan ontvang.

Al doe ik nooit meer iets wat ik echt niet leuk vind. Dat is een regel. Al krijg ik een miljoen.”

Paméla Menzo (42), zelfstandig actrice en productieleider

„Ik ben actrice, ik kom van de theaterschool. Maar inmiddels heb ik ook mijn eigen theatergezelschap, ben ik productieleider en programmeur.

„Die combinatie is ontstaan uit noodzaak. Van mijn negentiende tot mijn eenendertigste acteerde ik fulltime, maar toen ging de markt op slot. De culturele sector werd vrij rigoureus de nek omgedraaid – veel werkplekken verdwenen en door het toegenomen aanbod van werkzoekende acteurs daalden de uurtarieven flink.

„Als productieleider bleek ik gemakkelijk aan de bak te komen. Er waren maar weinig mensen die én de toneelwereld goed kenden én in staat waren mensen aan te sturen. Ik had het allebei, ik ken de toneelvloer op mijn duimpje. Dus werd ik telkens teruggevraagd.

„Waar ik me eerst wel eens een faler voelde, ben ik nu heel gelukkig als zzp’er. Ik heb meer vrijheid en beweeg me in verschillende werelden, waarin altijd iets nieuws kan gebeuren.

„Nee, ik zal nooit een duur huis kopen. Maar ik ben voor mijn werk wél overal geweest. Dat is ook te gek. En die vrijheid is onbetaalbaar.”

‘Handboek Ondernemen 2018’ gepubliceerd

U kunt het ‘Handboek Ondernemen 2018’ downloaden. Het handboek is voor iedereen die in Nederland een onderneming wil starten... Lees meer >

U kunt het ‘Handboek Ondernemen 2018’ downloaden. Het handboek is voor iedereen die in Nederland een onderneming wil starten of al een onderneming heeft, en daarbij zelf zijn administratie doet.

Het handboek is vooral voor de eenmanszaak, maar bevat ook veel nuttige informatie voor ondernemingen met een andere rechtsvorm. Als ondernemer krijgt u te maken met belastingen en sociale verzekeringen. Wij maken u in dit handboek wegwijs in uw fiscale rechten en plichten.

Wie beschermt de gegevens van zzp’ers?

Voor zzp’ers bestaat het btw-nummer waarmee zij facturen sturen mede uit hun burgerservicenummer. En dat ligt gevoelig. Het burgerservicenummer... Lees meer >

Voor zzp’ers bestaat het btw-nummer waarmee zij facturen sturen mede uit hun burgerservicenummer. En dat ligt gevoelig.

Het burgerservicenummer (BSN), sinds 2014 alleen nog vindbaar op de achterkant van een identiteitskaart, is een uniek nummer – enkel en alleen herleidbaar naar jou. Volgens de Wet bescherming persoonsgegevens is het dan ook een ‘bijzonder persoonsgegeven’, en dat betekent dat er strenge regels voor gelden: organisaties buiten de overheid mogen het nummer alleen gebruiken als dat wettelijk is vastgelegd. Zo’n nummer is namelijk gevoelig voor identiteitsfraude.

Gek dus eigenlijk dat je als zzp’er verplicht bent je btw-nummer, waarin het volledige burgerservicenummer is opgenomen, naar al je opdrachtgevers te sturen. Afgelopen 12 maart stelden kamerleden van regeringspartijen CDA en VVD daar kamervragen over. Opnieuw, want in 2013 dienden twee kamerleden van de VVD en PvdA al eens een motie over het btw-nummer van zzp’ers in. Ook zij wilden destijds dat de Belastingdienst de nummers zou aanpassen, zodat het BSN niet zichtbaar is. Vier vragen over het btw-nummer van zzp’ers.

  1. Wat is nu precies het probleem?

    De Belastingdienst verstrekt een btw-nummer aan zzp’ers zodra die btw-plichtig zijn. En dat geldt voor alle zzp’ers die commerciële diensten leveren. Vervolgens zijn zelfstandigen verplicht dat nummer te vermelden op de facturen die ze naar hun klanten of opdrachtgevers sturen. Voor wie een eenmanszaak heeft is het btw-nummer het burgerservicenummer met de toevoeging B01. Een tweede bedrijf krijgt de toevoeging B02, enzovoorts.

    Volgens de Autoriteit Persoonsgegevens zou een kwaadwillende met iemands BSN, volledige naam, woonadres én telefoonnummer identiteitsfraude kunnen plegen, door zich voor te doen als de persoon in kwestie.

    Bij de inschrijving van een bedrijf bij de Kamer van Koophandel worden precies die gegevens online gepubliceerd. Voor zzp’ers gaat het dan meestal om hun voor- en achternaam, huisadres en privénummer. Logisch, als zzp’er wil je immers gevonden kunnen worden door opdrachtgevers. Maar het maakt identiteitsfraude óók gemakkelijker.

  2. Komt identiteitsfraude bij zzp’ers vaak voor?

    In 2015 ontving het Centraal Meldpunt Identiteitsfraude van het ministerie van Binnenlandse Zaken 805 meldingen van identiteitsfraude, waarvan 6 procent door misbruik van een BSN.

    FNV Zelfstandigen zette vorig jaar een enquête uit onder de eigen leden en vroeg ze of ze ooit slachtoffer waren geweest van identiteitsfraude. Van de 250 leden die de enquête invulden, hadden zeven zzp’ers ooit last gehad van misbruik van hun persoonsgegevens. Denk dan aan het openen van een bankrekening, het afsluiten van een telefoonabonnement, of het verkopen van artikelen op Marktplaats onder een valse naam.

  3. Waarom is er dan nog niets aan gedaan?

    In 2014 adviseerde toenmalig staatssecretaris van Financiën Frans Weekers zijn opvolger Eric Wiebes de in 2013 ingediende motie af te wijzen. Wiebes deed dat, met het argument dat „de kans op identiteitsfraude bij het proces van omzetbelasting niet zodanig groot is” dat het een wijziging van btw-nummers rechtvaardigt. Het introduceren van nieuwe btw-nummers zou namelijk zo’n „grote impact” op de huidige werkwijze van de Belastingdienst hebben, dat het de handhaving van de omzetbelasting praktisch onmogelijk zou maken.

  4. Wat zegt de Autoriteit Persoonsgegevens hierover?

    Sinds vorige zomer onderzoekt de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) of de Belastingdienst een wettelijke grondslag heeft voor het verwerken van het burgerservicenummer in het btw-nummer. De AP laat weten dat dit onderzoek „zich in de laatste fase bevindt”, en dat zij er daarom nog niets over kunnen zeggen.

    Lees meer over de algemene verordening gegevensbescherming (AVG): De privacyregels worden strenger

    Wel is zeker dat alles op 25 mei 2018 weer verandert, wanneer de algemene verordening gegevensbescherming (AVG) wordt ingevoerd. Volgens de AVG is het BSN géén bijzonder persoonsgegeven meer. Europese lidstaten mogen daarom zelf voorwaarden stellen aan het verwerken ervan. Welke voorwaarden dat in Nederland zullen zijn, staat nu nog niet vast.

Facebook-belasting moet EU ieder jaar 5 miljard opleveren

Amerikaanse internetgiganten als Facebook, Google en Airbnb moeten zo snel mogelijk belasting gaan betalen in de EU. De bedrijven... Lees meer >

Amerikaanse internetgiganten als Facebook, Google en Airbnb moeten zo snel mogelijk belasting gaan betalen in de EU. De bedrijven betalen hun belasting over winsten die ze in Europa halen nu nog vaak in de Verenigde Staten, of ze sluizen de winst weg via belastingparadijzen.

De Europese Commissie komt vandaag met een plan om daar iets aan te doen: grote internetbedrijven moeten omzetbelasting betalen in het land waar ze het geld verdienen.

De Commissie wil dat internetgiganten 3 procent belasting gaan betalen over de omzet die ze in Europa halen, ook als ze hier niet fysiek aanwezig zijn met een kantoor bijvoorbeeld. Volgens de Commissie kan het de EU-lidstaten 5 miljard euro per jaar opleveren.

Het probleem is duidelijk: een taxibedrijf in Nederland betaalde vroeger zijn belasting in Nederland. Ook een hotel in Nederland betaalde belasting aan de Belastingdienst. Maar internetbedrijven als Uber en Airbnb hoeven helemaal niet meer fysiek in Nederland aanwezig te zijn om daar toch winst te maken. Over de winsten wordt vervolgens niet in Nederland, maar in de Verenigde Staten belasting betaald.

Irritatie over internetreuzen

De EU-lidstaten, met Frankrijk en Duitsland voorop, vroegen de Europese Commissie in oktober om daar snel iets aan te doen. Nu er steeds meer via internet wordt verkocht, komen de belastinginkomsten in gevaar, vrezen de landen.

Irritatie over de grote internetbedrijven speelt daarbij ook een belangrijke rol. Apple kreeg eerder van de Europese Commissie te horen dat belastingafspraken tussen dat bedrijf en Ierland illegaal zijn. Het bedrijf moet miljarden achterstallige belasting alsnog betalen. Volgens Eurocommissaris Vestager betaalde Apple in 2014 slechts 0,005 procent belasting over al zijn winsten.

Dat soort belastingconstructies wil de Europese Commissie vanaf 2019 helemaal onmogelijk maken. Internetbedrijven halen hun omzet weliswaar in een digitale omgeving, maar uiteindelijk is alles altijd wel weer terug te voeren op een land, zo redeneert de Commissie. Advertenties zijn gericht op mensen in landen, de huizen die via Airbnb worden verhuurd staan in landen, net als de taxi’s die mensen bestellen. Over alle inkomsten uit dat soort activiteiten moet dan ook in die landen belasting worden betaald.

Ierland tussen twee vuren

De maatregelen zullen tot ergernis leiden in Washington. De EU probeert wel overal duidelijk te maken dat het niet specifiek om Amerikaanse bedrijven gaat die belasting in Europa moeten betalen, maar feit is dat vrijwel alle internetgiganten Amerikaans zijn. Vooral zij zullen worden getroffen.

Maar de plannen van de Europese Commissie zijn nog niet zomaar werkelijkheid. Alle EU-landen moeten unaniem instemmen met nieuwe belastingplannen. Met name Ierland heeft daar weinig belang bij. Apple is niet de enige internetgigant die zijn Europese hoofdkwartier in Ierland heeft staan en daar de Europese belastingen betaalt. Als het plan van de Europese Commissie doorgaat, wordt die voor Ierland lucratieve belastingroute afgesloten.

Gemeenten willen enkele euro’s belasting meer van burger

Grote gemeenten verhogen de gemeentelijke belastingen dit jaar, maar de stijging is beperkt. Dat zegt onderzoekscentrum Coelo van de... Lees meer >

Grote gemeenten verhogen de gemeentelijke belastingen dit jaar, maar de stijging is beperkt. Dat zegt onderzoekscentrum Coelo van de Rijksuniversiteit Groningen, dat de tarieven van 38 gemeenten onderzocht.

Gemeenten hebben drie voorname inkomstenbronnen: de onroerendezaakbelasting (ozb), de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Alle drie de belastingen stijgen, maar de gemiddelde stijging is lager dan de inflatie.

Voor ozb zijn burgers gemiddeld 238 euro kwijt, 1,1 procent meer dan vorig jaar. De rekening voor de afvalstoffenheffing komt neer op gemiddeld 274 euro (+0,2 procent) en de rioolheffing komt uit op 55 euro voor huurders (+1,1 procent) en 164 euro (+0,7 procent) voor huiseigenaren.

Alles bij elkaar komt het erop neer dat huiseigenaren gemiddeld 677 euro gaan betalen, 4 euro meer dan in 2017. Huurders betalen 329 euro, 1 euro meer dan vorig jaar.

Volgens de onderzoekers zijn de gemeentelijke lasten de afgelopen jaren veel minder gestegen dan de inflatie. In de afgelopen negen jaar was de stijging 7 keer lager dan de inflatie. Vorig jaar daalden de gemeentelijke lasten voor het eerst sinds 2002.

Pensioen in eigen beheer afkopen? In 2018 is de afkoopkorting 25%

Sinds 1 juli 2017 kunt u geen pensioen in eigen beheer meer opbouwen. U kunt ervoor kiezen om het... Lees meer >

Sinds 1 juli 2017 kunt u geen pensioen in eigen beheer meer opbouwen. U kunt ervoor kiezen om het pensioen in eigen beheer af te kopen. Doet u dat dit jaar, dan krijgt u een afkoopkorting van 25%.

Afkopen kan nog in 2018 en 2019. De fiscale balanswaarde van het pensioen is op het moment van afkoop belast als loon uit vroegere dienstbetrekking. U krijgt daarop wel een afkoopkorting. Als u afkoopt vóór 1 januari 2019, is de afkoopkorting 25%. En koopt u af in 2019, dan is de korting 19,5%.

Hoe werkt de afkoopkorting?

U berekent de afkoopkorting over de fiscale balanswaarde van het pensioen op het moment van afkoop. Maar als de fiscale balanswaarde van het pensioen op 31 december 2015 lager is, berekent u de afkoopkorting over dat lagere bedrag. Of, bij een gebroken boekjaar, over de lagere balanswaarde op de datum waarop dat boekjaar in 2015 eindigde.

Het kortingsbedrag trekt u af van de fiscale balanswaarde van het pensioen op het moment van afkoop. Over de uitkomst berekent u de loonbelasting/premie volksverzekeringen. U betaalt dus over een lager bedrag loonbelasting/premie volksverzekeringen.

1,6 miljard euro aan belastingvoordeel voor afbetaald huis verrekend

Huisbezitters die hun woning bijna of helemaal afbetaald hebben, kregen in 2016 bij elkaar voor 1,6 miljard euro aan... Lees meer >

Huisbezitters die hun woning bijna of helemaal afbetaald hebben, kregen in 2016 bij elkaar voor 1,6 miljard euro aan belastingvrijstelling. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS.

Het gaat om een flinke groep mensen die hiervan profiteerde. Ruim een vijfde van alle huishoudens maakte gebruik van de zogenoemde vrijstelling van het eigenwoningforfait. Dat bespaarde ze gemiddeld 1470 euro per huishouden.

68-plussers

Maar niet iedereen in Nederland plukt in gelijke mate de vruchten. Vooral voor de ouderen en rijkeren pakt de regeling voordelig uit.

In de helft van de huishoudens die van de vrijstelling gebruikmaakten was de hoofdkostwinnaar 68 jaar of ouder. Dat is logisch, omdat oudere woningeigenaren over het algemeen langer de tijd hebben gehad om hun hypotheek af te betalen, en dan ook eerder in aanmerking komen voor een vrijstelling.

Ook het inkomen en het gemiddelde vermogen van de betreffende huishoudens lag een stuk hoger, op ruim 93.000 euro (daarbij is de waarde van het eigen huis niet meegerekend).

Wet op de schop

Er is de afgelopen tijd veel discussie geweest over de vrijstelling van het eigenwoningforfait, ook bekend als de wet-Hillen. Het nieuwe kabinet heeft besloten de vrijstelling verspreid over dertig jaar af te bouwen.

Voorstanders van de vrijstelling vinden dat ze daardoor straks beboet worden als ze hun hypotheek afbetalen, terwijl de politiek er juist al jaren op aandringt dat mensen hun schulden aflossen. Maar volgens premier Rutte moet het belastingvoordeel uiteindelijk verdwijnen, omdat de maatregel onbetaalbaar wordt.

‘Lage inkomens betalen relatief meer energiebelasting’

Door de klimaatmaatregelen van het nieuwe kabinet stijgt de energierekening voor lagere inkomens relatief veel harder dan voor hogere... Lees meer >

Door de klimaatmaatregelen van het nieuwe kabinet stijgt de energierekening voor lagere inkomens relatief veel harder dan voor hogere inkomens. Dat stelt onderzoeksbureau CE Delft in een onderzoek in opdracht van Milieudefensie.

Het kabinet Rutte-3 wil de uitstoot van CO2 duurder maken en gaat daarom de energiebelasting op gas verhogen. Aan energiebelasting zijn de laagste inkomens (max. 17.646 bruto) straks in 2021 6,2 procent van hun besteedbaar inkomen kwijt, 2,2 procentpunt meer dan nu.

Bij huishoudens die meer verdienen, gaat dat percentage veel minder omhoog. Huishoudens die tussen de 71.000 en 89.000 euro verdienen zijn dan bijvoorbeeld 1,5 procent van hun besteedbaar inkomen aan energiebelasting kwijt, een stijging van maar 0,4 procentpunt ten opzichte van nu.

Bedrijfsleven goedkoper uit

CE Delft constateert verder dat de klimaatlasten voor bedrijven veel minder hoog zijn dan voor huishoudens. “Huishoudens betalen in 2021 zo’n 180 euro per ton CO2-uitstoot, meer dan alle sectoren uit het bedrijfsleven.” De lichte industrie betaalt minder dan 100 euro per ton CO2, de land- en tuinbouw minder dan 50 euro en de zware industrie en energiesector zelfs minder dan 25 euro.

“Grootverbruikers van energie, met name de industrie, worden ontzien”, aldus het onderzoeksbureau. “Ze hebben momenteel al lage klimaatlasten en gaan nauwelijks meer betalen ten opzichte van hun netto-omzet.”

‘Breed draagvlak nodig’

GroenLinks wil dat het kabinet hier iets aan doet. “Om de energietransitie te laten slagen hebben we een breed draagvlak nodig”, zegt Tweede Kamerlid Tom van der Lee. “Nu komen de lasten vooral terecht bij de burger met een kleine portemonnee of een kleine zaak en de lusten bij de grote bedrijven. Dat moet anders.”

De cijfers hebben betrekking op wat tot nu toe bekend is over de klimaatplannen van het kabinet. Maar het kabinet wil in de loop van dit jaar een groot Klimaat- en Energieakkoord sluiten met het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Door maatregelen in dat akkoord kan het weer anders uitpakken.

Voor onder meer Milieudefensie en vakbond FNV is de lastenverdeling daarbij een belangrijk punt. “Het wordt voor ons een breekpunt”, zegt Donald Pols van Milieudefensie in de Volkskrant. “Het vorige akkoord ging over petajoules en kilowatturen. In het nieuwe akkoord worden voor ons de arbeidsmarkt en de lastenverdeling heel belangrijk”, zegt Kitty Jong van de FNV in diezelfde krant.

‘Voorbarige conclusie’

De belangenclub van grote industriële energieverbruikers vindt dat het onderzoek van CE Delft te vroeg komt. “Er moet nog een Klimaat- en Energieakkoord gesloten worden”, zegt directeur Hans Grünfeld. “Het is nog helemaal niet duidelijk hoe de doelstelling van 50 procent CO2-reductie in 2030 wordt gerealiseerd, welke kosten daarmee gemoeid zijn en wie dat gaat betalen. Dan lijkt het me voorbarig om te concluderen dat de kosten eenzijdig neerkomen bij huishoudens of degenen met een laag inkomen.”

Volgens Grünfeld zijn er wel vaak grote verschillen tussen huiseigenaren en huurders in wat zij kunnen doen aan hun energiekosten. “Met een eigen woning met plek voor zonnepanelen kun je meer invloed uitoefenen op je kosten dan als huurder in een appartement zonder toegang tot daken. We moeten nadenken over bijvoorbeeld een klimaattoeslag voor lage inkomens die zelf weinig maatregelen kunnen nemen voor energiebesparing.”

Handhaving Wet DBA voor zzp’ers uitgesteld tot 1 januari 2020

Het kabinet heeft besloten de handhaving van de Wet DBA voor zzp’ers en hun opdrachtgevers nog verder uit te... Lees meer >

Het kabinet heeft besloten de handhaving van de Wet DBA voor zzp’ers en hun opdrachtgevers nog verder uit te stellen tot 1 januari 2020. Dat hebben minister Koolmees van Sociale Zaken en staatssecretaris Snel van Financiën bekendgemaakt.

Het betekent dat zzp’ers en hun opdrachtgevers tot die tijd geen boetes of naheffingen krijgen als de overheid achteraf constateert dat er sprake is van een dienstbetrekking in plaats van een opdracht uitgevoerd door een zelfstandig ondernemer.

Wel wil het kabinet vanaf 1 juli 2018 meer gaan doen om “kwaadwillenden” aan te pakken. Dat zijn gevallen van uitbuiting of het bewust ontduiken van premies en belastingen aan wat het kabinet de onderkant van de arbeidsmarkt noemt.

De Belastingdienst grijpt in bij kwaadwillenden als er bewijs is voor:

1. Een (fictieve) dienstbetrekking
2. Duidelijke schijnzelfstandigheid
3. Opzettelijke schijnzelfstandigheid

Het vorige kabinet besloot de handhaving van de Wet DBA al uit te stellen tot 1 juli 2018. Het huidige kabinet wil op 1 januari 2020 de wet DBA voor zzp’ers vervangen door een “webmodule” voor opdrachtgevers.

In de tussentijd gaat het kabinet overleggen met de ondernemers zelf en met het bedrijfsleven en belangenorganisaties over hoe dit het best geregeld kan worden.

Ook dat nieuwe systeem moet schijnzelfstandigheid tegengaan. “Bovendien wil het kabinet een einde maken aan de situatie dat mensen als zzp’er werken voor een tarief dat zo laag is dat zij zich niet kunnen verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid en geen pensioen kunnen opbouwen”, zegt minister Koolmees.

Deliveroo

Als voorbeeld in de discussie over schijnzelfstandigheid wordt vaak thuisbezorgbedrijf Deliveroo genoemd. Dat bedrijf besloot afgelopen zomer bezorgers in loondienst te vervangen door zelfstandigen. Die krijgen niet langer per uur, maar per bezorgde maaltijd betaald.

Volgens het bedrijf is dat zowel gunstiger voor de bezorgdienst, als voor de bezorger. Maar critici, onder wie een deel van de bezorgers zelf, noemen het een schijnconstructie. Het bedrijf zou vooral kosten willen besparen doordat het bijvoorbeeld niet meer voor premies hoeft te betalen.

Deliveroo raakte eerder in opspraak toen het besloot alle werknemers via een zzp-contract aan het werk te zetten. Jorick Blijenberg werkte daar als maaltijdbezorger en was vandaag ook aanwezig bij de persconferentie. “Ik ben ontzettend blij dat nu ook het kabinet werk maakt van het handhaven van de wet”, zegt hij.

“Dit is ook een signaal naar veel andere mensen in de platformeconomie, waar bedrijven toch modellen proberen te zoeken hoe ze veel mogelijk kunnen besparen op werkgeverslasten”, zegt Blijenberg. “Het is een duidelijk statement van de overheid.”

Deze zomer is de uitspraak van de rechter in de zaak van bezorger Sytze tegen Deliveroo. Daar kijken ook Koolmees en Snel met spanning naar uit.

‘Te langzaam’

Vakbond FNV heeft goede hoop dat het besluit van vandaag daar iets aan kan veranderen. “Deliveroo wordt uiteraard door de minister niet bij naam genoemd. Maar in de brief staat duidelijk dat ook bij andere kwaadwillenden, die opzettelijk een situatie van evidente schijnzelfstandigheid laten ontstaan of voortbestaan, wordt gehandhaafd. Nou, Deliveroo is zo’n bedrijf.”

Ook ZZP-Nederland, een organisatie die opkomt voor de belangen van zelfstandigen, verwelkomt de plannen van het kabinet. Met een kanttekening: “We moeten ook kijken naar de concurrentie tussen bedrijven. Als je bijvoorbeeld niets doet tegen de constructie van Deliveroo, dan moet de rest mee,” zegt voorzitter Maarten Post.

CNV is minder enthousiast. Volgens de vakbond duurt het door het uitstellen van handhaven nu te lang voordat het probleem wordt opgelost. “Echte handhaving op schijnzelfstandigheid is pas te verwachten na 2021, dat is de conclusie van de brief.”

Wat betreft VNO-NCW is dat niet zo’n probleem. “Zolang er geen nieuwe wetgeving is, moet de oude niet worden gehandhaafd.” De werkgeversorganisatie hoopt dat de Belastingdienst “zich terughoudend opstelt”.

Wat ging er aan dit kabinetsbesluit vooraf?

Het vorige kabinet verving de VAR-verklaring (verklaring arbeidsrelatie) door de Wet DBA (Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties). Het doel was om schijnzelfstandigheid beter te kunnen bestrijden en ook opdrachtgevers verantwoordelijk te maken voor de juiste afdracht van premies en belastingen.

Volgens de Wet DBA moeten zzp’ers en hun opdrachtgevers in een overeenkomst vastleggen dat er echt sprake is van een opdrachtgever en een opdrachtnemer, en niet van een ondergeschikte en een baas.

Veel opdrachtgevers haakten af omdat ze bang waren dat de Belastingdienst ze strenger zou controleren, dat hun opdracht niet zou worden goedgekeurd en dat ze boetes en naheffingen zouden krijgen. Bepaalde zzp’ers liepen hierdoor opdrachten mis. Het vorige kabinet besloot de werking van de wet toen uit te stellen.

Handhaving wet DBA verder uitgesteld tot 1 januari 2020

De handhaving van de wet DBA is verder uitgesteld: opdrachtgevers en zzp’ers krijgen tot 1 januari 2020 geen naheffingen... Lees meer >

De handhaving van de wet DBA is verder uitgesteld: opdrachtgevers en zzp’ers krijgen tot 1 januari 2020 geen naheffingen en boetes. Vanaf 1 juli 2018 breiden wij wel de handhaving bij kwaadwillenden uit. Dit staat in de Kamerbrief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de staatssecretaris van Financiën.

Het kabinet streeft naar nieuwe wet- en regelgeving op 1 januari 2020 om de Wet Deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA) te vervangen. Tot die tijd wordt de handhaving van de Wet DBA opgeschort. Dat betekent dat er niets verandert voor opdrachtgevers en opdrachtnemers die niet kwaadwillend zijn.

Handhaving bij kwaadwillenden per 1 juli 2018 uitgebreid

Kwaadwillend bent u volgens onze definitie als u ‘opzettelijk een situatie van evidente schijnzelfstandigheid laat ontstaan of voortbestaan, omdat u weet – of had kunnen weten – dat er feitelijk sprake is van een dienstbetrekking (en daarmee een oneigenlijk financieel voordeel behaalt en/of het speelveld op een oneerlijke manier aantast)’.

Onze handhaving richt zich nu alleen op de ernstigste gevallen van kwaadwillendheid. Tot 1 juli 2018 blijft dat zo. Maar vanaf 1 juli 2018 handhaven wij in alle gevallen van kwaadwillendheid. Wij moeten dan kunnen bewijzen dat er in zo’n situatie sprake is van 3 dingen:

  • een (fictieve) dienstbetrekking
  • evidente schijnzelfstandigheid
  • opzettelijke schijnzelfstandigheid