Nieuws

Aantal auto’s groeit: wegenbelasting stijgt naar 5,7 miljard euro

Het Rijk en de provincies verwachten komend jaar ruim 5,7 miljard euro aan wegenbelasting oftewel motorrijtuigenbelasting te innen... Lees meer >

Het Rijk en de provincies verwachten komend jaar ruim 5,7 miljard euro aan wegenbelasting oftewel motorrijtuigenbelasting te innen. Dat is 173 miljoen euro meer dan de verwachting voor 2017. De stijging komt doordat er meer voertuigen op Nederlandse wegen rijden.

Dit meldt het CBS op basis van de miljoenennota en provinciebegrotingen voor 2018.

Het rijksdeel stijgt met 3,4 procent naar ruim 4,1 miljard euro, de provincies verwachten ongeveer 2,4 procent meer te incasseren dan in 2017, dat is 1,6 miljard euro.

Leaseauto’s

Flevoland begroot voor 2018 bijna 33 procent meer dan de opbrengst voor 2017 en verwacht komend jaar 70,1 miljoen euro aan motorrijtuigenbelasting te innen.

In de provincie is het aantal geregistreerde leaseauto’s fors toegenomen, doordat een leasemaatschappij zijn activiteiten van Noord-Brabant naar Flevoland heeft verplaatst. De motorrijtuigenbelasting wordt opgelegd aan eigenaren en niet aan gebruikers van auto’s.

Er rijden ruim 11 miljoen voertuigen in Nederland. Daaronder zijn 8,2 miljoen personenauto’s, 2,2 miljoen bedrijfsauto’s en 656 duizend motorfietsen. Vorig jaar waren dat er nog 10,9 miljoen.

Bron: nos

‘Ruling of niet, de belastingdienst mag niemand bevoordelen’

Een belastingruling, het klink een beetje als een speciale afspraak met de belasting. Alsof er wat mogelijk is, alsof... Lees meer >

Een belastingruling, het klink een beetje als een speciale afspraak met de belasting. Alsof er wat mogelijk is, alsof je als belastingplichtige een deal kunt sluiten. Zoals Ikea dus afspraken maakte met de belastingdienst. En waarvan de Europese Commissie nu onderzoekt of Ikea onrechtmatig is bevoordeeld.

“Nee, een ruling is geen speciale afspraak”, zegt Jan Vleggeert, hoofddocent belastingrecht aan de Universiteit Leiden. “Een ruling is bedoeld om bedrijven vooraf duidelijkheid te geven over hoe de belastingwetten en regelgeving worden toegepast in Nederland. Zodat een bedrijf weet waar het aan toe is. Maar allemaal binnen de voor iedereen geldende afspraken. Niemand mag bevoordeeld worden.”

Niet door de beugel?

De Europese Commissie denkt nu dat er met Ikea misschien wel afspraken zijn gemaakt die niet door de beugel kunnen. “Het is duidelijk dat Ikea een belastingconstructie heeft opgebouwd”, zegt Vleggeert. “Ikea-winkels wereldwijd betalen een fee aan Inter Ikea Systems in Nederland voor het gebruik van de merknaam, het winkelconcept enzovoort. Een franchiseconstructie. De winkels betalen 3 procent van de omzet aan Inter Ikea. Dat betekent dat dat deel van de omzet niet als winst overblijft, dus betalen ze in hun vestigingslanden minder winstbelasting.”

Daar is op zichzelf niets mis mee. Inter Ikea Systems is niet enkel een brievenbusfirma. Er werken mensen aan reclamecampagnes en het concept van de winkels.

Reële rentebetaling

Twijfelachtiger lijkt dat te worden bij een ander onderdeel in de constructie. In 2010 kocht Ikea Systems het intellectuele eigendom van een Ikea-bedrijf in Luxemburg. Hiervan moet worden bekeken of de prijs voor die eigendomsrechten reëel is evenals de rentebetalingen. Want hoe meer Inter Ikea Systems moet afdragen aan de holding in Liechtenstein, hoe minder winst er over blijft waarover in Nederland winstbelasting moet worden betaald.

Nederland werkt dus mee aan een constructie waardoor Ikea in Nederland minder belasting hoeft te betalen? “Ja dat klinkt misschien raar, maar toch is dat de koers die Nederland al jaren vaart”, zegt Vleggeert. “Want we willen graag dat grote bedrijven zich in Nederland vestigen. Dat levert namelijk werk op voor juristen, advocaten, trustkantoren of notarissen bijvoorbeeld, is de redenatie. De misgelopen winstbelasting wordt op de koop toe genomen.”

Lastig beoordelen

Of dat nu werkelijk meer oplevert, blijft lastig te beoordelen, zegt Vleggeert. “Er zijn onvoldoende harde cijfers over. Dat hebben we onlangs weer gezien bij de hoogoplopende discussie over de afschaffing van de dividendbelasting. Ook om het aantrekkelijker te maken voor bedrijven om zich hier te vestigen.”

Op basis van verschillende bronnen in Brussel en notulen van een speciale werkgroep meldde de NOS vorige week nog dat Nederland in Europa dwarsligt bij het aanpakken van belastingontwijking. Het kabinet stelde in een reactie juist dat Nederland zeker niet dwarsligt en zich zelfs inzet voor strengere afspraken om belastingontwijking terug te dringen.

Nederland koploper

Feit blijft dat Nederland een speciale afdeling heeft voor rulings. “Daar werken zo’n 70 mensen, die maakten vorig jaar zo’n 600 rulings met grote bedrijven”, zegt Jan Vleggeert. “We zijn echt een koploper in Europa. De rulings zijn ook niet openbaar, in België bijvoorbeeld wel. Het blijft een beetje schimmig. Je kunt niet uitsluiten dat er na Ikea nog meer onderzoeken volgen. Er loopt natuurlijk al een onderzoek naar een ruling met Starbucks. Als die partijen alsnog moeten gaan betalen, kan dat de schatkist veel opleveren.”

Bron: nos

Afschaffing dividendbelasting: zou het de dga moeten uitmaken?

De kabinetsformatie is amper een feit en er is meteen een fiscaal hoofdpijndossier uit de grond gerezen... Lees meer >

De kabinetsformatie is amper een feit en er is meteen een fiscaal hoofdpijndossier uit de grond gerezen. Het kabinet mag aan de bak om zijn voornemen tot afschaffen van de dividendbelasting te verdedigen.

Kritiek ten aanzien van de maatregel kwam eerst omdat het kabinet niet direct een goed verhaal had over ‘het waarom’ ervan. Vervolgens kwamen er geruchten dat prominente multinationals de formerende partijen onder druk zouden hebben gezet om de maatregel in het regeerakkoord op te nemen. Afschaffing van de dividendbelasting zou namelijk gunstig zijn voor hun aandeelhouders.

Hoe zit dat nu? Als een in Nederland gevestigde dochtermaatschappij van een internationaal concern dividend uitkeert aan haar moedervennootschap in het buitenland, dan houdt Nederland nu nog dividendbelasting in. Het belastingverdrag met dat land maakt het vervolgens in een aantal gevallen mogelijk om een deel van die belasting terug te halen. Daarnaast zijn er wellicht ook verrekeningsmogelijkheden in het buitenland zelf. Het hele proces van belasting terughalen en/of verrekenen is gecompliceerd en kost veel tijd en geld.

Zou de dividendbelasting worden afgeschaft, dan ben je als multinational gelijk van dit hele ‘gedoe’ af. Het zou dus heel goed kunnen dat multinationals hiervoor pleiten. Maar word je er als ‘gewone’ Nederlandse dga ook beter van?

Het korte antwoord is: ja. De dividendbelasting is een voorheffing op de inkomstenbelasting in box 2. Als een dga nu dividend uitkeert, moet ‘zijn’ BV direct 15% dividendbelasting afdragen aan de fiscus. Via de aangifte inkomstenbelasting en de daaropvolgende aanslag draagt de dga nog eens 10% inkomstenbelasting af, waarmee de totale heffing over het dividend op 25% komt.

Zou de dividendbelasting worden afgeschaft, dan hoeft de BV niet direct de dividendbelasting af te dragen (liquiditeitsvoordeel) en hoeft de dga geen aangifte dividendbelasting op te stellen. Scheelt toch tijd en geld. Even afwachten nog of dit feestje voor de dga (en de multinational) echt doorgaat.

Bron: Actuele Artikelen

Zelfstandige zonder personeel en wetgevingsplannen voor 2019

De kabinetsplannen zijn duidelijk. De huidige wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelatie (DBA) komt te vervallen... Lees meer >

De kabinetsplannen zijn duidelijk. De huidige wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelatie (DBA) komt te vervallen. Deze wet is dan geen lang leven beschoren geweest, en dat met al die invoeringsproblemen!

De tarieven van de ZZP’ers worden doorslaggevend om te bepalen of ze al dan niet geacht worden bij de opdrachtgever in dienst. bij lager tarieven, tussen EUR 15 en EUR 18 per uur is dat het geval.

Bij hogere tarieven, vermoedelijk vanaf EUR 75 per uur wordt men niet geacht in dienstbetrekking te zijn.

Er komt voor de ZZP’ ers met de hoge tarieven een “ opdrachtgeversverklaring” ingevoerd. Daarin moet onder andere de aard van de werkzaamheden weergegeven worden. Deze verklaring geeft de opdrachtgever de zekerheid vooraf(!) dat er een vrijwaring is voor de inhouding van loonbelasting en premiesvolksverzekeringen. Hierbij moet echter achteraf niet blijken dat de verklaring onjuist is ingevuld.

Ook bij de invoering van deze nieuwe wetgeving zal gedurende een jaar een zogenaamd terughoudend handhavingsbeleid worden gevoerd. De belastingdienst zal in dat jaar helpen bij toepassing van de nieuwe wetgeving.

Zaak dus om dit op de voet te volgen en tijdig tot handelen over te gaan. Wordt in Den Haag vervolgd!

Bron: Actuele Artikelen

Belangrijkste belastingwijzigingen per 1 januari 2018

Op 19 december 2017 heeft de Eerste Kamer ingestemd met Belastingplan 2018... Lees meer >

Op 19 december 2017 heeft de Eerste Kamer ingestemd met Belastingplan 2018. Op Rijksoverheid.nl leest u een overzicht van de belangrijkste wijzigingen per 1 januari 2018.

Het gaat om wijzigingen op het gebied van de inkomstenbelasting, loonbelasting, schenk- en erfbelasting, belastingen op milieugrondslag, autobelastingen, vennootschapsbelasting, btw en accijns.

Het ministerie van Financiën heeft ook een document met een totaal overzicht van alle wijzigingen beschikbaar gesteld. U kunt het document Belangrijkste wijzigingen belastingen 2018 nu downloaden.

Bron: rijksoverheid.nl

Overzicht belangrijke wetswijzigingen per 1 januari 2018

Tien relevante wetswijzigingen die per 1 januari 2018 in werking treden, vindt u hier op een rij. ... Lees meer >

Ook per 2018 wijzigt er weer het een en ander voor u.
Tien relevante wetswijzigingen die per 1 januari 2018 in werking treden, vindt u hier op een rij. 

1 Minimumloon en minimumjeugdloon

Het minimumjeugdloon wordt in twee stappen afgeschaft. Sinds 1 juli 2017 is het wettelijk minimumjeugdloon verhoogd. Werknemers van 22 jaar en ouder hebben recht op het wettelijk minimumloon. Ook is het loon voor 18 tot en met 21-jarigen omhoog gegaan. Vanaf 2019 krijgen 21-jarigen het volledige wettelijk minimumloon en gaat voor 18 tot en met 20-jarigen het minimumjeugdloon verder omhoog.  

Zie het bericht Minimumloon en minimumjeugdloon wijzigen per 1 januari 2018 

2 Minimumloon bij stukloon, meerwerk en overeenkomst van beloning 

Vanaf 1 januari 2018 geldt het minimumloon ook in geval van stukloon, meerwerk en overeenkomst van beloning 

Stukloon is loon dat per stuk afgeleverd werk wordt betaald. Vanaf 1 januari 2018 moeten werknemers voor ieder gewerkt uur gemiddeld minstens het minimumloon verdienen als de werkgever hen stukloon betaalt.  

Zie ook het bericht Minimumloon bij stukloon vanaf 1 januari 2018 

Als werknemers extra uren werken (meerwerk) moet de werkgever de werknemers zo betalen dat zij gemiddeld minstens het minimumloon verdienen voor die gewerkte uren. De wijziging gaat in op 1 januari 2018. 

Zie ook het bericht Minimumloon bij meerwerk vanaf 1 januari 2018 

Het minimumloon geldt vanaf 1 januari 2018 ook voor alle mensen die geen arbeidsovereenkomst hebben maar werken op basis van een overeenkomst tegen beloning. 

Zie ook het bericht Minimumloon bij overeenkomst tegen beloning vanaf 2018 

3 Vakantietoeslag over overwerk 

Vanaf 1 januari 2018 moet een werkgever het minimumloon betalen voor overwerk. Op die datum vindt er een wijziging plaats in artikel 6 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml). 

In de wet staat nu dat onder loon de geldelijke inkomsten uit hoofde van de dienstbetrekking worden verstaan, met uitzondering van onder andere verdiensten uit overwerk. Deze uitzondering vervalt per 1 januari 2018. Dit betekent dat een werknemer vanaf 2018 niet alleen recht heeft op minimumloon, maar ook op vakantietoeslag over zijn overwerkloon. 

Concreet betekent dit dat ook vakantietoeslag moet worden betaald over overwerk verricht vóór 1 januari 2018. Mocht u geen vakantietoeslag over het overwerk vóór 1 januari 2018 willen betalen dan moet u de vakantietoeslag vóór 1 januari 2018 uitkeren of de werknemers deze uren op te laten nemen (dit mag ook na 1 januari 2018). Mochten de werknemers deze uren uiteindelijk niet (tijdig) opnemen, dan moet de uitbetaling alsnog inclusief vakantietoeslag plaatsvinden. 

Lees meer over deze wijziging  

4 Transitievergoeding 

De maximale transitievergoeding gaat per 1 januari 2018 omhoog van €77.000 naar €79.000 of een bruto jaarsalaris (indien dit hoger is). 

Zie het bericht Maximum transitievergoeding bedraagt 79.000 euro in 2018 

5 AOW-leeftijd 

De AOW-leeftijd gaat verder omhoog. Vanaf 1 januari 2018 is de AOW-gerechtigde leeftijd 66 jaar. De AOW-leeftijd zal nog verder blijven stijgen tot (vooralsnog) 67 jaar in 2021. 

Zie ook het bericht AOW-leeftijd in 2023 blijft 67 jaar en 3 maanden 

6 Lage inkomensvoordeel (LIV) voor jeugd 

Als de werkgever een werknemer in dienst heeft die tussen de 100 en 125% van het wettelijk minimumloon verdient en die 1.248 of minder verloonde uren per jaar maakt, dan krijgt hij een financiële tegemoetkoming. Het doel hiervan is om werkloosheid tegen te gaan. 

Vanaf 1 januari 2018 kunt u ook een tegemoetkoming krijgen voor werknemers van 18 tot en met 21 jaar. Dit wordt het jeugd-LIV genoemd. 

Zie ook het bericht Jeugd-LIV per 2018 in 8 vragen en antwoorden – compensatie hoger minimumjeugdloon 

7 Loonkostenvoordelen vervangen premiekortingen 

Met ingang van 1 januari 2018 verdwijnen de premiekortingen voor jongere, oudere en arbeidsgehandicapte werknemers. Hiervoor komen loonkostenvoordelen voor ouderen en mensen met een arbeidsbeperking in de plaats. 

Zie het bericht Loonkostenvoordelen vervangen premiekortingen per 2018 

De afzonderlijke LKV’s vindt u hier:

  1. Loonkostenvoordeel oudere werknemers per 2018  
  2. Loonkostenvoordeel arbeidsgehandicapte werknemers per 2018  
  3. Loonkostenvoordeel herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer per 2018  
  4. LKV doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden per 2018   

8 No-risk premie oudere werknemer 

Als een werkgever een werknemer van 56 jaar of ouder heeft aangenomen die voor deze dienstbetrekking een WW-uitkering heeft ontvangen, dan wordt de werkgever gecompenseerd als deze werknemer uitvalt vanwege ziekte. Hierbij moet deze werknemer minimaal één jaar werkloos zijn geweest en een WW-uitkering hebben ontvangen. De loondoorbetaling wordt in deze gevallen overgenomen door UWV. Deze wijziging gaat naar verwachting in op 1 januari 2018. 

Zie het bericht No-riskpolis naar 56 jaar per 2018 – compensatie oudere werknemer 

9 Pensioenrichtleeftijd naar 68 jaar 

De fiscale pensioenrichtleeftijd wordt per 1 januari 2018 verhoogd naar 68 jaar.  

De pensioenrichtleeftijd is een (reken)leeftijd die wordt gebruikt voor de berekening van de maximaal toegestane fiscale opbouwruimte. De in dat kader maximaal toegestane opbouw- en premiepercentages zijn gerelateerd aan een pensioen dat ingaat op de pensioenrichtleeftijd. 

Zie het bericht Pensioenrichtleeftijd naar 68 jaar per 1 januari 2018 

10 Kinderopvangtoeslag voor peuterspeelzaal 

Alle peuterspeelzalen worden vanaf 1 januari 2018 kinderdagverblijven. Daardoor kunnen werkende ouders mogelijk kinderopvangtoeslag aanvragen als hun kind naar de peuterspeelzaal gaat.  

Zie het bericht Ook kinderopvangtoeslag voor peuterspeelzaal in 2018

Bron: BW7

 

Werkgever moet per 1 januari 2018 vakantietoeslag over overwerk betalen

Volgens de huidige wetgeving hoeft een werkgever bij uitbetaling van overwerkuren geen vakantietoeslag te betalen... Lees meer >

Volgens de huidige wetgeving hoeft een werkgever bij uitbetaling van overwerkuren geen vakantietoeslag te betalen. In de Wet Minimumloon en minimumvakantiebijslag is nu namelijk bepaald dat overwerk is uitgezonderd van het loon waar vakantietoeslag over moet worden berekend. Hier komt per 1 januari 2018 verandering in.

Artikel 6 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag  (Wml) wordt gewijzigd in die zin dat “verdiensten uit overwerk” niet meer beschouwd worden als een uitzondering op loon, zoals dat nu het geval is. Dit betekent dat je in de regel als werkgever per 1 januari 2018 vakantietoeslag moet uitbetalen over overwerk.

De wijziging kent directe werking. Dit houdt in dat na 1 januari 2018 ook vakantietoeslag betaald moet worden over overwerk dat in 2017 is verricht.

Uitbetalen

Wil je als werkgever voorkomen dat je in 2018 vakantietoeslag over overwerk dat in 2017 is verricht moet betalen, zorg er dan voor dat de overwerkuren vóór 1 januari 2018 worden uitbetaald dan wel worden opgenomen. Wanneer de werknemer de overwerkuren na 1 januari 2018 opneemt, wordt ook uitbetaling van vakantietoeslag voorkomen.

 

Werkgeverslasten

De wijziging kan tot een aanzienlijke stijging van de werkgeverslasten leiden. Je kunt overigens als werkgever met de werknemer bij een loon van driemaal het minimumloon schriftelijk afspreken dat over het overwerk geen vakantietoeslag wordt berekend.

Ga nu na of u in aanmerking komt voor loonkostenvoordelen

In 2018 worden de huidige premiekortingen vervangen door de loonkostenvoordelen. ... Lees meer >

In 2018 worden de huidige premiekortingen vervangen door de loonkostenvoordelen. Dit zijn er in totaal vier, namelijk voor oudere werknemers, arbeidsgehandicapte werknemers, de doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden, en het herplaatsen van een arbeidsgehandicapte werknemer. Voor alle loonkostenvoordelen gelden specifieke voorwaarden. Ga daarom na of u voor uwwerknemer(s) in aanmerking komt voor een loonkostenvoordeel en wat u eventueel nog moet doen om aan de voorwaarden te voldoen. Doe dit snel, want al bij de loonaangifte over het eerste loontijdvak van 2018 moet u voor een specifieke werknemer aangeven of u een loonkostenvoordeel wilt aanvragen. Wel geldt een overgangsregeling voor werknemers voor wie u op dit moment de premiekorting oudere werknemer of de premiekorting arbeidsgehandicapte werknemer toepast.

u heeft  in elk geval een zogeheten doelgroepverklaring nodig voor iedere werknemer voor wie u een loonkostenvoordeel wilt aanvragen, met uitzondering voor werknemers die onder de overgangsregeling vallen. Heeft u deze nog niet laat de betreffende werknemers deze dan zo snel mogelijk aanvragen door te bellen met UWV Telefoon Werknemers, 0900-9294. Dit kunt u niet voor de werknemers doen.
De loonkostenvoordelen worden per verloond uur berekend, door het totale aantal verloonde uren pas na afloop van een jaar bekend is, worden de loonkostenvoordelen over 2018 pas in 2019 uitbetaald (uiterlijk op 12 september 2019). Aangezien de oude premiekortingen wél direct in de loonaangifte werden verrekend, betekent het vervangen van de premiekortingen door de loonkostenvoordelen voor jou dus een liquiditeitsnadeel. Houd hier rekening mee!

Gemiddelde premie WGA en ZW in 2018 iets omhoog

Voor 2018 staan er geen schokkende veranderingen voor de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas op stapel... Lees meer >

Voor 2018 staan er geen schokkende veranderingen voor de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas op stapel. De gemiddelde premies stijgen wel licht. Dat blijkt uit de nota Gedifferentieerde premies WGA en Ziektewet 2018 van UWV.

De premies voor de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas nemen in 2018 licht toe. De gemiddelde premie voor de Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) stijgt van 0,74% naar 0,75%. Die voor de Ziektewet (ZW) stijgt van 0,35% naar 0,41%. Dit staat in de nota Gedifferentieerde premies WGA en Ziektewet 2018 (pdf). De stijging heeft volgens UWV te maken met twee zaken. Voor de WGA geldt dat deze zich nog in de opbouwfase bevindt. Voor de ZW komt de stijging door de trend dat werkgevers met een relatief hoog risico bij UWV verzekerd blijven en werkgevers met lage instroom in de ZW het risico zelf gaan dragen. Dat brengt het gemiddelde van de UWV-premie omhoog.

Beschikking eind 2017 via de Belastingdienst

De hoogte van de Whk-premie die UWV hanteert, hangt direct of indirect  af van het aantal werknemers dat vanuit uw organisatie de ZW en WGA instroomt. De precieze premie voor 2018 krijgen werkgevers eind 2017 via een beschikking van de Belastingdienst. Ook kunnen werkgevers hun gedifferentieerde premie WGA en ZW voor 2018 al zelf berekenen via uwv.nl/premiewijzer.

Eigenrisicodragers betalen geen UWV-premie

Werkgevers kunnen voor de WGA en de ZW afzonderlijk kiezen of ze gebruik willen maken van de publieke verzekering van UWV of zelf het risico willen dragen. Eigenrisicodragers betalen de Whk-premie niet via de premies werknemersverzekeringen, maar ze zijn dan ook zelf verantwoordelijk voor de uitkeringen en re-integratie van langdurig zieke werknemers. Dat risico kunnen ze wel weer onderbrengen bij een particuliere verzekeraar.

7+8+8-regel voor werkgevers

Neemt u een nieuwe medewerker in dienst, dan biedt u hem of haar in de meeste gevallen een tijdelijk... Lees meer >

Neemt u een nieuwe medewerker in dienst, dan biedt u hem of haar in de meeste gevallen een tijdelijk contract aan. Dankzij de Wet werk en zekerheid (Wwz) per 1 januari 2015 hanteren veel werkgevers bij tijdelijke contracten de zogenaamde 7+8+8-regel. U leest hier wat de voordelen zijn van deze regel!

Steeds vaker kiezen werkgevers bij het aanbieden van een tijdelijk contract voor de zogenaamde 7+8+8-regel. Maar wat houdt dit precies in? Treedt een medewerker in dienst, dan krijgt hij of zij allereerst een contract van zeven maanden aangeboden. Verloopt de samenwerking goed, dan krijgt de werknemer een contractsverlenging van twee keer acht maanden. Dit wordt ook wel de 7+8+8-regel genoemd. Na de invoering van de Wet werk en zekerheid per 1 januari 2015 kiezen werkgevers steeds vaker voor deze constructie. Waarom? Arbeidsrechtadvocaat Pierre van Geffen vertelt aan de website Personeelsnet.nl wat voor werkgevers de drie grote voordelen zijn van de 7+8+8-regel.

Voordeel 1: Proeftijd in eerste contract opnemen

Een van de regels uit de Wet werk en zekerheid bepaalt dat werkgevers per 1 januari 2015 geen proeftijdbedingen meer mogen opnemen in tijdelijke contracten van zes maanden of korter. Doordat de duur van het eerste contract zeven maanden is, omzeilt u die regel en kunt u een maand proeftijd in het contract opnemen. Merkt u in de eerste maand dat de samenwerking geen kans van slagen heeft, dan kunt u de arbeidsovereenkomst per direct en zonder ontslagvergunning beëindigen.

Voordeel 2: Vast contract uitstellen

Wanneer de werknemer die drie contracten van zeven, acht en acht maanden heeft doorlopen, dan zijn er 23 maanden verstreken. Op basis van de regels in de Wet werk en zekerheid bent u verplicht om de werknemer na 24 maanden een vast contract aan te bieden. Dankzij de 7+8+8-regel wordt u dus niet verplicht om een werknemer een vast contract aan te bieden en kunt u het moment dat een medewerker bij u in vaste dienst treedt, zo ver mogelijk opschorten.

Voordeel 3: Transitievergoeding omzeilen

De Wet werk en zekerheid bepaalt dat u de werknemer een transitievergoeding moet betalen wanneer u de samenwerking na twee jaar of langer beëindigd. Doordat u de 7+8+8-regel hanteert, komt u uit op een arbeidsduur van 23 maanden. U kunt op deze manier de werknemer zo lang mogelijk in dienst houden, zonder de werknemer na afloop van de samenwerking een transitievergoeding te moeten betalen.