Nieuws

Ondernemers krijgen mogelijk btw terug voor privégebruik auto

Duizenden ondernemers krijgen mogelijk btw terug wegens privégebruik van hun bedrijfsauto... Lees meer >

Duizenden ondernemers krijgen mogelijk btw terug wegens privégebruik van hun bedrijfsauto. De Belastingdienst moet twee miljoen bezwaren van ondernemers opnieuw bekijken, nu de Hoge Raad in twee van vier proefprocessen in cassatie heeft geoordeeld dat de fiscus mogelijk te veel btw heeft opgelegd.

De bezwaren die de Hoge Raad gegrond acht, gaan over de keuze die ondernemers sinds 2011 moeten maken tussen een zogenoemde forfaitaire btw-heffing voor privégebruik van bedrijfsauto’s of een heffing op basis van hun kilometeradministratie van het privégebruik.

Als die administratie ontbreekt, legt de Belastingdienst tot nu toe 2,7 procent van de cataloguswaarde van de auto op als btw voor privégebruik. Het kan gaan om privégebruik door een ondernemer van een met btw-aftrek op kosten van de zaak aangeschafte en onderhouden auto, of om bedrijfsauto’s die de ondernemer beschikbaar stelt voor privégebruik door zijn werknemers.

De ondernemer moet hiervoor wel gegevens overleggen over het privégebruik, aldus de arresten van de Hoge Raad.

Half miljard

“Jaarlijks hebben ruim 300.000 ondernemers bezwaar gemaakt tegen de btw-heffing, op zeer ruime gronden”, zegt Tom Kleinpenning van advieskantoor Flynth in Het Financieele Dagblad. Kleinpenning voerde de proefprocedures. Per ondernemer bedraagt de te veel betaalde btw sinds 2011 volgens een grove berekening 2000 euro, zegt Kleinpenning. De derving voor de schatkist bedraagt ruim een half miljard euro, als de belasting moet worden terugbetaald.

Bron: NOS

Belastingdienst maakte ruim 500 afspraken met bedrijven

De Nederlandse Belastingdienst heeft in 2016 539 belastingafspraken gemaakt met bedrijven en organisaties... Lees meer >

De Nederlandse Belastingdienst heeft in 2016 539 belastingafspraken gemaakt met bedrijven en organisaties. Dat blijkt uit een brief die staatssecretaris Wiebes onlangs naar de Tweede Kamer stuurde. In het jaar daarvoor werden nog 642 afspraken gemaakt.

Volgende week donderdag debatteert de Tweede Kamer met de staatssecretaris over belastingafspraken voor multinationals. Over die afspraken is veel discussie. Ze worden door bedrijven ook gebruikt om belasting te ontwijken, zoals Starbucks.

Niet duidelijk is met welke bedrijven de Belastingdienst afspraken heeft of met wat voor type bedrijven of de grootte van de bedrijven.

Belastingontwijking

De afspraken, zogenoemde rulings, geven bedrijven die in meerdere landen actief zijn duidelijkheid over de belasting die ze moeten betalen in Nederland. Dat draagt volgens de staatssecretaris bij aan de rechtszekerheid van burgers en bedrijven. Het maakt ook efficiënt en effectief toezicht door de Belastingdienst mogelijk.

Maar in combinatie met de verschillen tussen landen in belastingregels kunnen de rulings ook gebruikt worden bij belastingontwijking. Doordat hier geen dubbele belasting hoeft te worden betaald, gaan veel fiscale constructies via Nederland. “De kern van het probleem zit niet in de Nederlandse wet- en regelgeving, maar Nederland wordt wel gebruikt in structuren die uiteindelijk leiden tot ontwijking”, schrijft de staatssecretaris.

Er zijn grofweg twee soorten afspraken: Advance Tax Rulings (ATR) en Advance Pricing Agreements (APA). Een ATR geeft het bedrijf zekerheid over hoe de belasting wordt geheven en over welk deel in Nederland belasting betaald moet worden. In een APA wordt bepaald welke waarde een product of dienst heeft bij het bepalen van de belasting.

Aantal belastingafspraken

2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 ATR 355 408 468 441 429 406 348 APA 205 248 247 228 203 236 191

Fiscaal concurrerend

Vanwege de duidelijkheid die het schept voor belastingplichtigen wil de staatssecretaris niet af van de rulings. Wel moet volgens hem worden voorkomen dat die gebruikt worden voor belastingontwijking. Daarvoor is volgens hem verdergaande verbetering van de gegevensuitwisseling tussen verschillende landen nodig.

Nederland moet daarin samen optrekken met andere landen, schrijft hij. Ons land moet belastingontwijking aanpakken en tegelijkertijd werken aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat. “Ook in fiscaal opzicht”.

Soevereiniteit

Dat samen optrekken met andere landen betekent overigens niet dat er snel één Europees belastingregime te verwachten is. Zo schrijft hij: “Een minimumtarief voor de vennootschapsbelasting ligt echter nog (te) gevoelig binnen de EU, omdat veel lidstaten dit zien als een inbreuk op hun soevereiniteit op het gebied van de directe belastingen.”

Bron: NOS

Leuker kunnen we het niet maken, maar wel makkelijker – of dat ook niet?

Met de formatie van het kabinet in volle gang is het weer interessant om te zien welke kant het... Lees meer >

Met de formatie van het kabinet in volle gang is het weer interessant om te zien welke kant het fiscale beleid uit zal gaan. De fiscaliteit is de afgelopen jaren in toenemende mate gebruikt als een instrument om politieke visies en beleid tot uiting te brengen. Dit is in het licht van de strijd om de stemmen begrijpelijk, maar het resultaat van de grote hoeveelheid – niet zelden tegenstrijdige – regelingen is ook onbegrijpelijke regelgeving en toenemende problemen bij de uitvoering van de belastingheffing.

Bekende voorbeelden van steeds ingewikkeldere fiscale regelgeving zijn de autobelastingen en de belastingheffing van de eigen woning. Met de recente aanpassingen in de wetgeving die voortvloeien uit Autobrief II, lijkt het laatste kabinet overigens wel een poging te doen om die complexiteit uit de wetgeving te halen. Bij de eigen woning is het zover nog niet. De fiscale regelgeving omtrent de eigen woning is nog steeds zeer onoverzichtelijk en complex, met als gevolg een aantal ongewenste of onredelijke gevolgen voor belastingplichtigen alsook een zeer reëel gevaar op fouten in de aangifte inkomstenbelasting.

Het nieuwe kabinet erft niet alleen complexe wetgeving als uitvloeisel van fiscaal instrumentalisme, ook de rap veranderde maatschappij zorgde in (recent) verleden voor wetgeving die niet altijd aansluit bij de realiteit. Neem de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA), welke een einde moest maken aan de schijnzelfstandigheid die onder de oude VAR werd geconstateerd. Maar de wet DBA heeft in plaats van het bieden van een passende oplossing voor dit probleem, gezorgd voor ernstige chaos in de zelfstandigenmarkt. De voornaamste oorzaak lijkt te liggen in het feit dat de wet geen heldere en vooral realistische criteria geeft om zelfstandigheid van dienstverband te scheiden. En met de zeer snel veranderende wereld om ons heen, is dit ook absoluut geen eenvoudige klus. Maar wel een klus die geklaard dient te worden, wil de rust weer terugkeren bij de zelfstandigen en hun opdrachtgevers.

Hopelijk kan het nieuwe kabinet voor wat betreft de fiscale wetgeving datgene bereiken wat de slogan van zijn uitvoerende fiscale tak al jaren belooft: het makkelijker maken. Leuker mag trouwens ook.

Bron: Actuele artikelen

Meer mogelijk met spaarhypotheek

Sinds 1 januari 2013 moet de eigenwoningschuld minimaal annuïtair en maximaal in 30 jaar worden afgelost. Dit geldt niet... Lees meer >

Sinds 1 januari 2013 moet de eigenwoningschuld minimaal annuïtair en maximaal in 30 jaar worden afgelost. Dit geldt niet indien en voor zover men de lening is aangegaan voor 1 januari 2013. Veel mensen die de lening voor deze datum zijn aangegaan hebben een aflossingsvrije lening gecombineerd met een speciaal spaarproduct (de zogenaamde spaarhypotheek).

De combinatie van spaarproduct en eigenwoninglening was zeer populair omdat men tijdens de looptijd van de lening niet of minder op de eigenwoninglening hoefde af te lossen (optimaliseren hypotheekrenteaftrek). De bedragen die anders voor de aflossing werden gebruikt konden in het spaarproduct worden ondergebracht. Als daarbij aan een aantal volwaarden wordt voldaan, wordt het rendement niet in de heffing betrokken. Dus wel aftrek van de betaalde rente maar geen heffing over de ontvangen rente.

Om onbelast te kunnen sparen worden er eisen gesteld aan de looptijd (minimaal 15 dan wel 20 jaar), de verhouding tussen de ingelegde bedragen per jaar (1:10) en het doel van het bijeen gespaarde bedrag (aflossen van de eigenwoningschuld). Verder is een maximum gesteld aan het belastingvrij op te bouwen bedrag.

In bepaalde gevallen hoeft u niet aan de minimale looptijd te voldoen. Tot 1 januari jl. was dat het geval indien:

  • Er geen sprake meer was van een eigen woning (verhuizing naar een huurwoning);
  • Het product tot uitkering kwam als gevolg van een overlijden;
  • Uw fiscaal partnerschap werd beëindigd;
  • U gebruik maakte van de schuldhulpverlening;
  • De verkoopprijs van de vorige woning onvoldoende was om de desbetreffende eigenwoningschuld volledig af te lossen (restschuld).

Met ingang van 1 januari 2017 zijn de laatste twee versoepeld. De minimale looptijd komt nu ook te vervallen als men verhuist naar een nieuwe eigen woning zonder dat er ten aanzien van de oude woning sprake is van een restschuld. Verder kan men al eerder over het saldo beschikken als er financiële problemen zijn en u als gevolg daarvan niet meer in staat bent de lasten met betrekking tot de eigen woning te voldoen of die lasten naar verwachting binnen afzienbare tijd niet meer kan voldoen.

De verwachting is dat de versoepeling nog verder wordt doorgezet. Men is van plan om in 2017 de minimale looptijd helemaal uit de wet “te slopen”. Dat betekent dat wanneer u binnen de bandbreedte bent gebleven, niet teveel hebt opgebouwd en de opbrengst gebruikt voor de aflossing u geen belasting betaalt over het opgebouwde bedrag.

Let op: de “leukste” jaren van dit spaarproduct zijn de laatste jaren. Door het oplopen van het spaarsaldo in de loop van de jaren is de rente aan het einde het hoogst. Besluit dus niet te snel om het saldo op te gaan nemen. Laat even goed doorrekenen wat voor u het beste is.

Bron: Actuele artikelen

Vraag tijdig de subsidie aan voor de begeleiding van studenten!

De subsidieregeling praktijkleren is een tegemoetkoming voor de kosten die een werkgever maakt voor de begeleiding van een leerling,... Lees meer >

De subsidieregeling praktijkleren is een tegemoetkoming voor de kosten die een werkgever maakt voor de begeleiding van een leerling, deelnemer of student. Ook is de subsidie een tegemoetkoming in de loon- of begeleidingskosten van een promovendus of technologisch ontwerper in opleiding. U kunt subsidie aanvragen tot 15 september 2017. Het maximumbedrag is € 2.700 per deelnemer per studiejaar.
Een subsidieaanvraag dient u in na afloop van de begeleiding in het betreffende studiejaar. Voor de aanvraag gebruikt u gegevens die al in uw bezit zijn zoals de (praktijkleer)overeenkomst.

Voor wie?
Een werkgever kan in aanmerking komen voor subsidie wanneer hij een leerplaats aanbiedt voor één van de volgende categorieën:

Vmbo: leerwerktraject in de basisberoepsgerichte leerweg.
Mbo: beroepsbegeleidende leerweg.
Hbo: duale of deeltijdopleiding die binnen de sectoren techniek of landbouw en natuurlijke omgeving valt.
Promovendi: promotieonderzoek onder begeleiding van een universiteit of instituut van de KNAW of NWO.
Technologisch ontwerpers in opleiding (toio): ontwerpopdracht onder begeleiding van een universiteit.

Op de pagina ‘Kom ik in aanmerking’ leest u meer over de voorwaarden.
Wilt u snel meer weten over de Subsidieregeling praktijkleren?

Om een aanvraag in te dienen bij AgentschapNL dient u te beschikken over een veiligheidscertificaat, voor de aanvraag subsidie praktijkleren is dit e-herkenning niveau. PNR administraties beschikt over dit certificaat en wij kunnen deze aanvraag voor u verzorgen

Factsheets gepubliceerd over wijzigingen minimumloon

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft 3 factsheets voor werkgevers en werknemers gepubliceerd over de wijzigingen... Lees meer >

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft 3 factsheets voor werkgevers en werknemers gepubliceerd over de wijzigingen in het minimumloon per 1 juli 2017 en 1 januari 2018.

Factsheet Veranderingen minimumloon voor werknemers
Per 1 juli 2017 en 1 januari 2018 veranderen de regels voor het minimumloon. De factsheet Veranderingen minimumloon voor werknemers geeft een overzicht van de veranderingen voor werknemers.

Factsheet Minimumjeugdloon voor werkgevers
De leeftijd voor het volwassen minimumloon gaat op 1 juli 2017 omlaag van 23 naar 22 jaar. Het minimumjeugdloon voor 18- tot en met 21-jarigen gaat omhoog. In de factsheet Minimumjeugdloon voor werkgevers leest u welke veranderingen van het minimumjeugdloon plaatsvinden. En ook hoe werkgevers gecompenseerd worden voor de hogere loonkosten die de stijging van het minimumjeugdloon met zich mee brengt.

Factsheet Meerwerk voor werkgevers
Een werkgever moet werknemers betalen voor de uren die zij werken. Als zij extra uren werken (het zogeheten meerwerk) moet de werkgever de werknemers zo betalen dat zij gemiddeld minstens het minimumloon verdienen voor die extra gewerkte uren. In de factsheet Meerwerk voor werkgevers leest u welke veranderingen de wijzigingen van het minimumloon per 1 juli 2017 voor het meerwerk met zich mee zal brengen

Het net sluit zich rond zwartspaarders

Er blijven steeds minder opties over voor zwartspaarders om hun geld te verbergen, het net is zich aan het... Lees meer >

“Er blijven steeds minder opties over voor zwartspaarders om hun geld te verbergen, het net is zich aan het sluiten.” Peter Kavelaars, hoogleraar fiscale economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en verbonden aan Deloitte, is duidelijk. Hij reageert op de bekendmaking van de FIOD, die zegt te beschikken over de gegevens van 3800 Nederlanders die geld op de Zwitserse bank Credit Suisse hebben staan en dat mogelijk niet hebben opgegeven bij de Belastingdienst.

Twee Nederlanders zijn opgepakt, van tientallen zijn er concrete verdenkingen van belastingontduiking. “En onder die 3800 zijn ongetwijfeld meer belastingplichtigen. Mensen zetten hun geld in de regel niet voor niks in Zwitserland neer, waar tot voor kort een bankgeheim gold”, zegt Kavelaars. “De fiscus kan tot twaalf jaar navorderen, dus het kan om grote bedragen gaan, in de vele miljoenen.”

Uitwisseling informatie

De FIOD zegt niet hoe de inspecteurs aan de gegevens gekomen zijn, maar het is een feit dat er binnen Europa steeds meer informatie wordt uitgewisseld over spaartegoeden bij banken.

“De zwartspaarder zit hierdoor in het nauw”, zegt Kavelaars. “Europese banken geven jaarlijks informatie aan de Nederlandse fiscus over het geld dat op hun rekeningen staat.” De Zwitsers hebben recentelijk een einde gemaakt aan het bankgeheim, waardoor ook dat land meer informatie gaat uitwisselen.

15 miljard buiten het zicht

Toch is er nog altijd een hoop zwart spaargeld dat buiten het zicht van de fiscus blijft. “Er is de afgelopen jaren al zo’n 6 miljard euro teruggevloeid door de inkeerregeling, hogere boetes en meer informatie-uitwisseling”, zegt Guido de Bont, hoogleraar fiscaal procesrecht en fiscaal advocaat.

“Maar de schatting is dat er nog een substantieel bedrag, 15 miljard, bij buitenlandse banken staat. Mensen zoeken het ook verder weg, bijvoorbeeld in Singapore of Hongkong.”

Bahamas en Kaaimaneilanden

Maar er blijven steeds minder landen over waar zwartspaarders terechtkunnen. “Want ook buiten de EU hebben landen aangegeven dat ze informatie over spaartegoeden willen uitwisselen”, zegt Kavelaars.

“Zo’n honderd landen gaan dit doen en over een paar jaar zullen het er al 150 zijn. Ook belastingparadijzen als de Bahama’s en de Kaaimaneilanden doen straks mee. Dus je houdt over een tijdje alleen nog instabiele landen over die er niet aan meedoen. En daar kan of wil je niet terecht, Noord-Korea bijvoorbeeld.”

Bron: NOS

Verblijfskosten eigen rijders: bedrag 2017 vastgesteld

Eigen rijders die internationale ritten maken, mogen per gereden dag een vast bedrag van hun winst aftrekken ... Lees meer >

Eigen rijders die internationale ritten maken, mogen per gereden dag een vast bedrag van hun winst aftrekken als verblijfskosten. Voor 2017 is dit bedrag € 35,50.

Het bedrag dat eigen rijders mogen aftrekken, wordt jaarlijks aangepast. De bedragen van de laatste 5 jaar vindt u bij Verblijfskosten eigen rijders. Daar leest u ook aan welke voorwaarden eigen rijders moeten voldoen om deze verblijfskosten af te trekken.

Bron: Belastingdienst

Rekening-courant (r/c) directeur- grootaandeelhouder (DGA)

Als DGA heeft u meerder petten op. Die van directeur van de onderneming en die van werknemer en aandeelhouder.... Lees meer >

Als DGA heeft u meerder petten op. Die van directeur van de onderneming en die van werknemer en aandeelhouder. Het is heel gemakkelijk om zakelijk allerlei kosten te betalen die voor privé doeleinden gemaakt te worden dan wel worden door u privé kosten voor de onderneming betaald. De betalingen lopen dan door elkaar heen. Uw boekhouder zal deze als het goed is boeken in de zogenaamde r/c van u bij de B.V. Op die manier bouwt u een schuld of vordering op bij de B.V.

Goedgekeurd is dat als in het jaar de r/c vordering niet hoger is dan € 17.500 er over en weer geen rente in rekening hoeft te worden gebracht  en bij de B.V.  geen rente mag worden afgetrokken.

Het is dus zaak om jaarlijks bij de afsluiting van de boekhouding de r/c verhouding van u met de BV goed te bezien. Mogelijk dat er grote opnamen zijn die geen consumptief karakter hebben. Alsdan kan er mogelijk een afzonderlijke leningsovereenkomst worden opgemaakt met afspraken over rente, aflossing, looptijd en zekerheden. Ook hier geldt: de condities moeten zakelijk zijn als of de lening met een willekeurige derde worden overeengekomen.

Bij een r/c die inhoudt een vordering van de DGA privé op de BV moet bezien worden of sprake is van het ter beschikking stellen van vermogen. Als dat het geval is komt de lening en dus ook de rente in box 1 terecht met een heffing over de rente van maximaal 52%. Een juist inzicht in de financiële verhoudingen van u met de BV is dus gewenst.

Bron: Actuele artikelen

De dga moet misschien maar niet rouwig zijn om het pensioen in eigen beheer

Het fiscale voordeel is mooi meegenomen en je bouwt een mooie pensioenpot op. Toch?... Lees meer >

Homo oeconomicus is een mensbeeld waarin de mens een economisch wezen is, gericht op de bevrediging van zijn behoeften op efficiënte, rationele en logische wijze. Met dat mensbeeld in gedachten was pensioen in eigen beheer ook een heel aardige regeling. In plaats van je pensioen over te laten aan de grillen van de markt, investeer je in de ‘asset’ waar je zelf de meeste controle over hebt: je eigen onderneming.  Het fiscale voordeel is mooi meegenomen en je bouwt een mooie pensioenpot op. Toch?

De praktijk is een stuk weerbarstiger. Zo snapt de gemiddelde dga niet veel van het pensioen in eigen beheer, zijn de kosten behoorlijk hoog en geeft het pensioen in eigen beheer veel problemen bij echtscheiding van de dga.

Maar misschien het meest vervelende voor de dga is de verraderlijke stelligheid waarmee de waarde van het pensioen op papier staat, zwart op wit op de creditzijde van de balans van zijn onderneming. Of de dga daadwerkelijk aanspraak kan maken op dat pensioen hangt echter helemaal af van wat er op de debetkant van de balans van zijn onderneming staat, de bezittingen. Als het voornaamste ‘bezit’ van de onderneming bestaat uit een vordering op de dga zelf, dan kan die dga fluiten naar zijn pensioen. Hetzelfde geldt voor de dga waarvan de onderneming in zwaar weer is geraakt.

De dga oeconomicus zou zoiets nooit overkomen. Hij zou enkel rationele beslissingen nemen die ertoe zouden leiden dat er ruim voldoende waarde in de pot zit om later een mooi pensioen uit te kunnen keren. Net zoals de woningeigenaar oeconomicus met een aflossingsvrije hypotheek gedisciplineerd maandelijks zelf aflossingen zou doen om zijn hypotheekschuld te verminderen.

In werkelijkheid blijkt dat de homo oeconomicus  vooral een theoretisch concept is. Zeker waar het ingewikkelde economische en fiscale onderwerpen betreft met vergaande financiële consequenties, lijkt het beter om de homo sapiens de meest veilige optie te bieden in plaats van de optie die rationeel gezien misschien beter is.

En dus is de afschaffing van het pensioen in eigen beheer een kwalijke zaak voor dga oeconomicus . Maar voor de echte dga van vlees en bloed is het ter ziele gaan van pensioen in eigen beheer misschien niet eens zo verkeerd.

Bron: Actuele artikelen

Handhaving Wet DBA opgeschort tot 1 juli 2018

De handhaving van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) is nog verder uitgesteld. Tot 1 juli 2018 ... Lees meer >

De handhaving van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) is nog verder uitgesteld. Tot 1 juli 2018 krijgen opdrachtgevers en opdrachtnemers geen boetes of naheffingen als achteraf wordt geconstateerd dat er sprake was van een dienstbetrekking.

Eerder werd al duidelijk dat de regelgeving van de Wet DBA niet altijd aansluit bij de praktijk en dat er een aantal arbeidsrechtelijke knelpunten zijn. De handhaving van de wet werd daarom uitgesteld tot 1 januari 2018. Inmiddels is er een ambtelijk onderzoek uitgevoerd naar deze knelpunten, waarin tien mogelijke beleidsvarianten op de Wet DBA bedacht zijn. Het nieuwe kabinet moet hierover beslissen en om opdrachtgevers en opdrachtnemers genoeg tijd te geven om hun werkwijze hierop aan te passen, heeft staatssecretaris Wiebes van Financiën laten weten dat de handhavingstermijn wordt opgeschort naar 1 juli 2018.

Uitzondering voor kwaadwillenden

In de praktijk betekent dit dat de Belastingdienst tot 1 juli 2018 geen boetes of naheffingen zal opleggen aan opdrachtgevers en opdrachtnemers die nog niet aan de regelgeving uit de Wet DBA voldoen. Er geldt een uitzondering voor kwaadwillenden. Denk bijvoorbeeld aan een werkgever die een werknemer laat werken als schijnzelfstandige, terwijl hij weet – of had kunnen weten – dat er eigenlijk sprake is van een dienstbetrekking. In dat geval kan de Belastingdienst een correctieverplichting of naheffingsaanslag opleggen.

Met bestaande modelovereenkomsten blijven werken

Opdrachtgevers en opdrachtnemers kunnen tot de mogelijke aanpassing van de Wet DBA gewoon met de bestaande modelovereenkomsten blijven werken. Het is niet nodig om nieuwe overeenkomsten voor te leggen aan de Belastingdienst, maar dit mag wel.

SZW meldt afrondingsfout in nieuw minimumloon voor 20-jarigen

Het minimumloon per week voor werknemers van 20 jaar oud is per 1 juli 2017 niet € 252,85 maar... Lees meer >

Het minimumloon per week voor werknemers van 20 jaar oud is per 1 juli 2017 niet € 252,85 maar € 252,90. Dat heeft het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid laten weten. Het juiste bedrag wordt op 7 juni in de Staatscourant gepubliceerd.

Het wettelijk minimumloon voor de tweede helft van 2017 werd onlangs bekendgemaakt. In die bekendmaking zat echter een fout: het loon dat werkgevers per week minimaal moeten betalen aan werknemers van 20 jaar is €0,05 te laag. In plaats van €252,85 is het minimumloon voor deze werknemers per 1 juli €252,90. Deze wijziging is ook verwerkt in het overzicht minimum(jeugd)lonen 2017 .

Per 1 juli 2017

Per maand, week en dag

Leeftijd Per maand Per week Per dag
Tabel: minimumloon per maand, week en dag (bruto bedragen per 1 juli 2017)

22 jaar en ouder 1.565,40 361,25 72,25
21 jaar 1.330,60 307,05 61,41
20 jaar 1.095,80 252,90 50,58
19 jaar 860,95 198,70 39,74
18 jaar 743,55 171,60 34,32
17 jaar 618,35 142,70 28,54
16 jaar 540,05 124,65 24,93
15 jaar 469,60 108,40 21,68

 

Geen gevolgen voor minimumuurloon

De wijziging heeft geen gevolgen voor het omgerekende minimumloon per uur. Dat was –ondanks de afrondingsfout in het weekloon – al op de juiste hoogte vastgesteld. Ook voor het loon van werknemers die in het kader van de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) bij uw organisatie in dienst zijn, maakt de fout geen verschil. De minimumlonen voor deze groep werknemers zijn wel anders dan die voor andere jonge werknemers.

Microsoft waarschuwt opnieuw voor oplichters

De afgelopen dagen werden opnieuw verschillende mensen in ons land opgebeld door fraudeurs die zich uitgeven voor Microsoft-medewerkers.... Lees meer >

De afgelopen dagen werden opnieuw verschillende mensen in ons land opgebeld door fraudeurs die zich uitgeven voor Microsoft-medewerkers. Ook vorig jaar in maart was er een toevloed van dergelijke telefoontjes. De oplichters bellen hun slachtoffer op met de smoes dat er problemen zijn met hun computer. Zo vragen ze bijvoorbeeld om Windows 8.1 terug te zetten naar Windows 8 of maken ze het slachtoffer wijs dat er een virus op de computer staat en bieden ze hun diensten aan.

De oplichters proberen uiteindelijk het slachtoffer vertrouwelijke gegevens te ontfutselen en vragen te surfen naar een bepaalde website. Nadat de gedupeerde de bewuste website heeft bezocht, kunnen de oplichters van op afstand zichzelf toegang geven tot de computer van het slachtoffer. Daarna vragen ze het slachtoffer te betalen voor de bewezen diensten. Indien de gedupeerde niet wil betalen, dringen ze aan of blokkeren ze zelfs de computer.

Aangezien ze de kans kregen om kwaadaardige software op de computer van het slachtoffer te installeren, blijft deze onder controle van de oplichters, zelfs zonder dat het slachtoffer dit merkt. Zo kan de gedupeerde in de toekomst opnieuw slachtoffer worden van andere praktijken zoals spionage, oplichting of afpersing.

Wat te doen indien je wordt opgebeld?

Zowel Microsoft als de federale politie vragen de burgers met aandrang niet in te gaan op deze telefoontjes. “Informatie over beveiligingsincidenten of updates van beveiligingssoftware sturen we via e-mail naar abonnees van ons programma voor beveiligingsberichten. Onze helpdesk zal hiervoor nooit proactief naar eindgebruikers bellen en al zeker nooit persoonlijke gegevens vragen of gebruikers laten betalen. Doordat software steeds beter beveiligd is, hebben cybercriminelen minder succes om computers ongemerkt te infecteren met malware. Vandaar dat ze personen bellen om hun veiligheid prijs te geven of hen de slechte software te laten installeren”, reageert Caroline Wouters, bij Microsoft verantwoordelijk voor de klantentevredenheid.

De Federal Computer Crime Unit (FCCU) van de federale gerechtelijke politie raadt aan de telefoon gewoon in te haken en in geen geval de opgedragen opdrachten uit te voeren. Er wordt ook uitdrukkelijk gevraagd zeker geen gevoelige informatie te geven via telefoon (zoals gebruikersnamen, wachtwoorden of kredietkaart- of bankgegevens).

Wat te doen indien je computer al onder controle is geweest van de oplichters?

Indien je al toegang tot je computer hebt gegeven, koppel dan de computer onmiddellijk los van het internet en voer een volledige scan uit met een recente en up-to-date virusscanner en verwijder de ontdekte malware. Je kan indien nodig je computer ook opnieuw laten installeren. Wijzig zeker ook alle wachtwoorden, zowel van de computer als van alle internetaccounts (mailbox, Facebook, Twitter, …). Wijzig ook de veiligheidsvragen die je krijgt wanneer je je wachtwoord van die accounts vergeet.

Wat te doen indien je schade hebt geleden?

Heb je naar aanleiding van dit type van oplichting schade geleden, dan kun je een klacht neerleggen voor hacking en sabotage van je computer bij je lokale politie. Verzamel alle gegevens die bewijs kunnen leveren van de feiten en van de geleden schade. Noteer alle gegevens die je van de oplichters kreeg, zoals telefoonnummers, namen en websiteadres en neem deze mee naar de politie.

Ook in andere landen zijn gelijkaardige gevallen gekend. Op deze pagina verzamelde Microsoft meer informatie en enkele tips: http://www.microsoft.com/nl-be/security/online-privacy/msname.aspx
Read more at https://news.microsoft.com/nl-be/microsoft-waarschuwt-opnieuw-voor-oplichters/#oi7FDHwHMxmV5PYE.99