Nieuws

Wet compensatie transitievergoeding openbaar

Het wetsvoorstel voor compensatie van de transitievergoeding na ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid is naar de Tweede Kamer gestuurd. ... Lees meer >

Het wetsvoorstel voor compensatie van de transitievergoeding na ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid is naar de Tweede Kamer gestuurd. Dat is goed nieuws voor werkgevers.

Uit het wetsvoorstel blijkt dat een werkgever straks een compensatie kan ontvangen voor de transitievergoeding en de daarvan afgetrokken transitie- en inzetbaarheidskosten als hij na twee jaar ziekte een dienstverband beëindigt. Het maakt niet uit of dit gebeurt via opzegging, ontbinding, het aflopen van een contract of ontslag met wederzijds goedvinden (in dit laatste geval is de transitievergoeding niet verplicht). De compensatie komt uit het Algemeen werkloosheidsfonds (Awf). De Awf-premie wordt hiervoor structureel met 0,1% verhoogd.

Hoogte compensatie transitievergoeding is begrensd

De transitievergoeding wordt niet altijd volledig gecompenseerd. Zoals al was aangekondigd, wordt het deel van de transitievergoeding dat een werknemer opbouwt na de eerste twee jaar van ziekte niet gecompenseerd. Ook bedraagt de compensatie nooit meer dan het bedrag aan brutoloon dat de werknemer tijdens ziekte heeft ontvangen. Verder ontvangt de werkgever geen compensatie voor de periode waarin aan hem een loonsanctie is opgelegd. In een aparte regeling wordt uitgewerkt hoe werkgevers de compensatie straks bij UWV kunnen aanvragen.

Maatregelen treden op verschillende data in werking

De beoogde ingangsdatum van de compensatiemaatregel is 1 januari 2019. De bepalingen gaan met terugwerkende kracht in: elke werkgever die op of na 1 juli 2015 een transitievergoeding wegens langdurige ziekte heeft betaald, komt in aanmerking voor een compensatie. Naast de compensatiemaatregel bevat het wetsvoorstel ook nieuwe regels voor ontslagvoorzieningen die in de cao zijn afgesproken. Die regels treden mogelijk al per 1 januari 2018 in werking.

Rekening-courant directeur- grootaandeelhouder (DGA)

Als DGA heeft u meerder petten op. Die van directeur van de onderneming en die van werknemer en aandeelhouder.... Lees meer >

Als DGA heeft u meerder petten op. Die van directeur van de onderneming en die van werknemer en aandeelhouder. Het is heel gemakkelijk om zakelijk allerlei kosten te betalen die voor privé doeleinden gemaakt worden of door u privé voor de onderneming worden betaald. De betalingen lopen dan door elkaar heen. Uw boekhouder zal deze als het goed is boeken in de zogenaamde r/c van u bij de B.V. Op die manier bouwt u een schuld of vordering op bij de B.V.

Goedgekeurd is dat als in het jaar de r/c vordering niet hoger is dan € 17.500 er over en weer geen rente in rekening hoeft te worden gebracht  en bij de B.V.  geen rente mag worden afgetrokken.

Het is dus zaak om jaarlijks bij de afsluiting van de boekhouding de r/c verhouding van u met de BV goed te bezien. Indien nodig kan er een afzonderlijke leningsovereenkomst worden opgemaakt met afspraken over rente, aflossing, looptijd en zekerheden. Ook hier geldt: de condities moeten zakelijk zijn als of de lening met een willekeurige derde worden overeengekomen.

Bij een r/c die inhoudt een vordering van de DGA privé op de BV moet bezien worden of sprake is van het ter beschikking stellen van vermogen. Als dat het geval is komt de lening en dus ook de rente in box 1 terecht met een heffing over de rente van maximaal 52%.

Bron: Actuele artikelen

Nieuwe wetgeving BTW en oninbare vorderingen

Het komt helaas voor dat als er een factuur wordt verzonden deze uiteindelijk niet inbaar blijkt te zijn... Lees meer >

Het komt helaas voor dat als er een factuur wordt verzonden deze uiteindelijk niet inbaar blijkt te zijn. De BTW die in rekening is gebracht is netjes afgedragen maar de factuur wordt maar niet betaald. Hoe nu te handelen om de afgedragen BTW terug te ontvangen.

Als ondernemer wil je dan natuurlijk de BTW toch zo snel mogelijk verrekend zien worden dan wel terugontvangen. Tot 1 januari jl. kon per brief, dus niet in de aangifte btw. Binnen een maand nadat definitief vaststond dat de factuur oninbaar was, kon een verzoek ingediend worden voor teruggaaf van de afgedragen BTW. Die oninbaarheid moest aannemelijk gemaakt worden. Dit laatste was vaak lastige zaak. Er moest feitelijk altijd aantoonbaar actie ondernomen zijn waarop ook nog een reactie was.

Vanaf 1-1-2017 is er een vereenvoudiging aangebracht. Als na een jaar blijkt dat een vordering niet dan wel niet geheel inbaar is, is het voortaan toegestaan dit BTW bedrag  terug te vragen bij de belastingdienst  door dit bedrag aan te geven in de periodieke aangifte btw. Deze een jaarstermijn gaat lopen een jaar nadat de vordering opeisbaar is geworden. Men hoeft uiteraard niet een jaar te wachten mocht eerder duidelijk zijn dat de factuur niet (geheel) betaald zal worden. Alsdan dient weer wel ( net als voorheen) een afzonderlijk verzoek bij de belastingdienst te worden ingediend. Dit mag niet in de periodiek aangifte meegenomen worden. Zou uiteindelijk een “oninbare” vordering alsnog geint worden en is de BTW al teruggevorderd dan zal de BTW wederom afgedragen moeten worden.

Het is dus zaak in de administratie goed te vast te leggen welke factuur na afloop van de betalingstermijn nog niet voldaan is.

Bron: Actuele artikelen

Arbeidsrechtplannen van verkiezingswinnaars

Wat kan de verkiezingsuitslag betekenen voor de arbeidswet- en regelgeving?... Lees meer >

De Tweede Kamerverkiezingen zijn voorbij. VVD is duidelijk de grootste partij. Op afstand volgen PVV, CDA en D66. Wat kan de verkiezingsuitslag betekenen voor de arbeidswet- en regelgeving?

Uit de voorlopige uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen blijkt dat VVD van de 150 kamerzetels er straks 33 bezet. Op de tweede plaats is PVV geëindigd met 20 zetels, en daarna volgen D66 en CDA met 19 zetels. De uitgesproken linkse partijen zitten daar een stuk onder. De vraag is nu met wie VVD gaat regeren, maar een coalitie met in ieder geval D66 en CDA lijkt reëel. Dat kan voor grote arbeidsrechtelijke wijzigingen zorgen.

Plannen VVD

VVD wil voor werkgevers met maximaal 25 werknemers de loondoorbetalingsplicht bij ziekte verkorten naar één jaar. Ook wil de partij het mogelijk maken dat werknemers vijf jaar in tijdelijke dienst kunnen blijven. VVD streeft er bovendien naar om ontslag eenvoudiger en minder duur te maken. Verder moet de overheid niet langer nulurencontracten in een sector kunnen verbieden en moet er een einde komen aan het algemeen verbindend verklaren van cao’s.

Plannen D66

D66 wil één type contract: het vaste contract. Ontslagprocedures moeten wel sneller verlopen en goedkoper zijn. Het recht op transitievergoeding bestaat echter vanaf de eerste werkdag en die moet besteed worden aan de stap naar een nieuwe baan. Het automatische ontslag bij het bereiken van de AOW-leeftijd verdwijnt. Het afspiegelingsbeginsel  wordt gebaseerd op prestaties. Voor kleine werkgevers komt er een collectieve verzekering voor het loon in het tweede ziektejaar.

Plannen CDA

CDA sluit zich bij D66 en VVD aan: de kantonrechter moet meer ruimte krijgen om contracten te kunnen ontbinden. Ook pleit CDA voor meerjarige arbeidsovereenkomsten (tools), zoals een contract voor vijf jaar. Er moet één basisverzekering voor ziekte en arbeidsongeschiktheid voor alle werkenden komen en de loondoorbetalingsplicht bij ziekte moet voor alle werkgevers minder zwaar worden. Tot slot wil CDA (net als VVD en D66) de belastingen op arbeid verlagen.

Plannen PVV

PVV zal als één van de vier grootste partijen ook invloed hebben in de Tweede Kamer, maar het is niet duidelijk wat de partij op het gebied van personeel en arbeid wil. In het partijprogramma staat alleen dat de AOW-leeftijd naar 65 jaar moet.

Aanslag op pensioen terecht als dga emigreert?

Een directeur-grootaandeelhouder (dga) die emigreert naar een ander land, kan in de regel een aanslag verwachten over zijn opgebouwde... Lees meer >

Een directeur-grootaandeelhouder (dga) die emigreert naar een ander land, kan in de regel een aanslag verwachten over zijn opgebouwde pensioenpotje. De vraag is echter of zo’n zogeheten conserverende aanslag in sommige gevallen wel terecht is.

De rechtbank in Breda is daar niet helemaal zeker van en heeft daarom vragen gesteld aan het hoogste rechtscollege, de Hoge Raad. In deze zaak draaide het om een dga die een pensioen in eigen beheer had opgebouwd en daarnaast een lijfrenteaanspraak had. In 2014 verkaste hij naar Frankrijk, en daarop legde de Belastingdienst een conserverende aanslag op van ruim € 275.000.

Conserverende aanslag geldt tien jaar

Het idee van een conserverende aanslag is dat de fiscus het recht behoudt op belasting over het inkomen van iemand die emigreert. De aanslag geldt tien jaar. Doet de emigrant in die periode iets wat niet mag volgens de Nederlandse belastingregels, dan moet de aanslag alsnog betaald worden.
Maar in sommige gevallen staat deze conserverende aanslag op gespannen voet met de belastingverdragen die ons land met andere landen heeft gesloten. De Nederlandse wet gaat er namelijk – fictief – van uit dat het pensioen genoten is op het moment vlak voor de emigratie. Op dat moment is iemand nog inwoner van Nederland, en dus mag de Nederlandse Belastingdienst de aanslag opleggen.

Dga kan alvast bezwaar maken tegen aanslag

Er is ook een ‘maar’. Want als er een belastingverdrag is gesloten met een ander land, zijn er afspraken over welk land welk inkomen mag belasten. En dan getuigt het niet van ‘goede trouw’ om de heffing snel naar je toe te trekken als land. In dit geval zou de Nederlandse handelswijze dus in strijd kunnen zijn met die goede trouw.
De rechtbank wil nu van de Hoge Raad duidelijkheid over wanneer er sprake is van handelen in strijd met de goede trouw in het verdrag tussen Nederland en Frankrijk. Tot die tijd is de zaak aangehouden. In de tussentijd kan het voor dga’s die zijn geëmigreerd raadzaam zijn om bezwaar te maken tegen een conserverende aanslag. Want dan heeft de dga alvast aan de bel getrokken, mocht de Hoge Raad tot de conclusie komen dat de Nederlandse aanslag onterecht is.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 9 maart 2017, ECLI (verkort): 1464

Dga moet formulier afkoop pensioen invullen

Vorige week zette de Eerste Kamer definitief een streep door het pensioen in eigen beheer... Lees meer >

Vorige week zette de Eerste Kamer definitief een streep door het pensioen in eigen beheer. Ondernemers zullen hun pensioen in eigen beheer dan ook moeten afkopen of omzetten in een aanspraak vanwege een oudedagsverplichting. Hiervoor stelt de Belastingdienst een informatieformulier beschikbaar.

Met de invoering van de Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen is een einde gekomen aan het opbouwen van pensioen in eigen beheer door dga’s. In plaats daarvan moeten zij het opgebouwde pensioenpotje omzetten naar een pensioenverplichting die het geld gelijkmatig over twintig jaar uitkeert. De andere mogelijkheid is om het pensioen af te kopen. Welke van de twee mogelijkheden een dga ook kiest, hij of zij moet in elk geval binnenkort een informatieformulier invullen en indienen bij de Belastingdienst. Dit formulier is vanaf 30 maart 2017 beschikbaar op de website van de Belastingdienst.

Coulancetermijn van drie maanden

Hoewel de wet op 1 april 2017 in werking treedt, kunnen ondernemers nog wel gebruikmaken van een coulancetermijn van drie maanden. Gedurende deze periode kunnen zij werk maken van het omzetten of afkopen van hun pensioen in eigen beheer

Ontslagroutes op een rij

Als u ontslag wilt aanvragen voor uw werknemer, dan kan dit op verschillende manieren. Deze ontslagroutes zijn gebonden aan... Lees meer >

Als u ontslag wilt aanvragen voor uw werknemer, dan kan dit op verschillende manieren. Deze ontslagroutes zijn gebonden aan een aantal regels.

1. Ontslag om bedrijfseconomische redenen of langdurige arbeidsongeschiktheid: via UWV

Als u uw werknemer wilt ontslaan om bedrijfseconomische redenen, of omdat hij langdurig arbeidsongeschikt is, dan heeft u een ontslagvergunning nodig. U vraagt die aan bij UWV. U moet de redenen voor ontslag onderbouwen.

Meer over ontslag om bedrijfseconomische redenen.

2. Ontslag om persoonlijke redenen: via de kantonrechter.

Als u uw werknemer wilt ontslaan om persoonlijke redenen, dan dient u een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst in bij de kantonrechter. In dat verzoek beschrijft u de redenen voor het ontslag. Persoonlijke redenen voor het ontslag kunnen zijn:

  • onvoldoende functioneren:
  • ernstig gewetensbezwaar;
  • verwijtbaar handelen of nalatigheidverstoorde arbeidsrelatie;
  • veelvuldig ziekteverzuim.

Meer over ontslag om persoonlijke redenen.

3. Geen toestemming van UWV of kantonrechter

Er zijn situaties waarin ontslag niet via UWV of de kantonrechter hoeft te lopen. Bijvoorbeeld:

  • als u en uw werknemer de arbeidsovereenkomst beëindigen met wederzijds goedvinden;
  • bij ontslag tijdens proeftijd;
  • bij afloop tijdelijke arbeidsovereenkomst;
  • bij ontslag op staande voet.

4. Collectief ontslag

Wilt u binnen 3 maanden 20 of meer werknemers in 1 werkgebied ontslaan vanwege bedrijfseconomische redenen? Dan gaat het om collectief ontslag. U moet dit collectief ontslag melden bij UWV en bij de vakbonden met leden die in uw bedrijf werken. U raadpleegt de vakbonden over de voorgenomen ontslagen en overlegt over de plannen. U moet meestal ook de ondernemingsraad om advies vragen.

Meer over collectief ontslag.

Bekijk meer informatie over de verschillende ontslagroutes.

Eurogroep blokkeert sluiproute voor belastingontwijkers

Het wordt voor multinationals onmogelijk om de vennootschapsbelasting te ontwijken door gebruik te maken van de verschillende regels in... Lees meer >

Het wordt voor multinationals onmogelijk om de vennootschapsbelasting te ontwijken door gebruik te maken van de verschillende regels in landen binnen en buiten de EU. De Europese ministers van Financiën hebben in Brussel unaniem besloten tot een aanpak van zulke hybrid mismatches.

Grote internationale bedrijven maken nu vaak listig gebruik van mazen in de wet. Ze kunnen in meerdere landen tegelijk profiteren van belastingvoordelen. Daardoor betalen ze onder de streep veel minder belasting dan andere bedrijven. EU-lidstaten lopen door de trucs naar schatting 50 tot 70 miljard euro per jaar mis.

De maatregel treft vooral Amerikaanse concerns als Apple, McDonald’s en Starbucks. De Nederlandse minister Dijsselbloem verwacht dat de Verenigde Staten nu ook hun wetgeving zullen aanpassen. “Dat is ook in hun belang, want het gaat om winsten die via een constructie die via Nederland loopt wegvloeien naar een tropisch eiland”, zegt Dijsselbloem.

Brussel: Hypotheekschuld ontwricht economie

Nederland moet de hypotheekrenteaftrek aanpakken en het pensioenstelsel hervormen,om de economie weer in balans te krijgen. ... Lees meer >

Nederland moet de hypotheekrenteaftrek aanpakken en het pensioenstelsel hervormen, om de economie weer in balans te krijgen. Dat schrijft de Europese Commissie in haar jaarlijkse analyse van de Europese economieën.

Door de gestegen huizenprijzen zijn de hypotheekschulden van Nederlandse huishoudens gestegen, aldus Brussel. Mede daardoor is volgens de Commissie de Nederlandse economie uit evenwicht. Die constatering deed de EU de afgelopen jaren overigens vaker.

Ook over de arbeidsmarkt is Brussel bezorgd. Hoewel de werkloosheid afneemt, zijn er nog altijd signalen dat de nieuwe banen voor een groot deel bestaan uit tijdelijke contracten. En de verbetering van toegang van zzp’ers tot de sociale zekerheid is nog onvoldoende van de grond gekomen.

Nederland moet medio april een antwoord hebben geformuleerd op de zorgpunten.

Belastingdienst mag snelwegcamera niet gebruiken voor controle

De Belastingdienst mag de beelden van snelwegcamera’s niet gebruiken om te controleren of automobilisten auto’s van de zaak gebruiken... Lees meer >

De Belastingdienst mag de beelden van snelwegcamera’s niet gebruiken om te controleren of automobilisten auto’s van de zaak gebruiken voor privégebruik.

De Hoge Raad heeft vrijdag geoordeeld dat er geen wettelijke basis is om de beelden van camera’s langs de snelwegen van het Korps landelijke politiediensten te gebruiken.

De Hoge Raad sprak zich uit in een specifieke casus waarbij drie automobilisten de auto van de zaak gebruikten en verklaarden dat het privégebruik van de auto onder de vijfhonderd kilometer bleef.

Met behulp van beelden van de snelwegcamera’s kwam de fiscus erachter dat de auto’s op andere locaties werden gesignaleerd dan opgegeven in de rittenregistraties. Volgens de Hoge Raad wordt het privéleven geraakt door het gebruik van de camera’s die voorzien zijn van automatische nummerplaatherkenning.

“Het gaat hier namelijk niet om één of enkele waarnemingen in de openbare ruimte, maar om het systematisch verzamelen, vastleggen, bewerken en jarenlang bewaren van gegevens over de bewegingen van voertuigen op diverse plaatsen in Nederland”, aldus de Hoge Raad.

OESO adviseert kabinet: verlaag belasting op arbeid

Verlaag de belasting op arbeid, verminder de ontslagvergoeding, verlaag werkloosheidsuitkeringen en versoepel de regelgeving voor de huurmarkt. Die aanbevelingen doet de... Lees meer >

Verlaag de belasting op arbeid, verminder de ontslagvergoeding, verlaag werkloosheidsuitkeringen en versoepel de regelgeving voor de huurmarkt. Die aanbevelingen doet de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) voor Nederland in het rapport Going for Growth.

Om meer mensen te motiveren opzoek te gaan naar werk, zou de inkomstenbelasting verlaagd moeten worden, met name voor lage inkomens, adviseert de OESO. Ook wil de organisatie dat hogeropgeleide werklozen meer geprikkeld worden werk te zoeken door hun uitkeringen te verlagen.

Verder maakt de OESO zich zorgen over de kloof tussen flex en vast op de Nederlandse arbeidsmarkt. Werknemers hebben steeds minder vaak een vast contract en vaker een flexibel contract. Om die kloof te verminderen adviseert de OESO om ontslagvergoedingen en andere kosten om werknemers te ontslaan, te verlagen. Zo moet de drempel voor werkgevers om medewerkers vast in dienst te nemen, lager worden.

Huurwoningen

Tot slot doet de OESO aanbevelingen voor de Nederlandse woningmarkt. Om het tekort aan huurwoningen te verminderen, zouden de regels voor particuliere verhuurders moeten worden versoepeld. De inkomenseisen voor sociale huurwoningen moeten juist strenger worden. Als het makkelijker wordt om een nieuwe woning te vinden, zo redeneert de OESO, kunnen mensen ook sneller van werk veranderen en dichter bij hun werk wonen, waardoor ook de files afnemen.

Ook adviseert de OESO het aanstaande kabinet om de hypotheekrenteaftrek sneller te verlagen en om het maximale hypotheekbedrag te verlagen naar ruim onder de 100 procent van de woningwaarde.

Stagiaires recht op minimumloon

De stagiaires hadden hun opleiding al afgerond en werkten gemiddeld 32 uur per week. Zij ontvingen hiervoor ongeveer €... Lees meer >

Bij 2 Limburgse instellingen in de geestelijke gezondheidszorg waren stagiaires werkzaam die eigenlijk een normale dienstbetrekking hadden. In plaats van de stagevergoeding hadden zij recht op het minimumloon.

De stagiaires hadden hun opleiding al afgerond en werkten gemiddeld 32 uur per week. Zij ontvingen hiervoor ongeveer € 300 per maand. De Inspectie SZW is van mening dat er sprake is van een normale dienstbetrekking. De betrokken medewerkers hebben alsnog recht op aanvulling van hun loon tot het minimumloon.

Naar aanleiding van de uitkomsten van het onderzoek hebben de instellingen hun stagebeleid intussen aangepast. Met ingang van oktober 2016 worden medewerkers met een afgeronde opleiding aangenomen tegen het cao-loon. De instellingen krijgen wel een boete voor het overtreden van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.

Wat doet Inspectie SZW?
De Inspectie SZW controleert of een stagiair ook daadwerkelijk stagewerkzaamheden uitvoert. Als de activiteiten niet hoofdzakelijk gericht zijn op leren maar op werken, is er sprake van een arbeidsovereenkomst. En dan is dus het wettelijk minimumloon van toepassing.

Wilt u meer weten over (onder)betaling bij stage kijkt u dan op inspectieszw.nl.

Bron: Inspectie SZW

Eigenrisicodragerschap WGA vóór 1 april aanvragen

Wil een werkgever met ingang van 1 juli 2017 eigenrisicodrager worden voor de Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA), vast en... Lees meer >

Wil een werkgever met ingang van 1 juli 2017 eigenrisicodrager worden voor de Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA), vast en flex? Dan moet de aanvraag uiterlijk 1 april binnen zijn bij de Belastingdienst. U moet dan meteen een garantieverklaring meesturen.

De bank of verzekeraar die garant staat voor de werkgever moet deze verklaring ondertekenen. De garantieverklaring vindt u op de website van de Belastingdienst.

De aanvraag voor het eigenrisicodragerschap WGA stuurt u naar:
Belastingdienst/Limburg/ERD
Postbus 4486
6401 CZ Heerlen

2 ingangsdata per jaar
Er zijn elk jaar 2 ingangsdata mogelijk voor het eigenrisicodrager WGA: 1 januari of 1 juli. De aanvraag mét garantieverklaring moet 13 weken voor de ingangsdatum in het bezit zijn van de Belastingdienst.

Gerelateerd bericht: Nieuwe garantieverklaring eigenrisicodrager WGA 2017

Leaseauto tijdelijk vervangen zonder bijtelling

De Belastingdienst en de Vereniging van Nederlandse Autoleasemaatschappijen (VNA) hebben afspraken gemaakt over de regels bij het tijdelijk vervangen... Lees meer >

De Belastingdienst en de Vereniging van Nederlandse Autoleasemaatschappijen (VNA) hebben afspraken gemaakt over de regels bij het tijdelijk vervangen van een auto van de zaak. Zo hoeven werkgevers geen dubbele bijtelling toe te passen.

Door de nieuwe brancheregels is het voor werkgevers en de Belastingdienst duidelijk wanneer een auto van de zaak niet ter beschikking gesteld is aan de werknemer volgens de Wet op de loonbelasting en er dus geen extra bijtelling toegepast hoeft te worden. Dit is vooral handig voor werknemers die een kleine of elektrische auto van de zaak hebben, die ze niet voor alle doeleinden kunnen gebruiken.

Groter bereik of meer plaatsen

Kleine auto’s hebben vaak een lage cataloguswaarde en lage CO2-uitstoot en dus meestal ook een relatief laag bijtellingspercentage. De keerzijde van de medaille is dat er ook weinig ruimte is voor bagage. Door de nieuwe Brancheregeling Tijdelijk Vervangend Leasevoertuig Brancheregeling Tijdelijk Vervangend Leasevoertuig (TVL) 2017) kunnen werknemers een kleine auto leasen, maar bijvoorbeeld in de vakantie of het weekend een grotere auto meenemen. De werkgever past dan het juiste bijtellingspercentage voor de grotere auto toe.
Heeft een werknemer bijvoorbeeld voor vijf dagen in een maand van 31 dagen een andere auto tot zijn beschikking, dan past de werkgever voor 5/31 de bijtelling voor die vervangende auto toe en voor 26/31 de bijtelling voor de eigenlijke auto van de zaak.
Dezelfde regels kunnen ook toegepast worden als een werknemer een elektrische auto van de zaak heeft, maar een auto met een groter bereik nodig heeft voor een afspraak aan de andere kant van het land of een vakantie.

Strikte voorwaarden voor vervanging

In sommige omstandigheden hoeft de werkgever geen rekening te houden met dubbele bijtelling: van de vervangende auto én van de eigenlijke auto van de zaak. Om tijdelijk een andere auto ter beschikking te stellen zonder die dubbele bijtelling, moet voldaan worden aan deze strikte voorwaarden:
•In de periode dat de werknemer een vervangende auto tot zijn beschikking heeft, heeft hij zijn eigenlijke auto van de zaak niet tot zijn beschikking. Dat moet schriftelijk afgesproken zijn tussen de werkgever en de werknemer en de werknemer moet de auto, de papieren en de sleutel inleveren bij de werkgever of leasemaatschappij.
•De werkgever moet de schriftelijke afspraken moeten samen met alle gegevens over de vervangende auto bewaren in de loonadministratie.
•Als de auto van de zaak van een werknemer vervangen wordt door een andere vervoerssoort, zoals een elektrische fiets of een scooter, moet de waarde in het economische verkeer van het privégebruik van dat voertuig als loon in natura gerekend worden.
•Elke keer als een werknemer een vervangend voertuig gebruikt, kan dat een ander vervangend voertuig zijn.
•Het maakt niet uit of de werknemer het vervangende voertuig voor zakelijke of privédoeleinden gebruikt.

Contract 6 maanden en 1 dag: proeftijd nietig

Omdat een proeftijd in contracten voor een half jaar of korter niet is toegestaan, kan een werkgever een contract... Lees meer >

Omdat een proeftijd in contracten voor een half jaar of korter niet is toegestaan, kan een werkgever een contract voor zes maanden en één dag opstellen. Maar ook dan is de proeftijd mogelijk nietig.

Een proeftijd is nietig in een arbeidsovereenkomst met een duur van zes maanden of korter. Deze regel kan een werkgever makkelijk omzeilen door een arbeidsovereenkomst voor zes maanden en één dag aan te gaan. Voorwaarde is dan wel dat de werkgever het contract zo formuleert dat voor de werknemer duidelijk is dat het niet om een halfjaarcontract gaat. In een zaak bij het hof Den Bosch was een organisatie hierbij de mist ingegaan.

Werkgever zegt op tijdens proeftijd

De werkgever had de volgende bepaling in een contract opgenomen: ‘1.1 Werknemer treedt met ingang van 11 februari 2016 in dienst voor bepaalde tijd van 6 maanden bij werkgever in de functie van Recruitment Consultant. De arbeidsovereenkomst eindigt derhalve van rechtswege, zonder dat opzegging is vereist, op 11 augustus 2016.’ Het contract bevatte ook een proeftijd. Op 10 maart 2016 maakte de werkgever hier gebruik van door het contract met directe ingang op te zeggen.

Proeftijd volgens werknemer nietig

Volgens de werknemer was dit niet mogelijk: in een halfjaarcontract is een proeftijdbeding nietig. De werkgever zou zodoende een tijdelijk contract zonder tussentijds opzegbeding onregelmatig hebben opgezegd en daarvoor een schadevergoeding moeten betalen. Volgens het hof bleek uit de hiervoor genoemde contractbepaling niet dat de werkgever zes maanden en één dag had bedoeld. Zo was het niet helder of het contract ‘tot’ of ‘tot en met’ 11 augustus 2016 liep.

Taalkundige uitleg van het hof

Het hof oordeelde dat de werknemer ervan uit mocht gaan dat het contract voor een half jaar was aangegaan. In de eerste zin van de bepaling stond expliciet ‘6 maanden’ en in de tweede zin stond dat ‘derhalve’ het contract op 11 augustus 2016 eindigde. De werkgever had duidelijker moeten formuleren en communiceren. De schadevergoeding bedroeg drie maandsalarissen.
Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, 16 februari 2017, ECLI (verkort): 537