Nieuws

Nieuw bijtellingspercentages 2017

Toe aan een nieuwe auto, check de bijtellingspercentages voor 2017... Lees meer >

De bijtellingspercentages voor 2016 en 2017 (en vermoedelijk van 2018-2020) zien er als volgt uit:

Jaar % bijtelling
0 gram/km
% bijtelling
1-50 gram/km
% bijtelling
51-106 gram/km
% bijtelling
> 106 gram/km
2016 4% 15% 21% 25%
2017-2020 4%* 22% 22% 22%

* Extra voorwaarde vanaf 2019, dan geldt het percentage van 4% tot € 50.000, daarboven 22%.
Deze bijtellingspercentages gelden alleen voor nieuwe auto’s die in het betreffende kalenderjaar voor het eerst op kenteken zijn gezet. Het tarief geldt vervolgens voor 60 maanden. Schaf een auto die minder dan 106 gram CO2 per kilometer uitstoot dus aan in 2016. Dat kan je gedurende maximaal

60 maanden 7% bijtelling schelen (15% in plaats van 22%) en zo honderden euro’s per jaar besparen! Schaf geen auto aan met 25% bijtelling in 2016, maar wacht liever tot 2017. Dan is de bijtelling 22% en maak je gedurende 60 maanden gebruik van dit tarief. De bijtelling van 25% voor auto’s die voor 1 januari 2017 zijn aangeschaft wordt namelijk niet verlaagd naar 22%.

Benut de vrije ruimte binnen de WKR optimaal

Binnen de werkkostenregeling (WKR) zijn aangewezen vergoedingen en verstrekkingen niet belast tot 1,2% van de totale fiscale loonsom (de... Lees meer >

Binnen de werkkostenregeling (WKR) zijn aangewezen vergoedingen en verstrekkingen niet belast tot 1,2% van de totale fiscale loonsom (de vrije ruimte). Benut deze ruimte geheel in 2016, want in 2017 kun je er niets meer mee. Houd wel rekening met het gebruikelijkheidscriterium van maximaal € 2.400 per persoon. Als DGA ben je uiteraard ook werknemer. De belastingdienst is met ingang van 2016 wel kritischer geworden. Naast de bovengenoemde marge kijkt de belastingdienst ook naar wat er gebruikelijk is in bijvoorbeeld de branche en in vergelijkbare functies en dat is een lastig te meten criterium.  Overleg wel eerst met ons voordat u overgaat tot actie.

Handhaving DBA uitgesteld tot januari 2018

Zzp’ers en opdrachtgevers krijgen tot 1 januari 2018 geen boete of naheffing als zij niet werken volgens de Wet... Lees meer >

Zzp’ers en opdrachtgevers krijgen tot 1 januari 2018 geen boete of naheffing als zij niet werken volgens de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties. In de tussenliggende periode gaat het kabinet onderzoeken of het arbeidsrecht herijkt moet worden.

Het kabinet gaat onderzoeken of het arbeidsrecht herijkt moet worden om beter aan te sluiten op de huidige werkpraktijk. Het kabinet wil daar haast mee maken en hoopt voor een volgend regeerakkoord met resultaten te komen.

Mogelijkheden verkennen
Het ministerie van Sociale zaken en Werkgelegenheid staat ervoor open om met verschillende sectoren te praten over de aanpassingen die mogelijk zijn in de Wet werk en zekerheid via cao’s of ministeriële regelingen.

Informeren en coachen
De Belastingdienst blijft ondertussen opdrachtnemers en opdrachtgevers informeren over de wet DBA en de nieuwe werkwijze. De Belastingdienst gaat waar nodig een coachende rol vervullen op de werkvloer. Zo helpt de Belastingdienst opdrachtgevers en opdrachtnemers om duidelijk te krijgen wat wel en niet kan.

Handhaving opgeschort
De Belastingdienst handhaaft niet tot 1 januari 2018. Zzp’ers en opdrachtgevers krijgen in die periode dus geen boetes of naheffingen, behalve evidente kwaadwillenden.

Zie ook
Beantwoording kamervragen over DBA (rijksoverheid.nl)

Reis met auto van zaak terecht als privérit aangemerkt

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de autoreis naar Oostenrijk van belanghebbende een gemengd karakter had... Lees meer >

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de autoreis naar Oostenrijk van belanghebbende een gemengd karakter had. Het hoofddoel was een ruim van tevoren geplande skivakantie, waarbij ook een zakelijke doel werd bezocht. De naheffingsaanslag voor het privégebruik van de auto is terecht opgelegd.

Een BV (X) heeft aan de directeur-grootaandeelhouder (DGA) een auto ter beschikking gesteld. Aan de DGA is een verklaring geen privégebruik verstrekt. X is in verschillende Europese landen actief.

De DGA is aan het begin van de krokusvakantie 2009 met zijn gezin naar Oostenrijk gereden en heeft zijn echtgenote en kinderen afgezet bij een hotel voor een skivakantie. Hij is zelf doorgereden naar een verderop gelegen plaats en heeft daar een zakenrelatie bezocht. Hij is ’s avonds teruggereden naar zijn gezin en heeft gedurende een week een skivakantie gehad.

De inspecteur legde een naheffingsaanslag loonheffingen op aan X, omdat er met een bijtelling rekening had moeten worden gehouden. De DGA had volgens de inspecteur meer dan 500 kilometer privé met de auto gereden. De rit naar Oostenrijk merkt de inspecteur aan als een privérit. X stelt in bezwaar en beroep dat de rit naar Oostenrijk zakelijke kilometers waren.

Het hof oordeelt dat doorslaggevend is wat het doel van de rit was. De reis naar Oostenrijk had een gemengd karakter. Dat wil zeggen dat de rit zowel een zakelijk doel als een privédoel diende. X had niet aangetoond dat het hoofddoel van de reis zakelijk was.
Hof Arnhem-Leeuwarden, 25 oktober 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:8773

Verbod inhoudingen op minimumloon vanaf 2017

Op 1 januari 2017 treedt het verbod op inhoudingen op het minimumloon in werking... Lees meer >

Op 1 januari 2017 treedt het verbod op inhoudingen op het minimumloon in werking. Dit is geregeld in de Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS). Verrekeningen met en inhoudingen op het minimumloon zijn dan niet meer toegestaan.

Op dit verbod gelden wel uitzonderingen. Inhoudingen op kosten voor huisvesting en zorgverzekering zijn onder bepaalde voorwaarden mogelijk. Voor werknemers met een arbeidsbeperking zijn daarnaast ook inhoudingen mogelijk voor nutsvoorzieningen, rioolheffing en waterschapsbelasting.

Meer hierover leest u in een bericht op rijksoverheid.nl.

Brief Werkhervattingskas 2017 voor de loonadministratie

Vanaf 29 november verstuurt de Belastingdienst de brieven Werkhervattingskas (Whk) 2017... Lees meer >

Vanaf 29 november verstuurt de Belastingdienst de brieven Werkhervattingskas (Whk) 2017. Werkgevers ontvangen deze brief als zij werknemers in dienst hebben die verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen.

In deze brief staan de percentages voor de gedifferentieerde premies Whk die u nodig heeft voor de aangiften Loonheffingen 2017.

Alleen werkgevers ontvangen deze brief. Uit de praktijk blijkt dat zij deze informatie niet altijd doorgeven aan de salarisadministrateur.

Derhalve het verzoek deze zo spoedig mogelijk aan ons te geven. Zodat wij de juiste premies berekenen voor u.
Dat voorkomt onnodig belverkeer met langere wachttijden naar de BelastingTelefoon.

Inmiddels is bekend dat deze verzending plaats vindt vanaf 29 november as

Wij zien de brieven graag tegemoet.

Alvast bedankt

aangiftebrief loonheffingen 2017

De Belastingdienst heeft de aangiftebrief loonheffingen voor 2017 verstuurd. ... Lees meer >

De Belastingdienst heeft de aangiftebrief loonheffingen voor 2017 verstuurd. De brief wordt verstuurd naar het adres van een werkgever of naar ons kantor als wij gemachtigd zijn. Als u in bezit bent van deze brief, dan ontvangen wij deze graag indien wij de loonadministratie doen.

De brief bevat de volgende gegevens.

  • het aangiftetijdvak waarmee de werkgever bij de Belastingdienst staat geregistreerd
  • per aangiftetijdvak de uiterste aangifte- en uiterste betaaldatum
  • per aangiftetijdvak het betalingskenmerk

Deze gegevens zijn van belang voor het juist en tijdig doen van de loonaangiften en de daarbij horende betalingen.

Wettelijk minimumloon jan 2017

Per 1 januari 2017 wordt het wettelijk minimumloon verhoogd met 0,94 procent. Een overzicht van alle bedragen per leeftijd en... Lees meer >

Iedere werknemer heeft recht op een minimuminkomen. Voor werknemers vanaf 23 jaar geldt het wettelijk minimumloon (WML). Bent u jonger dan 23 jaar, dan hebt u recht op het minimumjeugdloon. Bij de hoogte van het minimumjeugdloon wordt gekeken naar hoe oud iemand is. Dat betekent dat u tot uw 23ste na iedere verjaardag recht heeft op meer loon.
Als u in deeltijd werkt, dan is het bruto minimumloon evenredig lager. Als u bijvoorbeeld drie volle dagen werkt, dan hebt u recht op 3/5 van het wettelijk minimumloon. Dit geldt ook voor jongeren die gedeeltelijk leerplichtig zijn en nog enkele dagen per week onderwijs volgen.
De bedragen van het minimumloon gelden voor een volledige werkweek zoals die gebruikelijk is in het bedrijf. Meestal is dat 36, 38 of 40 uur per week.

Wettelijk minimumloon per 1 januari 2017

Per 1 januari 2017 stijgt het wettelijk minimumloon met 0,94 procent.

Het bruto minimumloon en de minimumjeugdlonen bij een volledig dienstverband per 1 januari 2017:

Leeftijd % van het
minimumloon
per maand per week per dag
23 jaar en ouder 100 % 1.551,60 358,05 71,61
22 jaar 85 % 1.318,85 304,35 60,87
21 jaar 72,5 % 1.124,90 259,60 51,92
20 jaar 61,5 % 954,25 220,20 44,04
19 jaar 52,5 % 814,60 188,00 37,60
18 jaar 45,5 % 706,00 162,90 32,58
17 jaar 39,5 % 612,90 141,45 28,29
16 jaar 34,5 % 535,30 123,55 24,71
15 jaar 30 % 465,50 107,40 21,48

Het bruto minimumloon per 1 januari 2017, per gewerkt uur bij een 36-, 38- en 40-urige werkweek:

Leeftijd

 

36 uur per week

minimumloon per uur:

38 uur per week

minimumloon per uur:

40 uur per week

minimumloon per uur:

23 jaar en ouder 9,95 9,43 8,96
22 jaar 8,46 8,01 7,61
21 jaar 7,22 6,84 6,49
20 jaar 6,12 5,80 5,51
19 jaar 5,23 4,95 4,70
18 jaar 4,53 4,29 4,08
17 jaar 3,93 3,73 3,54
16 jaar 3,44 3,26 3,09
15 jaar 2,99 2,83 2,69

Eigenrisicodrager voor de WGA in 2017? Nieuwe garantieverklaring op tijd insturen

Wilt u in 2017 eigenrisicodrager voor de WGA (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten) blijven?... Lees meer >

Wilt u in 2017 eigenrisicodrager voor de WGA (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten) blijven? De nieuwe garantieverklaring moet dan uiterlijk 31 december 2016 bij ons binnen zijn.

Met ingang van 1 januari 2017 geldt het eigenrisicodragerschap voor de WGA ook voor flexwerkers en niet alleen voor personeel dat bij u in vaste dienst is. U hebt van ons een brief over de veranderingen gekregen. Bent u geen overheidswerkgever en wilt u eigenrisicodrager blijven? Dan kunt u de nieuwe garantieverklaring downloaden.

Eigenrisicodrager worden per 1 januari 2017

Bent u nog geen eigenrisicodrager, maar wilt u dat per 1 januari 2017 worden? Stuur dan ook de nieuwe garantieverklaring mee met hetaanvraagformulier. De aanvraag met de garantieverklaring moet voor 2 oktober 2016 door u zijn ingediend.

Bron: Belastingdienst

Nieuw: ‘Regelhulp vrijwilligers’ voor sportorganisaties en non-profitorganisaties

Doet iemand bij u vrijwilligerswerk? En geeft u hem of haar daar iets voor, bijvoorbeeld geld of een tegemoetkoming... Lees meer >

Doet iemand bij u vrijwilligerswerk? En geeft u hem of haar daar iets voor, bijvoorbeeld geld of een tegemoetkoming in natura? Dan valt de vrijwilliger misschien onder de vrijwilligersregeling. De Regelhulp vrijwilligers geeft u hiervan een indicatie.

Met de Regelhulp vrijwilligers beantwoordt u per vrijwilliger een aantal vragen. Bijvoorbeeld bestuurders, trainers, kantinemedewerkers en sporters kunnen vrijwilliger zijn. Als de vrijwilligersregeling van toepassing is, hoeft u geen loonheffingen in te houden en te betalen.

Voor sportorganisaties en non-profitorganisaties in Nederland

De regelhulp is voor sportorganisaties (commercieel en non-profit) en voor non-profitorganisaties. U kunt de regelhulp alleen gebruiken voor activiteiten in Nederland.

De Regelhulp Vrijwilligers is tot stand gekomen in samenwerking met het Ministerie van Economische Zaken, NOC*NSF, Vereniging Nederlandse Organisaties Vrijwilligerswerk (NOV), Werkgevers in de Sport (WOS) en diverse sportbonden.

Bron: Belastingdienst

Overdracht complexe familiebedrijven duurder

Door een wetswijziging van staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën wordt de overdracht van familiebedrijven duurder.... Lees meer >

Door een wetswijziging van staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën wordt de overdracht van familiebedrijven duurder. Het gaat om familievennootschappen die niet in alle gevallen volledig eigenaar zijn van de bedrijven waarin zij ondernemen. Wiebes wil ondernemersvermogen in deze bedrijven uitsluiten van belastingvrijstelling. Bij een overname moeten de nieuwe eigenaren daardoor veel meer belasting betalen.

Vooral grotere families en complexere familiebedrijven zijn de dupe van de wijziging. Het voorstel is reperatiewetgeving als gevolg van een arrest van de Hoge Raad over de zogenoemde Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR). Door gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van erf- of schenkbelasting moet de continuïteit van familiebedrijven worden gewaarborgd.

De Hoge Raad bepaalde dit voorjaar dat kwijtschelding ook moet gelden als eigenaren van familievennootschappen aandelenbelangen schenken of nalaten van minder dan 5% in ondernemingen die verbonden zijn met het familiebedrijf. Wiebes is bang dat van deze regeling misbruik wordt gemaakt. In de nieuwe wet komt een belang van minder dan 5% in een met het familiebedrijf verbonden onderneming per definitie niet in aanmerking voor de BOR.

 

Bron: Profnews

Wet DBA: deze criteria hanteert de fiscus (loon en persoonlijke arbeid)

De Belastingdienst beoordeelt aan de hand van drie criteria of er onder de Wet DBA sprake is van een... Lees meer >

De Belastingdienst beoordeelt aan de hand van drie criteria of er onder de Wet DBA sprake is van een dienstverband. Eerder behandelden we het criterium ‘gezag’. In dit artikel lees je hoe je voldoet aan de criteria loon en (persoonlijke) arbeid.

Ondanks dat de Belastingdienst in diverse artikelen duidelijkheid probeert te scheppen en staatssecretaris Wiebes al antwoord heeft gegeven op tientallen Kamervragen over de wet, blijft de precieze toepassing van de Wet DBA schimmig. Terwijl dit voor HR cruciaal is om te bepalen welke route gekozen moet worden om een dienstbetrekking uit te sluiten.

Het criterium ‘loon’

Een van de drie kenmerken van een arbeidsovereenkomst is de verplichting van een opdrachtgever om loon te betalen voor verrichte arbeid. Als deze loonafspraak ontbreekt en er geen sprake is van loonbetaling kan er geen sprake zijn van een arbeidsovereenkomst, schrijft de Belastingdienst in zijn handreiking. Op Kamervragen van Tweede Kamerlid Klein laat staatssecretaris Wiebes verder weten dat dit criterium ook geldt voor loonbetaling door derden. ‘Het maakt voor het bestaan van een dienstbetrekking niet uit van wie de werknemer feitelijk het loon krijgt.’

Persoonlijke arbeid

Een ander criterium dat de fiscus hanteert is persoonlijke arbeid. Een wezenlijk onderdeel van een arbeidsovereenkomst is namelijk dat de werknemer in kwestie verplicht is om de afgesproken arbeid persoonlijk te verrichten. Om dit uit te sluiten zal in de freelanceovereenkomst expliciet opgenomen moeten worden dat een opdrachtnemer zich vrij kan laten vervangen. Als je dit nalaat gaat de fiscus ervan uit dat er een verplichting bestaat tot persoonlijke arbeid. In zijn handreiking benadrukt de Belastingdienst bovendien dat er bij ‘vervanging uit een pool van aan de opdrachtgever bekende personen of door de opdrachtgever geregelde vervanging’ geen sprake is van vrije vervanging. De opdrachtnemer moet volledig vrij zijn om een vervanger te regelen. Een opdrachtgever mag een vervanger enkel weigeren op basis van objectieve criteria die zijn vastgelegd in de overeenkomst.

Maar hoe doe je dat dan met bijvoorbeeld IT-specialisten die zich in de praktijk onmogelijk laten vervangen? In principe hoeft de opdrachtnemer enkel de mogelijkheid te hebben om zich vrij te laten vervangen. Die mogelijkheid hoeft in de praktijk niet benut te worden. Maar hoe kan de Belastingdienst dit dan controleren? Hoe controleer of je iemand wel voldoende mogelijkheden heeft om zich te laten vervangen? De fiscus schrijft hierover in de algemene modelovereenkomst vrij vervanging : ‘Bij een beoordeling achteraf kan, in twijfelgevallen, het feit dat vervanging op initiatief van de opdrachtnemer niet of nauwelijks daadwerkelijk is voorgekomen, een licht werpen op de werkelijke tussen opdrachtgever en opdrachtnemer bestaande verhoudingen.’ Hieruit kan je opmaken dat vrije vervanging een lastig criterium wordt voor de Belastingdienst en tegelijkertijd hele interessante route voor werkgevers om een dienstverband uit te sluiten. De eerdergenoemde algemene modelovereenkomst biedt hiervoor handvatten. Mogelijk bestaat er voor jouw branche of beroepsgroep ook al een goedgekeurde modelovereenkomst. Deze zijn te vinden op de website van de Belastingdienst.

Het derde criterium dat de Belastingdienst hanteert bij de beoordeling van een arbeidsrelatie is gezag. In dit eerder gepubliceerde artikel lees je hoe de fiscus hiermee omspringt en hoe je dit als HR uitsluit in een freelanceovereenkomst.

Bron: XpertHRactueel

Wijzigingen Pensioen in eigen beheer

De belastingwereld en de directeur groot aandeelhouder (DGA) hebben lang moeten wachten maar nu lijkt het er toch op... Lees meer >

De belastingwereld en de directeur groot aandeelhouder (DGA) hebben lang moeten wachten maar nu lijkt het er toch op dat de spelregels met ingang van 1 januari 2017 voor de opbouw van pensioen in eigen beheer, dus bij de eigen BV, gaan veranderen.

Er komen een tweetal opties voor de huidige pensioenvoorzieningen in eigen beheer: afkoop van de voorziening of omzetting van de voorziening naar een spaarvariant

Afkoop is gedurende drie jaar mogelijk, 2017, 18 en 19. Hoe eerder je afkoopt hoe meer korting er wordt verkregen op de grondslag, te weten in die jaren 34,5%; 25% en slechts 19,5%. In geen van genoemde jaren zal er, zoals nu bij afkoop te doen gebruikelijk, boete in rekening worden gebracht, de revisierente. Afkoop zal plaatsvinden tegen de fiscale waarde. Mocht er een waardering op de balans staan tegen commerciële waarde dan mag er een geruisloze afstempeling plaatsvinden tot aan de fiscale waarde zonde boete of loonheffing.

Bij de spaarvariant kan het geld in de onderneming beschikbaar blijven maar mag er geen verdere opbouw plaatsvinden. Alleen een oprenting; de rente is gelijk aan het zogenaamde U-rendement dat door verzekeringsmaatschappijen wordt gehanteerd.
Op pensioengerechtigde leeftijd kan gekozen worden om het bedrag van de voorziening bij een externe verzekeraar onder te brengen, is niet verplicht.

De invulling van beide regels moet nog nader in Den Haag worden uitgewerkt maar wordt met Prinsjesdag verwacht. Of nu gekozen wordt voor optie 1 dan wel optie 2: in beide gevallen is toestemming van de partner vereist aangezien de rechten van de partner worden aangetast. Dat zal de nodige discussies en/of aanpassingen in bijvoorbeeld huwelijksvoorwaarden vereisen. Kortom, in het 4e kwartaal vermoedelijk weer werk aan de winkel betreffende het pensioen in eigen beheer.

Bron: Actuele artikelen

Meldpunt DBA geopend

Staatssecretaris Wiebes van Financiën kondigde in de Kamerbrief van 19 september acties aan om belemmeringen die ondernemers ervaren bij... Lees meer >

Staatssecretaris Wiebes van Financiën kondigde in de Kamerbrief van 19 september acties aan om belemmeringen die ondernemers ervaren bij de wet DBA weg te nemen. De opening van een meldpunt is 1 van die acties.

Met het Meldpunt DBA wil de Belastingdienst inzicht krijgen in mogelijke onbedoelde gevolgen van de Wet DBA voor de arbeidsmarkt. Bijvoorbeeld als opdrachtgevers hun flexibele schil niet meer kunnen inrichten. Of als zzp’ers minder opdrachten krijgen of als zij van hun opdrachtgevers via payroll moeten werken. Dan kunt u dat melden via het Meldpunt DBA.

Wat gebeurt er met de meldingen?
Op basis van uw meldingen inventariseren het ministerie van Financiën en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de knelpunten. Deze knelpunten pakken zij samen met branche- en belangenorganisaties op. Als u een melding doet, krijgt u geen persoonlijke reactie: het meldpunt is bedoeld voor de inventarisatie van knelpunten.

Het meldpunt DBA vindt u op de site van de Belastingdienst.
De Kamerbrief van 19 september vindt u op de site van Rijksoverheid

AOW-leeftijd stijgt nóg verder

De AOW-leeftijd wordt voor iedereen die geboren is na 31 december 1954 per 2022 gesteld op 67 jaar en... Lees meer >

De AOW-leeftijd wordt voor iedereen die geboren is na 31 december 1954 per 2022 gesteld op 67 jaar en drie maanden. Dat is het gevolg van de nieuwe en hogere ramingen van de levensverwachting in Nederland door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

In de Wet versnelde verhoging AOW-leeftijd is vastgelegd dat de AOW-leeftijd met drie maanden per jaar stapsgewijs wordt verhoogd tot 67 jaar in 2021. Dat betekent dat de AOW-leeftijd in 2018 uitkomt op 66 jaar. Na 2021 wordt de AOW-leeftijd vastgesteld op basis van de levensverwachting (zie tabel hieronder). Uit nieuwe ramingen van het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) blijkt dat deze levensverwachting stijgt. Blijft de levensverwachting stijgen op het tempo zoals nu het geval is, dan komt de AOW-leeftijd in 2025 uit op 68 jaar. Er volgen dan na 2022 nog drie jaarlijkse verhogingen van elk drie maanden.

Stijging AOW-leeftijd in de praktijk

In de praktijk betekent de verhoging van de AOW-leeftijd dat iemand die op 31 december 1954 is geboren, vanaf 31 december 2021 een AOW-uitkering ontvangt. Iemand die een dag later is geboren, moet drie maanden langer doorwerken en ontvangt pas een AOW-uitkering drie maanden na zijn 67ste verjaardag (op 1 april 2022).

Ook de pensioenrichtleeftijd stijgt

De zogenoemde pensioenrichtleeftijd volgt net als de AOW-leeftijd de stijgende levensverwachting. De verhoging van de pensioenrichtleeftijd gaat echter niet stapsgewijs omhoog maar per hele jaren.  Pensioenfondsen gaan daarom per 2018 uit van een pensioenleeftijd van 68 jaar in 2028. Dat is gunstig voor de dekkingsgraad van de pensioenfondsen omdat ze daardoor een jaar minder pensioen hoeven uit te keren aan pensioengerechtigden die na 1959 geboren zijn.

Stijging AOW-leeftijd na 2021

Hoe werken de nieuwe regels voor meerwerk?

Het kabinet wil de regels over meerwerk tegelijkertijd met het minimumjeugdloon en de regels over stukloon aanpassen... Lees meer >

Het kabinet wil de regels over meerwerk tegelijkertijd met het minimumjeugdloon en de regels over stukloon aanpassen. De loonkosten zouden door de nieuwe regels flink kunnen stijgen, maar dat is niet in elke organisatie het geval.

De nieuwe regels voor meerwerk kunnen uw organisatie veel geld kosten, omdat de werkgever straks alle werknemers die meer dan de normale arbeidsduur werken ook evenredig veel meer minimumloon moet betalen. De normale arbeidsduur is het aantal uren per week dat een voltijd werkweek in uw organisatie bevat. Bij de meeste organisaties gaat het om een normale arbeidsduur van 36, 38 of 40 uur per week.

Nu geen controle mogelijk door Inspectie SZW

Op dit moment zijn werkgevers niet verplicht om werknemers die meer dan de normale arbeidsduur werken voor hun extra uren ook minimaal het wettelijk minimumloon te betalen. Dat verandert als het wetsvoorstel aangenomen wordt. Werknemers moeten dan voor al hun gewerkte uren minimaal het wettelijk minimumloon betaald krijgen. De Inspectie SZW kan dat dan ook controleren en bij overtredingen boetes opleggen. Dat kan nu nog niet.

Twee rekenvoorbeelden

Het minimumloon bedraagt in de tweede helft van 2016  voor een werknemer van 23 jaar of ouder € 354,75 per week. Dat bedrag verdient een werknemer die een voltijd baan heeft in een organisatie waar de normale arbeidsduur 40 uur per week is. Als deze werknemer in een bepaalde week 50 uur werkt, moet hij voor die uren minimaal het wettelijk minimumloon verdienen. Dat is dus: € 354,75 / 40 uur x 50 uur = € 443,44. Is de normale arbeidsduur 36 uur, dan moet de werkgever deze werknemer € 354,75 / 36 x 50 = € 492,71 betalen.
Werkt een werknemer in diezelfde organisatie 50 uur per week, maar krijgt hij – omdat hij meer dan het minimumloon verdient – al minstens € 443,44 betaald, dan hoeft zijn werkgever voor zijn extra uren niet meer te betalen. Gemiddeld verdient hij immers minstens het wettelijk minimumloon. Hierover kunnen wel afwijkende regels in de individuele of collectieve arbeidsovereenkomst staan.

Zzp’er mag huur werkruimte toch niet aftrekken

Staatssecretaris Wiebes van Financiën komt binnenkort met een nota van wijziging waarin is opgenomen dat zzp’ers hun huur niet... Lees meer >

Staatssecretaris Wiebes van Financiën komt binnenkort met een nota van wijziging waarin is opgenomen dat zzp’ers hun huur niet meer mogen aftrekken als zij 10% van de huurwoning als werkruimte gebruiken. Hiermee wordt het oordeel van de Hoge Raad aan de kant geschoven.

In augustus van dit jaar gaf de Hoge Raad aan dat ondernemers voor de inkomstenbelasting de door hen betaalde huur mochten aftrekken als zij 10% van hun huurwoning gebruikten als werkruimte. De staatssecretaris heeft nu een einde gemaakt aan deze regeling omdat hij, door alle aandacht die het arrest heeft getrokken, verwacht dat het de schatkist te veel gaat kosten.

Ongelijkheid tussen ondernemers met koophuis en huurhuis

Daarnaast ontstond er door het arrest een ongelijkheid tussen de behandeling van een onzelfstandige werkruimte bij ondernemers met een huurhuis en met een koophuis. Deze ongelijkheid is door de nota van wijziging nu weer rechtgetrokken. Kosten voor een zelfstandige werkruimte in zowel een koophuis als een huurhuis blijven gewoon aftrekbaar.